Meestal kijk ik in de krant wel even bij de ingezonden brieven rubriek, en soms valt je mond open van verbazing als je leest hoe oprecht verontwaardigd mensen kunnen zijn om de verkeerde redenen.
Vorige week reageerde een lezer op een verhaaltje over de NMA, u weet wel, onze kartelpolitie. Hij maakt in een reactie van 75 woorden twee kapitale denkfouten. De briefschrijver stelt dat wie zegt dat de kartelpolitie ons voordeel brengt, uitgaat “van de onbewezen, maar ideologisch populaire stelling dat iedereen profiteert van betere marktwerking”. Hij stelt hiermee expliciet dat de NMA marktwerking bevordert, hetgeen uiteraard onjuist is.

De NMA is een typisch voorbeeld van het sturen van de markt, hetgeen op termijn niet werkt; een voorbeeld van de ‘Equalisation of Opportunity Bill’ uit Ayn Rand’s Atlas Shrugged.

De tweede denkfout betreft zijn statement dat “de meeste mensen helemaal niet willen shoppen om het goedkoopste en beste te krijgen, maar er gewoon op willen kunnen vertrouwen aangeboden producten en diensten van redelijk tot goede kwaliteit zijn voor een redelijke prijs”. Als klap op de vuurpijl sluit hij af met: “Dat krijgt marktwerking nooit voor elkaar. Stel dat er geen marktwerking was. Waren we dan niet beter en goedkoper uit?”

En dan vandaag: Zoals u weet heeft de overheid besloten dat taxichauffeurs niet meer mogen laten betalen voor stilstaan. Dus een taxichaufffeur die in de file terechtkomt, of langdurig voor rode stoplichten staat (ontmoedigings’beleid’ in Utrecht) mag deze tijd, die hij toch echt aan deze klant besteedt, niet meer in rekening brengen. Taxichauffeurs zijn daar woest over, en één van hen schijnt gezegd te hebben dat hij ‘die fietser nu nog voorrang geeft, maar straks niet meer want dat kost tijd, dus geld. Míjn geld’.

Welnu, onze lezer vindt dat maar niks. Hij gaat nooit meer met de taxi en die chauffeurs? Wat een mentaliteit zeg! Ze mogen wat hem betreft zo de gevangenis in. Mijns inziens is dit een typisch hedendaagse SP reactie: de overheid steelt en de bestolene moet de bak in omdat hij daar tegen protesteert. Wat asociaal dat die man niet bestolen wil worden. Foei.

De eerste reacties die na lezing van deze brieven om voorrang streden waren: “Van welke planeet komen deze mensen?”, “Mogen deze lezers ook stemmen?” en “Door welke partij wordt dit soort brieven betaald?”. Hebben deze mensen ooit geleerd voor zichzelf te denken? Te vrezen valt van niet. Tevens valt te vrezen dat het zeer veel inspanning zal vergen om mensen die dit oprecht menen de ogen te openen. De slotzin van de eerste lezer was een vragende, maar het antwoord zal veel verder moeten gaan dan een simpel “Nee”.
————————————————-
Ingezonden door René H.

41 REACTIES

  1. [2] Elvis mag ik tussendoor enigszins off-topic opperen dat een federalisering van staten ook een kartelvorming is, met als meest voor de hand liggende voorbeeld de EU.

    Dit omdat ik veronderstel (kan fout zijn) dat je dit soort kartelvorming juist goed vindt.

  2. [29] [30]
    NvdB,

    Allereerst bedankt voor de moeite van de uitgebreide uitleg, maar echt snappen doe ik het volgens mij nog niet.

    Eerst even over die NMA. Als dit een soort abonnement is, zou het dan niet nuttig zijn wanneer men niet gebonden is aan de NMA als monopolist? Zolang je de NMA puur als een aanklager ziet (en de beoordelings- en bestraffingsfunctie ervan scheidt), zie ik niet echt het nut van een NMA met exclusieve vervolgingsbevoegdheid. Wat betreft het coördinatieprobleem van welke arbiter\rechter dan moet worden aangezocht heb je een goed punt. Als beide partijen toevallig bij dezelfde arbiter aangesloten zijn, is er geen probleem natuurlijk. Maar wanneer ze beide een andere arbiter hebben aangesteld, zou je verwachten dat deze samen afspraken hebben gemaakt over welke rechter wordt gekozen. Arbiters die dergelijke afspraken met elkaar hebben gemaakt, hebben een duidelijk voordeel t.o.v. van degenen die dit niet doen. Een burger zou wel gek zijn om in zee te gaan met een arbiter die vrijwel 0% kans op een succesvolle conflictbeslechting biedt.

    Een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering heeft inderdaad weinig nut zolang een ander je niet aansprakelijk kan stellen. Maar een verzekering tegen schade DOOR derden heeft dat wel. In een maatschappij zonder WA-verzekeringen zou je jezelf haast wel moeten verzekeren tegen schade door derden. En die verzekeraar kan eisen dat je aansprakelijkheid (en een mediator of arbiter) accepteert indien je schade veroorzaakt bij een medeverzekerde. Verzekeraars met dergelijke voorwaarden zullen goedkopere premies kunnen bieden, omdat de kosten veroorzaakt door verzekerden bij medeverzekerden van diezelfde verzekeraars, verhaald kunnen worden zonder de verzekeraar zelf hierop aan te spreken. En daarmee wordt via een achterdeur een WA-verzekering met arbitragebeding alsnog verplicht.

    Anders bekeken, is het zoveel erger of duurder om een maatschappij te hebben waarbij men i.p.v. een WA-verzekering, een Schade-door-derdenverzekering heeft? Deze zullen mensen die roekeloos een ander schade berokkenen, of geen verantwoordelijkheid willen nemen of geen mediator accepteren, veel hogere premies gaan rekenen, of zelfs onverzekerbaar laten. Al was het alleen al door het feit dat iemand bij wie je schade veroorzaakt ook straffeloos bij jou schade kan veroorzaken. Natuurlijk kun je ook de huidige rechtsstructuur gebruiken, mensen toestaan zelf een arbiter te kiezen en indien ze hier geen overeenstemming over kunnen bereiken alsnog naar een bij wet benoemde rechter kunnen stappen.

    Je economische uitleg is volgens mij wel duidelijk op zich, maar voor mij toch nog steeds moeilijk te bevatten. Ik ben duidelijk geen homo economicus. Allereerst, misschien is dit heel dom om te vragen, maar wat is het verschil tussen boekhoudkundige winst en economische winst?

    Begrijp ik nu dat het "optimum" bereikt is wanneer een ondernemer kan zeggen dat hij met 1 eenheid meer productie evenveel of minder winst maakt? Maar een monopolist maakt toch ook meer winst met iedere eenheid productie meer? Wellicht dat daar ook een punt is waarbij de marginale winst en de marginale kosten gelijk zijn, maar is dit dan de wenselijke situatie? Hij kan immers zelf weten of hij aan alle vraag zal voldoen en een prijs vragen waarbij zijn winst maximaal is. Voor de kopers is dit nog altijd een veel hoger bedrag dan bij "perfecte mededinging". En dan weet ik dus nog niet wanneer je die "juiste prijs" hebt.

  3. [32]
    Owl

    Dan zal ik proberen e.e.a. verder uit te werken, al ben ik geen ideale docent voor een introductie in economie. Dus blijf vooral zeggen wat je niet duidelijk is, zodat ik weet waar ik tekort schiet.

    Wat de NMA betreft. De NMA is geen monopolist. Iedereen die benadeeld is door handelen in strijd met de mededingingswet kan de schuldige aansprakelijk stellen voor de schade die hij daardoor geleden heeft. Dat is ook uitdrukkelijk tijdens de behandeling aan de orde geweest. Verschillen zijn overigens wel de ruimere bevoegdheid van de NMA om bewijs te verkrijgen en dat de NMA zelf niet beter wordt van een boete (die gaat naar de grote pot, waar de NMA maar een x percentage van krijgt).

    Arbiters: Je idee klinkt goed, en komt in zekere zin neer op de conflictrechtelijke verdragen in het onrechtmatige daadsrecht, waarin wordt bepaald welke rechter bevoegd en welk recht van toepassing is bij een onrechtmatige daad tussen personen van verschillende nationaliteit. Wat op het niveau van staten kan, kan natuurlijk ook in beginsel op het niveau van individuen. Wel blijft het allemaal binnen het veld van de overeenstemming, het contract, en is in beginsel de onvrijwillege interactie (zoals onrechtmatige daad) geen onderdeel van de analyse. Immers, ook jij veronderstelt dat ergens een contract gesloten wordt: Eerst tussen de verzekeraar en de verzekerde en later tussen de verzekeraars zelf. Als ik mij niet verzeker, kan ik mij nog steeds overal aan onttrekken. Voor die gevallen moet je nog steeds een anders dan door overeenstemming van toepassing zijnd handhavingsmechanisme hebben wil je bepaalde prikkels tot het nemen van zorg geven. Wat mij betreft voldoet een regeling van aanvullend recht in dat geval.

    WA/schadeverzekering. Er is nogal wat over de optimale vorm van verzekeringen (schadeverzekering, aansprakelijkheidsverzekering, een overheidsfonds) geschreven. Ik ben niet voldoende van die massa op de hoogte om een gedegen uitspraak te doen. Iemand die deze materie zeer goed beheerst is prof. Faure uit Maastricht, misschien dat iets van hem op het internet beschikbaar is.
    Ten aanzien van jouw theorie, dat verzekeraars winst kunnen maken door politieagent / rechter te spelen, zie ik niet echt waar de winst voor de verzekeraar zit. De verzekeraar maakt winst omdat de wiskundige verwachte schade lager is van het wiskundige verwachte nut van de verzekerde. Dit komt omdat de verzekerde hogere inkomens minder dan evenredig waardeerd in termen van nut. Omdat verzekeraars risiconeutraal zijn is hun verwachte nut gelijk aan de verwachte geldstromen, zodat zij bereid zijn het risico over te nemen tegen een premie. Het verschil in premie en verwachte geldstromen is hun winst. Door een hoger niveau van zorg door derden neemt de verwachte schade voor de verzekerde af. In dat geval zou hij bereid zijn een lagere risicopremie te betalen. Mij is onduidelijk hoe de verzekeraar bij deze lagere premie een hogere winst kan maken. Kortom: Hebben verzekeraars werkelijk belang bij een hoger zorgniveau van potentiele schadeveroorzakers?
    Het is niet de WA verzekering, maar het aansprakelijkheidsrecht dat mensen tot gewenst gedrag prikkeld. Op zichzelf is het bij een efficient systeem van aansprakelijkheidsrecht niet noodzakelijk dat er een WA verzekering is, tenzij de mensen naar verwachting te weinig geld hebben om de schade te vergoeden (ze zijn dan judgement proof). Deze moet dan overigens wel verplicht zijn, wederom vanwege de coordinatieproblemen. Maar het is waarschijnlijker dat de meeste mensen zich verzekeren vanwege het risico om een keer een onrechtmatige daad te plegen ook al neem je voldoende zorg.
    Je laatstgenoemde voorstel lijkt mij ook het beste, als mensen door middel van efficiente onderhandelingen overeenstemming bereiken over het forum, laat dat dan ook bindend zijn.

  4. De economische term winst gaat over het verschil tussen omzet (prijs X hoeveelheid) en totale kosten. Deze laatste term gaat ook over opportuniteitskosten, nl. dat inkomen wat je had kunnen vergaren door de meest redenerende alternatieve activiteit. De boekhoudkundige term winst negeert deze kosten. Een voorbeeld: Stel je hebt twee gelijke ondernemingen die brood produceren. Ze hebben bijna alles hetzelfde: dezelfde omzet, dezelfde productie, dezelfde arbeidskosten etc. Het enige verschil is dat de ene onderneming eigenaar is van de grond waarop de fabriek staat (waarde 1000 euro), terwijl de andere onderneming die grond huurt tegen 100 euro per jaar. Afschrijving even buiten beschouwing latende (die zal in dit geval toch nooit 100 euro bedragen) heeft de eerste onderneming boekhoudkundig een winst die 100 euro hoger ligt dan die van de andere onderneming. Immers, er hoeft geen geld betaald te worden aan een verhuurder. Echter, economisch gezien is de winst gelijk: De opportuniteitskosten van de eerste onderneming zijn 100 euro: die had zij kunnen verdienen door de fabriek te verhuren. Door dat niet te doen is zij 100 euro misgelopen, hetgeen in economsiche zin als kostenpost meegenomen moet worden.
    Overigens maakte de molenaar in mijn eerdere voorbeeld ook een economische winst. De gedachte dat de winst in een perfecte markt verdwijnt is niet gebaseerd op statische theorien, maar op dynamische. Door het bestaan van economische winsten zullen ondernemingen toetreden, waardoor het aanbod toeneemt totdat de economische winsten verdwijnen. De marginale kosten, gemiddelde kosten, marginale baten en de prijs zijn dan allemaal gelijk. Het inzicht dat de marginale baten en marginale kosten aan elkaar gelijk zijn in het optimum van een individuele onderneming of consument is een inzicht dat (ook) in de statische theorien van toepassing is, zoals bij mijn eerder voorbeeld. Voor de eenvoudigheid heb ik, daar het enkel om het begrip marginale baten en kosten ging, de vrijheid genomen mij te beperken tot een dergelijke statische markt.

    Je vermoeden is correct volgens de oude theorieen. Bij het optimum kan de onderneming met 1 extra eenheid niet meer winst maken. In de klassieke economische theorie, die waarin monopolies altijd slecht zijn, zal een monopolist te weinig produceren vanuit het oogpunt van de welvaart. In het sociale optimum (dus de som van alle nutwaarden en winsten van de betrokkenen) zijn de marginale kosten, de marginale baten en de prijs aan elkaar gelijk. In die situatie zou het de producent meer extra kosten dan dat het de consumenten meer extra zou opleveren, zodat de ruil niet pareto-verbeterend zou zijn. (Een pareto-verbetering doet zich voor als bij een ruil jij er op vooruitgaat en ik in ieder geval niet op achteruit ga. Omdat de prijs die jij wil betalen voor 1 extra eenheid gelijk is aan je marginale nut, is een ruil voorbij het sociale optimum geen pareto-verbetering.) In die klassieke theorie moet de monopolist steeds een keuze maken tussen een lagere prijs en een grotere afzet. Immers, om het product aan meer mensen te kunnen verkopen moet hij zijn prijs verlagen, maar dat betekend dat alle bestaande klanten minder opleveren. Het sociale optimum is dan in ieder geval dat het optimale productieniveau van de monopolist, zodat het onder een monopolie niet tot stand komt.
    Let wel, deze uitkomst is geheel gebaseerd op de zeer twijfelachtige assumptie dat de monopolist verschillende typen klanten niet verschillende contracten kan aanbieden. Als je dat wel toestaat, zoals de adverse selection literatuur doet, is het verlies aan efficientie veel en veel lager of verdwijnt zelfs in het geheel.

    Zo langzamerhand begint het uit te lopen op een introductie in de economie. Ik ben daar echt niet het meest geschikt voor, mijn specialisatie is contract theorie en dat zijn zeer gespecialiseerde modellen. Natuurlijk wil ik dingen verder uitleggen, maar ik raad je, als je echt geintereseerd bent, aan om een inleidend boek te lezen. Ze zijn er van verschillende niveau’s. Veek gebruikt is Pindyck en Rubinfeld, Microeconomics. Minder technisch is Griffiths en Wall, onterecht getiteld intermediate microeconomis. Wel terecht is die titel bij Varian, Intermediate economics. Deze boeken kunnen je, als je de engelse taal machtig bent, veel sneller inzicht geven in de basis van de microeconomische theorie dan dat ik dat kan. De vragen waar we nu over praten staan beschreven in de eerste paar hoofdstukken van de genoemde boeken.

  5. [33]
    NvdB,

    De NMA is dan weliswaar geen monopolist wat betreft het kunnen aanklagen, maar is ze dan ook niet een monopolist wat betreft het oordelen? Bovendien lijkt het me wat onverstandig om vervolging en veroordeling in één hand te hebben. Zeker als de aanklager-rechter een financiëel belang heeft bij het veroordelen van (on)schuldigen. Zijn daar ook waarborgen voor ingesteld?

    Inderdaad kan aanvullend recht, voor het geval twee partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over de arbiter, een oplossing zijn. Probleem blijft dan wel dat dat aanvullende recht een monopolie van de staat is, en ook onredelijke bepalingen kan bevatten. Met name als deze een bepaalde groep bevoordelen, wordt het voor de bevoordeelde groep bijzonder onaantrekkelijk om een vrijwillige arbiter te benoemen die wel een gebalanceerder oordeel zou vellen.

    Bovendien is dat onttrekken in een maatschappij zonder aanvullend recht bijzonder nadelig. Als jij je niet kunt beroepen op een arbiter of verzekeraar en ook niet je toevlucht kunt nemen tot een door de overheid bepaald recht, kan ik (of mijn verzekeraar) jou in gelijke mate (of zelfs disproportioneel) benadelen.

    Ik ben ook niet overtuigd van het comparatieve nut van een verplichte WA-verzekering t.o.v. een vrijwillige verzekering tegen schade door derden. Als de dader zich verzekert tegen WA, en schade bij jou maakt, is hij weliswaar aansprakelijk, maar zal zijn verzekeraar dit betalen. In feite betalen alle daders praktisch niet meer dan de slachtoffers, namelijk alleen de premie van de WA-verzekering (plus hoogstens een eigen risico).

    Even een versimpeld voorbeeld. Je hebt een maatschappij met personen A, B en C:

    Scenario 1:
    -A, B en C zijn allen (verplicht) WA-verzekerd.
    -A pleegt voor 100 gulden schade tegen B.
    -A, B en C betalen ieder 33,33 gulden WA-premie om de schade aan B te kunnen vergoeden.

    Scenario 2:
    -A, B en C zijn allen verzekerd tegen schade door derden.
    -A pleegt voor 100 gulden schade tegen B.
    -A, B en C betalen ieder 33,33 gulden aan schadeverzekeringspremie.

    Scenario 3:
    -B en C zijn verzekerd tegen schade door derden. A verzekert zich tegen niets.
    -A pleegt voor 100 gulden schade tegen B.
    -Bij de wettige mogelijkheid van persoonlijke aansprakelijkheid stapt B nu naar de rechter en krijgt tot 100 gulden vergoed van A.
    -In een anarchie zouden B en C van persoon A alle spullen afpakken voor 100 gulden, of zelfs meer. A kan zich op geen enkele verzekeraar, arbiter of recht beroepen.

    Als de schade niet op A kon worden verhaald, zou dat betekenen dat A ook geen geld had om WA-premie te betalen. Dat A zonder verplichte WA-verzekering niet zou meewerken aan schadevergoeding gaat ook niet op, want ook die wordt met behulp van (de dreiging van) geweld afgedwongen. De kosten van alle maatschappelijke schade wordt in een situatie zonder verplichte wettelijke aansprakelijkheid hoogstens gedeeld door alle schade-door-derdenpremies. Dit is niet anders of slechter dan dat alle maatschappelijk schade wordt gedeeld door (verplichte) WA-premies.

    Het is dus in ieders belang om zich wél te verzekeren tegen hetzij WA, hetzij schade door derden, of nog beter beide. Dan zou arbitrage al dan niet een voorwaarde zijn, maar dat doet er dus eigenlijk niet eens zoveel toe. Zolang het aanvullende recht tenminste eist dat je zonder verzekering zelf aansprakelijk bent voor schade die je aanricht, of als er geen aanvullend recht is om je te beschermen tegen retributie. Als meer slachtoffers dan daders geen WA-verzekering nemen (of alleen WA met een hoger eigen risico), betalen de slachtoffers zelfs minder mee aan de schade veroorzaakt door de daders.

  6. [34]
    NvdB,

    Wat economische winst is had ik (blijkt nu) reeds begrepen, maar nu zie ik het verschil met boekhoudkundige winst. Zijn opportuniteitskosten overigens het enige verschil?

    Wat me echter niet duidelijk is, is in hoeverre dit dan zou betekenen dat een bedrijf met 0 euro economische winst, nog altijd een gezonde boekhoudkundige winst zou kunnen maken, volgens jouw eerdere stelling. Het lijkt me toch geen juiste conclusie van mijn kant dat in een perfecte markt niemand, behalve wellicht onroerend goed-eigenaren nog iets verdienen?

    Er ontbreekt in deze zin volgens mij ergens een cruciaal woord: "…Het sociale optimum is dan in ieder geval dat het optimale productieniveau van de monopolist, zodat het onder een monopolie niet tot stand komt…" Ik neem aan dat je bedoelt dat de prijzen te hoog zijn en het aanbod te laag, wat betreft het door de consumenten gewenste niveau?

    En dan blijft voor mij nog steeds die prangende vraag: Hoe weet je wanneer je een efficiënte markt bereikt hebt? Als het sociale optimum bereikt is, i.t.t. het persoonlijke winstmaximum van de producent? Dat is immers noodzakelijk om te weten wanneer je een NMA hebt die "slechte" monopolies doorbreekt. Als je niet weet wat de "goede" prijzen of winst zouden moeten zijn, kun je ook niet zien wanneer er sprake is van "woekerwinst" of "woekerprijzen". Hoe stel je de sociale optimumwinst of -prijs dan vast? Je zegt dat de marginale kosten, marginale baten, en de prijs dan gelijk zijn, maar dat snap ik niet helemaal.

  7. [36]

    Owl,

    De NMA is inderdaad ook geen monopolist wat betreft het veroordelen. Daar waar burgers een onrechtmatige daad actie beginnen, is het de burgelijke rechter die bevoegd is. Daar waar de NMA zelfstandig een onderzoek instelt is ze in eerste aanleg zelf degene die veroordeelt, maar omdat de rechtbank Rotterdam bevoegd is om het hoger beroep te behandelen, en het Hof van Justitie van de EG voor wat betreft de uitleg van europeesrechtelijke bepalingen, komt het uiteindelijke oordeel eigenlijk van de bestuursrechter, daar de NMA zich alleen kan begeven in de ruimte die de rechters haar geven.

    Wat betreft de verstrengeling van belangen: De NMA heeft zelf geen financieel belang bij een zaak, het geld komt niet haar budget ten goede en zij is verder ook tamelijk onafhankelijk. Intern zijn de bevoegdheden naar ik meen ook gescheiden, maar dat is m.i. een leuk verhaal voor het publiek. Ik geloof er niet in. Omdat de toegang tot de (redelijk) onafhankelijke rechter altijd open staat, is er een correctie op de macht van de NMA. (Zie anders: FIOD, SIOD.)

    Je analyse met betrekking tot het aanvullende recht is juist. Door aanvullend recht kun je de uitgangssituatie manipuleren, en het is dus ook van belang dat het aanvullend recht op een zorgvuldige wijze tot stand komt. Natuurlijk geldt dit nog meer voor dwingend recht. Rogier van Bijnen, Aanvullend contractenrecht, dissertatie 2004 is een zeer lezenswaardig werk over dit thema. In beginsel kun je met aanvullend recht twee kanten op: Je kan die regel instellen die optimaal is voor de grootste groep, om op die manier de transactiekosten te verminderen, of je kunt ze expres sub-optimaal maken om zo het openbaren van private informatie te bevorderen (informatiedwingende regels). Voor zover je een regering hebt die andere doelen nastreeft dan efficientie heb je natuurlijk altijd een probleem. Dat heeft dan echter niets te maken met de aard van het recht.

    In mijn post van gisteren heb ik niet de superioriteit van een verplichte WA verzekering verdedigd. Hoewel je voorbeeld aan nogal wat dingen voorbijgaat ( de grondslag voor een verzekeringspremie, premiedifferentiatie, risicoaversiteit, de kosten van een oorlog van allen tegen allen die A,B en C het leven zou kosten, zorg alsmede de kosten en baten daarvan) klopt het wat mij betreft dat gegeven een efficient systeem van aansprakelijkheidsrecht, het niet uit maakt of ik een WA of een schadeverzekering heb, terwijl het goed mogelijk is dat die laatste zelfs beter is omdat mensen nu eenmaal de beste behartigers zijn van hun eigen belang. Een verplichte verzekering heb ik al helemaal niet verdedigd, enkel een standaard rechtvaardiging daarvoor genoemd.
    Sterker nog, of het in ieders belang is om zich te verzekeren hangt geheel af de werking van de verzekeringsmarkt en van de preferenties van de betrokkenen in het algemeen en de risicohouding in het bijzonder.

    Voor zover ik op grond van de mij nu beschikbare literatuur (o.a. de eerder genoemde boeken) kan zien gaat het inderdaad om de opportuniteitskosten. Varian noemt het voorbeeld van iemand die in zijn eigen bedrijf werkt. Omdat hij zichzelf geen loon hoeft uit te keren komen de kosten die hij met zijn arbeid maakt niet terug in de boeken van de onderneming. De boekhoudkundige winst is dan te hoog omdat niet alle kosten worden meegenomen. Een andere punten die Varian noemt zijn het soms ontbreken van een markt voor vergelijkbare productiefactoren (b.v. een unieke machine) en het gebruik van historische kostprijs of andere maatstaven dan de indirecte opbrengstwaarde voor de waardering van activa.

    nooit het geval zijn.

  8. De perfecte markt heeft zijn eigenaardigheden en is zeer onrealistisch. Voor beleid en onderzoek is het een uitgangspunt, maar zeker niet meer dan dat. Het leert ons dat we markten zo efficient mogelijk moeten inrichten, en waarschuwt ons voor mogelijke problemen. Ga je de perfecte markt echt tot op de details analyseren, dan kom je eigenaardigheden tegen zoals die van de winst. Winst is een beloning voor het ter beschikking stellen van kapitaal. De aandeelhouders zijn bereid het kapitaal te verstrekken zolang de verwachte opbrengst groter of gelijk is aan nul. In het laatste geval zijn ze onverschillig. Als we een extreme wereld aannemen waarin in het evenwicht niemand failliet gaat of verlies maakt, is de verwachte opbrengst 0 als er ook geen positieve winst gemaakt wordt. Als er wel sprake is van een stochastische markt waarin kansen een rol spelen, en soms ondernemingen verlies of winst maken, kan er ex-post wel sprake zijn van een positieve winst, maar deze is naar verwachtingswaarde gelijk aan het verwachte verlies. In beide gevallen kan er een positieve boekhoudkundige winst zijn, bijvoorbeeld als compensatie voor inflatie.

    Mijn excuses voor de taalfouten in het algemeen en de onvolledige zin in het bijzonder. Deze moet zijn "Het sociaal optimale productieniveau is in dat geval lager dan het optimale productieniveau van de monopolist zelf, zodat het sociale optimum bij een monopolie niet bereikt wordt." Kortom, het aanbod is te laag, met als gevolg te hoge prijzen en een verlies aan welvaart. Daarbij gaat het niet om wat allen de consumenten willen, maar om het verschil in marginale baten en marginale kosten. Consumenten willen alles voor niets, toch?

    Het optimum is niet van buiten vast te stellen. De theorie zegt dat in een perfecte markt het sociale optimum tot stand komt, niet dat je het kunt vaststellen en dan kunt implementeren. Als dat laatste mogelijk is zou de USSR nog bestaan en het communisme perfect werken (!). Kortom, je kan het sociale optimum niet vaststellen, maar in een perfecte markt komt zij tot stand.
    Als alternatief, ontwikkeld lang nadat de eerste neo-klassieke modellen beschreven zijn, kun je omstandigheden vaststellen waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze een efficientere marktwerking in de weg staan. Wel moeten de afspraken of het gedrag in een concreet geval bekeken worden om vast te stellen of een verminderde marktwerking waarschijnlijk is. Dit zal bijvoorbeeld snel het geval zijn bij prijsafspraken, maar minder snel bij overeenstemmingen op het gebied van een standaard techniek. De focus is daarom niet op de marktsituatie alleen, maar op een breed scala aan variabelen zoals de invloed die een onderneming of groep heeft op de marktprijs, de aard van het gedrag, de aard van de markt (zijn er veel vragers en aanbieders, wat is de kwaliteit daarvan, is toe- en uittreding makkelijk of moeilijk) enz.

    Mijn opmerking over het gelijk zijn van de prijs, marginale kosten, gemiddelde kosten, gemiddelde baten en marginale baten is een typering van de lange termijn evenwichtsituatie van een perfecte markt. In de praktijk zal dat

  9. [37] [38]
    NvdB,

    Dat is aan de ene kant geruststellend, maar aan de andere kant roept het de vraag op waarom de NMA überhaupt is opgericht als een burger zelfstandig een (collectieve) actie kan ondernemen. Je had me een beetje op het verkeerde been gezet vanwege de zin: "… (die gaat naar de grote pot, waar de NMA maar een x percentage van krijgt)…". Dus ik dacht eventjes dat de NMA wel profiteert van vervolgingen.

    Aan de andere kant, nu ik er nog eens over nadenk, is het misschien ook niet zo gunstig als de NMA (of de private aanklager) niet verdient aan rechtmatige veroordelingen, omdat ze dan niet bewust kan zijn van de kosten en baten, en geen prikkel heeft om te vervolgen, zelfs wanneer dit noodzakelijk is. Hebben ze hier ook criteria voor? Blijft altijd een lastige keus tussen effectiviteit en het niet willen stimuleren van onnodige of onrechtmatige rechtszaken. Je wilt immers een competente en consequente vervolging en veroordeling als het aankomt op echte criminaliteit, maar je wilt ook niet een Monster van Frankenstein creëren dat alle onschuldigen met dodelijke efficiëntie te lijf gaat.

    Noch is het wenselijk een NMA te hebben die tegen alle monopolies optreedt zonder zich bewust te zijn of dit wel kosteneffectief is. Sowieso, als ik uit de rest van je verhaal begrijp dat het onmogelijk is om vast te stellen wat een efficiënte markt is, lijkt het bijzonder lastig om iemand op objectieve gronden te kunnen vervolgen voor schadelijke monopolie- of kartelvorming.

    Verder maken een paar taalfoutjes mij niet uit, want die zijn me ook niet vreemd. Grappig overigens dat de laatste zin van het tweede deel van je reactie aan het eind van het eerste deel staat. En klopt die ene zin nu wel? Er staat nu "…Het sociaal optimale productieniveau is in dat geval lager dan het optimale productieniveau van de monopolist zelf, zodat het sociale optimum bij een monopolie niet bereikt wordt…". Moet dat niet juist "hoger" zijn? Er is immers een tekort, dus een te lage productie van de producent i.p.v. te hoge voor de consument? Of bedoelde je met productieniveau de totale kosten voor de consument c.q. de omzet van de producent? Hoe het ook zit, in ieder geval heb ik de bedoeling begrepen, dus dat zat wel goed.

    Mijn excuses dat ik met dat verzekeringsverhaal aan de wandel ging. Soms haak ik in op iets wat een ander zegt, begin dan met een ter zake doende reactie en dwaal vervolgens af in een soort gedachtenexperiment waarbij ik de ander als een kritisch klankbord gebruik. In ieder geval ben ik weer ietsje wijzer geworden, mag ik hopen tenminste.

  10. Owl,

    Het toeval wil dat mij net bekend is geworden dat er net een publicatie van prof. Faure over de efficientie van verplichte verzekeringen beschikbaar is. Zie http://arno.unimaas.nl/show
    We worden op onze wenken bediend.

    Wat betreft je reactie. De reden voor een NMA is dezelfde als die voor een OM. Soms werkt het aansprakelijkheidsrecht gewoonweg niet. Dat kan zijn vanwege coordinatieproblemen onderling zoals bij streuschade (een grote schade verdeeld over heel erg veel personen), een groot procesrisico dat risico-averse mensen niet willen lopen en waarvoor er geen efficiente markt bestaat, b.v. vanwege adverse selection of een afhankelijkheid (denk aan de overheid die soms deels op een private markt actief is).

    Mijn excuses voor de onduidelijkheid (wederom).

    Je typering van het duivelse dillema is sterk. Zelf pas ik het altijd toe op het OM, dat momenteel meer scoringsdrang lijkt te hebben (veroordelen = carriere) dan goed is voor de maatschappij.

    Je correctie klopt, ik ga nu even in de hoek staan en me schamen…

    De discussie / conversatie heb ik als zeer plezierig ervaren, je dwong me goed over dingen na te denken, boeken op te zoeken die al enige tijd onder het stof zitten en riep vragen bij mij op die ik mezelf nooit gesteld heb. Een mooi voorbeeld van de wereld zoals Mill die zich heeft voorgesteld. Ik fungeer graag als kritisch klankboord, op de voorwaarde dat jij dat ook voor mij bent.

  11. [40]
    NvdB,

    Het plezier en de mentale inspanning was wederzijds. Ik zal ook zeker dat artikel van Prof. Faure gaan lezen.

Comments are closed.