- Vrijspreker.nl - https://www.vrijspreker.nl/wp -

Kapitalisme voor beginners, socialisme voor gevorderden…

Al enige tijd ben ik verwikkeld in de voorbereidingen voor een jaarlijks terugkerend simulatiespel waarbij het de bedoeling is de VN na te bootsen. Net als bij de VN worden resoluties geschreven om later samengevoegd te worden en om in een commissie behandeld te worden. Echter, zo zie ik dit jaar voor de tweede keer, de VN is een werkelijk ongelofelijk staaltje hypocriet collectivisme en vaak ook socialisme.

Zo stuitte ik gisteren op een stelling, uitgewerkt in een resolutie die in opvallend eerlijke bewoording de privatisering van waterbronnen in zogeheten LEDC’s (Lesser Economically Developed Countries) tegengaat en zelfs verbiedt. Het idee hierachter, in uitermate wollige bewoording uiteengelegd in de ‘preambulatory clauses’, die niet mogen worden behandeld maar wel vereist zijn, komt erop neer dat niemand zich dan nog water zal kunnen veroorloven.

Terzijde het overduidelijke recht dat een ondernemer en individu hebben om hun eigendom te exploiteren, zijn ook de collectivistische doelen met een dergelijk verbod niet gediend.
Volgens de socialistische schrijvers van dit bureaucratische toiletpapier zal de eigenaar van de pomp zelf de prijs zetten en zullen de omwonende consumenten zich dus nooit water kunnen veroorloven. Immers, alle inwoners van LEDC’s, op enkele corrupte ambtenaren na, zijn ongelofelijk arm.
De eerste fout in deze redenatie doet zich al snel voor. Als niemand zich het water kan veroorloven, heeft de pompeigenaar geen klanten en dus geen inkomsten. Daarom zal hij de prijs verlagen tot men het zich wél kan veroorloven.
Máár, zeggen de kortzichtige socialisten, dan moeten die mensen ál hun geld aan dat water uitgeven omdat de pompexploitant de prijs natuurlijk wel zo hoog mogelijk stelt. De kortzichtigheid van deze aanval op het monopolyverschijnsel blijkt uit de volgende belangrijke omissie: als de pompexploitant zijn prijzen zo hoog mogelijk stelt (wat hem overigens behoorlijke inkomsten oplevert en dus in collectivistische zin alleen maar winst betekent), is het opportuun om met een kleinere en wellicht aanvankelijk duurdere pomp onder die prijs te gaan zitten. En dat doet men dan ook.
Voor alle socialisten onder u, dat heet concurrentie!

Wanneer men de pompen in overheidshanden houdt, is de zeer letterlijke stroom van het product niet alleen onderhevig aan corruptie en dure bureaucratie maar deze is ook nog eens zeer schadelijk voor de economie en de algemene ondernemersgeest van de bevolking.
Deze ‘verloederde ondernemersgeest’ is dan ook de tegenhanger van Marx zijn ‘vervreemde arbeider’.

Marx betoogde in Das Kapital, als onlogische ondersteuning van de historische dialectiek, dat de arbeider, doordat hij aan de lopende band werkt, vervreemdt van het eindproduct. Deze vervreemding leidt volgens Marx tot verminderde productiviteit en is een ‘schrijnend’ voorbeeld van slechte arbeidsomstandigheden.
Naast het feit dat werk simpelweg niet altijd leuk kan zijn en dat deze ‘vervreemding’ ook simpelweg ‘verveling’ genoemd mag worden, ligt het feit dat zowel in praktijk als theorie geen sprake is van verminderde productiviteit omdat goed ouderwets geld altijd nog voldoende motivatie vormt.

De ‘verloederde ondernemersgeest’ is echter wél een serieus probleem voor algemene economische welvaart. Als de ondernemer om te beginnen alle motivatie ontnomen wordt door middel van belastingdruk en allerhande inperkingen en als hem vervolgens ook nog het werk uit handen genomen wordt door een incompetente ambtenaar, zal de werklust hem snel vergaan. Bovendien leidt deze verminderde werklust tot een hoogst merkwaardige arbeidsinstelling.
Al is dit theoretisch moeilijk verklaarbaar, het is in de praktijk niet te ontkennen. En dat doet men (bedrijven) ook niet. Het verschijnsel van de verloederde ondernemersgeest komt vaak voor in ontwikkelingslanden en al even vaak als gevolg van de voorgenoemde socialistische overheidsingrepen. Het enigszins merkwaardige resultaat van deze onnatuurlijke instelling is dat men, vooral in de Afrikaans ontwikkelingslanden, enkel voor werk komt opdagen op betalingsdag. Men begrijpt de meest simpele arbeidsverhoudingen niet doordat de overheid ze elke kans op arbeidservaring in een vrije omgeving ontneemt. Ditzelfde geldt voor de ondernemer die niet ver genoeg vooruit kan denken om inkopen te doen voor winstgevende doorverkoop maar enkel als hij toevallig iets in handen heeft ook daadwerkelijk iets tracht te verkopen.

Vandaar dat Westerse multinationals zoals Heineken in de verscheidene Afrikaanse fabrieken het liefst, zelf voor de ongeschoolde arbeid, Westerse werknemers hebben. De fout wordt enkel verergerd wanneer de overheden, met steun van onder andere de VN, dit niet pikken en quota opstellen voor het aantal lokale werknemers per Westerse werknemer die een bedrijf moet hebben. Zo moest men, toen blanken daar nog veilig waren, in Zimbabwe voor elke blanke werknemer 50 zwarten aannemen.

Apart, als ik zo terugkijk op het bovenstaande, dat, hoewel ik begon met het voornemen een lofrede voor het kapitalisme te schrijven, al snel in een hekeldicht over het socialisme belandde. Maar ach, zo gaat dat bijna altijd. Omdat het kapitalisme zo duidelijk, logisch en bovenal natuurlijk is, is het contrast met overgecompliceerd en onlogisch socialisme zeer groot en daarom in wezen veel moeilijker te bevatten.
De deugden van kapitalisme zijn immers vanzelfsprekend. Maar zonden van het socialisme zijn daarmee des te groter.