zondag, 16 juni 2013
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Neo-Keynesiaans dogmatisme

In het bijgaande artikel beschrijft Anthony Sutton de dogma´s van het Keynesianisme, in feite moet dit gewoon neo-Keynesianisme heten, want Keynes vertelde in zijn boek dat schuld kon worden gemaakt in slechte tijden, maar in goede tijden moest het worden afgelost. Neo-Keynesianen daarentegen vinden dat er altijd schuld moet worden gemaakt. Met als gevolg dat we nu zo´n ellende hebben met de wereldcrisis en de eurocrisis in het bijzonder.

Keynesianism

We zitten met een dogmatisme, om de woorden van Sutton te gebruiken, dat ons allen in de houdgreep houdt. De eurocrisis is puur en alleen veroorzaakt door de slechte rationale en opbouw van deze muntunie en het krampachtige vasthouden daaraan. Politici, collectivistische en corporatistische economen, alsmede vele financiële journalisten houden vast aan een fantasie en dat is dat men de crisis kan oplossen door nog meer schuld te maken, geld te drukken en rentestanden te verlagen.

Meer schuld maken betekent eenvoudigweg dat we de kuil nog dieper graven zodat we nog meer Kwantitieve Verruimingmoeten afbetalen in aflossing alsmede rente. Geld drukken (kwantitatieve verruiming) betekent hogere inflatie van primaire producten, dus een afkalving van het besteedbare inkomen, ergo continu verarming, welke vooral de lagere inkomens treffen. Als laatste worden dan de belastingen verhoogd, waarmee de de algemene inkomensachteruitgang wordt geconsolideerd. Rentestanden verlagen, zoals de promesse disconto zal ongetwijfeld leiden tot lagere euribor-, libor- en hypoteektarieven, maar niet leiden tot een economische groei, daar spaarders worden getroffen in hun inkomen.

Men zal in het laatste geval risico´s moeten nemen om het inkomen wat bij te spijkeren. We hebben dit kunnen zien aan de stijging van de beurzen de afgelopen jaren. Dit risico is enorm, omdat de onderliggende economie en de bedrijven behoorlijk slecht presteren in deze crisis, daar hun beprijzingsmacht is weggeëbt. De beursvolumes zijn zeer laag te noemen, wat niet duidt op een opleving, maar juist op een markthoogtepunt bij een stijgende beurs. Verdere stijgingen zijn uiterst dubieus te noemen, waardoor een volgende beurskrach tot grote problemen gaat leiden, omdat de particuliere vermogens opnieuw worden aangetast.

In een ander artikel bespreekt de Australische hoogleraar Oostenrijkse Schooleconomie shostakFrank Shostak uitvoerig de mythe van de liquiditeitsval, waarover vaak wordt gesproken in de financiële wereld. Kort gezegd stelde J.M. Keynes dat de liquiditeitsval een probleem is als mensen niet willen spenderen en de rente zo laag wordt dat de ruimte om te stimuleren door de overheid wegvalt om consumenten te bewegen meer te consumeren. Het ´rentewapen´ en de macht van de centrale bank voor dit stimuleringsbeleid is dan weggevallen.

Keynes vroeg zich helaas niet af of zijn oorspronkelijke beleid van continu renteverlagingen, schuldophoping en geld drukken juist zorg droeg voor deze situatie, maar ging door op de ingeslagen doodlopende weg van `stimulering` en vervolgens de schuld gaf aan de consumenten om te willen sparen in plaats van te consumeren.

In een normale economie, die Oostenrijkse Schoolexperts voorstellen, is de feitelijke kunstmatige stimulering de oorsprong van alle economische ellende. Shostak zegt ook dat geld of monetaire stimulering niet zorgt voor economische voorspoed. Geld is gewoon een betaal- en waardeopslagmiddel, meer niet. Nogmaals het blijft een middel en geen doel. De manier waarop Saygeld wordt verdiend, is juist de onderliggende productie. De 19e eeuwse Franse klassieke econoom Jean Baptiste Say vertelde het heel erg duidelijk en dat is dat productie altijd wordt betaald met productie en nooit met consumptie. Het overdrachtsmiddel is geld, maar geld kan alleen worden verdiend door productie te leveren. Consumptie zonder voorafgaande productie leidt automatisch tot verarming en economische neergang.

Om te zeggen, zoals Keynes en zijn nazaten beweren, dat consumptie moet worden ´gestimuleerd´ is in feite zeggen we wakkeren de consumptie aan zonder dat daar productie tegenover staat. Deze economen hoopten dat de consumptie de productie zou aanjagen, maar in vele gevallen is dat niet gebeurd of week de productie uit naar het buitenland, met name naar China en de rest van Oost-Azië. Zodoende is het productiequotum van het Nederlandse BBP gedaald van 23% in de jaren 70 tot nauwelijks 13% nu. Allemaal door middel van het neo-Keynesiaanse beleid te volgen van kunstmatige stimulering van de consumptie. Dat geeft te denken nietwaar, hoe deze onzin nog steeds wordt verkondigd door economen als Alfred KleinknechtFlip de KamWim Boonstra en Sylvester Eijffinger, om maar een paar te noemen. Als enige Nederlandse econoom is Sweder van Wijnbergen er inmiddels van overtuigd dat ´stimulering´ niets zou uithalen. Hierin geef ik hem groot gelijk, alleen is het wel weer jammer dat Van Wijnbergen niets van de functie van goud of de goudstandaard heeft begrepen, daar hij vindt dat al het goud maar moet worden verkocht, omdat we toch geld hebben als vertrouwensmiddel, zoals hij recentelijk oreerde op BNR Radio.

Voor de goede orde en ter informatie voor de heer Van Wijnbergen en gelijkgestemden is de volgende uitleg uitermate essentieel om de functie van goud te kunnen begrijpen. Goud en zilver zijn namelijk de enige monetaire middelen die voldoen aan alle drie de eisen, waaraan geld als middel dient te voldoen om de economie een solide fundering te bezorgen. We weten allemaal hoe onbetrouwbaar overheden kunnen zijn, omdat deze door politici worden bestuurd en niet door de volkeren zelf. Dat is overigens het euvel van de vertegenwoordigende in plaats van de directe democratie, maar dat even terzijde..

De drie eisen, waar ik op doel zijn ruilmiddel, waardeopslagmiddel en schuldliquidatiemiddel (er is nog een vierde, het zogenoemde rentearbitragemiddel, maar die laat ik voor deze keer even buiten beschouwing).

De dollar, yen, euro, yuan, peso of zloty zijn geen waardeopslagmiddelen, omdat de centrale banken deze munten verwateren via hun inflatoire beleid, deze zijn ook geen schuldliquidatiemiddelen, omdat de valuta feitelijk een vordering zijn op het goud in de respectievelijke centrale banken. Dit goud blijft in de kluizen liggen en er worden eenvoudigweg nieuwe briefjes uitgegeven als schuldbekentenissen.

Blijft over het ruilmiddel, waarmee particulieren en bedrijven handel met elkaar kunnen drijven, Greenspanmaar van enige veilige fundering is natuurlijk geen sprake, het blijft papier, wat dagelijks haar overgebleven waarde verder verliest. In de laatste 40 jaar heeft de gulden cq. euro meer dan driekwart van haar waarde verloren. Alan Greenspan gaf in een door hem geschreven essay in 1966 aan, dat goud essentieel is om de waarde van arbeid en productie te kunnen waarborgen, hieronder een belangrijke conclusie van zijn relaas:

,,In the absence of the gold standard, there is no way to protect savings from confiscation through inflation There is no safe store of value. If there were, the government would have to make its holding illegal, as was done in the case of gold. If everyone decided, for example, to convert all his bank deposits to silver or copper or any other good, and thereafter declined to accept checks as payment for goods, bank deposits would lose their purchasing power and government-created bank credit would be worthless as a claim on goods. The financial policy of the welfare state requires that there be no way for the owners of wealth to protect themselves“.

Ik zou willen afsluiten met het aloude citaat van wie het goud heeft bepaalt de regels.

Dit artikel is reeds eerder verschenen in het 5 Minuten Nieuws 

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie, Overheid, Politiek
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. arvr schreef op : 1

    Omdat goed geschreven en volledig correcte artikelen meestal weinig reacties ontlokken doe ik dat dan maar. Bij deze.

  2. Jelle schreef op : 2

    Albert, banken varen wel bij het continu creëren van krediet. Overheden en alle bedrijven, instituten, beroepsgroepen, beleggers en adviseurs varen wel bij de kredietexpansie. Media bevestigen dagelijks dat we op de goede weg zijn. Burgers denken dat al deze partijen alles doen om de welvaart te verhogen. En dat we nog even moeten volhouden zodat alles weer normaal wordt en we verder kunnen gaan op het pad naar groei en meer welvaart. Waar zit dan de voor iedereen de reden om niet te geloven?