De afgelopen week bereikten ons berichten als zouden de bewoners van deze aardkloot dankzij hun behoefte aan grondstoffen in werkelijkheid in de toekomst twee aardbollen nodig hebben.

Deze stelling is doordrenkt met Keynesiaanse aannames en veronderstellingen. De veronderstelling dat de grondstoffen opraken is een enorme fictie. Grondstoffen raken nooit op, want als bepaalde grondstoffen schaarser worden dan de prijs daarvan naar boven wordt bijgesteld. Derhalve is het volslagen onzin te stellen dat bijvoorbeeld de olie opraakt. Neen, want niemand weet nog hoeveel olie er in de aardbodem aanwezig is. Waar men daarentegen op doelt is dat de gemakkelijk te ontginnen oliebronnen uitgeput raken en dat de olie op moeilijk bereikbare plekken zit of dat de technologie nog niet toereikend is om deze te ontginnen.

Waar we het over hebben is dus niet de olievoorraad, maar de prijs die het kost om de moeilijke bereikbare olie te delven. Hetzelfde geldt uiteraard voor andere grondstoffen zoals zink, koper, uranium etc. Wanneer de wereldbevolking steeds rijker en welvarender wordt dan is er natuurlijk behoefte aan meer producten. Deze kunnen grondstoffen nodig hebben, die of gedolven kunnen worden of gerecycled. Dankzij moderne technologieën is het mogelijk om een groot gedeelte van de grondstoffen te winnen uit gerecycled materiaal. Dit zal in de toekomst steeds interessanter worden, naarmate de prijs van grondstoffen hoger wordt.

Het probleem met het geven van milieusubsidies en de stimulering van deze recyclage-industrie is dat men niet weet wat de beste methoden zijn om de recycling aan te pakken. Want als de overheid iets wilt subsidiëren dan moet deze alle factoren kennen van de wereldeconomie, maar helaas geen enkele overheid kent deze, hoe intelligent of wijs deze wel kan zijn. De enige manier om te ontdekken of iets rendabel is of niet is de prijswerking in de vrije markt. Deze prijs geeft duidelijk aan of iets schaars is of in grote hoeveelheden aanwezig. De prijs gaat omhoog als de grondstof schaars is en omlaag als de hoeveelheid grondstof toeneemt. Dit is niet alleen het geval met olie, maar ook met personeel, huizen, computers, schilderijen etc.

In 1970 werd de Club van Rome opgericht en deze vertelde pontificaal dat de olie in 2000 zou opraken. Ook zouden we de wereldbevolking niet meer kunnen voeden, want de meeste mensen zouden omkomen van de honger. De werkelijkheid is natuurlijk anders, zoals we vandaag de dag weten. Deze Club van Keynesiaanse ‘wetenschappers’ is in alle opzichten in het ongelijk gesteld. Let wel onze prof. Jan Tinbergen, de grondlegger van de Nederlandse econometrie, was lid van deze Club.

Zoals de natuurkundige Niels Bohr al eens heeft gezegd: ,,Voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat”. Dat zouden onze overheidswetenschappers eens moeten realiseren. De toekomst is moeilijk te voorspellen, maar bovendien is het onmogelijk om een ‘maakbare’ samenleving te scheppen, wat natuurlijk feitelijk de achterliggende reden is van deze lieden om paniek te zaaien, zodat de overheid meer macht zou verwerven om de samenleving naar hun hand te zetten.

Vandaag de dag zien we dat weer terugkeren met de hysterie van het zogenoemde ‘broeikaseffect’.

31 REACTIES

  1. [22]
    De olie zal inderdaad nooit opraken, maar olie die meer energie kost om te winnen dan deze oplevert lijkt me weinig bruikbaar. En daar praten we hier over. De hoeveelheid olie met een positieve energiebalans is eindig en raakt snel op.

Comments are closed.