zaterdag, 10 maart 2018
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Nuttige functies politieke partij

In een vorig artikel van auteur getiteld ”Homeopatische verdunning” is met redenen omkleed aangegeven dat het partijpolitieke stelsel aan vervanging toe is. Daarbij is gezegd dat de nuttige functies van een politieke partij  behouden moeten blijven en dan dus op andere wijze moeten worden vervuld. In dit artikel worden deze nuttige functies aan de hand van een historische schets toegelicht.

Invoering parlementaire stelsel

Het parlementaire stelsel zoals dat in 1848 via Grondwetswijziging ontstond was een antwoord op de problemen met het oude stelsel met een absolute monarch. In dat oude stelsel moest de monarch, koning Willem I, zich omringen met adviseurs en zelf de verantwoordelijkheid voor de beslissingen nemen. Zowel de keuze van de adviseurs over inhoudelijke zaken als het nemen van de beslissingen ging de koning niet meer goed af. De samenleving was toen al te ingewikkeld geworden. De economische machtsbasis van het koninklijk huis werd ook te smal om aan de politieke macht te kunnen blijven. De gegoede burgerij kreeg de overhand en zette de koning, toen Willem II, politiek grotendeels buitenspel. Dat was een verbetering van bestuur. Nu konden meer mensen deelnemen aan het beslissingsproces. Meer mensen met macht en kennis van de wereld.

Het denken in familieverbanden, het vinden van oudsher voornaam en deskundig te zijn bleef wel sterk bestaan. Daar moest dus ook de regering vandaan blijven komen. Dat was immers vanzelfsprekend. Mensen uit de betere families, gefortuneerd, invloed in hun regio of stad, moesten het voor het zeggen houden. In die tijd hadden zij nog een enorme voorsprong op het doorsnee bevolkingslid dat nauwelijks of niet kon lezen, nergens was geweest en bij wijze van spreken alleen met buurtgenoten met hetzelfde eenvoudige beroep had gesproken. Maar iemand moest de regering wel in elkaar zetten. Daarvoor deed men dan toch weer een beroep op de koning als startpunt van dat proces. De koning na adviezen ingewonnen te hebben stelde een formateur aan. Die zorgde dat er een regeringsploeg kwam.

Toch was er al de behoefte aan controle van de regering. Dat was om te voorkomen dat andere voorname families, niet of nauwelijks vertegenwoordigd in de regering, zich maatschappelijk schadelijk zouden gaan verzetten tegen al te oneerlijke beslissingen. Daarvoor werd een parlement met macht bedacht. Het idee was dat de volksvertegenwoordigers door de volledige gegoede burgerij individueel gekozen zouden worden. Deze volksvertegenwoordigers moesten zich aanhang zien te verwerven onder die burgerij. Zij maakten ook deel uit van het sociale leven van hun kiezers. Via veelal persoonlijk contact of schrift in kleine kring profileerden zij zich, indien zij belangstelling hadden voor de functie van parlementariër. Dat hadden zij niet vanwege de verdiensten. Het salaris van een parlementslid was in verhouding tot het vermogen van veel van hen geen trekker.

De regering kon slechts nieuwe wetgeving invoeren na goedkeuring van het parlement. Uitvoerende taken van de staat waren nauwelijks voorwerp van politiek debat. Uitzondering waren buitenlandse betrekkingen, defensie en ordebewaking. Een ministerie had slechts enkele tientallen ambtenaren onder zich. Administratieve werkzaamheden van hen waren politiek niet spannend. Bovendien hadden provincies en steden ook veel macht om regelingen te treffen. Deden de parlementariërs de controle op de regering in de ogen van de gegoede burgerij niet goed, dan werd dat in die kringen bekend. Er speelden minder zaken en de achterban was beter geïnformeerd. Ook werden de vertegenwoordigers er direct door hun kiezers mee geconfronteerd.

Uitbreiding kiesrecht

Naarmate de overgrote rest van de bevolking zich gaandeweg meer ontwikkelde kregen zij meer economische betekenis. Mensen leerden lezen en schrijven. Veel mensen deden deskundigheid op in voor de samenleving vitaal werk. Die mensen konden niet zo makkelijk vervangen worden, waardoor hun machtspositie werd versterkt. Ook de deskundigheid over maatschappelijke velden nam in de breedte toe. Daaraan tegemoet komend werd in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd. Aan het censuskiesrecht werd al niet strikt meer vastgehouden. Ook kregen vrouwen stemrecht. In 1919. Daarvoor hoefden de vrouwen niet te vechten. Zij hadden er, op een handje vol na van vrouwen afkomstig van rijke families, niet om gevraagd. Het initiatief kwam vooral van eerbiedwaardige heren die mede uit eigen belang hun eigen dochters in de samenleving vol mee wilden laten doen. Tekenend is dat de eerste vrouw in de Tweede Kamer er al zat voor de invoering van het vrouwenkiesrecht. De invoering stuitte niet op verzet, omdat van het begin af aan al duidelijk was dat vrouwen, die èn veel minder politieke belangstelling hebben dan mannen, èn zich meer richten naar hun sociale omgeving, daarmee in overeenstemming zouden gaan stemmen. Aan de samenstelling van het parlement, dat nu meer overtuigend volksvertegenwoordiging heette, zou niet veel veranderen. De uitbreidingen van het kiesrecht hadden meer algemeen op het politieke duale stelsel, regering te verantwoorden tegenover parlement, ook geen fundamentele invloed. Vrouwen èn mannen stemden nog voornamelijk op basis van de bevolkingsgroep waarvan ze deel uit maakten. Na de bezettingstijd werd opnieuw dit politieke duale stelsel opgetuigd.

Rol van de politieke partijen

Het parlementslid moest zijn stemgedrag individueel verantwoorden. Hij werd geacht te stemmen zonder last (politieke partij) of ruggenspraak (lobbygroep). Tot op deze plek is de uitdrukking politieke partij niet gevallen. De politieke partij als middel van indirecte democratie bestond niet. Waren er dan geen partijen? Jawel, maar dat waren partijen die overeenkwamen met de te onderscheiden bevolkingsgroepen. Mensen die gemeenschappelijke kenmerken hadden los van specifieke politieke standpunten over beslissingen. Om de vrede te bewaren tussen deze verschillende bevolkingsgroepen, onderscheiden naar religie, geografisch en demografisch gebied, en naderhand sociaaleconomische positie, moest in het parlement een redelijke afspiegeling hiervan zichtbaar zijn. Daarvoor was het wenselijk dat er vertegenwoordigende organisaties van de diverse geledingen onder de kiezers waren. Deze organisaties verzorgden voor hun eigen achterban de kandidaten lijsten, hetgeen merendeels neerkwam op het indien noodzakelijk mijden van evident ongeschikte kandidaten, bijvoorbeeld vanwege een crimineel verleden. Verder hielden zij toezicht op het ordelijk laten verlopen van de kandidaatstelling procedure en het organiseren van bijeenkomsten waarop mensen die zich kandidaat wilden stellen konden communiceren met meer leden van hun eigen bevolkingsgroep. Ook organiseerden kandidaten eigen bijeenkomsten. De keuze van de kandidaten lag veel meer bij de kiezers. Er was geen partijbestuur die dominant via partijdige procedures voor kandidaten systematisch voorkeuren kon doordrukken.

Deze nuttige functies van een politieke partij, als vooral apolitieke organisatie voor een ordelijk verloop van kandidaten aanmelding en facilitaire intermediair tussen kiezers en kandidaten, zullen langs andere weg ingevuld moeten worden na het afschaffen van het partijpolitieke stelsel.

De onhoudbare schadelijke werking van het partijpolitieke stelsel is geleidelijk gaan ontstaan vanaf de zestiger jaren. In die tijd zijn er maatschappelijke ontwikkelingen op gang gekomen die de macht van de politieke partijen aanzienlijk hebben uitgebreid en die deze zijn gaan delen met vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen met specifieke deelbelangen, die we nu als de lobbygroepen omschrijven. Over die maatschappelijke ontwikkelingen een volgend artikel. Als we daar een goed begrip van hebben kan dit de keuze bij de nieuwe wijziging van ons politieke stelsel ten goede komen.

Theo

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Philosoof G&R Eigenwijs schreef op : 1

    Wat is politiek?

    Politiek is een handel wijzen, om dat wat jij goed vind;
    Te be voordelen to. van, wat anderen zouden willen.

    Het verstoort de mogelijkheid om tot de best, algemene
    oplossing te geraken!!

    Tot op heden, zie ik het voordeel?
    Van politiek, niet als een positieve handelwijzen!!

    Door middel van referenda hebben we meer kans, op
    een door de meerderheid ge steunt belijd.

    En zo; Waarschijnlijk, meer burger tevredenheid!!

    Een voorwaarden is dat politiek dan word uit ge bannen!
    En dat het volkomen duidelijk is, wat in alle opzichten de
    voor en tegens zijn!!

    VOORAF::::::DUS!!!!!!!!