vrijdag, 14 maart 2014
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Doorgeslagen individualisme

450px-Straw_man_at_High_Greenfield_-_geograph.org.uk_-_1035419Vaak worden de Engelssprekende landen aangehaald als voorbeeld van wat heet “doorgeslagen” individualisme. De impliciete boodschap daarbij is dat “we” in Nederland moeten waken dat het hier niet die kant uitgaat. Daarom moeten “we” de gemeenschapszin bewaken en waar nodig bevorderen. De overheid dient daarbij – uiteraard, wie had anders verwacht? – het voortouw te nemen.

Wie bekend is met het leven in de Engelssprekende landen weet dat dit een vals beeld is. Het beste zien we dat in Noord-Amerika. Nergens vind je zo’n kleurrijk palet aan verenigingen (“associations”), vrijwilligersinitiatieven, liefdadigheidsinstellingen (“charities”), kerken en andere spontaan ontstane gemeenschappen, gerund door doodgewone mensen, meestal in hun vrije tijd en met eigen geld. Menige hechte dorpsgemeenschap in het o zo knusse Nederland kan er een puntje aan zuigen.

Deze community spirit is ook niet van vandaag of gisteren. Alexis de Tocqueville schreef er al over in zijn beroemde werk La Démocratie en Amérique.

Het heeft ook niets te maken met wel of geen nadruk op het individu. De Engelstalige landen verschillen niet van Nederland door hun nadruk op het “ik” ten koste van het “wij”. Het verschil dat er is zit hem in de geest van competitie, ofwel competitiveness, die in die landen sterk aanwezig is. In deze landen is het volstrekt normaal dat iemand een ander concurrentie aandoet, omdat hij of zij denkt het beter te kunnen. Dat wordt niet gezien als een aantasting van het gemeenschapsdenken. Als iemand meer bereikt dan een ander door meer te willen en het beter te doen, wordt iemand dat gegund. Men ziet zo iemand als een voorbeeld.

In Nederland ligt de nadruk daarentegen op inpassing in de groep. Het “ik” is er voor het “wij” of het “ons”, niet om zich te onderscheiden van “de ander”. De concurrentie aangaan met een ander, denken dat je het beter kunt en – dus – meer willen bereiken, wordt gezien als een aantasting van de gemeenschapszin. Verschillen tussen mensen doorbreken het evenwicht binnen de gemeenschap. De spirit van het individu wordt niet gezien als de motor van het collectief, maar eerder als een aantasting daarvan.

Als we in Nederland weer eens horen waarschuwen tegen de zogenaamde atomisering van de samenleving die dreigt c.q. zou dreigen als gevolg van de toenemende (oh ja?) individualisering, is er in feite sprake van een stropop-argument. Het is niet het individualisme dat deze alarmisten vrezen, maar de aantasting van de status quo die onherroepelijk het gevolg is van meer competitie. De “individualisering van de samenleving” is de stropop die iedere keer weer publiekelijk in de brand wordt gestoken.

Cynisch genoeg is het juist de verzorgingsstaat, het pet project bij uitstek van de collectivisten, die de banden tussen mensen aantast en de gevreesde “atomisering” van de samenleving mogelijk maakt. De anti-individualisten bereiken daarmee precies het tegenovergestelde van wat zij na zeggen te streven: het ondermijnen van de gemeenschapszin doordat zij het individu het initiatief en daarmee zijn sociale rol – gebaseerd op vrijwilligheid en human spirit – in de gemeenschap ontnemen. Onder het mom van sociale cohesie ondermijnen zij de civil society. Het is niet het eerste en niet het enige voorbeeld van unintented consequences van sociaal planningsdenken.

Zijn er ook mensen die winnen bij dit contra-productieve streven? Ja, denk bijvoorbeeld aan bestuurders in de publieke sector die er gemak van hebben als iedereen makkelijk te kwalificeren, te kwantificeren, in te delen en te beheren is. Dat bestuurt een stuk makkelijker dan wanneer je voortdurend rekening moet houden met de dynamiek van de private sector die bepaalt welke kant het uitgaat met de maatschappij. Of al die bestuurders van organisaties in het maatschappelijk middenveld die zonder het geld en de – vaak gratis – arbeid van “de mensen” hun zelfgekozen idealen niet meer kunnen nastreven.

Collectivisme voelt misschien warm en het schept zogenaamde zekerheid – zolang het duurt – maar zonder ruimte voor competitie geen dynamiek, geen kansen en dus geen vooruitgang. Wie het niet gelooft moet maar eens om zich heen kijken in het Nederland van nu.

Paul Verhaegh

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Filosofie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Hub Jongen schreef op : 1
    Hub Jongen

    Een uitstekend artikel! En heel belangrijk. Immers de ongewenste toestand die er nu in Nederland (en zijn economie) is, is voor een groot deel te danken aan het kapot maken van het individualisme.
    Als je maar iets doet dat je kop boven het maaiveld uitkomt, wordt je weer plat geslagen.

    Zwart-wit generaliserend is dit een verschil tussen jaloezie en afgunst:
    Als de buurman een heel mooie auto koopt, wordt de Amerikaan jaloers en denkt hoe kan ik ook meer verdienen om ook zo’n auto te kunnen kopen.
    De “Nederlander” wordt afgunstig en vindt dat niet nodig en bedenkt hoe die mooie auto ook voor de buurman onmogelijk gemaakt moet worden.

  2. Harrie Custers schreef op : 2

    Collectivisme maakt meer dood dan je lief is.
    Echter, competitie-drang zeker in het huidige monetaire systeem is ook dodelijk.
    In mijn ogen gaat het juist om ruimte voor het individu. Ieder individu zal daar op zijn manier invulling aan geven en van daaruit bijdragen aan de samenleving.

  3. Redbad schreef op : 3

    Collectivisme creëert relatieve onderpresteerders. We zien het in het onderwijs, we zien het aan de lopende band, we zien het overal. Collectivisme is de ontkenning van de mens in zijn kleinst mogelijke eenheid, het individu. Collectivisme = Moord met voorbedachte rade.