zondag, 9 juni 2013
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De avonturen van Jonathan Gullible (H.2)

Jonathan_CoverEerder kondigden we aan dat de schrijver van dit beroemde boek, prof. Ken Schoolland op 17 augustus een volledig nieuwe Nederlandse vertaling zal presenteren. Hier gegevens voor bijwonen van deze happening.

Om een indruk te geven over de “avonturen” zullen we vooruitlopend op het boek een aantal hoofdstukjes te kennismaking op de Vrijspreker publiceren.
Hoofdstuk met Brainsorm,, verwijzingen, achtergronden en citaten!
Vandaag : Hfst.2. ” Onruststokers”

 

De avonturen van Jonathan Gullible
Hoofdstuk 2 Onruststokers

Jonathan had een aantal uren gelopen zonder enig teken van leven tegen te komen. Plotseling bewoog er iets in het struikgewas en een klein beest met een geel gestreepte staart flitste op een nauwelijks zichtbaar pad voorbij.

Een kat, dacht Jonathan. Misschien kan die mij naar ander leven leiden. En hij dook door het dikke gebladerte het dier achterna.

Net toen hij uit het zicht van het strand was en diep in de jungle, hoorde hij een felle kreet. Hij stopte, hield zijn hoofd schuin, en probeerde de herkomst van het geluid te bepalen. Weer hoorde hij een  scherpe kreet om hulp, nu recht voor hem. Een helling opklimmend en zich een weg banend door een wirwar van takken en wingerden snelde hij vooruit en struikelde hij een breder pad op.

Terwijl hij een scherpe bocht omging, knalde hij tegen de zij van een gespierde kerel aan.
“Opzij, onderdeurtje!”, bulderde de man, terwijl hij hem als een mug wegjaagt. Verdwaasd keek Jonathan op en zag twee mannen een schoppende en schreeuwende vrouw over het pad meesleuren.

Tegen de tijd dat hij op adem was gekomen was het drietal verdwenen.Ervan overtuigd dat hij die vrouw niet alleen kon bevrijden, rende Jonathan het pad op in tegenovergestelde richting om hulp te halen.
De jungle opende zich en hij zag een groep mensen bij elkaar staan rond een grote boom die ze met stokken te lijf gingen. Jonathan rende er naar toe en greep de arm van een man die overduidelijk de opzichter was.

“Meneer, helpt u mij alstublieft!”, hijgde Jonathan. “Twee mannen hebben een vrouw gevangen genomen en ze heeft hulp nodig!”

“Kalm aan, er niets aan de hand,” zei de man knorrig. “Ze is gearresteerd. Vergeet haar en ga verder, we moeten doorwerken.”
“Gearresteerd?”, zei Jonathan, nahijgend. “Ze leek niet echt op een eh … een misdadiger.” Jonathan vroeg zich af waarom ze zo wanhopig om hulp riep als ze schuldig was aan het een of ander.
“Pardon meneer, maar wat heeft ze dan gedaan?”
“Hè?”, snoof de man geïrriteerd. “Welnu, als je het dan per se wilt weten; ze bedreigde de banen van iedereen die hier werkt.”
“Ze bedreigde de banen van mensen? Hoe deed ze dat dan?”, vroeg Jonathan.

Terwijl hij op zijn onwetende vragensteller neerkeek, gebaarde de opzichter naar Jonathan om naar een boom te komen waar arbeiders driftig tegen de stam stonden te slaan.

Trots zei hij: “Wij zijn boomarbeiders. We slaan bomen om voor de houtopbrengst door de boom met deze stokken te slaan. Soms kunnen honderd mensen, die de klok rond werken een flinke boom in minder dan een maand omslaan.”
De man klemde zijn lippen op elkaar en veegde voorzichtig wat vuil van de mouw van zijn mooi gesneden jas.
Hij vervolgde: “Dat mens van Drawbaugh kwam vanmorgen naar het werk met een scherp stuk metaal dat aan het einde van haar stok vast zat. In minder dan een uur hakte ze daarmee een boom om − helemaal alleen! Moet je nagaan! Zo’n ongehoorde bedreiging van ons traditionele werk moest gestopt worden.”

Jonathans ogen werden groot van verbijstering bij het horen dat deze vrouw voor haar creativiteit gestraft werd. Bij hem thuis gebruikte iedereen bijlen en zagen om bomen om te hakken. Op die manier was hij ook aan het hout voor zijn boot gekomen.

“Maar,” riep Jonathan uit, “haar uitvinding stelt mensen van iedere grootte en iedere kracht in staat om bomen om te hakken. Zou dat het niet sneller en goedkoper maken om aan hout te komen en er dingen van te maken?”
“Wat bedoel je?”, zei de man boos. “Hoe kan iemand zo’n idee ondersteunen?
Dit edele werk kan niet gedaan worden door iedere zwakkeling die met een of ander nieuw idee komt.”

“Maar meneer,” zei Jonathan die zijn best deed om hem niet boos te maken, “deze goede boomarbeiders hebben getalenteerde handen en hersenen. Ze zouden de tijd die ze uitsparen met het neerslaan van bomen kunnen gebruiken om andere dingen te doen. Ze zouden tafels kunnen maken, kasten, boten, of zelfs huizen!”

“Luister jij eens even,” zei de man dreigend, “het doel van arbeid is om een volledige en vaste baan te hebben − niet voor nieuwe producten.”
De toon van zijn stem werd ijzig: “Je klinkt als een of andere onruststoker. Iedereen die deze duivelse vrouw ondersteunt, zorgt voor moeilijkheden.
Waar kom je eigenlijk vandaan?”

Jonathan gaf schielijk antwoord: “Ik ken die vrouw niet eens en ik wil helemaal geen moeilijkheden veroorzaken, meneer. U zult wel gelijk hebben. Nou, ik moet weer verder.”

Na dat gezegd te hebben ging Jonathan snel de weg terug waarlangs hij gekomen was. Zijn eerste ontmoeting met de bewoners van het eiland had hem erg zenuwachtig gemaakt.
—————————————
Brainstormen
• Wat is het doel van arbeid?
• Zijn arbeidsbesparende vernieuwingen goed of slecht?
• Waarom?
• Wie worden erdoor geraakt?
• Hoe kunnen dergelijke vernieuwingen worden tegengehouden?
• Wat zijn enkele voorbeelden van dit gedrag?
• Is het niet goed voor mensen om van werk te veranderen?
• Welke ethische kwesties zijn bij het gebruik van geweld betrokken?

 Commentaar
Eén van de mythen over productiviteit is dat arbeidsbesparende machines, computers en robots werkeloosheid en armoede veroorzaken. Deze theorie lijkt alleen maar geloofwaardig, omdat er naar de banen die verloren zijn gegaan wordt gekeken, maar de banen die door de nieuwe uitvindingen worden gecreëerd, worden nog niet gezien.

Zonder de vrijheid om te vernieuwen en winst te maken, zou er geen vooruitgang bestaan. Stel je eens voor hoe we zouden leven zonder de vernieuwing van het wiel, of, zoals in dit hoofdstuk, de bijl.
De reden voor deze verwarring over arbeidsbesparende automatisering is dat er minder arbeiders nodig zijn wanneer nieuwe machines product X produceren.
Mensen vergeten dat het geld dat op de lonen van overbodig personeel bespaard wordt door consumenten gebruikt wordt om meer van product X, Y of Z te kopen, tegen lagere prijzen.

Arbeiders die geleerd hebben om deze nieuwe machines te bedienen en de fabrikanten van de nieuwe machines hebben allemaal hogere inkomens om meer producten tegen lagere prijzen aan te schaffen.
In het begin kan er in bepaalde sectoren een tijdelijke werkeloosheid ontstaan wanneer consumenten, producenten en werknemers zich aan de nieuwe vraag aanpassen. Veel meer werknemers raken uiteindelijk aan het werk in een grotere verscheidenheid aan banen, die van een grotere verscheidenheid aan talenten gebruik maken.
Hoewel sommige mensen van verandering ondersteboven zullen raken, is verandering de prijs van de verbetering van een hogere levensstandaard voor iedereen.

De enige manier om dit proces te vertragen tot een bijna-stilstand, want het kan nooit helemaal gestopt worden, is dat mensen naar de overheid stappen en om wetten vragen die het gebruik van nieuwe innovatieve hulpmiddelen verbieden.

Hoe hebben we de overgang van het gebruik van hout naar steenkool  gemaakt en van steenkool naar olie, van olie naar aardgas?
Hoe hebben we in hemelsnaam die overgang gemaakt zonder de Federal Energy Agency?
Milton Friedman 1978

Succes en mislukking zijn allebei noodzakelijke prikkels om te leren en te groeien.
Uit Jonathans Principes

Achtergrond
Het onderwerp van patenten is een interessante discussie.
Daniel Drawbaugh, uitvinder van veel fascinerende apparaten − van een muntensorteerder tot een klok met een magnetisch gestuurde slinger −beweerde dat hij de uitvinder van de eerste telefoon was, tien jaar voordat Alexander Graham Bell dat deed.
Sommigen beweren dat de kosten van een patent te hoog waren voor zijn magere inkomen.
Bell patenteerde echter een telefoonapparaat en was daardoor in staat om Drawbaugh en 600 anderen tegen te houden om vergelijkbare apparaten te gebruiken vanwege de rechtszaken tegen patentbreuk.
Of Bell nu wel of niet de enige en oorspronkelijke uitvinder van de telefoon was, hij was wel een echte wetenschapper, in tegenstelling tot George Selden, die in een later hoofdstuk van dit boek optreedt.

Verwijzingen
In The American Job Machine (uitg. Cato Inst. 1988) zegt Richard B. McKenzie: “Het creëren van banen is makkelijk − verban gewoon de landbouwmachines.
Als de gezondheid van een economie afgemeten zou worden aan het aantal banen dat de burgers hebben, dan zou China de sterkste economie ter wereld hebben.”

Meer artikelen over deze en andere kwesties kunnen op de research-site van het Cato Institute gevonden worden: www.cato.org

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Cultuur, Economie, Overheid, Politiek, Rechten, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. arvr schreef op : 1

    Omdat dit hele onderwerp dreigt te vervallen in desinteresse kondig ik hierbij aan dat ik erbij ga zijn. Dus eenieder die de kans wil grijpen om de verbale degens te kruizen met een van de meest eigenwijze libertariers op dit forum: Dit is je kans.

    Aan de andere kant, dit gaat om een kinderboek. Maar hallo! Wat wil je dat jouw kinderen lezen? De verzamelde sprookjes van Dr. Marx?

    Hub Jongen [2] reageerde op deze reactie.

  2. Hub Jongen schreef op : 2
    Hub Jongen

    @arvr [1]:
    “. . . dit gaat om een kinderboek ”
    J, maar met zoveel wijsheid dat zelfs economie-leraren er gebruik van maken.
    Voor veel ouderen is het dan ook bijzonder leerzaam.