donderdag, 16 februari 2017
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hub spreekt: libertarisme en fatsoen

hubHub schreef in 2007 het volgende: Fatsoen, welgemanierdheid, is moeilijk te definiëren, ook al om dat iedereen er net een beetje andere mening over heeft. Libertarisme definieert duidelijk de soevereiniteit van ieder persoon, maar zelfs daarin komen verschillen van mening voor bij de toepassing ervan op grensgevallen. Dit geldt ook voor de vrijheid van meningsuiting die het Libertarisme hoog in het vaandel heeft.

Wikipedia: “Fatsoen kan worden gezien als een groot aantal afspraken, dat wordt bijgebracht aan een kind tijdens de opvoeding door de ouders. Fatsoenlijkheid heeft vooral te maken met het dagelijks gedrag van mensen.”
In die definitie valt Libertarisme onder fatsoen omdat Libertarisme (erkenning van de soevereiniteit van de ander) de enige juiste manier is om met elkaar samen te leven!

Fatsoen heeft ook te maken met wat en hoe iemand bepaalde dingen zegt of schrijft. In het Libertarisme mag je praktisch alles zeggen. Zolang het geen “dreigen met fysiek geweld” is.
Als je ergens te gast bent, en je zelf “vindt”, of zelfs weet dat de gastvrouw, of een van de andere gasten, een slet of een hoer is, “hoef” je dat nog niet luidkeels te verkondigen. Of als de goulash je een associatie geeft met poep en braaksel. En als het toevallig de vrouw van de baas betreft, zal dat ook wel helemaal niemand zeggen. Kleuters en onvolwassen bravourepubers misschien. En toch “mag” dat Libertarisch gezien.

Jaren geleden overleed een relatie, die lid was van de een of andere Christelijke sekte. Op de begrafenis stortte een dominee-achtige figuur een woordenvloed uit boven het graf betreffende de grote zondaar zus en de grote zondaar zo, die nu eindelijk zijn gerechte straf tegemoet ging zien. Dat vond ik (en nog) grof en onfatsoenlijk.

Gisteren was er op deze site een discussie over de blijheid dat een politiek figuur gestorven was. Nu mag je daar best blij over zijn. Je mag het nog zeggen ook. Maar is het verstandig? Welk doel bereik je er mee? Net als met het doodwensen van andere politici. Mag, maar weer wat bereik je ermee, terwijl je weet (althans kunt weten) dat er andere mensen zijn die zich daaraan storen en misschien (foutief) het hele Libertarisme niet nader bekijken.
Bovendien staan voor elke dode politicus x andere gereed om de functie over te nemen.
Een andere consequentie die ik me afvraag, is of je dan ook alle personen die deze politici aan de macht helpen, moet doodwensen? Dat is dus iedereen die nog gaat stemmen?

Er zullen libertariërs zijn die “doodwensen” te ver “vinden” gaan, en andere die dit nog niet ver genoeg “vinden”. Beiden zullen het initiëren van dwang, geweld of fraude afkeuren.

Een stukje in deze geest schreef professor John Griffiths, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, in Opinie 38:
“Fatsoen
‘Om uitwassen van het vrije woord te bestrijden moeten we niet op de overheid vertrouwen maar op onze eigen fatsoensnormen. Sommige dingen waar je het ‘recht’ toe hebt doe je als fatsoenlijk mens toch niet; sommige dingen die niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden zeg je toch niet. Fatsoen biedt de mogelijkheid om op een goede wijze om te gaan met het probleem van grenzen-trekken. Immers, fatsoen moet gepraktiseerd worden door 16 miljoen mensen, die niet allemaal dezelfde lijn zullen trekken, en er is geen opperste moraalrechter om de fatsoenseenheid te bewaken. Het récht kan met verschillen in feitelijke kwetsbaarheid geen rekening houden. Maar een fatsoenlijk mens kan dat wel, hij kan zijn uitingen aanpassen aan het incasseringsvermogen van het doelwit van zijn gedachten. Je kunt ook op allerlei zachte, indirecte, flexibele wijzen je ongenoegen kenbaar maken over de fatsoensgebreken van een ander. Het mooiste is dat dit leidt tot gesprekken over wat precies het fatsoen onder specifieke omstandigheden vereist. Dan blijken de meningen vaak verdeeld. Maar zo houden we met elkaar het fatsoen levendig.’John Griffiths

Hoezeer sommige “individualisten” het wellicht een onaangename gedachte vinden, ieder mens is behalve een individu, óók een sociaal (niet te verwarren met socialistisch) wezen. Mensen hebben elkaar nodig voor hun voortbestaan. Het maakt de interactie alleen maar een stuk prettiger als dit gebeurt op basis van fatsoenlijke omgangsvormen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Perspectief schreef op : 1

    Ik vind het behoorlijk onfatsoenlijk van andere mensen om andere mensen van onfatsoenlijkheid te betichten om hiermee een door hen gewenst gedrag te manipuleren.
    Verschikkelijk onfatsoenlijk, dat hoort niet vind ik.

    Bertuz [2] reageerde op deze reactie.

  2. Bertuz schreef op : 2

    @Perspectief [1]: Twee onfatsoenlijke gedragingingen tezamen maken gedrag niet fatsoenlijk. Fatsoenlijk is op onfatsoenlijk gedrag fatsoenlijk te reageren. Zeker als je onfatsoenlijk gedrag herkent. Het is onfatsoenlijk daarop onfatsoenlijk op te reageren.

    Perspectief [7] reageerde op deze reactie.

  3. rvsracer schreef op : 3

    Het leven kan zo simpel zijn…….

  4. Nico schreef op : 4

    Helemaal mee eens. Met dien verstande dat we het hier hebben over 1:1 verhoudingen, de manier waarop individuele mensen met elkaar omgaan. Fatsoen heeft vooral te maken met hoe je uitingen doseert. Heeft het zin om iets te zeggen, hoe druk je jezelf uit, wat bereik je ermee, etc.

    Op het moment dat je te maken krijgt met wangedrag kan de zaak veranderen. Gedraagt iemand zich oneerbaar of onwaardig, dan hoeft de betrokkene geen hoffelijke en welwillende behandeling meer te verwachten. Geconfronteerd met wangedrag, hoe impliciet ook, schakelt een mens van nature over naar defensie of zelfs oorlogsmodus. Wat zo blijft totdat een conflict is beslecht. De betrokkene kan het zich dan niet veroorloven om zichzelf te zijn. Want daar is rust en vrede voor nodig, zodat er gezonde ‘diplomatieke betrekkingen’ kunnen bestaan en functioneren. Zelfs ‘gewapende vrede’ levert een doorgaande spanning op. Men kan zich wel ‘netjes’ gedragen, maar van de fijngevoeligheid en welwillendheid bij gezonde verhoudingen kan vanwege een geladen situatie geen sprake zijn. Want daar is vertrouwen voor nodig. Wat bij ‘gewapende vrede’ niet bestaat.

    Dit brengt een libertariër per definitie in een lastig parket. Want wie vrij of soeverein wil zijn, wordt alleen met rust gelaten door de overheidsmachine als hij buigt voor dwingende eisen. Zoiets als ‘gewapende vrede’ die eigenlijk geen vrede is. Stop bijvoorbeeld met het betalen van bijvoorbeeld wegenbelasting, omdat je jezelf niet door vreemden wilt laten dwingen, om uit te vinden hoe vreedzaam een overheidsmachine is. Straal onbekenden roven dan je bezittingen zodat de zin van anderen doorgedreven wordt.
    Een libertariër is zich bewust van dit spanningsveld; vrij willen zijn maar ondertussen gedwongen in het gareel mee moeten gaan – met belastingen en heffingen als voorbeeld. De verdrongen herinnering aan onderwerping (kindertijd, pogingen om de geest te breken) is inmiddels weer terug naar het bewustzijn verschoven, waar zij af en toe wordt opgehaald maar meestal onderdrukt wordt. Die psychologie is best interessant.

    Fatsoen speelt ook in groepsverbanden. Binnen iedere groep ontstaat vroeger of later een eliteclubje; het (management team) MT bijvoorbeeld. Je zou denken: Noblesse oblige. Daarover verschillen meningen. Alfa’s kunnen best bot zijn, soms zelfs grof. Vraag maar aan een bouwvakker, schoonmaker of secretaresse hoe diens manager of baas zich gedraagt. Niet altijd behoorlijk of fatsoenlijk.

    Hoe het anderen is vergaan weet ik niet. Maar jegens ons hebben overheidsdienaren zich bij uitzondering fatsoenlijk gedragen. Voor emigratie bijvoorbeeld afstandelijk, dwingend, onwillig. Iets anders dan behoorlijk of fatsoenlijk. Vanaf emigratie hebben we uiteenlopende extremiteiten meegemaakt. We kwamen in een voormalig communistisch land. Waar burgers door overheidsdienaren getiranniseerd worden. Een vreemdeling is een ‘enge buitenstaander’ en krijgt een extra portie. Een zelfstandige werd in de communistische tijd als misdadiger beschouwd. Wij kregen uitgebreid en stelselmatig allerlei shit over ons heen. Genoeg om al heel snel te walgen van overheidsdienaren. Dat is er nooit beter op geworden, integendeel. De ‘gewapende vrede’ verschoof naar steeds meer openlijke vijandelijkheden tegen ons. Wat de walging versterkte. Er werd ons overtuigend duidelijk gemaakt dat het ‘recht’ van de sterkste regeert. Niets noblesse oblige. ‘Gewoon’ de zin doordrijven. Niet behoorlijk, eerbaar, fatsoenlijk of waardig. Uiteraard wensen wij dergelijke verhoudingen niet, maar op behoorlijke wijze met elkaar omgaan vereist inspanningen van twee kanten. De balans rechttrekken is kennelijk een kwestie van machtsevenwicht. ‘Beschaving’ is, zo leert de praktijk ons, kennelijk een term voor goed gecamoufleerde barbarij. Alleen wie voldoende macht heeft kan een ander enig beschaafd (behoorlijk) gedrag bijbrengen. Da’s best treurig als je erover nadenkt.

  5. Nico schreef op : 5

    Met ‘beschaafd gedrag bijbrengen’ bedoel ik de middelen om een agressieve partij op afstand te houden totdat hij zich voldoende koest kan houden en misschien bereid is om zowaar een gesprek te voeren.
    In hedendaagse ‘beschavingen’ is dat kennelijk een kwestie van voldoende vuurkracht. En da’s niet erg beschaafd, behoorlijk of fatsoenlijk.

  6. Perspectief schreef op : 6

    Het was een grapje vooral de laatste zin. Je hebt een goede reactie geschreven. Al raak “je” bijna de draad kwijt en zie je door alle fatsoenlijkheden de fatsoenlijkheid niet meer, lol.

    Eigenlijk is de vraag: Wie bepaald?

    Perspectief [7] reageerde op deze reactie.