Wanneer iemand zegt “dit huis is mijn eigendom”, dan bedoelt hij eigenlijk: “ik heb het recht te bepalen waarvoor en hoe deze specifieke, in fysische termen definieerbare zaak gebruikt zal worden (of niet gebruikt zal worden), voor zover het beoogde gebruik geen afbreuk doet aan fysische integriteit van zaken die aan anderen toebehoren”. Het eigendomsrecht is als het ware ƩƩn met de fysische zaak waarop zij betrekking heeft.
Deze zaken, waarvan de mensen beweren dat zij tot het eigendomsrecht behoren, hebben ook een waarde. En wel per definitie. Als een voorwerp voor niemand enige waarde heeft, dan zou niemand er een recht op claimen.
Een grote verwarring – en bron van tal van verwerpelijk politiek economische en filosofische leerstellingen – bestaat er rond de vraag of het eigendomsrecht betrekking heeft op de zaak zelf of op zijn waarde. De vraag is dus of het eigendomsrecht gedefinieerd moet worden in termen van controle over de zaak, dan wel op de waarde ervan. In een bijzonder helder exposĆ© uit 2002 stellen Walter Block en Hans Hermann Hoppe dat het laatste onmogelijk is.
Om te beginnen zijn beide theorieën onderling incompatibel. De waarde van een zaak wordt immers altijd mede beïnvloed door de acties van anderen. Als iemand zichzelf of zijn zaken op de markt brengt kan (zal) dit de waarde van de anderen of hun zaken beïnvloeden. Als waarde het centrale item van het eigendomsrecht is, kan controle onmogelijk nog enige rol spelen. In deze theorie kan immers elke handeling die de waarde van andermans zaak beïnvloedt een strafbaar feit zijn. En dus mag de eigenaar, teneinde de waarde van zijn eigendom te vrijwaren zich tegen de het vrije beschikkingsrecht van de anderen over hun eigendom verzetten. De enige manier om mij tegen een schending van mijn recht in temen van waarde te verdedigen is het fysiek onmogelijk maken aan de anderen om hun zaken te gebruiken of op de markt te brengen. Maar in de controle-benadering is dit precies de definitie van een rechtsschending, een misdrijf. Van de twee dus één.
Maar de twee benaderingen zijn niet allen onderling exclusief, de waarde-benadering is praxeologisch gesproken onmogelijk, en wel om volgende reden: de waardebeĆÆnvloeding hangt niet van onszelf alleen af. Als we eigendomsschending in termen van controle zien dan weten we op voorhand welke handelingen we niet mogen stellen zonder het recht van de eigenaar op de controle over zijn zaak te miskennen. Wanneer we de waarde ervan als determinant nemen, dan is zulks onmogelijk. Het is onmogelijk om precies te weten of wij de waarde van een werknemer verminderen door onszelf op de arbeidsmarkt aan te bieden, dan wel dat die waarde daalt door het feit dat er gewoon minder vraag is naar het product dat de werknemer en wijzelf aanbieden te (helpen) produceren. Bijgevolg zou het onmogelijk zijn om op voorhand te weten of een handeling rechtmatig zal zijn of niet. Onder een dergelijke logica is leven onmogelijk.
De theorie is bovendien intern contradictorisch. Om te stellen dat iemand recht heeft op de waarde van een zaak moeten we vooronderstellen dat de persoon die dat stelt het recht heeft om de stelling te maken. De toelating om een stelling te maken veronderstelt echter een objectief afgebakende eigendom. En niemand kan, zonder met zichzelf in tegenspraak te zijn, het bestaansrecht van voorafgaande toelating om een stelling te poneren kunnen ontkennen. Die toelating kan niet worden geaccepteerd zonder de vooronderstelling van een fysiek definieerbare zaak waarover de bezitter de controle heeft: de persoon, zijn hersenen, zijn lichaam en de ruimte waarin hij zich bevindt om zijn theorie uit te spreken. En dus spreekt hij die een theorie van waardegebaseerd eigendomsrecht formuleert zichzelf tegen alleen al door de theorie uit te spreken. Hij zou zijn mond niet kunnen openen als zijn theorie klopte, en het feit dat hij het wel doet weerlegt zijn bewering. Alleen al door de waardetheorie te formuleren kan de waarde van wat anderen hun eigendom noemen – een boek over waardetheorieĆ«n, bijvoorbeeld – in waarde doen afnemen.
Maar de waardegedreven eigendomstheorie is praxeologisch alleen onmogelijk wanneer zij als een rechtvaardigheidstheorie wordt voorgesteld, d.w.z. als een normstelsel dat universeel is, voor eenieder gelijk toepasbaar. Alleen door een hiĆ«rarchie te introduceren kan een waarde-afweging bij de conflicten inzake eigendomsrecht een werkbaar normstelsel opleveren. Niemand zou kunnen handelen als iedereen zou kunnen eisen dat waarde van de zaken die hij als zijn eigendom beschouwt onaangetast blijft. Maar we kunnen A zo’n waardebeveiliging toestaan, door hem het recht te geven te bepalen welke handelingen B wel en niet mag stellen. De keerzijde van de medaille is dat de mensheid dan wordt ingedeeld in twee groepen: de uitbuiters en de uitgebuiten. Zij die hun eigendomswaarde beschermd weten en zij die het gelag betalen. Een dergelijke theorie mag praxeologisch misschien mogelijk zijn, ethisch is ze in geen geval.
Butler Shaffer, professor aan de Southwestern University School of Law, definieert het eigendomsrecht eveneens in temen van controle en leidt daaruit af dat de vrijheid onbeperkt is. Het is een eigenaar toegestaan om met zijn eigendom te doen wat hij wil. Over zijn eigendom oefent hij de onbeperkte controle uit. Als ik met een steen die op mijn grond ligt en die mij dus toebehoort, gooi, dan oefen ik mijn eigendomsrecht uit. Maar ik mag dezelfde steen niet door de ruit van mijn buurman gooien, niet omdat mijn eigendomsrecht beperkt is, maar omdat deze handeling geen handeling is die mijn zaak betreft, maar de zaak van mijn buurman.
Wat nu is het praktische nut van het onderscheid, zal u vragen. De state of mind van de mens. Omdat velen onder ons niet begrijpen hoe in een op private eigendom gebaseerde rechtsorde de uitoefening van onze vrijheden zelfbeperkend is door de fysieke grenzen van de zaken waar zij betrekking op hebben, roepen zij de hulp van de overheid in om de vrijheden aan banden te leggen. Het paradoxale gevolg is dat wij in onze door de staat gedomineerde samenleving ervaren wat Hobbes voorzag in een “natuurstaat”: de oorlog van allen tegen allen. Iedereen probeert zoveel mogelijk profijt voor zichzelf uit het systeem te halen zonder rekening te houden met de kost die het voor de ander teweegbrengt. De politici en hun lakeien, de ambtenaren, zijn daarin het meest bedreven, gevolgd door de klaplopers. De staat is niet, zoals Hobbes dacht, de oplossing maar de bron van oorlog.
En het is de bereidheid om gezag te accepteren die er de oorzaak van is dat de mensheid in het etatisme is verzeild geraakt. Het is het onvermogen om in te zien dat het gedrag van onze medemens, hoe abject het voor ons ook moge wezen, door ons verdedigd moet worden indien het alleen betrekking heeft op de fysieke eigenschappen van de zaken die hem toebehoren.
Iedere vrijheid is absoluut of is niet. Het is logische kolder om te zeggen “ik respecteer uw vrij beschikkingsrecht zolang het maar past binnen mijn waardenstelsel”. En tot zolang dit besef niet tot de geesten van eenieder van ons is doorgedrongen zal de mensheid in oorlog en zinloosheid leven.






















[29]
jetze,
Misschien ben ik gewoon dom, maar hoe probeer ik je uit je tent te lokken?
[29] Hmmm … als men in zijn nakie staat is de andere niks anders dan een "hork", en dus per definitie "onbeschaafd" … omdat tie vanwege dat vertoon van zulk belachelijke nakerigheid (van geest) in een knoop ligt.
Maarre welke "beschaving" is er nu weer nodig voor het zeggen van de net zo eenvoudige als harde waarheid dat Libertarisme absoluut niets heeft te maken met logica of redelijkheid?
[10] Er zijn veel dingen waar ik niet mee eens ben maar die ik toch onderga : ik ben het oneens met mijn belastingsfactuur dat me schandelijk hoog en onrechtmatig lijkt maar gezien de vuurkracht van de government groter is dan de mijne zit er vaak weinig anders op dan te dokken….
Indien evenwel mijn vuurkracht ooit groter zou worden dan die van de government,zouden de politici er wijs aan doen het land als de wiede weerga te ontvluchtten…
De conclusie die ik hieruit trek, is :
"Might creates right"….
Groetz,
Cincinnatus
[33] Cincinnatus,
"Right" in rechtspositivistische, niet in natuurrechtelijke zin.
Groet,
SpyNose
Je hoeft alleen al in de (natuurlijke) dierenwereld te kijken wie de meeste natuurrechten hebben … en de mens is geeeen uitzondering, noch ook maar een haaar beter …
Ik denk dat het de natuurlijke en historische factoren zijn die (gezien een kans) prevaleren en niet andersom, omdat men ineens "nonviolent" zou zijn geworden … De volkeren die het door de eeuwen hebben overleefd zijn degenen die niet al te stom zijn maar vooral op HUN rechten staan … of het weten toe te eigenen …
Comments are closed.