- Vrijspreker.nl - https://www.vrijspreker.nl/wp -

Avonturen van de Nachtbraker, deel 1: Nog meer verspilling

En zo zit je nietsvermoeiend in het vliegtuig naar Geneve voor een bijeenkomst over een recent WHO rapport over ‘priority medicines’. Een rapport dat ge├»nitieerd is onder het Nederlandse voorzitterschap van de EU. Een compleet nutteloos rapport met *misschien gelukkig maar* niet al te veel implicaties.

Vorige week belegde WHO Geneve een vergadering over ‘priority medicines’, een rapport over “het prioriteiten stellen voor pharmaceutisch onderzoek”. Omdat ik me hoofdzakelijk bezig houd met gezondheidszorg en pharmaceutisch beleid, heb ik ook dit rapport op de voet gevolgd. Al is het alleen al doordat het onder Nederlands voorzitterschap twee jaar geleden met veel bombarie werd gelanceerd. In feite komt het rapport neer op het volgende: We schrijven op wat de meest voorkomende ziekten zijn in de wereld, hoe deze prioriteiten-lijst verschilt van andere werelddelen (met name die van ‘developing countries’) en op welk vlak de pharmaceutische industrie dus meer moet investeren in R&D. Lees nogmaals: WHO wil gaan bepalen waar private partijen hun geld in investeren om het ‘publieke belang’ te dienen.

Er zijn echter twee problemen:
1) WHO, noch aanwezige vertegenwoordiging van DG Sanco (van de Europese Commissie) hebben de uitvoerende macht dit soort regelgeving op te leggen
2) Europa’s pharmaceutisch beleid is dusdanig overreguleerd, dat de industrie de winsten alleen maar terug ziet lopen. Tegelijkertijd verwacht WHO meer investeringen? Het is het een of het ander.

De vergadering bestond voor 70% uit Nederlandsers: ministerie VWS, advies-instellingen, Nederlandse WHO-ers, et cetera. De rest van de vergadering bestond uit links-activisten. Het is onvoorstelbaar hoe deze “linkse” NGO’s zich georganiseerd hebben. Ze hebben macht en geld en maken dus alles. Overal waar ze bij kunnen zijn, zijn ze bij. Ze worden nergens geweigerd, bijna overal met open armen ontvangen. Althans, zo lijkt het.

Van de aanwezige vertegenwoordigers van de industrie vernam ik wat de inhoud was van de uitspraken van deze activisten. Het komt erop neer dat zij vinden dat ‘die schandalige kapitalisten’ geen winsten meer mogen maken. Hun alternatief is dat ‘DE overheid’ bedrijven opricht om te zorgen voor pharmaceutische innovatie. Deze bedrijven zullen zich moeten bezig houden met het ontwikkelen van geneesmiddelen voor ziekten als AIDS en zij mogen hierop uiteraard geen winsten maken. Winsten zijn immers slecht. Op de vraag waar deze bedrijven dan het geld vandaan moeten halen om te investeren in nieuwe onderzoeken was het antwoord natuurlijk: door middel van belasting.

Het lijkt me duidelijk dat ik hierbij had willen zijn. Al was het alleen al om te vragen: “Hoveel belasting wil je precies gaan heffen om de miljarden te financieren die met pharmaceutisch onderzoek gepaard gaat?” Maar wat gebeurde er? Ik werd gewijgerd. Ik had van tevoren een email gestuurd naar de WHO-man die de meeting had belegd. Hij beweerde dat ik er niet bij kon zijn “omdat de ruimte al vol is”. Ik heb nog nooit een slechter argument gehoord dan dat. Dus nodigden de vertegenwoordigers van de industrie mij uit, want een extra stoel zouden we wel kunnen vinden. Ik maakte tevens een afspraak met de Nederlander in dienst van WHO, die innovatie niet bepaald hoog in zijn vaandel heeft staan. Ja, met woorden wel, maar met daden niet. Ik wilde van hem eens weten of hij tevreden was met het eindrapport ‘priority medicines’ en wat volgens hem de implicaties van het rapport zijn. Kortom: wat zijn jullie (WHO) er nu daadwerkelijk mee opgeschoten / wat heeft het Nederlandse belastinggeld nu opgeleverd? (het rapport is grotendeels gefinancierd door de Nederlandse overheid).

Op donderdagochtend kom ik aan in Geneve en direct gaat mijn mobiele telefoon. Secretaresse van de WHO man: meneer heeft uw email doorgestuurd naar WHO man die de meeting belegd en hij heeft hem ontraden deze afspraak met u aan te gaan. “Mag ik u vragen waarom”, vraag ik compleet verbouwereerd. “Dat kan ik niet vertellen mevrouw”, antwoordt zij. Daar sta je dan…

Na langdurig vissen van industrie-vrienden bij WHO man komt de aap enigszins uit de mouw. “Mevrouw is opgezocht op internet en via haar website wij vonden een connectie met Amerikaanse denktank AEI.” Mijn reactie:
1) Mijn website is nog niet online
2) Ik zou niet weten wat mij in connectie brengt met AEI, behalve dan hun annual dinner waar ik afgelopen jaar aanwezig was (met duizend anderen)
3) Al zou die connectie er zijn, so what??

Mijn theorie was als volgt: WHO man vraagt ministerie VWS-mensen: “wie is deze dame”? Zij antwoorden “Geen idee.” Totdat er een zegt “Nou, ik herinner me dat zij een reeks opiniestukken over het Nederlandse geneesmiddelenbeleid publiceerde. Titels als ‘Geneesmiddelenbeleid blijft aanbodgestuurd’ en ‘Kabinet bevordert kartels, niet martkwerking’.” Eindconclusie: “She’s trouble.”
Voor diegene die meent dat ik een conspiracy-theory type ben : mijn theorie werd later, op vrijdag, bevestigd.

Nu wat maken wij op uit bovenstaand verhaal? Van alles, als je het mij vraagt:
1) Als er in een rapport staat “zo veel mogelijk partijen met expertise bijeen brengen, waaronder onafhankelijke organisaties en patientengroepen”, dan bedoelt WHO hiermee: de belangengroepen die wij uitkiezen.
2) Als je daadwerkelijk ergens verstand van hebt, wordt je gediscrimineerd
3) Als je een poging waagt uit te leggen hoe de ‘vrije markt’ werkt, wordt je gezien als gevaarlijke gek
4) De Nederlandse vertegenwoordiging vertelt mooie verhaaltjes over ons zorgstelsel, terwijl we nog maar moeten zien of het allemaal werkt.
5) De bibliotheek in WHO heeft lekkere koffie
6) WHO denkt een nuttige bijdrage te leveren aan “global issues”, maar als puntje bij paaltje komt, kunnen ze niets veranderen aan national policies (en dat is meestal maar goed ook)

Et cetera et cetera
Maar de belangrijkste conclusie is dat er WEER miljoenen Nederlands belastinggeld verspild is.

Eline van den Broek is voorzitter van European Independent Institute, een onafhankelijke economische denktank in Den Haag.