donderdag, 29 augustus 2013
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Piep zei de motormuis

Politie_PB1Het regende die middag. Niet een drupje hier en een spettertje daar. Nee, een heuse wolkbreuk. Als een soort duikbootkapitein loodste ik mijn Golfje door de golven. De ruitenwissertjes dweilden met de kraan open. Moedig stroopten ze razendsnel de voorruit af om mij zo een glimp te gunnen van de omgeving. Sommige medespelers hadden een extra handicap bedacht door geen verlichting te voeren. Tja, waarom zouden ze ook? De straatverlichting was immers nog niet aan. Zij hielden zich dus keurig aan de regels. Met hun gebrek aan meetbare intelligentie was dat waarschijnlijk het hoogst haalbare.

Na het oranje verkeerslicht volgde een leeg stuk rechte weg zonder zijstraten, gewoonlijk een plek om even de rechtervoet te strekken. In deze waterige omstandigheden echter leek het daar geldende maximum van 50 km/u voor het eerst niet helemaal stupide. Helaas, met de teller net onder de 60 stevende ik mij van geen kwaad bewust toch af op alweer wat liefs uit Leeuwarden.

In mijn spiegel zag ik in rap tempo één koplamp naderen. Het bleek een motoragent. Haast had hij niet, want hij bleef achter mij hangen. Zekerheidshalve bracht ik de teller terug naar 53. Naarstig bedacht of ik nog andere overtredingen aan het plegen was. Gordel aan, telefoon netjes in de carkit, autopapieren paraat, apk verlengd, richting aangegeven, ruiten ontwasemd, tanden gepoetst, veters gestrikt: naar mijn beste weten was nu alles in orde.

Stopteken. De motormuis parkeerde zijn brommer en meldde zich druipend aan het rechterportier. Heel slim: juist aan de zijde waar de slagregen vandaan kwam. Gehurkt nam hij plaats in de deuropening en toverde zo mijn interieur om tot zwembad. Ik stak maar meteen zelf van wal: dat het wel erg kinderachtig was om mij voor die paar kilometertjes aan de kant te zetten en of hij echt niks beters te doen had. Ja, dat had hij: hij ging mij namelijk bekeuren voor het rijden door rood.

Verbazing. Gelukkig was mijn betoog ook daarvoor bruikbaar. Nogmaals dus de vraag of hij niks beters te doen had, bijvoorbeeld die onnozele halsjes uitleggen dat ze zonder verlichting slechts op de tast zichtbaar waren. En of hij wellicht blind was: het was immers oranje, geen rood.

Welles, nietes, welles, nietes, rood, oranje, net wel, net niet, wat een weertje trouwens hè, zit je lekker? Er volgde een tijdje geen volzin van betekenis. Toen was ik het zat. Ik zal je leren mij lastig te vallen met dit geneuzel en daarbij ook nog mijn bekleding te bevochtigen, dacht ik. Ik had al opgemerkt dat hij zich nogal ingewikkeld gekleed had: onder zijn regenpak droeg hij een leren politiejack, een spijkerjack en een koltrui, en wie weet wat nog meer.

Gokje… “mag ik uw legitimatie even zien”, vroeg ik. Stilte. Of ik zijn hoedanigheid van politieagent in twijfel trok, was de verbaasde wedervraag. “Ja”, antwoordde ik met een beginnende twinkeling in mijn ogen. Maar hij had toch politiekleren en een heuse politiemotor? Kan wel zijn, hij had geen snor. “Ik wil uw legitimatie zien”, hield ik dus vol. Het bleek dat die zich bevond in zijn achterzak, ver weg verstopt onder holster, regen- en politiepak.

Goed gegokt, dus doorgaan. Of we het vandaag nog gingen meemaken, was de volgende vraag die ik korzelig vanuit mijn comfortabel droge bestuurdersstoel op hem afvuurde. “Jamaar… dan moet ik me bijna helemaal uitkleden, en dat in dit weer”, stamelde hij bedremmeld. “Ja, da’s mooi klote inderdaad. Maar eh… nu graag”, zeurde ik fijntjes verder. Hij bleef echter “nee” piepen, ook toen ik hem informeerde dat die weigering grief 1 van mijn beroepschrift zou opleveren.

In de rechtzaak die volgde jammerde hij als verweer dat het onverantwoord was om op de openbare weg zijn dienstwapen af te doen. Ik schrok daar wel van: ik had daar argeloos mijn hele jeugd ongewapend doorgebracht. Bovendien had ik altijd het idee dat Wassenaar-zuid best een nette buurt was. Maar onze geüniformeerde held durfde daar zelfs niet even zijn pistooltje los te koppelen. Ik wist nog wel een leuk danslokaal voor heren als hij, die erg hechten aan uniformen en voorgebonden hulpstukken. Maar de rechter accepteerde zijn flauwekul en stelde mij in het ongelijk. Ach, misschien ook wel terecht. Maar de herinnering aan ’s-mans beteuterde sippe snuitje is onbetaalbaar.

Dit is een artikel dat eerder is verschenen bij de Zwarte Kip. Naast vaak hilarische stukjes aangaande de interactie met de sterke arm (doe er uw voordeel mee!) vindt u hier ook gratis advies hoe met een Mulderboete om te gaan.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. deZotVanZwammerTotKletsMajoor schreef op : 1

    had je niet beter kunnen vragen waarom het verkeerslicht brandde en niet uit was net zoals de auto’s die je voorbij reed , het was toch nog niet donker.

  2. MMAP schreef op : 2
    Nominator

    Sterk (té sterk?) verhaaltje. Wel leuk.

    Maar een rechter die het niet tonen van politie-legitimatie door de vingers ziet, getuigt van de rotheid van het systeem. De ene immorele houdt de andere de hand boven het hoofd.

    Tip: volgende keer de situatie filmen indien smartphone in bezit. In je eigen auto mag je tenslotte filmen wat je wilt, nietwaar?

  3. willem schreef op : 3

    Het is een grote kliek rechters officieren van justitie en advocaten.een groep die alles met elkaar overlegt komt men rechters te kort dan belt men een advocatenkantoor op die dan de benodigde rechters levert, rechters en officieren van justitie zitten in de rechtzaal aan een tafel, die kennen elkaar heel goed en die zullen elkaar beslist niet tegen werken.
    Als rechters en officieren kwalitatief goed waren dan waren ze wel advocaat geworden.

    Igor [4] reageerde op deze reactie.

  4. Igor schreef op : 4

    @willem [3]:
    Willem, Willem H? 😀