Bij de Poll vijf dagen na de recente verkiezingen *) kwam in de reacties de “democratie” ter spraken. NvdB heeft zijn daar gestelde visie thans in een artikel verduidelijkt.

Dit willen we graag aan u voorleggen, ook al komen er Vrijsprekers tot een andere conclusie.

We zijn benieuwd naar uw reacties.

Over het doel van democratie.

Naar aanleiding van het artikel ” heb je gestemd? Ben je nu blij?” dat door Hub op 27 november jongstleden op de website werd gepubliceerd en de daarop voortvloeiende korte discussie die ik met hem heb mogen voeren, wil ik in wat volgt ingaan op wat volgens mij de functie van democratie in een rechtsstaat is.
Daarbij staat de afweging tussen de kwaliteit van besluitvorming en het bestrijden van corruptie centraal. We zullen dat zien de democratie optimaal is, maar niet zozeer omdat het nu zo goed is, maar omdat de rest zo slecht is. Ook zullen we zien dat de nadelen van democratieën nog eens beperkt kunnen worden, maar dat die beperking niet zonder kosten is.

Coördinatieproblemen, de staat en beheersystemen
Als uitgangspunt van deze analyse hanteer ik de assumptie dat het bestaan van de staat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om een oorlog van allen tegen allen te voorkomen. Als de leden van de gemeenschap tot het besluit zijn gekomen dat er een staat moet zijn die dusdanig machtig is dat geen van hen zich tegen deze staat kan verzetten, dient zich onmiddellijk de vraag aan wie van de leden van de gemeenschap de bevoegdheid krijgt om over de handelingen van deze staat te beslissen. Een groep rationele, nutmaximaliserende actoren zal dit probleem benaderen als een keuze voor dat beheersysteem dat het gemeenschappelijk nut van een groep maximaliseert.

Drie factoren zullen daarbij centraal staan: prikkels, transactiekosten en risico’s.
Bij prikkels moeten we denken dat de groep, of beter gezegd de leden van de groep, er naar streven dat de machthebbers hun belangen optimaal nastreven. Aan de andere kant zijn er transactiekosten, zoals de kosten van besluitvorming, de kosten van informatie en de kosten van handhaving. Tenslotte zal ieder beheersysteem zijn eigen risicoprofiel kennen.
Het mijns inziens belangrijkste prikkel probleem bij beheersystemen is dat van corruptie: door middel van anderzijds weinig rendabele investeringen kan een groep binnen de gemeenschap de machthebbers ertoe over halen om besluiten te nemen die hun belangen maximaal behartigen, ook als hun belang niet opweegt tegenover de belangen van de andere leden van de gemeenschap.
In de praktijk zien wij veel van zulke voorbeelden, bijvoorbeeld het Europese landbouwbeleid en de riante regelingen ten aanzien van ontslagbescherming.
Bij transactiekosten spelen weer twee heel andere problemen. Aangenomen dat de machthebbers de belangen van de betrokkenen perfect nastreven, vraagt de daadwerkelijke behartiging van de belangen veel informatie. Het is niet zonder meer duidelijk hoe een bepaalde beslissing doorwerkt in de gemeenschap. Om de noodzakelijke informatie te verkrijgen zullen de machthebbers middelen moeten investeren. Als zij dan eenmaal informatie hebben, volgt het werkelijke beslissingsproces zelf. Ook dat zal niet zonder kosten zijn, met name als de groep van besluitnemers groot is.
Het centrale probleem ten aanzien van de risico’s is de voorkeur van mensen naar stabiliteit en de wijze waarop willekeurig beleid de voorspelbaarheid en stabiliteit van het maatschappelijk leven nadelig beïnvloeden.

De prikkels, transactiekosten en risico’s van beheersystemen
Op basis van het bovenstaande zal ik nu kort de meest voor de hand liggende beheersystemen bespreken en daarna dieper ingaan op de voor en nadelen van de democratie als beheersysteem.
Al sinds de Griekse Oudheid en de mensen zich uitvoerig beziggehouden met de vraag aan welke eisen de leiders van de gemeenschap dienen te voldoen. Men kan hierbij denken aan Plato’s Politeia, of Locke’s Two treatises of government.
Daarbij zijn onder andere de volgende beheersvormen besproken: de aristocratie, de dictatuur en de democratie. Onder het beheersysteem waarbij de meest geschikte mensen die besluiten nemen.
Om de analyse van de aristocratie niet tot een soort van tautologie te maken neem ik aan dat de besluitvorming niet perfect verloopt: zij hebben wel de capaciteit om informatie te verwerken. Echter zij moeten wel investeren in het verkrijgen van de relevante informatie. Ook is het zeer de vraag in hoeverre zij het belang van alle leden van de gemeenschap op een juiste wijze tegen elkaar afwegen. Later vooralsnog aannemen dat ten tijde van een benoeming er sprake is van een onbevooroordeelde afweging van belangen. Vanuit risico oogpunt is in beginsel de gemeenschap het beste gediend, het beleid wordt alleen dan veranderd als dit in het belang van de gemeenschap is.

Wat echter als we toestaan dat het besluitvormingsproces zich over langere tijd afspeelt? Dan is het niet geheel ondenkbaar dat de aristocraten, hun eigenbelang nastrevend, vatbaar zijn voor corruptie. Daarmee is een uitzondering gemaakt op de initiële assumptie dat ze de belangen van alle leden van de gemeenschap op een juiste wijze tegen elkaar afwegen. Een capaciteit om goed besluit te nemen doet niet af aan het risico dat zij omgekocht kunnen worden. Sterker nog, hebben wij niet meer te vrezen van een competente corrupte leiding dan van een incompetente corrupte leiding?

Een dictatuur is zonder meer het ergste voor de gemeenschap bezien vanuit de criteria die hierboven zijn geformuleerd. De dictator geeft niet om de gemeenschap, en zal daarom potentieel aanzienlijk in strijd handelen met de gerechtvaardigde belangen van de overige leden van de gemeenschap. Hij heeft geen informatie, en kan deze informatie ook niet op een effectieve wijze verwerken. Al naargelang de persoonlijkheid van de dictator, wispelturig of niet, is het risicoprofiel nadeliger of voordeliger in vergelijking tot een aristocratie.

Bij democratie tenslotte is de behartiging van de belangen enigszins gewaarborgd. . Om aan de macht te komen en te blijven moeten de bestuurders de overige leden van de gemeenschap om hun steun vragen. Deze zullen dat alleen doen als dit in hun belang is. Daarmee zijn er grenzen aan de mate waarin de bestuurders van een democratische gemeenschap in strijd kunnen handelen met de belangen van hun leden. Het besluitvormingsproces is echter aanzienlijk kostbaarder. Omdat eigenlijk alle leden der gemeenschap actief deel maken van het besluitvormingsproces moet op zijn minst en dusdanig aantal van de leden over de relevante informatie beschikken en in staat zijn om deze informatie op een juiste wijze te verwerken tot een goed besluit, dat daarmee dat besluit afgedwongen kan worden.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat in de praktijk aan deze voorwaarde voldaan is. In de eerste plaats is de capaciteit om informatie op een juiste wijze te verwerken niet gelijkelijk over de hele gemeenschap verdeeld. Als wij de capaciteit om informatie op een juiste wijze te verwerken gelijkstellen met intelligentie dan is het wel zeer scheef verdeeld het is daarmee onmogelijk om met behulp van realistische meerderheid regels in een absolute democratie goede besluitvorming te krijgen. Daarnaast is het ook in dergelijke absolute democratie zo dat de informatie vereist vorming van een goed besluit niet op straat ligt. De leden van de gemeenschap moeten investeren in het verkrijgen van deze informatie, hetgeen een kostbare activiteit is. Mensen zullen alleen dan in het verkrijgen van informatie investeren als het verwachte nut dat zij ontlenen aan deze investering opweegt tegen de kosten die zij daarvoor moeten maken. Omdat in een absolute democratie de inbreng van elke persoon heel beperkt is, is het verwachte nut van een goed besluit eveneens zeer beperkt, zodat slechts lage investeringsniveaus gerealiseerd kunnen worden. Naast deze problemen ten aanzien van de kwaliteit van besluitvorming scoort de democratie ook laag wat betreft het risicoprofiel: Omdat zoveel mensen betrokken zijn bij de besluitvorming en het nemen van het besluit afhangt van wel of niet halen van een bepaalde meerderheid regel, kan het gevoerde beleid van dag tot dag, of jaar tot jaar sterk verschillen.

Democratie op de Paralympics
Op grond van bovenstaande kan men vaststellen dat de kracht van de democratie hem zit in de waarborg tegen corruptie en de kracht van een aristocratie hem zit in de kwaliteit van de besluitvorming alsmede het risicoprofiel van het beleid. De zwakte van democratie is de lage kwaliteit van de besluitvorming en het ongunstige risicoprofiel van het beleid, terwijl de aristocratie zeer vatbaar is voor corruptie. Wat moet nu de doorslag geven bij de afweging tussen aristocratie en democratie?

Bij het begin van deze tekst heb ik gesproken over de noodzaak van de staat. De staat is, volgens de sociale contract theorieën, er om het coördinatieprobleem tussen de leden van de gemeenschap op te lossen. Dat is het doel. Wat hebben wij aan een beheersysteem waarbij het doel van het oprichten van de organisatie het meest in gevaar is? Inderdaad, helemaal niets! Daarom valt de aristocratie af. Sterker nog, omdat de aristocratie zo sterk scoort op de andere punten is het gevaar van corruptie extra groot; als het daadwerkelijk optreed zal het met zo een effectiviteit ingevoerd worden dat de maatschappelijke schade maximaal is.
Maar als aristocratie het moet afleggen tegen democratie, dan blijven we met een wel heel slecht systeem zitten, omdat het op alle andere punten zo slecht scoort. Het is alsof we kijken naar de 100 m op de Paralympics; ze kunnen dan tenminste nog een beetje lopen maar echt fantastisch gaat niet.

Delegatie, stemregels en de omvang van de overheidstaken
Kunnen wij een antwoord bieden op de problemen die democratie met zich meebrengt? Laten we ons eerst richten op de transactiekosten, dus de kosten ten aanzien van het verkrijgen van informatie en de kosten van de besluitvorming. Een eerste afweging die, gegeven de principiële keuze voor democratie, gemaakt kan worden, is die van de vereiste meerderheid. Unanimiteit brengt hogere informatie- en besluitvormingskosten met zich mee, dan een gekwalificeerde meerderheid of een normale meerderheid. Het nadeel daarvan is wel dat bepaalde belangen minder goed zullen worden meegewogen, waarbij dit probleem groter is naarmate de vereiste meerderheid kleiner is. De gemeenschap kan de besluitvormingskosten van democratie minimaliseren door per type besluit voor die meerderheidsregel te kiezen die een optimaal is. Zo zullen besluiten waarbij de belangen van de leden in hoge mate overeenkomen een lagere meerderheid vereisen dan besluiten waarbij de belangen van de leden in hoge mate met elkaar conflicteren.

Een verdere vermindering van de besluitvormingskosten is mogelijk door delegatie. Hiermee bedoel ik dat de bevoegdheid om over bepaalde onderwerpen te oordelen wordt overgedragen aan een ander. Hierdoor neemt het belang van de gedelegeerde in een bepaald besluit toe. Immers de potentiële invloed die hij uitoefent op het besluit wordt groter, zodat hij meer bereid is om te investeren in informatie en besluitvorming. Het klassieke probleem dat door delegatie optreedt, is de strijdigheid van belangen; in hoeverre is degene aan wie ik mijn besluitvormingsbevoegdheid overdraag geprikkeld tot het nemen van besluiten die in mijn belang zijn? Dat probleem is evenwel te overkomen, zeker als er reputatie en specialisatie in het spel is.

De parlementaire democratie zoals die in dit land van toepassing is, is een combinatie van deze twee transactiekosten beperkende instituties. De problemen ten aanzien van informatie en besluitvorming kunnen derhalve beperkt worden, hoewel dit ten koste gaat van de mate waarin de belangen van de leden van de gemeenschap behartigd worden. Tussen de twee extremen van een pure democratie en de aristocratie, in essentie een onvoorwaardelijke delegatie van alle bevoegdheden aan een of meerdere heersers voor onbepaalde tijd op grond van hun kwaliteiten, is er altijd een vorm van democratie die het beste is voor de gemeenschap wat betreft de afweging tussen de behartiging van belangen, kosten van informatie en kosten van besluitvorming.

Na deze beschouwingen over de transactiekosten rest ons het risicoprofiel, dat andere grote probleem van democratie. Om zijn anticorrumperende functie te kunnen vervullen zal democratie altijd op enig moment uitmonden in een wisseling van de macht. Een dergelijke wisseling van de macht zal gepaard gaan met een verandering van beleid. Mensen met een risico-averse houding waarderen dergelijke veranderingen negatief. Vooropgesteld moet worden dat met democratie, risico’s vanwege wisseling van de macht onvermijdelijk zijn. Wat we wel kunnen doen is het beperken van de consequenties van de verandering van het beleid: Voor risico-averse mensen geldt hoe kleiner de verandering hoe beter. De omvang van de verandering wordt grotendeels bepaald door de omvang van de staat: hoe groter het aantal beleidsterreinen dat de staat naar zich toe heeft getrokken, hoe groter het aantal aspecten van het maatschappelijk leven dat beïnvloed zal worden door de wisseling van de macht! Een democratische maatschappij heeft daarmee behoefte aan instituties die de macht van de overheid van tevoren op een houdbare wijze beperken.
Diegenen onder u die enigszins bekend zijn met het staatsrecht hebben hier onmiddellijk de link met de klassieke grondrechten gemaakt. Zij stellen grenzen aan het handelen van de overheid, en beperken daarmee het risico dat verbonden is met de onvermijdelijke wisseling van de macht. Omdat de gemeenschap in beginsel vrij is met het vaststellen van de bevoegdheden van de staat door het formuleren van de passende grondrechten, is ook het risico verbonden met democratie te beïnvloeden, ook al kan het niet geheel geëlimineerd worden. Wel dient men zich te realiseren dat een dergelijke beperking van de macht van de staat wederom het doel van de staat, namelijk het oplossen van een coördinatie probleem, in de weg kan staan. Maken wij de staat machteloos, dan maken wij haar ook overbodig.

De gemeenschap dient derhalve een afweging te maken tussen enerzijds het doel dat ze wil bereiken met het in het leven roepen van de staat en anderzijds het minimaliseren van de risico’s die verbonden zijn met de noodzakelijke en onvermijdelijke wisseling van de macht in een democratie.

Conclusie
Op grond van het bovenstaande heb ik geconcludeerd dat democratie het optimale beheersysteem is in een vrije gemeenschap die besluit over te gaan tot in het leven roepen van een staat. Hoewel de nadelen omvangrijk en aanzienlijk zijn, is het risico dat het doel dat de samenleving nastreeft bij het oprichten van de staat niet bereikt wordt bij de andere beheersystemen te groot.

Alleen democratie tendeert op natuurlijke wijze tot de behartiging van alle gerechtvaardigde belangen van de leden van de samenleving.
In aanvulling daarop hebben we gezien dat de gemeenschap de nadelen van democratie kan beperken, maar daarbij wel dat voordeel moeten afwegen tegen andere nadelen. Zo moet een toename in de kwaliteit van besluitvorming afgewogen worden tegen een afname van de behartiging van de belangen, en moet een vermindering van het risico verbonden met democratie afgewogen worden tegen de doelen die men middels het in leven roepen van de staat nastreeft.

Democratie is verre van perfect maar het minst slechte dat ons ter beschikking staat.
————————————————
*) Zie: www.vrijspreker.nl/blog/?it…” alt=”vrijspreker” target=”_blank”>www.vrijspreker.nl/blog/?it…
Ingestuurd door NvdB

72 REACTIES

  1. [28] enne … Yaaa … yaaa … allemaal volstrekte IDIOTEN, al dat geteisemme politiek gebroed van een fractievoorzitters die op persfotos en video clips … steeds op uiterst genante manier de kont van een … zogenaamde MACHTELOZE staatshoofd aflikken, alleen omdat de kwien dat baantje had ge-erfd. En strax met Silly Willy weer het zelfde lied …

    Volgens mij gedragen de potente pachters zich maar zeer ONDERDANIG … Of niet soms.

    Beek is rijp voor de SHRINK …

  2. [31]
    ACP strijdt hier voornamelijk tegen zijn eigen vooropgezette en vooringenomen opvattingen t.a.v. Beek die een vurig Oranjeklant zou zijn.
    Dat ben ik niet.
    Koningshuis of geen koningshuis, daar lig ik niet van wakker.
    Ik ontken voornamelijk de macht die aan de koningin wordt toegeschreven.
    Ik zie die macht voornamelijk down-top: een zeer grote meerderheid waardeert die symboolfunctie van iemand die boven alle partijen kan staan en de decorum die ermee gepaard gaat, en gruwt van een mogelijk alternatief als een president b.v.
    En daar kan ik wel inkomen.
    Maar dat ik nu verlangend uitkijk naar de volgende koning en zijn echtgenote, nee, dat niet.
    Maar ik zou ook niet weten waarom er zo heftig tegen geageerd zou moeten worden.

  3. [33] Geen wonder dus, of juist wel want "geloof" is niks als decorum, schijn en verlakkerij.

    Maar als de (imaginaire) DOWN-UP politici zo machtig zijn … dacht jij dan echt niet dat zij eerder elkaar van het podium zouden drukken en de loef afsteken, in plaats van achter waardeloze "symboliek" aan te hobbelen.

    Nu is Beek dan ineens GEEN Ranjaklant (meer), maar hij ziet hun nog wel liever waar zij zijn, in plaats van bij de vuilnisbak … waar zij horen.

    What’s next Beek?

  4. [35]
    Vals en onjuist.
    Maar blijkbaar koestert hij zijn vooropgezette meningen als zijn eigen lovebaby’s.

  5. [36] Wat had je nu gedacht zo ongeveer gezegd gehad te willen hebben Beek?

    Om het maar in het artificieel beschaafd nederlands van de schoolverlaters achter de toonbank … (of van "doorleerders" achter de balie en bureautjes) uit te drukken.

  6. [37]
    Kijk, u kunt wel steeds uw gekoesterde vooroordelen blijven rondbazuinen, ik heb er geen enkele behoefte aan die vervolgens elke keer te gaan weerleggen.
    Als u ‘geen reactie’ beschouwt als een ‘bewijs’ van uw gelijk, so be it.
    Wees er gelukkig mee.
    Ik ben nooit Oranjeklant geweest, het interesseert mij namelijk niet bijzonder. Maar als het in een grote behoefte voorziet, mij best.

  7. [38]

    1. Nu ben ik bevooroordeelt …

    2. Ik ga die bevoordeeldheid rondbazuinen …

    3. Worden mij woorden in de mond gelegd dat geen tegnspraak goedkeuring in houdt … indachtig het gezegde … wie zwijgt stemt toe. M.a.w. waar slaat dit nu weer op?

    4. Beek zegt geen Ranjaklant te zijn, maar heeft ook geen bezwaar wanneer velen dat willen, edoch eerder was de nadruk op … dat de monarchie maar machteloze stumpers zijn die door mensen als ik niet met rust worden gelaten.

    Bottom line? Take your pick … Beek kan letterlijk alle kanten uit … of niet soms? Maar ach, misschien is er ook zoiets als goedaardige Ebola …

  8. [39]
    1 en 2, inderdaad.
    3: Als ACP het zo niet ziet, des te beter. Vanuit mijn optiek betekent zwijgen in deze dus niet vanzelf toestemmen.
    4: Het 1 sluit het ander natuurlijk niet uit. Even door de karikatuur heenkijkend.

  9. Intussen zijn we inzake de ‘macht’ van het koningshuis m.i. geen stap wijzer geworden.

  10. [30] beek,
    Heb je GELEZEN wat ACP over Fortuyn schreef ?

    Hier, lees het nog maar eens:
    "Zij staan volledig onder control, eenvoudig omdat de andere (gevestigde) Politieke Pachters echt NIET bang voor hun zijn … terwijl zij wel degelijk als de DOOD waren voor Fortuyn …."

    En hoe antwoordt beek ? [24]

    "O… Was Fortuyn zo tegen het koningshuis?
    ACP heeft een theorie, maar kan die met geen mogelijkheid bewijzen.
    Derhalve heeft hij zo zijn eigen geloof.
    Niemand kan blijkbaar zonder een of ander geloof."

    Niet alleen ACP heeft zijn theorie destijds meer dan plausibel gemaakt, dat heb ik ook gedaan. Sterker nog: ik heb aangetoond, wat de WETTELIJKE structuur van het MPP-stelsel is.
    Lees en huiver:
    http://www.vrijspreker.nl/b

  11. [43]
    Ik zie hier geen macht van het koningshuis beschreven.
    En waarom het koningshuis bang voor Fortuyn zou zijn geweest, lees ik ook niet.
    Fortuyn was een bedreiging voor de linkse kerk, aangezien hij die van binnenuit, tot op het merg, kende, maar de valsheid ervan had leren inzien. En die plots bijzonder veel aanhang bleek te hebben.
    Maar ik geloof dat ook onder een rechtse kerk, het koningshuis zich slechts kan aanpassen: zo is dat immers geregeld sinds 1848.

  12. [44] Wat in 1848 (door landverrader numero uno … Thorbecke) is geregeld … Beek. Is een GOLDEN PARACHUTE voor despoot Wullum III, die dreigde afgezet te worden:

    1. Wullum (en nazaten) krijgen absolute IMMUNITEIT en blijven UITEINDELIJK defacto de baas omdat zij het laatste woord behouden. Zie CIA samenvatting.

    2. Wullum geeft zijn familiezaakje IN TRUST aan, door de monarchie getolereerde, Politieke Pachters, maar die voor elke regeing koninklijke TOESTEMMING moeten hebben.

    3. De Politieke Pachters mogen echter ZELLUF 150 parlementaire kadavers aanwijzen … die op hun ZOGENAAMD toezicht houden …

    4. Normaliter om de vier jaar mag het electoraat "kiezen" hoe de Politieke Pachters ONDERLING de macht mogen verdelen. En tevens welke nieuwe afsplitsingen op PROEF aan bod komen, hetgeen het absoluut MAXIMUM is wat er toen en nu in Nederland aan medezeggenschap bestaat. Want ELKE "nieuwe partij is een afsplitsing van BESTAANDE pachter portijen.

    5. De monarch bepaalt de koers welke het schip-van-staat gaat varen. NIET de "kiezers" en ook niet de Pachters. Tot 1870 was dat het "Liberaalse" bestek, daarna kwamen (tot het VERLIES van de kolonies) de Garristelijken en Conservatieven aan bod. Van af 1949 en tot nu toe is linxigheid en de verzorgings staat het baken waar de monarch op vaart. Dit is GEEN theorie maar een terugblik en een opsomming van de feiten (hindsight en monday morning quarterbacking, noemt men dat in de VS).

    6. De Politieke P{achter zijn NIET bij machte of hebben belang om afschaffing van de monarchie te bewerkstelligen, anders hebben zij dat gegarandeerd wel gedaan omdat zij dan een vann hun tot President kunnen bombarderen. Dat een Beek daar dense voor is.

    Daarentegen hebben wij NIKS als zuiver en eindeloos GELEUTER en GEZUIG van Beek. Hij heeft helemaal geen poot om op te staan, maar verkondigt slechts maraak het standpunt van zijn dominee en zijn kerkje die domweg loyaal zijn aan de monarchie. Ik wordt werkelluk echt moei van Baak …

  13. Niet errug moei van Baak (whoever he may be), maar van … BEEK die inderdaad als een rasechte … POLINCO FUNDAMENTALIST kwaakt …

  14. [45]
    Ook deze les zegt weinig over de daadwerkelijke macht van het koningshuis; de verschillende stromingen die de ministers leverden zijn daarvan een voorbeeld.
    Het steeds herhalen van het woord politieke pachters overuigt ook niet echt.
    En dat ik een dominee of een kerkje napraat, is alweer zo’n vooroordeel op niets gebaseerd, en ook onjuist.
    Waar zeg ik dat ik voor een president ben? Nergens. Lijkt mij eerder het alternatief van een ACP.

  15. [44]
    Wel onderscheid blijven maken, beek.

    A. In de draad onder “Integratie !!! Even rekenen !” wordt uitgebreid ingegaan op het MPP-stelsel. Weliswaar noemt ACP dit stelsel slechts een historische kroniek, maar in de draad wordt duidelijk een stelsel beschreven. Er zijn meer dan genoeg aanknopingspunten voor de bruikbaarheid van zijn -laat ik het noemen- “werkhypothese”. http://www.vrijspreker.nl/b

    B. In dat artikeltje wijs ik op de basisstructuur waarop de macht van de Koning (= regering) berust. Daarin wordt met name gewezen op de partijhiërarchie en de fractiediscipline als instrumentarium om een regering via manipulatie in het zadel te houden.

    Welnu, volgens art. 42 grondwet bestaat de regering uit de Koning en de ministers. De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. De vergadering van de ministerraad is geheim (art. 26 RvO RvM).

    Er is dus duidelijk een structureel verband tussen de positie van het staatshoofd en die van ministers en coalitiepartners, waarbij gekozen Kamerleden onder meervoudige druk staan om bij stemming het fractiestandpunt te volgen.
    Wat er in de geheime vergaderingen wordt besproken komt praktisch nooit naar buiten (behalve toen er LPF-ministers in de regering zaten).

    C. In de onderhavige draad [21] wijst ACP wel degelijk op de macht van de Koning (het koningshuis heeft geen grondwettelijke taak, dus ik zie niet in wat de grondwet van 1848 anno 2006 hiermee te maken heeft).

    D. Het zal duidelijk zijn, dat in het MPP-stelsel de Koning niet zonder de daaronder liggende grondwettelijke structuur kan en dat het stelsel alleen functioneert, indien het instrumentarium van partijhiërarchie en fractiediscipline functioneert, zoals de pachters en leenheer dat wensen. In deze structuur hebben ze elkaar nodig. Zonder zo’n pachtovereenkomst functioneert het niet.

  16. [47] beek,
    Een pachtovereenkomst is een bijzondere overeenkomst, waarbij de eigenaar van een (agrarisch) grondstuk de pachter het gebruik ervan tegen een tegenprestatie toestaat.

    http://nl.wikipedia.org/wik

    Pacht kan in het onderhavige geval gezien worden als hebbende betrekking op het Nederlands grondgebied.

  17. [49]
    Maar natuurlijk is er een officieel verband, dat kan niet worden ontkend, aangezien die gewoon op papier staat.
    Maar dat papier heeft die koning tot stroman verklaard, iemand die slechts kan toezien hoe het volk, door middel van verkiezingen, een Tweede Kamer kiest, waaruit een regering wordt gevormd. Een stroman die bij impasses misschien een zetje kan geven.
    En aangezien overgrote delen van het volk voorstander van deze decorummonarchie zijn, durven partijen, zelfs de SP , het afschaffen van deze monarchie niet voor te stellen.
    Of het koningshuis invloed heeft op de partijdiscipline, dat vraag ik mij af. Lijkt mij eerder het gevolg van partijleiders die vrezen versplinterd over te komen richting kiezer en media.

  18. [51] beek,
    Lees nu svp eens wat ACP hierover zojuist schreef [45]
    Duidelijker kan het toch niet uitgelegd worden.
    Overigens bedoelt hij natuurlijk niet Willem III, maar Willem II.

  19. [51] Zooo … ONNOZEL … heb ik het nog niet eerder (gesteld) gezien …. door iemand die duidelijk totaal geen flauw benul heeft van wat "macht" wel is, en in welke vormen het zich kan manifesteren of gemanifesteerd kan worden.

  20. [45] [52] duidelijk is wel dat toen willem III in 1853 de kans kreeg (door de aprilbeweging) om zich van het door Thorbecke in 1848-1849 ingevoerde stelsel te ontdoen , hij die niet gegrepen heeft.Thorbecke werd ff vervangen door Van Hall (en later Van Hall weer door Thorbecke)en dat was het.

    Blijkbaar dacht Willem III bij zichzelf : "dit stelsel is nog zo slecht niet en geeft me de meeste kans op behoud van m’n troon"
    en achteraf bekeken had ie nog gelijk ook : de oranjes (in voor zoverre die familie nog iets met de eerste Oranjes van doen heeft) zitten er nog steeds daar waar de Hohenzollerns, de Romanov’s en de Habsburgers wier staatkundige positie op papier in 1853
    veel sterker leek dan die van Willem III al lang verdwenen zijn.

    Groetz,

    Cincinnatus

  21. [55] Vertal dat allemaal maar niet aan … BEEK. Die heeft de oren dichtgestopt en zelf z’n ogen goed ingepeperd.

    Wat zou Beek toch voor de kost doen? In Kampen zijn "kennis" opgedaan en voorganger van een splintergemeentetje?

  22. [55] Cincinnatus,
    Aardig is ook te weten, dat, TERWIJL Ministers de eed op de grondwet moeten afleggen om te kunnen functioneren, de grondwettelijke ambtseed van het staatshoofd flauwe kul is, JUIST OMDAT het ambt van staatshoofd ERFELIJK is. Ministers moeten bij koninklijk besluit worden benoemd, maar koningen worden van rechtswege (= "helemaal van z’n eigen", maar volgens Mevrouw van Lippen "bij de gratie Gods") staatshoofd.

    Bovendien vaardigt het staatshoofd de wetten uit en signeert deze, terwijl de minister deze "contrasigneert", hetgeen eens temeer aangeeft, hoe de grondwettelijke verhoudingen liggen.

    Groet,
    SpyNose

  23. [56]
    Wat Cincinnatus schrijft is niet in tegenspraak met wat ik schreef: immers deze Willen was bereid macht in te leveren, om de functie, uitgehold, toch veilig te stellen.
    En dan plaatst ACP een geweldige belediging, volgens zijn eigen woorden althans, immers, erger dan pedofielen.
    Laat ik het maar op ‘humor’ houden.

  24. [58] beek,
    Ik weet niet, of je je intussen hebt ingelezen, zoniet, dan zou ik je willen aanraden tenminste even verder te kijken d.j.n.l.i. en de eerder genoemde URL:
    http://nl.wikipedia.org/wik
    te bezoeken.
    Daarnaast houdt niemand je tegen om een cursus beginselen staats- en/of bestuursrecht te doen.

  25. [58] De perceptie van deze Beek is dat Thorbecke die Wullum (de zoveelste) de poten zou hebben afgezaagd, zodat het de Ranjas zijn die aan het kortse eind trokken. Niks is echter minder waar helaas. Want dankzij het Thorbecke gemanipuleer en golden parachute kon de monarch zowel de geit als de kool sparen. (Having his cake and eating it too) … Die Wullum was nog niet zo dom als zijn huidige en toekomstige opvolgers.

    1. Hij kon anderen (de ministers) letterlijk overal de schuld van geven.

    2. De regering is uiteindelijk aan HEM verantwoordelijk en niet aan het volk. Waarom zouden de premiers anders nog steeds wekelijks bij TrickyTrixy op de stoep moeten verschijnen.

    3. Alles gebeurt in naam van de Monarch, en dat is toch echt NIET VOOR NIKS. Of wel soms?

    4. De monarch is onschendbaar (wat een president nooit zou kunnen zijn) en is ook nog overal van vrijgesteld ( want ook een president moet inkomsten, vermogens en alle plaatselijk belastingen betalen).

    5. De feodale en volledig echterhaalde monarchie BESTAAT hier vandaag de dag nog steeds … Dus hoezooooo uitgehold.

    Beek is helaas gewoon een fundamentele diehard … en dan scheld ik niet maar beschrijf de realiteit. Maar daar wil hij ook niet van horen.

Comments are closed.