zondag, 19 januari 2014
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Economische Crisis: De politici hebben ons verraden en verkocht.

END is NearDat is de conclusie die getrokken mag worden na 5 jaren crisisbeleid en bankenreddingen ten koste van veel belastinggeld.

Duizenden miljarden euro´s zijn over de banken en de economie uitgestrooid, maar het aantal faillissementen is tot recordhoogte gestegen, de werkloosheid stijgt verder, de gewone burgers hebben steeds minder te besteden door lastenverzwaringen en stijgende prijzen voor voedsel en energie, terwijl pensioenen en spaargelden verdampen en de wereldwijde schuldenberg groter is dan de laatste tweehonderd jaar ooit het geval is geweest.

Met als belangrijkste resultaat dat de aandelenkoersen niet meer in verhouding staan tot de reële economie omdat de beurzen zwaar overgewaardeerd zijn door stijgende koersen als gevolg van de enorme instroom van goedkoop geld.

De banken en de daarmee verbonden hedge-funds krijgen ten koste van de spaarders bijna gratis geld van de Centrale banken zoals de ECB.

En omdat de rente zo laag staat zoeken de beheerders van dit geld naar andere wegen om nog meer geld te verdienen, waarbij ze automatisch bij staatsobligaties en aandelen terecht komen.

Reden waarom de 300 rijkste mensen in de wereld in 2013 gezamenlijk 381 miljard rijker werden, terwijl de steeds verder uitgeknepen burgers netto alleen maar minder te besteden kregen.

Het beleid van de verschillende overheden en de EU om de crisis te bestrijden en de inzakkende economie weer vlot te trekken is daarmee totaal mislukt.

Een mislukking waar de burgers in de nabije toekomst zwaar voor zullen moeten boeten.

Het onbeperkt ´drukken´ van geld heeft de crisis en de werkloosheid niet opgelost, heeft de gewone burgers niets opgeleverd maar zowel onze toekomst als die van onze kinderen met onbetaalbare schulden opgezadeld.

Voor de duidelijkheid twee begrippen nader verklaard:  Rente en staatsschuld.

Rente is de prijs van geld.

Staat de ECB-rente met 0,25 % bijna op nul, dan is ons uit het niets gecreëerde  geld kennelijk niet veel meer waard.

Om de schijn van een succesvol EU-beleid op te houden wordt u op gemanipuleerde werkeloosheid- en inflatiecijfers getrakteerd en wordt de goudprijs middels handel met papieren goud kunstmatig laag gehouden.

Een te hoge goudprijs geeft immers aan dat uw geld in waarde vermindert en dat mag u niet weten.

Consequentie daarvan is dat al het fysieke goud nu naar het Verre- en Midden-Oosten verdwijnt terwijl de westerse burgers opgescheept worden met waardeloze goudcertificaten die zelfs door de grote Nederlandse banken niet meer worden ingewisseld tegen echt goud.

Hierdoor worden de westerse burgers beroofd van een belangrijke mogelijkheid hun geld veilig te stellen, hetgeen na de onvermijdelijke financiële crash pas echt duidelijk zal worden.

 

Het feit dat de rente door een paar bankiers wordt vastgesteld geeft aan dat we geen vrije markteconomie meer hebben maar we steeds sneller richting een geleide economie zoals destijds in de Sovjet Unie worden gestuurd door niet alleen de  Europese maar ook door onze eigen politici.

Centrale banken en de politiek hebben samen de geldmarkt overgenomen omdat deze in het normale economische verkeer niet goed meer functioneerde, waarbij tegelijkertijd de rentefactor die geldschepping en geldverstrekking zou moeten corrigeren buiten werking werd gesteld.

Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan het redden van de overheden en de banken.

Twee partijen die onderling in een incestueus te noemen financiële verhouding zijn verwikkeld en geen enkel oog meer hebben voor de belangen van het land en de toekomst van haar burgers.

De enorme geldvloed komt alleen degenen met geld en de overheden ten goede, terwijl de gewone burgers uitgeknepen worden om meer staatsinkomsten te genereren waardoor de factor consumptie als motor voor de economie steeds verder terugvalt.

Het resultaat is dat de staatsschuld steeds groter wordt en banken hun geld liever risicovrij in staatsobligaties steken waardoor bedrijven en burgers niet voldoende krediet krijgen.

Zo houden banken en overheden elkaar over en weer in leven!

Staatschuld is niets anders dan de belofte van door u gekozen politici aan de banken om dat geld bovenop de bestaande belastingen uit de burgers te persen. (Nederland heeft € 451 miljard schuld!)

Want de overheid zelf heeft geen geld meer en de meeste staatseigendommen zijn  al verkwanseld.

Veel mensen denken dat ze een eigen huis of een bedrijfje hebben, maar dat is fictie.

Bijna alles, van huizen en bedrijven tot aan zo´n 70 % van de auto´s die in ons land rondrijden, is eigendom van de banken en dus van een kleine groep mensen.

Zolang de laatste termijn of zelfs de laatste honderd euro schuld op uw huis of uw auto niet afbetaald is blijft de bank eigenaar van datzelfde huis en diezelfde auto.

Uw eigen huis is feitelijk slechts schijn, niet meer dan een illusie waar levenslang voor gewerkt moet worden om de banken te bedienen.

Nuchter gesteld kan gerust gezegd worden: Banken hebben bijna alles en u heeft bijna niets!!!

En dat merkt u zodra u werkloos raakt door een van de vele faillissementen.

Vroeger kon een huisvader zijn gezin onderhouden van zijn slaris, daarna moest zijn vrouw ook een baan zoeken om rond te komen en nu is rondkomen van twee inkomens zelfs al moeilijk geworden.

De rek is eruit voor veel gezinnen, de middenklasse wordt in hoog tempo de nek omgedraaid.

Volgens het SCP leven er in ons land in 2014 ruim 1 miljoen gezinnen onder armoedegrens, inclusief, 384.000 kinderen. Het gemiddelde gezin telt 3 personen dus leven er 3 miljoen armen in ons land.

De 150 voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan, terwijl 1.200 kinderen op straat leven.

Feitelijk een misselijk makende balans die grotendeels op conto komt van politici die u iedere 4 jaar opnieuw mag kiezen op basis van onbetaalbare en loze beloftes die ook meteen gebroken worden.

Politici die blijven pappen en nathouden in de hoop dat het wonder van economisch herstel bewaarheid zal worden en zich ondertussen verschuilen achter een door de meerderheid afgewezen verenigd Europa dat ons zal gaan redden als we maar meer macht overdragen aan Brussel.

Een dictatuur in wording die zijn eigen leiders in besloten kring kiest en een voor de burgers rampzalig beleid voert dat hele bevolkingen aan de bedelstaf zal brengen.

Iets om over na te denken als u in mei mag gaan stemmen op de schijndemocratie die EU heet.

       S.R.L. Lancee (schrijver/ analist).                                                                         Economische Crisis Deel XIV                18 januari 2014.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Belastingen, Economie, EU, Overheid, Politiek, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Rene schreef op : 2

    Monetair imperialisme – het grote geldscheppingspel

    www.unitynet.nl

    Ook interessant om te lezen! @mario; om even in te haken op wie de dienst uitmaakt in de wereld! Politici zijn niets meer dan marionetten!

  2. jhon schreef op : 3

    BIS bank een vis begint te rotten bij de kop !
    stopdebankiers.nl

  3. John schreef op : 4

    Zouden politici écht zo stom zijn? Ik kan het niet geloven. Zelfs wij, als eenvoudige burgers begrijpen waarom het fout gaat, en waarom het niet meer goedkomt. En dan zouden zij het niet snappen? Over alles wat er gebeurt is heel lang nagedacht. Het is allemaal decennia geleden allemaal zo gepland, door lui die erger zijn dan Hitler, Stalin, Mao, Mussolini, en allemaal dat soort gasten bij elkaar. Dat is de enige conclusie die ik kan trekken. Laat je niet door hun gladde praatjes, en hun schaterlach, om de tuin leiden. Geloof ook maar niet dat zij een keer tot inkeer komen. Het gaat juist helemaal volgens hun plan.

  4. Jan Snijder schreef op : 6

    Ook de moeite waard om eens te overwegen, stop de misstanden in de zorg en help mee.

    www.facebook.com

    Binnenkort DÉ PETITIE ONLINE !! teken en help mee, samen staan we sterk

  5. j schreef op : 7

    Conclusie ,vroeger is er al over geschreven maar nu is de tijd om als volk deze gang van zaken voor eeuwig en altijd te stoppen wil men niet NOG langer de dienaar blijven van een Elite.
    Men moet de hand ook in eigen boezem steken men heeft zich bewust of onbewust (onwetendheid / stupiditeit/opvoeding) tot dit punt laten leiden. De eerste stap is een blok vormen door en met het volk, stelling nemen zonder discussie een totale vernieuwing moet er komen van het hele politieke systeem ,lijsten opstellen met punten zo gaat het gebeuren en de rest is afgelopen (over en uit)tapijtvegers worden uitgebannen. Politiek is voor de mensen te dienen en niet andersom, dictaten en regelzucht en vooral lange vingers in de portemonnee is een systeem waar niemand meer op zit te wachten. Let wel het is opletten geblazen want Chaos( het instorten van onze verworvenheden) die behoren eerst veilig gesteld ,dat zijn ONZE verworvenheden die hebben wij betaald. Het is zaak de juiste mensen te mobiliseren om dit volksverraad voor klasse gewin de nek om te draaien. Men zou dan moeten denken aan mensen zoals Nigel Farage deze man is wat mij betreft de opstap naar een nieuw Politiek systeem .Hij zou veel meer aandacht moeten krijgen vanuit de Media ,ik denk dat de wereld beter verdiend , de leugenaars uit het verleden cq heden moeten tot het verleden gaan behoren het is een selecte groep die ontmaskerd dient te worden.

    Hadjememaar [9] reageerde op deze reactie.

  6. Ad van Kụik schreef op : 8

    reactie op J 20/01/14 om 12 uur/

    REDACTIE VRIJSPREKER. Dit artikel had ik kunnen plaatsen,maar heb dit reeds verwerkt in het programma van de NIET POLITIEKE NEUTRALE VOLKS BEWEGING, “DE OMWENTELING” Wat J schrjft is de beweegreden van de oprichting van de volksbeweging. Wij wachten op de verkiezingen na de val van Rutte/Samson.
    Dat ik opzoek ben van mensen zoals J,moge duidelijk zijn.
    Deze hartekreet geeft mijn verzoek aan de redactie weer.
    Geef J mijn emailadres zo hij indien hij dit zou willen contact kan opnemen met mij.
    Dit verzoek behoeft niet geplaats te worden. Met vriendelijke groet Ad van Kuijk.

  7. Hadjememaar schreef op : 9

    @j [7]:

    Gevaarlijk hoor,de mensen,die werkelijk verandering konden brengen,zoals Kennedy,Rabin en Fortuyn leven niet meer,de nomenclatura zal zich niet zonder bloedvergieten de macht laten ontnemen,bovendien zijn zij juridisch enorm in de fout gegaan,zodat hen bij onttroning ook de onafhankelijke Rechter wacht.

  8. harry schreef op : 10

    @Mario8282 [1]: De Federal Reserve is een commerciele prive bank net als de ECB en het IMF met andere commerciele prive banken als aandeelhouder, de BIS maakt vanachter de schermen zo ongeveer de dienst uit.

  9. Mario8282 schreef op : 11

    @harry
    Ken je het verschil niet tussen de Fed en de rest? De Fed is LOLR (Lender Of Last Resort – kan geld naar eigen dunk maken met de computer zonder dekking, zonder controle van geen enkele overheidsinstantie en dat geld kunnen ze uitlenen aan wie ze willen of daarmee kopen wat ze willen), de ECB niet, het IMF niet, de BIS ook niet.

    Ik heb eigen onderzoek gedaan:

    Eurozone monetaire kolonie van de Federal Reserve

    mario828282.wordpress.com

  10. Ginyu schreef op : 12

    Dat is de conclusie na 5 jaar?? Goh, dat doen ze toch al sinds mensenheugnis? Mijn vraag is: zullen mensen tot het einde der tijden stug door blijven stemmen op één van de vier, vijf partijen, zoals ze dat nog altijd gedaan hebben, iedere keer opnieuw in de verwachting dat het deze keer anders zou zijn?
    Ik zou er niet van staan te kijken zo ja.

  11. Matthieu Schriek schreef op : 13

    artikel uit interessante site: Geheimen van geld, rente en inflatie

    Rudo de Ruijter,
    Onafhankelijk onderzoeker,
    Nederland

    Geld speelt een grote rol in ons leven. Ook in de maatschappij wordt bijna alles door geld bepaald. Vreemd genoeg zijn er maar weinig mensen, die de goocheltrucs kennen, waarmee het geld ontstaat en weer verdwijnt. De meeste mensen zien wel, dat het geld telkens minder waard wordt en dat alles duurder wordt, maar weten niet, dat dit in eerste instantie door het geldsysteem zelf veroorzaakt wordt. Ook het eeuwige najagen van economische groei en de almaar oplopende werkdruk in geïndustrialiseerde landen worden door het geldsysteem bepaald. Geld kan ook dienen voor onderdrukking, bijvoorbeeld van Derde Wereldlanden, of aanleiding zijn voor oorlogen, zoals die tegen Irak. Wilt u een kleine rondgang achter de schermen? Welkom in het circus van de geld-goochelaars!

    Inhoud:

    1.Geld maken
    2.Permanente inflatie
    3.Centrale banken hebben inflatie nodig
    4.Grillen van de geldmassa
    5.De oorlog tegen Irak
    6.Onderdrukking van Derde Wereld-landen
    7.Het wapen van China
    8.Inflatie en economische groei
    9.Verdere groei of een duurzame maatschappij?

    1. Geld maken

    Ruilen, een basis behoefte

    Mensen hebben elkaars producten en diensten nodig. Ze gebruiken geld om met elkaar te ruilen. Natuurlijk zou het fijn zijn, als geld een eerlijk ruilmiddel zou zijn. Maar dat is niet het geval. Geld wordt telkens minder waard.

    Geld is niet van de staat

    De meeste mensen denken nog steeds, dat geld door de staat gemaakt wordt. De meeste regeringen hebben echter weinig of niets te zeggen over de geldvoorziening in hun land. Die macht is overgenomen door de banken. Zij hebben dit ruilmiddel veranderd in een lucratieve manier om door middel van rente een permanente belasting van het volk te heffen. Bankiers innen rente over bijna al het geld op de hele wereld.

    Geld wordt door commerciële banken gemaakt

    Bankiers hebben nu wereldwijd een geldsysteem, dat gebaseerd is op geld maken uit gebakken lucht. Bijna al het geld op bankrekeningen bestaat uit gebakken lucht. Er is slechts een minieme hoeveelheid echt geld in omloop. Hoe zit dat?

    Bankieren is boekhouden

    Telkens wanneer een bankier een lening verstrekt, dan verstrekt hij in feite geen geld, maar een tegoed. De lening bestaat uit niets anders dan getalletjes in de boekhouding van de bankier. Stel dat jij een lening wilt van jouw bank, Bank Blut. Aan de ene kant schrijft de bankier dat hij 250.000 euro van jou tegoed heeft en aan de andere kant dat jij nu een tegoed van 250.000 euro van hem hebt. Die zie je op je rekening verschijnen. Die kun je uitgeven. Huisje kopen? Okay, huisje kopen.

    Stel dat je een cheque uitschrijft aan de verkoper van het huis. Die brengt die cheque naar zijn bank, de Roodschildbank. Die wil die cheque nu inwisselen bij jouw bank, tegen echt geld wel te verstaan. Roodschild weet hoe zijn collega de getalletjes uit de hoed getoverd heeft en neemt geen genoegen met gebakken lucht.

    Nu moet Bank Blut dus met echt geld over de brug komen. Maar, in de praktijk blijkt dat meestal niet nodig. Roodschild verstrekt namelijk zelf ook doorlopend leningen. En een deel van die leningen worden weer uitgegeven aan klanten van Bank Blut. Dus wat er gebeurt, is dat Roodschild zijn vordering van 250.000 op bank Blut uitwisselt tegen een vordering van 250.000 van Bank Blut op Roodschild.

    Betalingsverkeer

    Het hele betalingsverkeer gaat op dezelfde manier. Als jij een betaling doet aan iemand bij een andere bank, dan moet jouw bank dat aan de andere bank betalen. Maar nog dezelfde dag zullen er ook weer betalingen van klanten van de andere bank aan klanten bij jouw bank gedaan worden. Al die interbancaire betalingen worden gewoon tegen elkaar weggestreept.

    Wat de banken uiteindelijk aan elkaar betalen, dat zijn de kleine verschillen tussen de pakketten inkomende en uitgaande betalingen. Om die overboekingen te vergemakkelijken hebben alle banken een rekening bij de centrale bank. De bedragen op die rekeningen worden beschouwd als echt geld. (Desgewenst zouden de banken het totale bedrag op kunnen vragen in bankbiljetten, want de centrale bank is gemachtigd deze te drukken.)

    Bij de centrale bank geldt de regel dat alle banken ‘s avonds een positief saldo moeten hebben. Als een bankier te kort komt, omdat hij op een dag wat minder ontvangen dan betaald heeft, dan leent hij voor de nacht van zijn collega, die dan wat meer ontvangen dan betaald heeft. En als de collega’s elkaar niet vertouwen, zoals tijdens de kredietcrisis en nu weer sinds enkele maanden, dan kan de bankier voor een kwart procent meer van de centrale bank lenen.

    Het leningencarrousel

    Banken creëren wel meer geld, maar maken niet met een toverspreuk meer goederen om te kopen. Wanneer mensen meer geld hebben, maar er zijn nog steeds evenveel spullen om te kopen, dan gaan simpelweg de prijzen omhoog. Elke eenheid geld wordt minder waard. Dat heet inflatie.

    Dus, wanneer banken meer geld in omloop brengen, gaat de waarde van elke eenheid geld omlaag. En dat geldt ook voor de rente die zij innen. Wanneer zij tien keer zoveel leningen uitgeven en de geldhoeveelheid met 10 vermenigvuldigen, dan is de rente die zij innen ook 10 keer minder waard.

    Concurrentie verzekert inflatie

    De meeste landen hebben maar één officiële valuta, maar meerdere commerciële banken die het geld in omloop brengen. En ofschoon die banken samen niet echt veel wijzer worden van het opblazen van de geldhoeveelheid, doen ze dat toch. De enige reden daarvoor is de concurrentie tussen banken onderling. Ofschoon concurrentie gezond klinkt, wanneer het om gewone bedrijven gaat, betekent concurrentie tussen banken het zoveel mogelijk geld uitlenen, dus zoveel mogelijk geld maken en dus maximale inflatie.

    Voor elke bank is de concurrentie slechts een strijd om meer rente te innen en meer marktaandeel en winst te verkrijgen. De bank met de beste resultaten groeit sneller dan de andere en, na verloop van tijd, zal die zijn concurrenten op kunnen eten.

    De kloof tussen rijk en arm

    Niet iedereen kan het geld lenen dat hij wil. Wanneer banken geld uitlenen vragen zij een onderpand, dat ze in beslag kunnen nemen, wanneer de lener zijn betalingen niet verricht. Mensen met voldoende onderpand kunnen makkelijk lenen en investeren. Grote bedrijven betalen zelfs lagere rente. De eis van onderpand werkt als een permanente verbreding van de kloof tussen rijk en arm.

    Voor maatschappijen is dit een permanent sluipend gevaar. Omdat banken en niet regeringen over leningen beslissen, kunnen regeringen de sociale breuken slechts proberen te maskeren, maar zullen deze niet kunnen repareren of voorkomen.

    Leningen voor investeringen en consumptie

    Een effect van leningen dat leners maar al te goed kennen, is dat de hoofdsom met rente moet worden terugbetaald. De ondernemer die geld leent voor investeringen zal extra inkomsten moeten verkrijgen om de rente te betalen. Leningen voor investeringen zijn niet alleen een melkkoe voor bankiers, maar kunnen ook bijdragen aan meer economische activiteit. Het verstrekken van leningen voor investeringen zou het nut zijn van de banken voor de maatschappij.

    Daar tegenover, leningen voor consumptiegoederen dragen normaal gesproken niet bij aan meer consumptie. Het is waar, dat dank zij consumentenkrediet de aankoop van een artikel eerder plaats vindt. Dit voordeel wordt echter teniet gedaan door een langere periode van verminderde koopkracht van die consument. De consument moet niet alleen geld verdienen voor het bedrag van zijn aankoop, maar ook voor de rente. Daarom zal hij minder consumptie goederen met zijn inkomen kunnen kopen. Wanneer de consument de rente aan de bank betaalt, zal slechts een gedeelte van deze rente loon van bankemployees worden en slechts een gedeelte van dat loon zal aan consumptiegoederen besteed worden. Krediet voor consumptiegoederen leidt dus eerder tot vermindering van de totale aankopen voor consumptiegoederen.

    Waar gaat het geld heen?

    Zodra de lener het geld van zijn lening uitgegeven heeft, is het tamelijk onvoorspelbaar welk gebruik de achtereenvolgende gebruikers van dat geld ermee doen. De een kan het verkrijgen door een auto aan de lener te verkopen, en het weer uitgeven als loon aan zijn personeel. De werknemer kan een gedeelte gebruiken voor de huur van zijn huis. In feite, zodra het geld op het grote speelveld van transacties belandt, kan het voor alle doeleinden dienen waar we geld voor gebruiken.

    Tijdens de looptijd van de lening, wordt het geld van bank naar bank overgeboekt, telkens wanneer een rekeninghouder een betaling verricht aan een rekeninghouder bij een andere bank. Voor dit doel houdt de centrale bank rekeningen van alle banken en voert die overboekingen uit.

    Soms is het praktischer om bankbiljetten en munten te gebruiken. Bij de bank of een geldautomaat kan men dan geld van zijn rekening opnemen. Wanneer het uitgegeven wordt, zal de ontvanger het weer naar zijn bank brengen en ziet hij het bedrag op zijn rekening verschijnen. Geld kan de vorm hebben van contant geld of van getalletjes op een bankrekening. Voor betalingen maakt het niet uit welke vorm het heeft.

    Waar eindigt het geld?

    Geld eindigt, wanneer de lener de hoofdsom aan de bank terugbetaalt. Op dat moment boekt de bank het geld van de lener’s betaalrekening naar de lener’s krediet rekening. De kredietrekening laat dan zien, dat de schuld van de lener verminderd is. Het geld kwam in omloop door een bedrag op de rekening van de lener in te typen en lost op door dat bedrag weer te verminderen.

    De lener moet ook rente aan de bank betalen. Die rente maakt geen deel uit van het geld dat de bank voor hem gecreëerd heeft. De lener moet er extra voor werken en moet het verkrijgen uit ander geld wat in omloop is. (Per definitie maakt dat andere geld deel uit van de pot van alle uitstaande leningen in het land op dat moment.) De rente die de bankier ontvangt verdwijnt niet. De bankier geeft dit geld weer uit. Het blijft dus in omloop.

    Dus, het leven van het geld eindigt, wanneer de lening eindigt. En als alle leningen terugbetaald zouden worden, zou er geen geld meer over zijn. Maar voor het ogenblik zijn er nog oceanen vol geld en over al dat geld innen de banken rente.

    Niet-bankiers versus bankiers

    In de maatschappij gaat het geld rond. Geld komt jouw kant op wanneer je dingen maakt of doet die anderen willen. Geld rolt de andere kant op als je dingen koopt of anderen voor je laat werken. Eventueel kun je wat sparen voor later. Bankiers doen het anders. Die nemen altijd simpelweg het geld van anderen en geven dat uit. Het is gebaseerd op het principe dat het geld van hun is, omdat zij het gecreëerd hebben. Zodoende vinden bankiers het logisch, dat zij huur mogen innen. Inderdaad, het Engelse woord voor huur is “rent”. Rente is niets anders dan huur. We huren het geld. En ofschoon iedereen het geld gebruikt, neemt de bank deze heffing altijd van de eerste gebruiker, de lener. We zullen verderop zien, hoe banken ook de andere gebruikers rente laten betalen.

    Banken kunnen niet als gewone ondernemingen beschouwd worden. Ze hebben zichzelf eigenaars van al het geld verklaard en laten de bevolking betalen om het te huren.

    Time-out

    Al het geld is tijdelijk. Leningen die aflopen moeten vervangen worden door nieuwe om geld in omloop te houden. Leningen starten op verschillende momenten en hebben verschillende looptijden. Vaak worden leningen maandelijks in gedeeltes terug betaald. Het betekent, dat elke hoeveelheid geld in omloop, zijn eigen “time-out” datum heeft, de datum waarop de lener terug moet betalen.

    De totale hoeveelheid geld in omloop bepaalt over hoeveel geld we beschikken voor onze transacties. Op de lange duur bepaalt deze hoeveelheid het prijsniveau van producten en diensten.

    Transacties

    Gedurende zijn looptijd is geld een middel voor transacties. Een transactie vindt plaats wanneer twee partijen dat interessant vinden. “A” vindt het geld wat hij krijgt interessanter en “B” vindt de tweedehands auto die hij koopt interessanter. Een ruil van eigendom vindt plaats. Nu heeft “A” het geld en “B” heeft de auto en beiden zijn tevreden.

    Transacties kunnen ook een betaling voor toegevoegde waarde bevatten. Wanneer een bakker brood maakt, voegt hij zijn werk toe aan de meel, de melk en het gist. Wanneer hij het brood verkoopt, is de transactie niet alleen een ruil van eigendom, maar ook een betaling van de toegevoegde waarde.

    Op zichzelf geeft het totale bedrag aan transacties in een land geen enkele indicatie over de toegevoegde waarde. Ook zegt het niets over de totale waarde van goederen en diensten die in het land geproduceerd worden.

    2. Permanente inflatie

    Wanneer de prijzen stijgen betekent dit, dat ons geld minder waard wordt. Die prijsinflatie kan in de loop der tijd heel uiteenlopend zijn. Veel economische theorieën bieden uitleg over de oorzaken. Maar deze theorieën leggen vooral prijsverhogingen en prijsverlagingen tussen de producten en diensten uit. Zij leggen niet uit waarom de inflatie permanent is. De permanente inflatie heeft een andere oorzaak. We zullen een vlot rondje door wat inflaties maken. Maar om te beginnen zullen we de verwarring tussen de Consumenten Prijs Index en inflatie uit de wereld helpen.

    Consumenten Prijs Index en Prijs Inflatie

    Prijsinflatie leidt tot ontevredenheid van de bevolking. Daarom gebruiken veel landen een Consumenten Prijs Index, die slechts een gedeelte van de gevolgen van de inflatie toont. [1], [2], [3] Dus, wanneer politici of ambtenaren het woord “inflatie” gebruiken, bedoelen ze meestal de wijzigingen in de Consumenten Prijs Index.

    De index is gebaseerd op een jaarlijkse prijsvergelijking van een mandje producten, dat een “gemiddelde” huishouding nodig zou hebben. De inhoud van het mandje varieert van land tot land en dat geldt ook voor de regels, waarmee de index berekend wordt. Het ene land zal de kosten van voeding, brandstof en huisvesting wel tellen, een ander land kan deze kosten er buiten laten. [4], [5] Sommige landen publiceren de soorten producten die ze in hun mandje hebben [6], maar de precieze producten blijven gewoonlijk geheim. Niettemin onthullen sommige statistiekbureaus enkele trucjes, die ze uithalen om flatterende indexcijfers te verkrijgen. Zo wijzigen ze bijvoorbeeld regelmatig de inhoud van het mandje. Producten die te duur worden gaan eruit en worden door goedkopere vervangen. Of, wanneer de prijs van producten niet stijgt, maar de kwaliteit verbetert, dan rekenen ze de kwaliteitsverbetering als een prijsverlaging. Op deze manier, voor de computer in het mandje, rekent het Nederlandse “Centraal Bureau voor Statistiek” (CBS) een prijsverlaging van 64 procent tussen 1998 en 2003! En hup, zo blijft de index lekker laag! [7]

    De inhoud van het mandje wordt dus regelmatig aangepast. De rechtvaardiging zou zijn, dat wanneer de prijzen omhoog gaan, de gemiddelde huishouding zijn inkopen ook aanpast. En wat betekent deze aanpassingspolitiek dan voor de index? Wel, omdat het gedefinieerde huishouden niet méér kan uitgeven dan zijn inkomen, zal de prijsstijging van het CPI-mandje automatisch beperkt blijven tot de stijging van het inkomen. Meer kan het gemiddelde huishouden immers niet betalen.

    Tenzij anders vermeld, wordt in dit artikel met “prijsinflatie” de echte stijging van prijzen in alle transacties bedoeld en niet één of andere CPI. En met “inflatie” wordt in dit artikel in eerste instantie de toename van de geldvoorraad bedoeld. we komen daar zo op terug.

    Toenemende kosten theorie

    Deze theorie zegt, dat toenemende kosten prijsinflatie veroorzaken, zoals hogere lonen, prijsstijging van geïmporteerde grondstoffen of toenemende belasting op consumptie, bijv. de BTW [8]

    Toenemende vraag theorie

    Deze theorie zegt, dat de prijzen omhoog gaan wanneer de vraag groter wordt dan het aanbod. [9] De toegenomen vraag kan veroorzaakt worden door exportactiviteiten, belasting verlagingen of toegenomen geldhoeveelheid. Variaties in de vraag kunnen ook voorkomen, wanneer consumenten de ene keer wat meer sparen en enige tijd later het geld weer uitgeven.

    Zelfvervullende verwachtingen

    De verwachting van inflatie veroorzaakt ook echte inflatie. Fabrikanten en handelaren hebben vaak prijslijsten, die een half jaar of een jaar geldig zijn. Zij moeten een percentage voor verwachte inflatie in hun prijzen berekenen. Dit verhoogt de prijzen onmiddellijk en draagt dus bij aan de echte inflatie. Hetzelfde geldt voor bankiers. Wanneer zij leningen verstrekken, voorzien ze, dat de rente die ze op termijn zullen ontvangen minder waard zal zijn. Ze berekenen daarom van te voren al een iets hogere rente. Deze extra rentekosten dragen bij aan de echte inflatie.

    Toename van de geldvoorraad

    Als toenemende-kosten-inflatie en/of toenemende-vraag-inflatie plaats zou vinden zonder toename van de geldvoorraad, dan zouden sommige prijzen stijgen en andere zouden dalen. We zien echter sommige prijzen harder stijgen dan andere, maar zelden prijzen die dalen. Dat komt, omdat in de loop van tijd de hoeveelheid geld in het land toeneemt door steeds meer uitstaande leningen. Dit wordt monetaire inflatie genoemd.

    Natuurlijk beïnvloedt dat de prijzen in transacties, maar nooit gelijkmatig. Praktisch, wanneer meer geld beschikbaar komt, creëert dit extra geld ruimte voor prijsstijgingen in elke achtereenvolgende transactie waarin het gebruikt wordt. We mogen aannemen, dat wanneer ergens al andere inflatiefactoren aan het werk zijn, bijvoorbeeld een grote vraag, het extra geld hier tot extra prijsverhogingen leidt.

    De monetaire inflatie is de oorzaak van de permanente prijsstijgingen die we op de lange termijn hebben. Dit is de enige die telt in de loop van jaren en decennia.

    Het Engelse woord “inflate” betekent “opblazen”. Het woord “inflatie” duidt eigenlijk op het opblazen van de geldvoorraad. Dat leidt tot een stijging van de gemiddelde prijzen. Voor die prijsstijgingen gebruiken we tegenwoordig ook het woord “inflatie”. Wanneer tegelijk met de toename van de geldvoorraad ook de productie in het land toeneemt, dan kan het voorkomen, dat de prijzen niet of minder hard stijgen. Het beschikbare geld verdeelt zich dan voor het verhandelen van een groter aantal artikelen.

    3. Centrale banken hebben inflatie nodig

    Het lijkt misschien, dat inflatie zichzelf op een natuurlijke manier in stand houdt. Wanneer prijzen stijgen tijdens de looptijd van leningen, moeten de volgende leningen duurdere zaken bekostigen en moeten ze dus groter zijn. Op elk moment, zou de oorzaak van inflatie de inflatie zelf zijn. Het is echter niet één of ander “perpetuum mobile”, dat de inflatie veroorzaakt, maar een duidelijke en openlijk toegegeven politiek van centrale banken. [10], [11]. Inflatie is een onderdeel van ons banksysteem.

    Zoals eerder aangegeven zorgt de concurrentie tussen commerciële banken ervoor, dat zij al naar gelang de omstandigheden de maximale hoeveelheid leningen zullen verstrekken. Dat betekent, dat de centrale banken alleen het verstrekken van leningen wat losser of strakker hoeven te maken om de inflatie te vergroten of te verkleinen.

    De bekendste manier van centrale banken om de inflatie te sturen is het wijzigen van de rentevoet. Dat is bedoeld om potentiële leners te beïnvloeden. In de woorden van de Nederlandse centrale bank (DNB): “De rente werkt als het gas- en rempedaal van de economie. Door een renteverhoging zullen de prijzen dalen, of in ieder geval minder snel stijgen. Door een renteverlaging zullen de prijzen sneller stijgen.” [12]

    Een manier om het uit te leggen is, dat wanneer de rente stijgt, de mensen minder zullen lenen. En wanneer minder aflopende leningen vervangen worden door nieuwe, dan blijft er minder geld in omloop. Mettertijd kun je dan meer kopen met elke geldeenheid. De prijzen dalen. Maar let op, wat DNB eraan toevoegde: “of op z’n minst minder snel stijgen.” Hier is de centrale bank niet van plan de prijzen te zien dalen. In dit geval mag de geldvoorraad nog steeds groeien, alleen wat minder snel.

    Wanneer de centrale bank de rente verlaagt, dan is de reden eenduidig: laat de geldvoorraad groeien en laat de groeisnelheid toenemen. Natuurlijk werkt de rente ook op het spaargeld. Wanneer de rente laag is zullen meer mensen er de voorkeur aan geven hun geld uit te geven.

    Centrale banken kunnen de inflatie van specifieke prijzen, zoals de prijzen van brood, fietsen of machines, niet sturen. Ze sturen de monetaire inflatie, de toename van de totale hoeveelheid leningen. Het extra geld verspreidt zich nooit gelijkmatig door de economie. Het zorgt er eerder voor, dat de effecten van andere inflatiefactoren groter worden, zoals van de toenemende kosten en de toenemende vraag.

    Wanneer de economie de inflatie niet meer aan kan en het geld zich onvoldoende verspreidt, ontstaan er bellen. Steeds grotere massa’s geld gaan dan rond in bijvoorbeeld de aandelenmarkt en de huizenmarkt, waar geld verdiend wordt met het opdrijven van prijzen. Ook ondernemingen worden steeds meer gekocht en verkocht alsof het financiële speeltjes zijn.

    Hoewel centrale banken toegeven, dat inflatie onderdeel is van hun politiek, noemen ze daarvoor liever economische redenen. Die klinken meestal aannemelijk en worden rijkelijk door economen en journalisten van commentaar voorzien. De meesten vergeten echter, dat centrale banken de inflatie in eerste instantie zelf nodig hebben.

    Inflatie: Centrale banken hebben inkomsten nodig

    Centrale banken hebben de macht verkregen om te bepalen hoeveel geld er gemaakt wordt, hoe hoog de inflatie is, hoe hoog de rente is en aan welke regels de andere banken zich moeten houden. Met deze macht kunnen ze de economie beïnvloeden. Ze hebben wetten verworven om die macht uit te oefenen. Wanneer ze financieel van anderen afhankelijk zouden zijn, zou hun macht snel weer af kunnen nemen. Daarom zorgen zij voor hun eigen inkomsten. [14], [15]

    Uitgifte van het echte geld

    Een permanente stroom van inkomsten wordt gevormd door het uitlenen van het echte geld aan de banken. Banken hebben echt geld nodig om elkaar te betalen en hebben ook wat voor hun klanten nodig, wanneer deze over bankbiljetten willen beschikken. Wanneer ik zeg, dat centrale banken het echte geld uitlenen, dan is dat niet helemaal waar. In feite verkopen banken waardepapieren aan de centrale bank met de belofte deze op een afgesproken datum tegen een afgesproken (hogere) prijs terug te kopen. (Dit heet een repo-transactie.) Het prijsverschil is als rente, die de banken aan de centrale bank betalen. Wanneer banken waardepapieren aan de centrale bank verkopen, creëert de centrale bank het overeenkomstige geldbedrag op hun rekening. (Elke bank heeft een rekening bij de centrale bank.) Banken kunnen deze bedragen omwisselen voor bankbiljetten, omdat de centrale bank het recht heeft deze te drukken.

    Monetaire operaties

    Een andere bron van inkomsten bestaat uit geld ontlenen wanneer de rente laag is en geld uitlenen wanneer de rente hoog is. Als monetaire operatie is de bedoeling als volgt. Wanneer de rente bij commerciële banken te ver wegzakt, (te weinig vraag naar leningen) dan leent de centrale bank grote hoeveelheden geld van de banken. Op deze manier blijft er minder geld in omloop. Daardoor zal de vraag naar leningen weer toenemen en zal de rente bij de banken ook weer stijgen. In andere tijden, wanneer de rente van commerciële banken te hoog wordt, leent de centrale bank geld aan banken, waardoor die aan de grote vraag naar leningen kunnen voldoen en uiteindelijk de rente weer zakt. [16] Hoe groter de verschillen in rente tussen het lenen en uitlenen, des te groter de winst voor de centrale bank.

    Voor het verkrijgen van inkomsten uit deze operaties is inflatie essentieel. Zonder inflatie zou de rente namelijk zeer laag blijven. [17] Er zou nauwelijks verschil zijn tussen hoge en lage rente. Samenhangend met deze handel vergroot de centrale bank ook haar balans. Ze koopt meer waardepapieren in (leent meer geld uit) dan dat zij waardepapieren verkoopt.

    Veel centrale banken stellen, dat zij de inflatie rond de 2 procent willen houden. Hier bedoelen deze centrale banken een toename van 2 procent in de Consumenten Prijs Index van hun land [11], niet de echte inflatie van de geldmassa, die in de regel veel hoger is. [3]

    Inflatie: het volk voor het gebruik van geld laten betalen

    Inflatie is niet alleen een noodzaak voor de inkomsten van de centrale bank, maar ook een middel om invloed uit te oefenen op de gebruikers van geld. Door de monetaire inflatie betaalt het volk – zelfs tegen zijn wil – voor het gebruik van geld. Banken innen rente van geldleners. Op deze manier lijkt het of alleen de leners voor het gecreëerde geld betalen. Maar laten we eens bekijken hoe dat zit, wanneer er inflatie is.

    Door de inflatie heeft de lener het voordeel, dat zijn terugbetalingen aan de bank in de loop van de tijd minder waarde vertegenwoordigen. Deze betalingen betreffen rente en terugbetaling van de hoofdsom. De rente vormt inkomsten voor de bank. We mogen er zeker van zijn, dat de bank de inflatie voorzien heeft en op voorhand al een beetje meer rente heeft gerekend. Dus, wat de rente betreft, levert de inflatie geen voordeel voor de lener op. Voor de hoofdsom ligt dat anders. Hiervoor hoeft de bank alleen het nominale bedrag terug te hebben. Met de terugbetaling van de hoofdsom hoeven immers alleen de ingetypte getalletjes, waarmee de lening begon, te worden weggestreept. De waardevermindering van de bedragen die voor de hoofdsom terug betaald moeten worden, vormt dus wel een voordeel voor de lener.

    Dat voordeel voor de lener kan apart berekend worden voor elk van zijn maandelijkse termijnen. En wanneer we ook de inflatie berekenen, die de volgende gebruikers van dat geld ondervinden, dan blijken de totalen ruwweg hetzelfde te zijn.

    Bovenstaand voorbeeld toont een lening van 10.000 tegen 6 procent per jaar , die in maandelijkse termijnen wordt afgelost. De rode lijn toont het totale bedrag aan transacties, dat bereikt wordt wanneer het beschikbare geld elke twee maanden in een transactie gebruikt wordt. (Totaal 335.000 in 60 transacties.) De geldontwaarding door inflatie is verborgen in de 60 transacties. (Bijvoorbeeld 0,167 procent per transactie bij een inflatie van 2 procent per jaar.) Het waardeverlies voor de gebruikers van het geld is gelijk aan het voordeel voor de lener van het geld.

    Kort door de bocht: wanneer de rente 6 procent is en de inflatie 2 procent, dan is het voordeel voor de lener ruwweg gelijk aan 2/6 van het rentebedrag. [18] De gebruikers van het geld verliezen eenzelfde bedrag door inflatie. De banken verliezen niet. Die hebben de inflatie voorzien en hun rente percentage daarop berekend.

    In andere woorden, dit is wat de inflatiepolitiek van de centrale banken doet: een deel van de rentelast doorschuiven van de leners naar de gebruikers van het geld. Zo betalen gebruikers rente voor het gebruik van het geld!

    “Geldmassa” moet groeien

    Het klassieke risico voor de bankier is dat leners hun leningen niet of niet geheel terugbetalen. En als het onderpand niet voldoende blijkt, dan blijft hij met gebakken peren in zijn boekhouding zitten, dat wil zeggen, met bedragen die hij vroeg of laat als verlies moet boeken.

    Om het risico van wanbetalingen te verminderen zorgen de banken ervoor, dat er steeds meer leningen in omloop worden gebracht. Want hoe meer “geld” er in omloop komt, hoe minder het waard wordt. Het bedrag dat een lener moet terugbetalen ligt vast. En omdat dit bedrag tijdens de looptijd minder waard wordt, kan hij dat makkelijker verdienen. Zo wordt het aantal wanbetalers aanzienlijk beperkt.

    Manipuleren van inflatie en rente

    Met hun gezag inflatie en rente te bepalen hebben de centrale banken de macht. Ze kunnen ons meer laten sparen, investeren, consumeren, speculeren en altijd harder laten werken.

    Zoals hierboven aangetoond, is inflatie een rente die de gebruikers van geld moeten betalen. Inflatie zet de bevolking aan harder te werken en meer te concurreren om een beetje van het extra in omloop gebrachte geld te bemachtigen en zodoende het waardeverlies van hun geld te compenseren.

    Inflatie zet de mensen ook aan hun geld niet in hun zak of onder hun matras te houden, maar het uit te geven of het op de bank te zetten voor een beetje rente. Zo blijft het meeste geld voor de banken beschikbaar.

    Wanneer de rente hoog is, zullen mensen meer sparen. Wanneer de rente laag is, zullen de mensen eerder meer uitgeven, meer lenen en meer investeren.

    Wat wij op een bepaald moment interessant vinden, is sterk afhankelijk van wat de centrale bank wil, dat wij doen.

    4. Grillen van de geldmassa

    De hoeveelheid geld waarover de maatschappij beschikt, is dus de totale hoeveelheid niet-afgeloste leningen. Op zich is dat heel vreemd. Want wat zou de overeenkomst moeten zijn, tussen uitstaande leningen en de geldbehoefte in de maatschappij? Wat hebben de behoefte van leners en hun aflossingscapaciteit te maken met de geldbehoefte van de rest van de maatschappij? Wanneer u morgen een huis koopt, en met een lening voor twintig jaar geld in omloop brengt, dan heeft dat toch niets te maken met de behoefte van de economie over tien of vijftien jaar?

    In feite beschikt de maatschappij over een toevallige geldmassa, die tot stand is gekomen door verstrekte leningen in het verleden en het gedeelte dat daarvan nog terugbetaald moet worden. Elke dag worden gedeeltes afgelost en nieuwe leningen aangegaan. Door de gigantische grootte van de geldmassa merkt het volk de variaties nauwelijks op. In theorie zouden centrale banken alle informatie over uitstaande leningen kunnen centraliseren en precies kunnen weten hoeveel geld er morgen, overmorgen of over tien dagen nog over is van uitstaande leningen. Met monetaire operaties zouden zij de geldmassa tamelijk constant kunnen houden. Maar zoals hierboven reeds vermeld, is dat niet de politiek van centrale banken. Die doen de geldmassa alleen maar groeien.

    Er zijn theorieën in omloop die zeggen, dat de economie zonder inflatie onbestuurbaar zou worden. Eén van de sleutelargumenten is, dat als de geldvoorraad niet stijgt de lonen niet omlaag kunnen, wanneer economische tegenspoed dat zou vereisen. “Het bedrag op de loonstrookjes zou dan verlaagd moeten worden en dat zouden de werknemers nooit accepteren.” En “wanneer de geldvoorraad toeneemt, kunnen loonsverlagingen onopgemerkt doorgevoerd worden door de lonen minder hard te laten stijgen dan de inflatie.” De makers van deze theorieën begrijpen dus, dat inflatie volksverlakkerij is en vinden dat dit niet anders kan. Hun theorie snijdt echter geen hout, want met een constante geldmassa zouden sommige prijzen stijgen, terwijl andere prijzen dalen. De mensen zouden heel anders staan tegenover variaties in hun inkomsten, dan in de huidige situatie, waarin sinds decennia de prijzen alleen maar stijgen. Met een constante geldmassa is het zelfs mogelijk bij economische tegenspoed de lonen niet te verlagen, als bij economische voorspoed het extra inkomen bestaat uit winstdelingen en belastingvoordelen.

    Bij de opzet van het geldsysteem is niet uitgegaan van een hoeveelheid geld, waarmee de economie goed zou kunnen functioneren. Het huidige systeem verzekert alleen maar, dat de banken rente innen over de totale geldmassa, dat hun onderlinge concurrentie een zo groot mogelijke inflatie veroorzaakt en dat de centrale banken hun inkomsten en hun macht veilig stellen. Het prikkelen van de economie bestaat uit niets anders dan wat meer of wat minder rente en inflatie. En voor de rest moet de economie het maar doen met het geld, dat dan toevallig in omloop is.

    5. De oorlog tegen Irak

    Geld wordt uitgedrukt in valuta’s. Elk land heeft een officiële valuta. In de VS is dat de dollar. De dollar wordt ook buiten de VS veel gebruikt. Sinds 1973 groeit de hoeveelheid dollars buiten de VS met steeds grotere snelheid. Deze inflatie levert de VS veel onmiddellijke voordelen (en pas op de hele lange duur ernstige complicaties.) De helft van haar importen wordt betaald met dollars, waarvoor de VS niets terug levert. Die dollars blijven permanent in het buitenland. Zo koopt de VS elke minuut voor 1,25 miljoen dollar aan goederen en diensten van het buitenland, waarvoor het buitenland niets terug krijgt. De bedragen worden simpelweg toegevoegd aan de buitenlandse schuld. Die schuld is nu zo hoog, dat de VS deze niet meer in kan lossen. De VS is dus in feite failliet. Eén van de belangrijkste redenen waarom de hele wereld desondanks dollars accepteert, is dat bijna al het gas en olie op de wereld in dollars betaald moet worden. De VS heeft daarmee tevens het voordeel, dat zij zelf altijd vrij over deze gas en oliereserves kan beschikken. Zij kan immers ten alle tijde net zoveel dollars aanmaken als ze wil. De VS probeert er daarom voor te zorgen, dat de OPEC-landen hun olie in dollars blijven verkopen. Irak, dat de op één na grootste oliereserve ter wereld heeft, stapte echter op 6 november 2000 over op de euro. [19] Hoewel de VS al langer zinde op een manier haar invloed in Irak te herstellen, zou deze overstap de oorlog onvermijdelijk maken. De dollar zakte weg en in juli 2002 werd de situatie zo kritisch, dat het IMF waarschuwde, dat de dollar in elkaar dreigde te klappen. [20] Enkele dagen later werden op Downing Street de aanvalsplannen besproken. [21] Cheney verkondigde een maand later, dat het nu zeker was, dat Irak massa vernietigingswapens had. [22] Met die smoes viel de VS 19 maart 2003 het land binnen. De VS draaide op 5 juni 2003 de Irakese oliehandel weer terug in dollars. [23] Daarmee heeft de VS in financieel opzicht weer de vrije beschikking over de Irakese oliereserves. (En terwijl journalisten vanuit Bagdad verslag doen van de oorlog, wordt vanuit Basra de olie geëxporteerd.) Sinds het voorjaar van 2003 is ook Iran overgestapt op de euro en sinds 8 juni 2006 verkoopt Rusland zijn gas en olie in roebels. (Meer hierover kunt u lezen in “Kosten, misbruik en gevaren van de dollar.” [24] N.B.: Achter het conflict van de VS met Iran gaat meer schuil dan alleen een valutakwestie. Hier gaat het achter de schermen ook om een kartelvorming op de wereldmarkt voor nucleaire brandstoffen. Meer hierover kunt u lezen in “Overval op de nucleaire brandstoffen markt.” [25] )

    6. Onderdrukking van Derde Wereldlanden

    Het voordeel van gratis importen (de 1,25 miljoen dollar per minuut) gaat alleen op, wanneer de dollars permanent in het buitenland blijven. Als het buitenland er goederen en diensten in de VS mee koopt, dan heeft de VS geen voordeel. Maar al 30 jaar importeert de VS meer dan dat ze exporteert. Als geen ander verstaat de VS de kunst om dollars in het buitenland te laten blijven.

    Zo verstrekt de Wereldbank en het IMF al sinds de jaren 60 leningen in dollars aan Derde Wereldlanden. De politiek is zoveel mogelijk leningen te verstrekken, zodat deze landen de schuld nooit meer af kunnen lossen. [26] Op die manier zitten ze eeuwig vast aan leningen en groeiende rentelasten. De zogenaamde ontwikkelingshulp is dus niets anders dan een onderdrukking. Ook de met veel trompetgeschal verkondigde verlichtingen van de schuld door geïndustrialiseerde landen stellen nauwelijks iets voor. [27]

    7. Het wapen van China

    In China wil de regering niet, dat daar vrijelijk met dollars wordt gehandeld. De dollars die Chinese exporteurs verdienen worden door de Chinese centrale bank tegen lokaal geld ingewisseld. De Chinese centrale bank beschikt over een gigantische dollarreserve. In maart 2007 was deze zo’n 1000 miljard dollars. [28] In feite is dat een tamelijk goede verdediging tegen een eventuele agressie van VS. Als China wil, kan ze door dollars op de wisselmarkten aan te bieden de dollarkoers naar beneden drukken, of zelfs de dollar in één klap onderuit halen. [29]

    8. Inflatie en economische groei

    Ons monetaire systeem, geregeerd door banken, rente en inflatie, bestond al toen wij geboren werden. Het maakt deel uit van onze “natuurlijke” omgeving. Daarom is het tamelijk moeilijk te zien welke invloed het heeft op ons leven en op de maatschappij. Alles wat we erover kunnen zeggen, kan gemakkelijk als normaal beoordeeld worden. We weten niet beter. De effecten van het systeem zijn overal. Zelfs in onze manier van denken en onze overtuigingen.

    Zo klinkt het als vanzelfsprekend, dat een economie pas gezond is als hij groeit. Het begrip “economische groei” is heilig verklaard door economen, politici en een ieder die verstand heeft of meent te hebben van de maatschappij. In West-Europa en Noord-Amerika hebben we sinds het begin van de industriële revolutie met succes economische groei nagestreefd. Het systeem heeft zich bewezen.

    Het is geen toeval, dat ons geldsysteem gebaseerd is op eeuwige inflatie en onze economie op eeuwige groei. Enkele pientere bankiers hebben het systeem begin vorige eeuw zo uitgedokterd. [30] Rente en inflatie zouden een permanente bron van inkomsten worden voor de banken, als tegenprestatie voor het simpele uit hun hoed toveren van geld. De leningen zouden leiden tot meer economische activiteit. Regeringen en het volk zouden komen smeken om meer leningen. Het paste perfect in de ontwikkelingen van het industriële tijdperk. Mechanisatie, mijnbouw, intensieve landbouw, koloniale rijkdommen, schaalvergroting, competitie tussen landen, oorlogen en wederopbouw, de bevolkingsexplosie, gastarbeiders, vrouwen aan het werk, de ontwikkeling van de dienstverlenende sector, de informaticaboom, het leidde allemaal tot economische groei. Economische groei was synoniem voor welvaart. Tegenwoordig, in West-Europa, redeneren we nog steeds in termen van economische groei. Door de afvlakking van de bevolkingsgroei moet die nu uitsluitend komen uit een steeds hogere werkdruk per werknemer. De wegen tussen economische groei en welvaart hebben zich gescheiden.

    Inflatie werkt als de wortel voor de snuit van de ezel. Iedereen gaat harder rennen om een beetje van het extra in omloop gebrachte geld te bemachtigen. En al rennend ontkomt niemand aan de betaling voor het gebruik van het geld. Dank zij de inflatie betaalt iedereen mee aan de rente voor de banken. En als we er met z’n allen door harder te rennen beter op worden, dan kunnen we er bijna zeker van zijn, dat de rente verhoogd zal worden. In het vakjargon heet het dan, dat de economie oververhit is geraakt en afgeremd moet worden. Totdat we weer harder moeten rennen.

    Wereldwijde expansie

    Ondertussen hebben de banken goed aan de weg getimmerd. Met hun tovertruc hebben zij de wereld veroverd. Overal hebben de banken de heerschappij over het geld overgenomen en laten ze de bevolkingen rente en inflatie betalen. Overal, behalve in China, hebben centrale banken speciale wetten verkregen, waarmee zij – onafhankelijk van de wil van de lokale regering – de hoogte van de rente en de inflatie bepalen. Na Europa en Noord-Amerika zijn nu andere landen volop aan hun industriële ontwikkeling bezig. Voor de banken betekent dit weer nieuwe regeringen en bevolkingen, die geld uit de hoge hoed willen hebben.

    In feite maakt het maar weinig uit of centrale banken privé- of staatsbanken zijn. Bijna overal hebben zij een speciaal statuut verworven, die hen een grote onafhankelijkheid ten opzichte van de lokale regering garandeert. Zij bepalen in samenspel met commerciële banken hoeveel leningen er verstrekt worden, hoeveel geld er in omloop is, en hoeveel de bevolking hiervoor moet betalen.

    9. Verdere groei of een duurzame maatschappij?

    Het gevoerde beleid van de meeste centrale banken is gebaseerd op permanente groei van de geldmassa. In West-Europa en Noord-Amerika gaat deze geldgroei al sinds het begin van de vorige eeuw samen met de groei van de economie en de groei van de bevolking. Ondertussen is de wereld sterk veranderd. De bevolkingsexplosie en de toegenomen economische activiteit hebben de druk op de leefomgeving enorm opgevoerd. Vruchtbare gebieden zijn door de mensen ingenomen. Bossen zijn veranderd in akkers en steden. Veel diersoorten zijn uitgeroeid. Oceanen en zeeën zijn zo goed als leeggevist. Door de snel groeiende wereldbevolking neemt de vervuiling van bodem, water en lucht nog steeds toe. Op veel plaatsen is tekort aan voedsel en drinkwater. Het klimaat veranderd. De prognoses geven aan, dat in de huidige trend de wereldbevolking snel zal blijven groeien en zelfs nog zal verdubbelen. De lijntjes in de grafieken zijn getekend alsof dat kan…

    Limieten aan de groei

    De aarde groeit niet mee met de expansie van onze economieën en de groei van de wereldbevolking. Voor de eerste keer in de menselijke geschiedenis lopen we tegen de limieten aan. Uiteraard weten we ons daar geen raad mee. Kerk en staat zijn gewend groei te preken, ieder met zijn eigen redenen. Ook bankiers houden van groei. Limieten aan de wereldbevolking? Geen machthebber durft zijn vingers aan dit onderwerp te branden.

    Waar is die limiet? Dat ligt eraan, wat we als mensheid willen. Als we op termijn – voor onze kinderen en kleinkinderen – een zo hoog mogelijk kwaliteit van het leven willen, dan zouden we de aarde niet méér moeten belasten dan noodzakelijk is. We zouden moeten streven naar een kleinere bevolking. Daarmee zou tevens de voornaamste reden voor conflicten en oorlogen wegvallen.

    Het huidige beleid staat lijnrecht tegenover de behoeftes van een vreedzame en duurzame samenleving. Het geldsysteem speelt een cruciale rol. Hervormingen zijn noodzakelijk. Hoe langer daarmee gewacht wordt, hoe moeizamer het in de toekomst zal worden.

    Notities en referenties: