De Europese Commissie geeft regelmatig informatie over de uitkomsten van de uitvoering van de EU-begroting. Op basis van de meest recente gegevens, die de Europese Commissie in september 2003 heeft vrijgegeven over de financiele resultaten over het jaar 2002, kan worden bekeken welk land veel en welk land weinig heeft betaald aan de Unie.

Onderstaand worden de netto afdrachten van de lidstaten opgesomd. Dit zijn de betalingen minus de ontvangen Europese subsidies.

Belgie heeft in 2002 per saldo 0,5 miljard euro aan de Unie betaald. Dit bedrag staat los van de ontvangsten die Belgie krijgt voor het feit dat de meeste instellingen van de EU in Brussel zijn gehuisvest. Die uitgaven van de Unie belopen in Belgie in 2002 maar liefst 2,5 miljard euro.

Denemarken is ook een kleine netto betaler. Per saldo was Denmarken 0,3 miljard euro kwijt aan de Unie.

Duitsland is in absolute termen de grootste netto betaler aan de EU: 5,9 miljard euro.

Griekenland ontvangt daarentegen per saldo veel van de Unie: in 2002 ontving Griekenland 3,4 miljard euro.

In absolute zin ontvangt Spanje het meeste geld van Unie: in totaal netto 8,6 miljard euro in 2002.

Frankrijk wordt weliswaar gezien als een land dat zoveel mogelijk probeert te profiteren van de EU, maar per saldo betaalt Frankrijk 2,5 miljard euro aan de Unie.

Ierland is weer een grote netto-ontvanger, hoewel het bedrag in de loop der jaren sterk is gedaald. In 2002 kon Ierland nog 1,6 miljard bijschrijven.

Italie is ook een relatief grote netto betaler aan de Unie. In 2002 betaalde Italie, na aftrek van de ontvangen subsidies een bedrag van 3,1 miljard.

Luxemburg is te klein om een rol van betekenis te spelen. Per saldo betaalt en ontvangt Luxemburg evenveel aan en van de Unie. Luxemburg profiteert wel van de Europese instellingen in Luxemburg. Per saldo is de EU daar 0,8 miljard euro (huisvesting, personeelslasten enz.) aan kwijt.

Nederland is dit jaar, als percentage van het nationaal inkomen, de grootste nettobetaler aan de Unie. In absolute termen betaalde Nederland in 2002 2,8 miljard euro. Nederland ontving 1,6 miljard euro aan subsidies en betaalde de Unie 4,4 miljard euro.

Hoewel een rijk land, betaalde Oostenrijk in 2002 veel minder dan Nederland: per saldo is het bedrag maar 0,2 miljard euro.

Portugal is weer een grote netto-ontvanger: per saldo ontving Portugal in 2002 2,7 miljard euro.

Finland is ook rijk, maar betaalt evenveel aan de Unie als dat het van de Unie aan subsidies e.d. ontvangt. Het saldo is dus nul.

Zweden was een paar jaar geleden relatief de grootste netto-betaler aan de Unie. Men betaalt nog steeds meer dan men ontvangt, maar het bedrag was in 2002 duidelijk lager dan dat van Nederland: 0,9 miljard euro.

Tenslotte het Verenigd Koninkrijk. Door bijzonder omstandigheden betaalde dit land altijd relatief zeer veel, totdat Thatcher daar een eind aan maakte. Het Verenigd Koninkrijk kreeg in 2002 een korting op de afdrachten van maar liefste 5 miljard euro. Ondanks die korting, betaalde dit land in 2002 3,9 miljard euro meer dan dat het ontving.

Naast de inkomsten die de Unie krijgt van de lidstaten, heeft de Unie nog andere inkomsten, zoals de overschotten die de afgelopen jaren zijn ontstaan, rente-ontvangsten enz. Deze ontvangsten zijn de laatste jaren sterk gestegen (de Unie kreeg veel meer geld binnen dan er werd uitgegeven) tot bijna 18 miljard euro in 2002. Ook geeft de Unie meer uit dan het bedrag dat de lidstaten krijgen. De Unie heeft in 2002 nog een extra een bedrag van bijna 8 miljard uitgegeven. Het grootste deel van dit bedrag (ongeveer 7 miljard) ging in de vorm van allerlei hulpprogramma’s naar de toekomstige lidstaten in Oost-Europa. Dit bedrag zal naar verwachting de komende jaren sterk stijgen. Een schatting is dat dit bedrag in 2006 zal zijn opgelopen tot 20 miljard euro.

WAAR IS HET GELD EIGENLIJK TERECHTGEKOMEN?
Er kunnen een paar categorieën worden onderscheiden.

Voor de landbouwpolitiek werd in 2002 43,5 miljard uitgegeven. Dit betekent dat van al het geld dat de Unie heeft uitgegeven, ruim 51% betrekking heeft op landbouwsubsidies.

Voor structuurbeleid (hulp aan arme regio’s e.d.) werd in 2002 23,3 miljard uitgegeven.

De zogenaamde interne politiek (het gaat dan om uitgaven in het onderwijs, cultuur, de kosten van de interne markt, maar bovenal programma’s voor onderzoek en ontwikkeling) vergde 5,9 miljard euro.

De overhead van de Unie (personeel, huisvesting etc) bedroeg in 2002 4,5 miljard euro. Dit is maar 5,2% van de totale uitgaven.

Hieruit blijkt dat voor de Unie relatief weinig ambtenaren werken. Het zijn er ongeveer 25.000. De bureaucratie in de Unie is dus niet zo groot, als de meeste mensen denken. Het probleem is veeleer dat de regels van Europa zo ingewikkeld zijn, dat dat leidt tot enorme bureaucratie in de lidstaten zelf.

Tenslotte ging 7,9 miljard naar overige uitgaven, waarvan het grootste deel hulpprogramma’s aan Oost-Europa betreft.

BETALINGEN EN ONTVANGSTEN VAN NEDERLAND
Nederland ontving van de Europese Unie in 2002 1,6 miljard euro.

Het grootste deel betreft de landbouwsubsidies. Die bedroegen 1,2 miljard euro. Het grootste deel heeft betrekking op de subsidies voor melk. Nederland krijgt bijna een kwart van alle Europese subsidies voor melk. Toch is het bedrag dat Nederland voor landbouw krijgt in de loop der jaren gedaald.

De subsidies die Nederland krijgt uit de structuurfondsen is de laatste jaren dramatisch gedaald. Kreeg Nederland in 2000 nog bijna een half miljard euro, in 2002 is het bedrag geslonken tot 55 miljoen euro. Vooral de betalingen in het kader van het Europees Sociaal Fonds zijn vrijwel geheel stil gevallen. Dit houdt vermoedelijk verband met het feit dat na de ESF-fraude de Nederlandse rijksoverheid de regels zo ingewikkeld heeft gemaakt, dat gemeenten en provincies vrijwel geen beroep meer doen op deze regeling. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken Mark Rutte aangekondigd dat hij de administratieve rompslomp wil verminderen. En dat is maar goed ook, want de werkloosheid zal de komende jaren alleen maar stijgen. Maar ook andere subsidiestromen, zoals die voor de grote steden, zijn fors verkleind, mede vanwege dezelfde oorzaken.

Interessant zijn de subsidies voor onderzoek en ontwikkeling en dan blijkt Nederland zeer goed te scoren. Nederland komt in 2002 met een bedrag van 250 miljoen euro op de vijfde plaats in Europa. Nederland weet deze belangrijke fondsen dus uitstekend te benutten.

Nederland betaalde aan de Europese Unie in 2002 4,4 miljard euro.

Met de uitgaven van Nederland aan de Europese Unie zit een bijzonder aspect, hetgeen te maken heeft met Rotterdam, de grootste haven in de wereld. Nederland betaalt een relatief hoog bedrag aan douanerechten aan de Unie. In totaal bedraagt de afdracht (inclusief landbouwheffingen) ongeveer 960 miljoen euro in 2002. Nederland staat daarmee op de derde plaats in de Europese Unie.
In feite zijn douanerechten, geheven aan de buitengrens van de Unie, directe inkomsten van de Unie. Ze worden echter wel meegeteld bij de bepaling of een land een grote nettobetaler is en eigenlijk is dat niet terecht.

Nederland betaalde 1,1 miljard aan geheven BTW aan de Unie. Een deel van de BTW gaat naar Europa en Nederland staat daarmee op de zesde plaats.

De belangrijkste inkomstenbron van de Unie is de echte afdracht, betaald door de schatkist van het Rijk, en die is een bepaald percentage van het Bruto Binnenlands Inkomen. Ook nu staat Nederland op de zesde plaats in de Unie en draagt op deze wijze ruim 2,2 miljard euro af.

Tenslotte wordt nog rekening gehouden met de aparte positie van het Verenigd Koninkrijk. De afdracht van dat land, werd in 2002 met bijna 5 miljard euro gekort (als gevolg van de beruchte uitspraak van voormalig PM Thatcher: I want my money back). Dit bedrag moet worden opgebracht door de andere lidstaten.
Wat misschien weinig mensen weten, is dat Nederland vrijwel niets van dit bedrag opbrengt. Ongeveer 3 miljard wordt betaald door twee landen: Frankrijk en Italië. Deze twee landen dragen dus het grootste deel van de teruggaven aan het Verenigd Koninkrijk.

DE ZOGENAAMDE NETTO BETALINGEN AAN DE UNIE.
Als de inkomsten en uitgaven aan de Unie worden gesaldeerd, betaalt Nederland, als percentage van het Bruto Nationaal Inkomsten het hoogste bedrag aan de Unie: per saldo 0,51% van het Bruto Nationaal Inkomen. In 1996 en 1997 was Duitsland de grootste netto betaler, in 1998 en 1999 Nederland, in 2000 Zweden, in 2001 Luxemburg en in 2002 opnieuw Nederland.

Zoals gezegd, voor een deel komt dat omdat Nederland relatief veel douanerechten doorsluist naar de Unie, en voor een deel, omdat Nederland, mede door eigen schuld, bijna geen gebruik maakt van de structuurfondsen. Desondanks is er voor Nederland alle reden om kritisch te staan tegenover de financiën van de Unie en in het bijzonder op te letten wat er met de structuurfondsen gebeurt als straks de Oost-Europese landen in volle omvang daarvan kunnen profiteren.

WELKE LANDEN ZIJN DE GROOTSTE NETTO ONTVANGERS VAN DE UNIE?
In 1996 en 1997 was dat Ierland en in de jaren vanaf 1998 Griekenland. De netto bijdrage aan Ierland is in de loop van de jaren meer dan gehalveerd, maar ook de bijdrage aan Griekenland daalt. Dit is ook logisch, omdat deze landen dankzij de Europese Unie de economie verder hebben verbeterd. Hetzelfde geldt in mindere mate voor Portugal. Het enige land dat de netto ontvangsten ongeveer constant heeft weten te houden, is Spanje.
Van de zuidelijke lidstaten mag ook de grootste tegenstand worden verwacht, als het gaat om het doorvoeren van de noodzakelijke hervorming van de financiën van de EU.

Door Robert van Lente
Bron: http://www.robertvanlente.n…

Referenties: Ministerie van Financien: Europese Begroting

33 REACTIES

  1. [30] "Vrijheid waar de EU voor gezorgd (heeft)"
    Welke vrijheid is dat dan? Je bedoelt waarschijnlijk de relatieve vrijheid in de landen die samen Europa vormen, de EU is iets heel anders. De relatieve vrijheid van nu (die steeds verder wordt ingeperkt) behelst alleen dat je niet wordt onderdrukt door een buitenlandse mogendheid (wel door de binnenlandse).

    De EU wordt die buitenlandse mogendheid, en door de omvang van Nederland (of beter: het gebrek eraan) heeft NL maar 2% invloed, en zonder vetorecht in de praktijk dus helemaal niets. Nog meer regeltjes nog meer Robin Hood, en nog meer verspilling. De EU gaat vooral ook om prestige, kijk naar de belachelijke dubbele zetel (Brussel/Straatsburg) die 800 mln op jaarbasis kost, de fraude met presentiemeldingen en alle andere misstanden die niet genoemd mogen worden, en niet aangepakt als dat wel gebeurt (nou ja, de "noemer" wordt in figuurlijke zin vermoord, dat wel).

    Ook de EU ttont iedere dag weer dat je met andermans geld niet voorzichtig hoeft te zijn, vooral niet als je de middelen tot verdere afpersing voorhanden hebt, mocht je tekort komen (en dat is op zich al weer zeker).

  2. Ik zou graag een geüpdate versie van deze column zien met als toevoeging een sectie over afdracht per lidstaat/parlements zetels.

    Dat zou een interessante lijst worden.

    Hoeveel betaalt nederland voor 1 zetel in vergelijking met die landen die zoals griekenland 24 zetels hebben maar nul komma nul afdragen.

  3. [1] Om een vergelijk te geven: elke Vlaming betaald per dag ongeveer 3¤ als solidariteit met Walonië en dit gedurende vele jaren.

Comments are closed.