Op 23 december 2007 heb ik mijn hoofd verwed. Toen ik vanochtend in de spiegel keek had ik het nog steeds. Toegegeven, ik heb niet alle reacties grondig geanalyseerd. Ik weet dus niet met zekerheid of ik nog wel het recht heb om mijn hersenen te gebruiken. Misschien schendt ik daardoor wel het recht van een van mijn lezers. Als dat het geval is zal ik de betrokkene vergoeden. Laten we onderwijl wat dieper ingaan op het schenden van rechten.
Rechtsschendingen
De nieuwe natuurrechtelijke theorie vertelt ons wat rechten zijn en hoe we ze verkrijgen. Zij impliceert dat rechten geschonden worden wanneer een andere persoon de fysieke zaak waaraan het recht kleeft verandert en die verandering de rechthebbende ervan weerhoudt de fysieke zaak te gebruiken voor het bereiken van zijn beoogde waarde. Dus zijn er drie elementen nodig om van een rechtsschending te kunnen spreken: (I) een persoon (II) moet een rechthouder verhinderen een fysieke zaak waaraan het recht is verbonden te gebruiken door (III) in die zaak een verandering te veroorzaken. Zonder deze drie elementen is er geen rechtsschending.
(I) Alleen personen – d.w.z. wezens met een vrije wil – kunnen rechten schenden. Een boom die op jouw auto valt schendt jouw recht niet omdat de boom geen persoon is. Rechten hebben tot doel om conflicterende aanspraken te beoordelen en alleen personen kunnen aanspraken maken.
(II) Er kan geen sprake van schending zijn als de rechthouder de fysieke zaak nog steeds kan gebruiken om zijn waarde mee te bereiken. Ik kan radio en tv signalen, en zelfs neutrino’s, door jouw lichaam sturen zoveel als ik wil zonder jouw recht te schenden, aangezien de signalen jou niet verhinderen om het lichaam te gebruiken om jouw waarden te bereiken. Arabieren rijden op kamelen door de woestijn en verwerven aldus het recht om het land voor dat doel te gebruiken. Zij weten niet dat onder het land enorme hoeveelheden olie zitten. Uit het zicht en gehoor van de Arabieren kunnen andere personen naar de olie boren en deze wegpompen zonder de Arabieren hiervoor te vergoeden. De rechten van de Arabieren zijn niet geschonden omdat het boren naar de olie hun recht op het gebruik van het woestijnland niet verhindert.
(III) Als een waarde wordt vernietigd, maar geen verandering aan de fysieke zaak waaraan het recht kleeft wordt veroorzaakt, dan is er geen schending van het recht. Mary verzamelt poppen. John zegt tegen Mary dat hij vindt dat poppen verzamelen kinderachtig is. Dat vernietigt de waarde die de poppen hebben voor Mary. John heeft het recht van Mary niet geschonden.
In deze rechtstheorie (en evenmin in enige andere mij bekende rechtstheorie) kan een definitie van het woord “veroorzaken” niet afgeleid worden van de premisse van de theorie. Het woord moet dus gedefinieerd worden. Het is altijd mogelijk, ongeacht de definitie van het woord “veroorzaken”, om scenario’s in elkaar te flansen waarin een persoon met kwade bedoelingen de dans ontspringt, een “onschuldig” persoon met een aansprakelijkheid opgescheept wordt, of een slachtoffer geen genoegdoening krijgt. Geen definitie zal ooit perfect zijn in die zin dat zulke resultaten uitgesloten zijn. Op de rechtsfaculteit wordt het adagium “hard cases make bad law” onderwezen. Het betekent dat de sympathie voor een partij die onder de geldende wet zou moeten verliezen de rechter ertoe noopt een slechte regel te creëren om die partij te helpen. We moeten dus een definitie van het woord “veroorzaken” vinden die consistent is met gangbare betekenis van het woord en die tegelijk binnen deze rechtstheorie past. Een persoon veroorzaakt een verandering in een fysieke zaak wanneer er een deterministische keten is tussen zijn handeling en de verandering. Een keten is deterministisch zolang zij niet stopt en opnieuw gestart wordt door de vrije wil van een andere persoon. Je vertelt aan Tom (die geen co-actor is) dat Bob met zijn vrouw naar bed ging. Tom vermoordt daarop Bob. Jij hebt de dood van Bob niet veroorzaakt omdat de keten tussen jouw spreken en de dood van Bob niet deterministisch was – jouw keten stopte en Tom startte een nieuwe keten. Het woord “deterministisch” sluit quantum indetermisme niet uit. Als je een kat in een box stopt op een wijze dat kansdesintegratie van een atoom cyanide vrijmaakt, dan heb jij de kat gedood.
Een keten blijft deterministisch als hij door de vrije wil van een andere persoon een andere richting wordt uitgestuurd. Joe duwt een auto van een helling af. Bob ziet het gebeuren en duwt de auto opzij met als gevolg dat Sally erdoor wordt aangereden. Joe en Bob hebben allebei de aanrijding veroorzaakt. Dat lijkt op het eerste gezicht niet echt eerlijk. Maar bedenk bijvoorbeeld dat Joe eigenlijk de bedoeling had om Carl te raken en dat Bob slechts handelde om hem te beschermen, niet wetende dat hij daardoor Sally schade zou berokkenen. Men kan in deze rechtstheorie niet aan zijn verantwoordelijkheden ontkomen door een beroep te doen op goede bedoelingen. (Terwijl je niet aansprakelijk kan zijn voor rechtsschendingen die je niet veroorzaakt hebt ben dat voor de volle 100% wanneer je wel de veroorzaker bent, los van gelijk welke andere overwegingen.).
Een keten kan gaan van een eigendomsverwervende handelen naar een rechtsschendende. Als je een anaconda vangt en die eet later de hond van de buren op, dan gaat de keten van het vangen, over het eigendom verwerven naar het vernietigen van de eigendom van de buurman en dus een rechtschending. Evenzo is je lichaam een fysieke zaak waar je door te handelen eigendomsrecht over verwerft (hier kom ik later uitgebreid op terug) en een keten kan gaan van elk van jouw handelingen (die jouw eigendom over je lichaam bevestigen) naar een verandering door jouw lichaam aan de fysieke zaken die aan een ander persoon toebehoren. Als iemand slaapwandelend een moord begaat (het is al voorgekomen) of een persoon wordt tijdelijk psychotisch en doodt mensen, dan heeft die persoon rechten geschonden omdat er een deterministische keten is tussen het verwerven van het lichaam naar de dood van de andere personen. Tijd voor een beetje science fiction: A transfereert in het lichaam van B, schopt B eruit en veroorzaakt vervolgens het lichaam van B om C te doden. A heeft het recht van C geschonden precies alsof hij het wapen van B had genomen en C neergeschoten. Maar zelfs al is B eigenaar van het lichaam, toch is B niet aansprakelijk omdat (1) zijn lichaam niet op zichzelf de misdaad pleegde en (2) de keten van B met zijn lichaam ophield op het moment dat A het overnam en dus een nieuwe keten startte. Om deze reden kan jou geen rechtsschending worden verweten wanneer je in een rij staat en iemand duwt je tegen de anderen aan.
Elke keer als een persoon handelt dan veroorzaakt hij een verandering in een fysieke zaak. Een fysiekek zaak is “veranderd” als (a) de handeling de zaak wijzigt of als (b) de handeling een wijziging van de zaak verhindert. Met betrekking tot (a) kunnen we stellen dat een zaak gewijzigd wordt als we het laten botsen met andere mattergie. Inzake (b) is er een verandering van de zaak als we een fysieke botsing tegenhouden die zonder onze handeling zou hebben plaatsgevonden. Licht vloeit van de zon naar de aarde. Bob plaats zijn planten in het pad dat het licht volgt. Joe richt op zijn eigen grond een gebouw op en verhindert daardoor dat het licht bij de planten van Bob komt en aldus verandert hij de planten van Bob door ze te doden. Hoewel Bob het licht niet verandert tot het zijn planten bereikt, en bijgevolg het licht dat door Joe veranderd wordt niet bezit, toch bezit hij de planten. Door de planten van licht te versteken heeft Joe een verandering veroorzaakt in Bob’s planten. De keten van het bouwen naar het verhinderen van het licht naar de dood van de planten is deterministisch. De planten zijn veranderd ten opzichte van wat zij zonder Joe’s handeling zouden zijn geweest, nl. levend. Bob kan niet langer zijn planten gebruiken om zijn waarde te bereiken en dus heeft Joe zijn rechten geschonden.
Bob vist in een rivier. Een beetje stroomopwaarts verwijdert Joe alle vis. Wanneer Bob zijn lijnt uitgooit vangt hij niets. Bob’s lijn, haak en aas zijn niet langer dezelfde – er hangte geen vis meer omheen, en dat was een waarde voor Bob. Als het water van de rivier de vijver van Bob vult en Joe neemt al het water weg, dan is de vijver veranderd – hij is nu droog. Als Joe een eend neerschiet die ander op de vijver zou zijn neergestreken, dan is de vijver ook veranderd – er is een eend minder, het niveau van het water is lager en het water wordt niet meer door eendenpootjes bewogen. Maar veronderstel dat Joe een polluent in de rivier loost en Bob gebruikt de rivier niet voor visvangst. De vervuiling vermindert de waarde van Bob niet en dus is Bob’s recht niet geschonden.
Verjaring
Het verstrijken van tijd heeft nooit een uitdoving van aansprakelijkheid voor gevolg. Bob schendt Joe’s rechten wanneer hij een sateliet in een baan om de aarde brengt en deze 20 jaar later naar beneden komt en Joe verplettert. Er kan geen bevrijdende verjaring bestaan omdat er geen wetgever kan bestaan die een dergelijke verjaring kan decreteren. Aan de andere kant, niemand kan gedwongen worden om een persoon te helpen om restitutie te krijgen voor een rechtsschending, tenzij ermee hij instemt, en een persoon kan weigeren mee te helpen aan de vordering tot restitutie indien de rechtsschending erg lang geleden gebeurde omdat het in dat geval erg moeilijk is om te bewijzen dat een schending plaatsvond, of wie het gedaan heeft, of omdat de schuldige persoon allang verdwenen is. Vandaar dat uit praktisch oogpunt het verstrijken van tijd de vordering tot restitutie bemoeilijkt.
De reden voor de rechtsschending is volkomen irrelevant. Als je Sally vermoordt omdat Bob ermee dreigt anders jou of iemand die je na staat te vermoorden, dan blijf je nog steeds aansprakelijk voor de dood van Sally. Een bedreiging op zich is een rechtschending. Niemand stemt ermee in om een bedreiging te horen. Maar ermee instemmen de voorwaarden van de bedreiging te horen staat niet gelijk met instemmen met het horen van de bedreiging zelf. Als Joe zegt: “Ik heb je dochter en zal haar doden als je niet aan mijn eisen voldoet” en Bob antwoordt: “Wat zijn je eisen?” dan heeft Bob ingestemd met het aanhoren van de voorwaarden, niet met het aanhoren van de dreiging zelf.
Bedrog kan op verschillende manieren een rechtsschending zijn. Jack’s bookmaker zegt, “Geef mij honderd euro en ik zal het voor je inzetten op True Love op de vierde plaats”. Jack geeft het geld en de bookmaker gaat ermee vandoor. Het aanbod van Jack is op zich een rechtsschending omdat Jack niet heeft ingestemd met het aanhoren van een leugen. Jack heeft bovendien alleen ingestemd om het geld aan de bookmaker af te geven om hem de inzet te laten doen. Jack heeft niet ingestemd met enig ander doel voor het gebruik van zijn geld. De bookmaker heeft dus geen instemming en schendt Jack’s recht.
Onder het conventionele recht zijn geld, toonderobligaties of -aandelen, cheques and dergelijke, “verhandelbare waardepapieren”. Over het algemeen betekent dit dat als Joe aan Bob een boek verkoopt, Bob het betaalt met een briefje van €10 dat hij van Carl gestolen heeft, en Joe in goed vertrouwen het briefje aanvaardt, niet wetende dat het gestolen is, dan hoeft Joe het niet aan Carl terug te geven (in welk geval Bob €10 schuldig is aan Carl). Een vergelijkbaar resultaat is mogelijk onder deze rechtstheorie als de eigenaar weet en instemt met de aard van het verhandelbare waardepapier.
Rechtsafstand met betrekking tot een fysieke zaak laat de eigenaar niet toe om aan aansprakelijkheid te ontsnappen als de rechtsschending na de rechtsaftand plaatsvindt. Als Bob zijn ruimtestation uit de lucht valt, dan kan Bob niet de dans ontspringen door net voor de landing op Joe te roepen “Ik doe afstand van mijn ruimtestation”. De vraag is: “Schondt Bob het recht van Joe?”, niet “Is Bob eigenaar van het ruimtestation?”
Een rechtsschender kan zich niet bewust zijn van het feit dat hij een recht schendt of hij kan bij vergissing veronderstellen dat de eigenaar heeft ingestemd. Tot de eigenaar zijn recht opeist kan de rechtsschender ten overstaan van derden stellen dat hij de fysieke zaak van de eigenaar mag gebruiken om zijn waarden mee te verwezenlijken. Derhalve kan een eerste rechtschender het pleit winnen van een tweede rechtsschender als het gebruik van deze laatste met zijn waardedoelen interfereert. Bijvoorbeeld: enkele jongens spelen voetbal op een braakliggend terrein van Bob. Bob weet van niets en stemt dus niet in. Een nieuwe groep jongens komt langs en jaagt de voetballertjes met geweld van het terrein af. De laatste jongens schenden zowel de rechten van de eerste groep als dat van Bob.
Geen positieve rechten
Nalaten te handelen is geen rechtsschending omdat hiervoor de intiatie van een causale keten nodig is. Men schendt het recht van een kind niet door er niet voor te zorgen tenzij men ermee heeft ingestemd om hiertoe verbonden te zijn. Als Bob instemt om Sally te voeden dan zegt hij eigenlijk dat hij periodiek afstand zal doen van eigendom over het voedsel zodat Sally er eigenaar van kan worden en het kan opeten. Eigendom gaat dus periodiek over en als Bob het voedsel dat eigendom is van Sally vasthoudt, dan schendt hij haar recht.
De achieleshiel van alle rechtstheorieën ligt in hun verzinsels over noodsituaties. Het kind van Joe is aan het verdrinken. Kan hij, zonder de instemming van Bob, haar diens reddingsboei toewerpen en aldus Bob verhinderen om de reddingsboei voor zichzelf te gebruiken zonder dat Joe hiervoor aansprakelijk is aan Bob? Nee. Deze theorie maakt geen uitzonderingen. Als Joe de reddingsboei neemt zonder de instemming van Bob, dan schendt hij Bob’s recht. Moet hij dan zijn kind laten verdrinken? Nee, natuurlijk niet. Hij moet de reddingsboei nemen, zijn kind redden en Bob schadevergoeding betalen voor het schenden van zijn recht. Een boot zinkt. De reddingssloep kan maar 5 mensen dragen zonder zelf te zinken. Joe gooit Bob voor de haaien zonder dat Bob hoermee instemt. Joe heeft Bob’s recht geschonden. In deze theorie geldt “nood breekt recht” niet.




















[180] A mag vrijwillig zijn eigendom afstaan aan B. B wordt dan de nieuwe eigenaar. Er bestaat niet zoiets als ‘de gemeenschap’ als eigenaar. Er is iemand die de beslissing neemt over hoe iets gebruikt wordt. Dat is dan de eigenaar. Onder Stalin was alles van de gemeenschap, maar als je een mooie auto zag rijden (ongebruikelijk) en je dacht, daar ga ik een ritje mee maken, want hij is eigendom van de gemeenschap en ik maak daar onderdeel van uit, dan bleek dat dit niet de bedoeling was en dat je bij Stalin moest vragen of je die auto mocht gebruiken. Kortom:Stalin is de eigenaar en niet de gemeenschap. De gemeenschap kan namelijk niet spreken, schrijven of communiceren. Als er in de krant staat:’Nederland vindt dit of dat’ dan is dat filosofische onzin. Nederland kan niets vinden, net zo min als Nederland een hamburger kan verteren. Spijsverteringskanalen en hersenen van Nederlanders zitten niet verweven. Dit collectivistische taalgebruik dient alleen om belastingslaven om de tuin te leiden. Dit begint al met subsidie voor voetbal, zodat iedereen leert domweg voor het team van hun territorium met een vlaggetje en sjaaltje te zwaaien (en als het mee zit geweld te gebruiken). Die subsidie dient om de les er in te stampen:Offer alles op voor de club in wiens territorium je toevallig geboren bent. Dan is het lekker makkelijk om de heersende maffia van territorium Nederland te accepteren.
[181]
Blijkbaar telt het begrip ‘vrijwillig’ plotseling niet als er over gemeenschappelijk eigendom wordt gesproken.
Fraai voorbeeld van een Pavlov-reactie.
Gemeenschappelijk bestaat niet volgens de theorie, dus is het er ook niet, en kan het ook niet bestaan.
Terwijl het wel bestaat.
Klopt de theorie niet met de feiten: des te erger voor de feiten.
Clubgevoel, groepsgevoel, stamgevoel, familiegevoel, het bestaat wel degelijk!
Of je dit wilt, is een andere vraag.
Wil men dit niet, spreekt men met zijn subjectieve zender.
[182] Soms is het net of je rationeel bent. Nu zie je het wel…
[182] Vrijwillig heeft met wil te maken. Een wil is iets van een individu. Een gemeenschap heeft geen wil. Net zoals een gemeenschap geen spijsverteringskanaal heeft. Net zo min als een bos dennebomen geen stam heeft, een kudde gnoes geen staart, een gemeenschap geen wil en ook geen vrijwilligheid.
[184]
Ach…
Nooit iets vernomen van de gemeenschap der individuen?
Het vrijwilig toetreden tot een gemeenschap, waarbij men uitgangspunten deelt, gehoor gevend aan de individuele verlangens?
Zoals een bos bestaat uit individuele bomen?
Door het bos verdwijnt hun individualiteit beslist niet.
Vraag maar aan de boswachter, de houtkapper, de bioloog, de specht, of de eekhoorn.
[179]
Pcrs,
Ik denk dat Beek op zich al vrij goed aangaf dat "privaat" eigendom ook in handen van meerdere mensen kan zijn. Een bedrijf met aandeelhouders, een vereniging met leden, een stichting met een bestuur, enzovoorts. Dit is nog steeds "privaat" eigendom, en je kunt je aandeel desnoods te gelde maken. Niets weerhoudt persoon A, ook in Arjens theorie voor zover ik kan nagaan, om zijn bezit aan "iedereen" te geven.
Mijn bezwaar tegen Staten is juist dat ze zich gedragen als de monopolistische grootgrondbezitters op het eiland waar je aanspoelt: je kunt je simpelweg niet uit het collectief terugtrekken en je aandeel te gelde maken. En als dit al zou kunnen, stuit je waar je ook gaat op andere monopolisten die iedere (onredelijke) eis kunnen stellen die ze maar willen. In die zin zie ik niet het grote verschil tussen dwingen met een pistool tegen je hoofd gedrukt, of eisen dat je 16 uur per dag voor de Staat of private Monopolist moet werken, met dreiging van uitsluiting van de natuurlijke hulpbronnen waarmee je desnoods jezelf door eigen arbeid zou kunnen onderhouden.
En dit laat nog steeds onverlet dat het "als eerste" opeisen van natuurlijke hulpbronnen nog niet per se "rechtvaardig" is. Waarom niet uitgaan van gelijk bezit van alle natuurlijke hulpbronnen door iedereen bijvoorbeeld? En dat er door iedereen een vergoeding moet worden betaald voor exclusief gebruik ervan aan de gemeenschap? Zolang jij jouw aandeel van het geheel aan natuurlijke hulpbronnen niet overschrijdt, krijg je dan ook precies terug wat je betaalt. Ik zeg niet dat dit per se "rechtvaardiger" is, want het is net zo uit de lucht gegrepen als "eerste inbezitnemer krijgt alles". Het zou alleen een monopolie op natuurlijke hulpbronnen uitsluiten, en louter eigendom uit arbeid als (relatief) "onschendbaar" zien, zolang men bereid is een groter dan evenredige aanspraak op natuurlijke hulpmiddelen te compenseren aan de mensen die er dan geen gebruik meer van kunnen maken door eigen arbeid.
En je voorbeeld van utilitarisme is een beetje vreemd. Inderdaad is het grote manco van utilitarisme dat het veronderstelt de utiliteit van verschillende zaken voor verschillende personen te kunnen vergelijken en rangschikken. Dat is natuurlijk moeilijk of zelfs onmogelijk, omdat je nu eenmaal geen objectieve maatstaf hebt om dat te kunnen doen. Je kunt het niet meten in euro’s, omdat het voor ieder mens emotioneel is en verschilt. Bovendien zal zo’n prostituée niet haar verkrachting waarderen op -100 euro. Als ze dat werkelijk in die termen zou zien, zou het inderdaad geen verkrachting zijn als de verkrachter haar 100 euro betaalt. Dit was immers de "waarde" die ze eraan gaf. Waarschijnlijker is echter dat de prostituée, gevraagd hoe erg ze verkrachting zou waarderen in geldtermen, een oneindig hoog bedrag zou noemen, of het "onbetaalbaar" acht. En dan nog heb je geen vergelijkingsmogelijkheid met de verkrachter, want die heeft wat dat betreft mogelijk een totaal andere waardering. Als hij verkrachting ziet als 1000 euro waard, betekent dan ten eerste dat het bij lange na niet genoeg is om de prostituée te compenseren (tenzij ze werkelijk 100 euro een redelijke vergoeding voor verkrachting zou vinden), en bovendien zou het me wel erg verbazen als hij zelf het best vindt om voor 1000 euro verkracht te worden.
Vraag beide echter hoe ze het zouden vinden om te worden onderworpen aan de nukken van een persoon of organisatie die alle natuurlijke hulpbronnen heeft gemonopoliseerd en ze de keus hebben tussen sterven, gehoorzamen of met geweld die hulpbronnen af te nemen, en het zou me verbazen als ze beide voor iets anders zouden kiezen dan geweld plegen. Dat maakt het nog niet juist, maar het maakt absoluut eigendom dus ook nog niet "universeel geprefereerd" in alle omstandigheden.
[185] Individuen groeperen zich vrijwillig voor het bereiken van allerlei doelen, maar kunnen geen wil hebben onafhankelijk van de wil van de individuen. Als het de wil van de individuen is uit de groep te stappen, stappen ze er uit.
[186] Ieder individu kan deel eigenaar zijn van een onderneming. Maar de GROEP aandeelhouders bezit niets. Omdat de groep geen eigen wil heeft. Als je al de individuen uit een groep haalt, blijft er geen residu over. Alleen het individu heeft een wil en kan eigenaar zijn, om te beginnen van zijn eigen lichaam.
Hiermee vervalt ook elke mogelijkheid dat de staat natuurlijke hulpbronnen kan bezitten. Het enige dat dit betekent is dat Jan Peter alles bezit.
Het idee dat je automatisch een deel van de hulpbronnen in een bepaald territorium bezit, leidt tot de vraag:wie bepaalt wat dat territorium is ? Waarom zou je bezit kunnen verkrijgen door lijntjes op een landkaart te trekken ? Welke ubermensch moet die trekken ? Als iedereen gelijkwaardig is, is het lijntje van A even geldig als het lijntje van B. Het is ook onmogelijk eigendom uit arbeid, als onschendbaar te zien in jouw systeem. Want wat als ik een oliebron ontwikkel, er investeringen in doe van het gespaarde geld van mijn arbeid en als de bron eenmaal produceert en ik wil gaan verdienen, lopen er opeens 300 mensen mijn terrein op en beweren allemaal voor een gelijk deel eigenaar te zijn van de natuurlijke hulpbronnen in een door hen gedefinieerd territorium ?
Jouw verdeling van natuurlijke hulpbronnen leidt onverbiddelijk tot schending van het recht op eigen arbeid. Dit is niet het geval met het recht op eigendom, als je als eerste je arbeid met het land mengde. (Ik kan je angst uitgesloten te worden wel begrijpen, maar uitleggen waarom ik denk dat je niet bang hoeft te zijn, gaat een beetje ver. Bedenk wel dat die angst aangewakkerd zal worden door degenen die lijntjes op de kaart trekt en binnen die lijntjes geweld wil gebruiken. Zodra je echter die persoon de golden gun geeft, ben je pas echt de sigaar qua uitsluiting)
Het utilitarisme gaat er vanuit dat je alle utiliteit wel op kunt tellen en dat wat tot het grootste eindbedrag leidt, automatisch het beste is. Zoals je terecht zegt, kan iemand zijn eigen waarden wel rangschikken, maar zijn ze niet te vergelijken met de waarden van iemand anders en daarmee vervalt het utilitarisme al.
"Dat maakt het nog niet juist, maar het maakt absoluut eigendom dus ook nog niet "universeel geprefereerd" in alle omstandigheden."
‘universeel geprefereerd’ betekent in UPB niet dat iedereen het prefereert. Ooit vonden de meeste mensen slavernij ok. UPB betekent dat iedereen het gedrag moet kunnen volgen zonder dat het tot een contradictie leidt.
Dus:is diefstal UPB ? Nee, want als iemand iets van een ander steelt, erkent hij diens eigendomsrecht niet, maar door het tot zijn eigen bezit te maken (door het te stelen), erkent hij zijn eigen eigendomsrechten wel. Kortom:hij geeft gelijkwaardige mensen (de bestolene en hemzelf) verschillende rechten. Daarmee is stelen niet UPB. Het zegt dus niets over of de meerderheid het prefereert of goed vindt. Zoals je zelf al aangaaf, vind 98% van NL stelen ok, zolang dit maar door Jan Peter B. gebeurt, voor ‘de gemeenschap’ die nergens eigenaar van kan zijn, omdat ze geen eigen wil heeft.
[186] Iedereen begrijpt ook wel dat moord en diefstal niet mogelijk zijn tussen gelijkwaardige mensen. Daarom zijn de mens overstijgende entiteiten bedacht zoals gemeenschap en god. Omdat die gewone individuen overstijgen, mag moord en diefstal opeens wel. Het is ook absoluut noodzakelijk dat je deze entiteiten niet op kunt bellen om ze te vragen wat ze willen. Het is cruciaal om uitbuiting te laten slagen, dat deze entiteiten niet bestaan. Om er achter te komen hoe je deze speciale moord/diefstal rechten van god en gemeenschap mag gebruiken, moet je namelijk weer naar een priester of premier luisteren. Dan krijg je dus toch weer een gewone sterveling met superrechten en dat eindigt altijd in een rivier van bloed.
[189]
Groepsvorming is een zeer menselijke eigenschap, want het zal ook voordelen opleveren, zoals bescherming, taakverdeling, mogelijkheden voor het opbouwen van een bestaan.
Zo’n groep (familie, clan, stam enz.) geeft men een naam en is niet fictief.
Praten over rivieren van bloed is holle retoriek om een eigen utopie te promoten die een einde belooft aan die ‘rivieren van bloed’, zoals bij vele utopieen het geval was, waar bij het nastreven ervan flink wat bloed heeft gestroomd.
Waarom zou het hyper-individualisme een einde maken aan het bloedvergieten?
Tel al het vergoten bloed van individuen bij elkaar en voila, alweer een ‘rivier’.
Pcrs kan net zo goed pleiten voor lief-zijn-voor-mekaar. Theoretisch ook nog eenvoudiger om daar Utopia uit te concluderen.
[190] Je valt een stroman aan. Ik zeg nergens dat groepen vormen verkeerd of immoreel is, of dat je die geen naam mag geven.
[188] [189]
Pcrs,
Een private organisatie met eenzelfde territorium als een Staat, heeft in feite dezelfde eigenschappen. Zelfs het oligopolie van Staten waaronder de wereld verdeeld nu is, leidt tot misbruik van die positie.
Wat betreft de vraag wie de natuurlijke hulpbronnen in een bepaald territorium bezit: Ideaal zou je de hele wereld moeten meetellen, en alle personen daarop die aanspraak maken op rechtspersoonlijkheid. Een praktische tussenoplossing is dat iedere Staat die nu de facto controle heeft over een gebied, de hulpbronnen gelijk verdeelt over haar burgers. Als ieder land dat zou doen (en hetzelfde liberale systeem zou volgen), zou het niet uitmaken tot welke "Staat" je behoort. Met vrije migratie zou iedere wereldburger de mogelijkheid hebben te verhuizen naar een andere Staat waar de waarde van de totale hulpbronnen hoger is. Sowieso zou het utopisch zijn te denken dat welk ideaal dan ook in één keer op heel de wereld zou kunnen worden ingevoerd (of dystopisch, als het een verkeerd ideaal is), dus ongeacht welke je aanhangt, zul je feitelijk in een beperkt territorium leven, met het daarbij behorende land en hulpbronnen.
Wat betreft de manier waarop, zullen er wellicht verschillende methoden bestaan met hetzelfde resultaat. Maar bijvoorbeeld: Als een onbewoond eiland 1.000.000 m2 groot is en er 1000 mensen op aanspoelen, zou je kunnen beginnen om die grond gelijk te verdelen in 1000 stukken. Met een vrije markteconomie zal blijken dat sommige stukken grond waardevoller zijn dan andere en dit komt tot uiting in de marktprijs van grond. Dan tel je de totale waarde van al die grond bij elkaar op, je heft daar 100% belasting op, en dat verdeel je dan gelijk over alle mensen. Iedereen krijgt dan een gelijk deel van de waarde van die grond. Mensen die precies evenveel waarde aan grond bezitten als hun aandeel, betalen precies evenveel als ze ontvangen, mensen die meer waardevolle grond bezitten betalen meer dan ze ontvangen, en mensen die minder waardevolle grond bezitten ontvangen meer dan ze betalen. Op dat punt maakt het ook niet meer uit of de grond ongelijk is verdeeld qua hoeveelheid.
De marktprijs van de grond zelf staat los van de inspanning van arbeid. Als je een stuk land koopt van een boer, tenzij de boer er als horige aan vast zou zitten, koop je dat om er zelf wat mee te kunnen doen. Je betaalt niet voor het oogsten of de waarde van nog niet gezaaid zaad. Hetzelfde geldt voor grond waar grondstoffen onder zitten: je betaalt alleen voor de onontgonnen grondstof, zonder de waarde van de ontginning. Als een bedrijf een bod doet op een stuk grond waar olie is gevonden bijvoorbeeld, en stel dat haar aandeelhouders daarmee hun aandeel van de totale hoeveelheid landwaarde zouden overschrijden en een deel moeten vergoeden aan de niet-aandeelhouders, houden ze hier dus bij de investering reeds rekening mee. Men biedt, wetend wat de kosten aan belasting zullen zijn, die is gebaseerd op de totale waarde van de grond plus grondstoffen, zónder arbeid.
Feitelijk zou een wereld waarin ieder mens een 1/6 miljardste deel van alle land, olie, zonlicht, water en andere hulpbronnen bezit en dat vrij kan kopen en verkopen, niet moeten verschillen van een wereld met "eerste claimer\ontginner verkrijgt eigendom". De marktprijzen blijven qua waarde hetzelfde, omdat in beide systemen de waarde van ieders arbeid neigt naar hun marginale productiviteit, ongeacht "natuurlijk kapitaalbezit". De waarde van uit arbeid ontstaan kapitaal blijft ook onaangetast in beide systemen. Het is alleen bij "gelijk bezit van natuurlijk kapitaal" automatisch uitgesloten dat iemand daarop een monopoliepositie verwerft en die kan misbruiken. De praktijk komt echter op hetzelfde neer.
En het Universal Preferred Behaviour loopt toch spaak (of eigenlijk juist niet?) op situaties waar mensen helemaal geen eigendom zouden erkennen. Wie zou immers "eigendom" erkennen in een situatie dat een Staat, of welke persoon of organisatie dan ook, een monopolie bezit op natuurlijke hulpbronnen? Volgens mij zou je geen geïnformeerd mens met gezond verstand daar vrijwillig mee laten instemmen, omdat dit neerkomt op slavernij. Is dat dan niet ook UPB?
[192] De situatie waar je bang voor bent betreffend hulpbronnen is niet dat iemand anders een oliebron bezit en jij niet, maar het is de angst geen olie te kunnen verkrijgen.
De mogelijkheid tot het verkrijgen van olie houdt gelijke tred met de productie van olie. Wat is het effect op de olieproductie als je grond gelijk verdeelt en iemand vindt en ontwikkelt olie en je pakt het daarna weer van hem af omdat de grond in waarde is gestegen? Wat was de motivatie van de persoon om de olie aan te boren en op te pompen? Dat was het vooruitzicht op de opbrengst. Dus zonder vooruitzicht op de opbrengst zal er niet meer naar olie geboord worden, dus neemt je risico om zonder olie te zitten toe.
Maar dat is de ‘effect kant’ van de zaak. De filosofische kant is dat je niet tegen eigendom kunt argumenteren, zonder van eigendom uit te gaan. Je gaat minimaal uit van eigendom van je stembanden en van je lichaam.
Je neemt een vreemde beginsituatie waarin 1 persoon eigenaar van alles is. Niemand zou dan met eigendom instemmen. Het is inderdaad belangrijk dat er rechtmatig eigendom is. Zoals je al terecht zei, kun je de staat goed praten als je deze de eigenaar noemt van een stuk land en belasting als pacht ziet. Je bent een gast op het land van de staat. De staat is echter geen rechtmatige eigenaar (afgezien van het feit dat de staat geen eigenaar kan zijn), omdat het land niet verkregen is door vrijwillige ruil of ontwikkeling. Elke staat is tot stand gekomen door verovering. 1 persoon kan dus ook nooit rechtmatig eigenaar zijn van alle land.
UPB is alleen een methode om morele theorieen af te schieten op logische gronden. Omdat mensen altijd doen wat zij denken dat goed is, zijn ze te manipuleren door de definitie van goed/slecht om te vormen. Dat is wat staat en kerk dan ook altijd doen/deden en daarom zijn mensen zo panisch over de definitie van goed en kwaad en lopen draadjes erover op tot 200 reacties. Daarom worden rechtzaken aangespannen tegen Geert Wilders over Fitna, omdat wie het verhaal over kwaad definieert, mensen een rechtvaardiging geeft om het kwaad aan te vallen. Niet alleen een rechtvaardiging, maar ze zullen dat ook doen. Gisteren hoorde ik al iemand zeggen dat de moslimbevolking de terroristen steunt en dat die daarom aangevallen moeten worden. Dan kun je zeggen:dat is niet UPB, als je de bevolking aanvalt, ben je een terrorist, dan kun je diezelfde bevolking niet meer verwijten terroristen te steunen. Niet zonder logisch inconsistent te zijn.
UPB is een logisch wapen tegen massamoord. Zodra iemand moraal herdefinieert om anderen slechte dingen te laten doen, overtreedt hij de regel dat gelijkwaardige mensen, gelijkwaardige rechten hebben.
Verzorgingsstaat is niet UPB, sociale gezondheidszorg is niet UPB. De overheid heeft niet het recht om iemands vruchten van zijn arbeid af te pakken en voor iemand anders zijn gezondheidszorg te gebruiken. Daarmee is A de slaaf van B. B heeft niet het recht om met een pistool op A af te lopen en die te beroven voor zijn gezondheidszorg en als B dat recht niet heeft, kan hij het ook niet afstaan aan JP. JP heeft geen superrechten omdat hij iets heeft gedefinieert wat mensen overstijgt (de overheid, god). Alles is eigendom van mensen en als JP een pistool op A richt, is dat niet UPB. Hij kan zich niet beroepen op een groep of god. Die richten geen pistool en halen geen trekker over. Eigendom (in dit geval een pistool) kan alleen gecontroleerd worden door individuen. Een individu kan ik in de arm knijpen, een groep niet. Mensen durven vaak dingen te doen in een groep (denk aan voetbalsupporters), die ze als individu niet durven. Dat komt omdat ze denken dat de groep speciale morele rechten heeft. Daarom subsidieert de staat voetbal, omdat dit de ideale mindset is om een leger aan het moorden te krijgen. B mag A niet beroven, maar de groep mag A wel voor B beroven. In de praktijk defineert C wat het groepsbelang is en wordt A wel beroofd, maar krijgt B de oprengst niet, of slecht gedeeltelijk om de leugen in stand te houden. C berooft daarmee A, zonder zelf het risico op vergelding te lopen, want voor het vuile werk manipuleert hij de drang om goed te doen van B, zodat B slecht doet.
Na veel ongemak kwam mijn PC dezer dagen weer in orde.
[150][151]
PCRS,
"Ik weet zeker dat je daar niet achter staat. Als iemand van jouw steelt en je pakt het terug en hij zegt: "hee, dat mag jij niet doen, ik mag wel van jou stelen, maar jij niet van mij, want we zijn geen gelijkwaardige wezens volgens mijn definitie"
Dan weet ik zeker wat jouw reactie zal zijn."
SpyNose: Ik zou er nadrukkelijk op willen wijzen, dat recht bestaat uit regels die berusten op een stelsel afspraken en/of codes tussen leden van een populatie. Dat zegt niets over eventuele (on)gelijkwaardigheid van individuele leden ervan. Dat is een totaal ander chapiter.
[178]Owl,
1. OK
2. Wat mis je ?
3. Zo zou je het ongeveer kunnen zeggen. Met name zou ik willen aangeven, dat elke waarderingsmaatstaf subjectief is, maar de ene maatstaf (criterium) minder subjectief is dan de andere. Maar als iemand mocht denken, dat het overlevingscriterium een betrekkelijk objectief criterium is komt hij bedrogen uit, want dan rijst onmiddellijk de vraag: "wiens overleving ?"
Juist het overlevingscriterium is het beste voorbeeld van de subjectiviteit van de moraal, zoals ook uit het voorbeeld van de eenzame eilandbewoner van hierboven blijkt. In oorlogen wordt dit dilemma nog eens massaal uitvergroot.
[193]
Pcrs,
Het ging erom een oplossing te zoeken voor de willekeur en nadelen van "eerste claimer verkrijgt automatisch onaantastbaar eigendom". Ik poogde een ander scenario te geven waarin je nog steeds eigendom kunt hebben uit arbeid en ook bezit van natuurlijke hulpbronnen, maar daarbij anderen compenseert voor het feit dat je hun het gebruik ontzegt door het als eerste in bezit te nemen.
Ik probeerde dus een systeem te verzinnen, waarbij je wel wordt beloond voor je arbeidsinspanning, maar niet voor het eigendom van natuurlijke bronnen zoals land, water, zonlicht, mineralen of andere zaken. Het leek me op zich mogelijk, door een belasting op landwaarde in te voeren die exact overeenkomt met de waarde van die hulpbronnen, zonder de arbeid te belasten. Bij olie zou dat hetzelfde moeten werken als bij het voorbeeld dat ik gaf van de boer, wat je blijkbaar niet helemaal begreep: Als jij een stuk land koopt, betaal je de waarde van dat land, die gebaseerd is op het nut waarvoor jij of anderen het zouden kunnen gebruiken. Dat is dus afhankelijk van de locatie, de begaanbaarheid, de vruchtbaarheid, de totale schaarste van al het land in de wereld, aanwezigheid van mineralen zoals olie, enzovoorts. Maar wat bij uitstek NIET in de prijs van grond zit verwerkt, is arbeid. Tenzij je er "gratis" een horige bijgeleverd krijgt die tegen een hongerloon voor je kan zaaien en oogsten of de mineralen ontginnen, zul je die waarde zelf moeten bewerkstelligen. Daar hou je dus als bedrijf rekening mee voordat je de investering doet. De kosten van eventuele landbelasting, trek je af van de waarde die het land je oplevert.
Als een oliebedrijf in de huidige situatie een oliebron opkoopt, even ervan uitgaand dat het geen monopolie oplevert, betaalt het ook niet voor de arbeid van het ontginnen van de olie, want dat moet het zelf doen. Het betaalt slechts voor de onontgonnen waarde van de olie, en eventueel ander nut waar hetzelfde land voor gebruikt zou kunnen worden. Waarbij die waarde naar de landeigenaar (of vaak de Staat) gaat. Mijn suggestie is dan dat die waarde voortaan naar iedereen gaat, als de aandeelhouders van het oliebedrijf met die aankoop hun "aandeel" van de totale landwaarde (waarin dus de waarde van olie en andere natuurlijke hulpbronnen is opgenomen) overschrijden. Zolang ze binnen hun aandeel zouden blijven, betalen ze niets. Ze compenseren dus in feite alleen voor het exclusief recht om de olie te winnen, dat ze door hun bezit van de onontgonnen olie aan anderen ontzeggen. Het moet dus geen enkele invloed hebben op de rendabiliteit van oliewinning, en zou zelfs een aanzienlijke verbetering zijn ten opzichte van het huidige systeem waarbij enorme belastingen worden geheven over de gewonnen olie, waarbij dus ook de arbeid en investering om de olie te ontginnen wordt belast.
Al heeft ook mijn hypothese natuurlijk zijn nadelen. Bijvoorbeeld dat een stuk land van een boer nabij een uitbreidende stad, aanzienlijk in waarde zal stijgen, omdat het nut van dat land, dat nu exclusief aan die boer toekomt en niet gebruikt kan worden door alle andere mensen (die bijvoorbeeld huizen of winkels willen bouwen op dezelfde schaarse ruimte), groter wordt. Dat zou de boer uiteindelijk kunnen dwingen om grote stukken land te verkopen, totdat hij weer een stuk in handen heeft met een waarde die overeenkomt met zijn "aandeel" van de totale landwaarde. Sommigen zouden dat wellicht weer als een voordeel zien vanuit maatschappelijk perspectief, omdat bijvoorbeeld het bezit van land dat zeer geschikt is voor het bouwen van een snelweg, een ziekenhuis, een dijk, of andere nuttige zaken in het "algemeen belang" automatisch wordt belast, maar ik heb persoonlijk nogal een hekel aan onteigeningen, zeker op economische\utilitaire gronden. Ook als de dwang niet fysiek maar puur financiëel is.
Dat doet echter helaas niets af aan de nadelen van het "eerste claimer krijgt onaantastbaar eigendom" principe, want dat is in alle opzichten weer het andere uiterste: zelfs al komt de halve maatschappij om van de honger, of is er een enorm tekort aan woonruimte of olie, dan nog kan de grondeigenaar besluiten om zijn land nauwelijks voor voedselproductie of oliewinning te benutten, en er bijvoorbeeld een natuurpark van maken.
[194]
SpyNose,
Bij punt 2 in jouw reactie nummer 144 begin je een zin: "Zijn antwoord, t.w. dat de eerste die het…", maar die maakte je niet af. Ik vroeg me af wat je daar verder wilde zeggen.
[194] SpyNose: Ik zou er nadrukkelijk op willen wijzen, dat recht bestaat uit regels die berusten op een stelsel afspraken en/of codes tussen leden van een populatie. Dat zegt niets over eventuele (on)gelijkwaardigheid van individuele leden ervan. Dat is een totaal ander chapiter.
Ik zeg dat zoals een natuurwet voor gelijke voorwerpen/stoffen in gelijke situaties gelijke dingen moet voorspellen, dat een wetsartikel voor gelijkwaardige mensen gelijke resultaten moet opleveren. Als je daarvan afwijkt (A mag B vermoorden, maar B mag A niet vermoorden), dan levert het net zulke ongewenste resultaten op als afwijken van een natuurwet, omdat het niet past op de realiteit. Als je een brug niet bouwt op de realiteit van de zwaartekracht, stort hij in. Als je een wet niet bouwt op de gelijkwaardigheid van mensen, stort deze ook in.
[195] afgezien van het geweld van belasting en gedwongen herverdeling (wat niet UPB proof is) en de praktische onuitvoorbaarheid om dit wereldwijd te doen (of de subjectieve willekeurigheid waarmee grensjes getrokken worden door corrumpeerbare individuen, waarbinnen herverdeling gedaan gaat worden), zit ik met de vraag wat motiveert iemand in jouw systeem om naar olie te zoeken? Als een boer al 5 generaties in een boerderij leeft en hij ontdekt opeens ergens zwarte smurrie, dan is het aannemelijk dat hij er snel iets overheen legt en zijn familie instrueert hun mond te houden. Dat hij 1/6 miljardtste van de opbrengst krijgt, zal hem aan zijn reet roesten. Olie zoeken is een beroep waar veel kapitaal en investeringen in software en computers voor nodig zijn om het efficient te doen. Wat motiveert de investeerders hierin ?
Wie gaat er naar Saoedie Arabia om te vertellen dat hun olie voortaan van iedereen is ?
Ik kan me je angst voorstellen dat 1 iemand alles kan bezitten en niets wil weggeven. De kans daarop lijkt me echter erg uiterst klein. Hoe kan 1 iemand alle oliebronnen bezitten ? Als hij er vervolgens niets van wil verkopen, heeft het geen waarde voor hem. Hij heeft geen plasmascherm, geen boeken, geen internet, geen muziek, geen eten, geen tuinman, geen tuin en huis, hij kan niet eens bakstenen en cement kopen om een huis te bouwen, hij heeft alleen olie die hij met niemand wil ruilen. Ondertussen krijgt hij steeds mooiere tegenprestaties aangeboden voor zijn olie en zoeken op geld beluste kapitalisten steeds harder de planeet af naar plaatsen waar olie gevonden kan worden. Wetenschappers zoeken naar alternatieven, boeren persen koolzaadolie uit, iedereen en zijn broer komen op de hoge prijzen af.
Wat gebeurt er in jouw systeem:niemand doet een cent moeite om nieuwe olie te vinden, want het wordt toch direct afgepakt en hij mag 1/6 miljardste houden. Hij kan een beetje werk in rekening brengen, maar dat brengt niet echt de passie naar boven om in afgelegen gebieden en diep in de oceanen te zoeken.
Wat je effectief voorstelt is wereldwijde nationalisatie van oliebronnen en we kunnen in Venezuela zien wat voor effect dat heeft. Dalende productie, politieke vriendjes ipv vakmensen, opbrengsten worden verkwanseld aan leger en buitenlandse rebellen bewegingen, nationalistatie van media (de ether is tenslotte ook een soort grondstof), centrale bank bijn e genationaliseerd (geld is ook een soort grondstof). Nee, geweld breidt altijd uit en het leidt altijd tot de tegenovergestelde effecten.
Dat nog even afgezien van het wereldwijde big brother repressie apparaat dat nodig is om te ontdekken of er niet iemand stiekum olieopbrengsten voor zichzelf houdt. Dus overal inspecties en overval teams, cameras, mensen die ’s nachts stiekum proberen olie op te pompen buiten het toezicht van de stasi en zware straffen voor mensen die gepakt worden bij het voor hun medemens oppompen van nuttige brandstof. We hebben het allemaal al gezien bij landbouwgrond in de sovjet unie en het vereist speciale geweldsuitoefen privileges voor feilbare mensen.
Een koolmees vliegt rond en zoekt een territorium, als hij in een andere mees zijn territorium komt, wordt hij weggejaagd. First come, first serve, dat is de natuur.
[196]
Volgens mij maak je een denkfout, Pcrs: "zoals een natuurwet voor gelijke voorwerpen/stoffen in gelijke situaties gelijke dingen moet voorspellen, [dat] een wetsartikel voor gelijkwaardige mensen gelijke resultaten moet opleveren."
Daargelaten het feit, dat een natuurwet waardevrij is, terwijl een wetsartikel een juridische norm stelt, lijkt mij de analogie ook niet toegestaan.
De vergelijking gaat op essentiele punten mank:
1. gelijk <> gelijkwaardig;
2. Twee mensen zijn in alle opzichten gelijk noch gelijkwaardig;
3. Wetten kunnen in de meeste gevallen slechts algemene kwesties regelen en geen concrete situaties. Voor hun praktische toepassing heb je rechters nodig, die wetsregels interpreteren.
Dat blijft mensenwerk en mitsdien subjectief, aanvechtbaar en feilbaar;
4. Daarmee is allerminst gezegd, dat A wel zomaar B en B niet zomaar A zou mogen vermoorden;
5. Rechtswetenschap is nauwelijks vergelijkbaar met empirische wetenschap, omdat het object en derhalve de methodologie verschilt.
[195]
Owl,
Niet alleen in het natuurrecht, ook in het positieve recht is de eerste die een res nullius vindt rechthebbende. Dat was in het Romeins recht al zo.
Je hebt het in [178] al gezegd: Arjen rationaliseert het natuurrecht, maar slaat een beetje door.
[197]
Pcrs,
Een aangespoelde (koolmees) van "jouw" eiland jagen omdat je er als eerste was, is praktisch gezien even gewelddadig als een aangespoelde die van jou eist ook gebruik te mogen maken van de natuurlijke bronnen die het eiland biedt. Geweld is een "goed" of "slecht" middel voor degenen die het in dat concrete geval (im)moreel of (on)rechtvaardig vinden. Dus "belasting" kan op zichzelf rechtvaardig zijn, als het in feite het opeisen\verdedigen van rechtmatig eigendom is.
Ik zit maar wat te filosoferen vanuit het uitgangspunt dat iedereen een gelijk recht heeft op natuurlijke hulpbronnen, en het bezit van die bronnen om evidente praktische redenen niet gelijktijdig kan plaatsvinden. De "eerste claimer" kan een oplossing zijn, mits het niet een monopolie oplevert en de eigenaar bereid is om land te verkopen aan de hoogste bieder als deze hier een groter nut van kan hebben. Het voordeel is dat je altijd je eigendom kunt houden, ongeacht hoeveel de rest van de mensen diezelfde natuurlijke hulpbron ook waardeert of nodig heeft, ook als je niet bereid bent om te verkopen. Het nadeel is dat je ook aan de andere kant van die vergelijking kunt staan. Dat voordeel en nadeel is precies omgekeerd onder "natuurlijke hulpbronnen gelijk eigendom": je kunt het bezit van natuurlijke hulpbronnen verliezen, mits de rest van de mensen die hoog genoeg prijzen, maar je kunt zelf ook niet worden uitgesloten van die hulpbronnen.
Met dat laatste uitgangspunt is de volgende stap het vinden van een praktische manier om de waarde van natuurlijke hulpbronnen te kunnen scheiden van de waarde van arbeid. Daarbij leek een landwaarde-belasting me het meest praktisch, omdat het gecompliceerd is om land, olie, etcetera apart te belasten. Aangezien de marktwaarde van land omhoog gaat als het nuttiger is voor de maatschappij, doordat het vruchtbaarder is, strategischer ligt, olie of goud bevat, enzovoorts, zou dit kunnen. Stel dat we een eiland hebben van 1.000.000 m2, met 1000 inwoners die ieder 1000 m2 bezitten, en die stukken allemaal 1 euro per m2 waard zijn. Bij 100% landwaarde-belasting per jaar betalen ze dan 1000 euro en ontvangen 1000 euro. Dan zou er dus netto 0% belasting zijn.
Zie deel 2:
[197] [200]
Deel 2:
Maar stel nu dat een inwoner goud vindt op zijn grond, de waarde van zijn land hierdoor 2000 euro wordt, en hij de enige is met goud, dat erg gewild is. Doordat hij belasting moet betalen op zijn grondwaarde, moet hij een bedrag aan de 999 anderen betalen. Een bedrag dat hoger is naarmate hij probeert zijn monopolie te benutten of het goud weigert te (laten) ontginnen. Immers, hoe minder hij op de markt brengt, des te meer het waard is, en des te hoger wordt zijn grond gewaardeerd. Als hij al het goud in zijn grond houdt, en er voor 1000 euro (per jaar) aan onontgonnen goud ligt, moet hij dus ieder jaar 1000 euro aan de andere inwoners betalen. Of hij is gedwongen om zijn grond (met het goud) voor de helft te verkopen, zodat de waarde weer gelijk is aan het bedrag dat hij net als iedereen uit de landbelasting krijgt, en anderen de gelegenheid hebben om zelf de grondstof te winnen.
Hij kan natuurlijk ook zelf het land houden, maar moet dan wel genoeg goud (laten) winnen en verkopen voor minstens de belastingkosten, en moet daarvoor een marktconform salaris accepteren (of betalen). Hij zal echter altijd meer verdienen dan de belastingkosten, omdat die slechts de onontgonnen waarde van het goud belast, en niet de kosten van arbeid. Als het marktsalaris voor een gouddelver 2000 euro per jaar is, kan hij het goud voor 3000 euro op de markt verkopen, betaalt 1000 euro belasting, en verdient netto 2000 euro.
Wat ik o.a. nog niet zo goed heb uitgevogeld, is de vraag hoe hoog die belasting dan moet zijn. Ik vermoed echter dat het exacte tarief en belastingperiode (in bovenstaand voorbeeld 100% per jaar) niet zoveel uitmaakt, omdat de marktwaarde van grond zich aanpast. Net zoals de prijs van de grond zich aanpast aan de salaris- en investeringskosten die nodig zijn om bijvoorbeeld goud winnen. Iemand die het bovengenoemde stuk grond koopt houdt rekening met het feit dat x keer per jaar y% belasting moet worden betaald (hoeveel hij dus netto betaalt\terugkrijgt van de landwaarde-belasting), hoeveel het kost om een mijn te bouwen, hoeveel een mijnwerker kost, hoeveel het goud op de markt oplevert, en past zijn bod daarop aan. Als de belasting 1000% of 10% zou zijn, of 1 keer per maand of per 10 jaar wordt geheven, de goudprijs of het salaris van een mijnwerker stijgt of daalt, zou de marktwaarde van het land neem ik aan ook navenant moeten veranderen. In het "eerste claimer" scenario, mits er sprake is van concurrentie, zou de prijs van grond dus hoger zijn omdat er geen belastingkosten worden verrekend, maar verder zou het rendement voor een bedrijf dat het opkoopt om te onginnen, en de prijs voor het publiek dat op de markt het resulterende voedsel, goud, de olie, enzovoorts koopt, niet echt moeten verschillen. Alleen de landeigenaar kan een enorme winst boeken, zelfs als hij zelf geen enkele arbeid of investering doet om het goud te winnen.
Dus tenzij ik wellicht redeneringsfouten heb gemaakt in het voorgaande (en dat is heel goed mogelijk), zou de hypothese "alle natuurlijke hulpbronnen zijn in gelijke mate eigendom van iedereen" praktisch uitvoerbaar moeten zijn, zonder arbeid te belasten. En qua prijzen, rendabiliteit van grondstoffenwinning en dergelijke, zou het ongeveer hetzelfde resultaat moeten geven als het scenario van "eerste claimer" zonder monopolie. Maar dan wel met de genoemde voor- en nadelen. Het hangt er maar net vanaf wat je het rechtvaardigst vindt.
[198]
SN:1. gelijk <> gelijkwaardig;
2 stenen zijn ook niet aan elkaar gelijk, toch doet de zwaartekracht hetzelfde truukje op beiden.
SN:2. Twee mensen zijn in alle opzichten gelijk noch gelijkwaardig;
Waarom verschillen de mensen met een license to kill met de mensen zonder license to kill, wat dit verschil verklaard ?
[201] 1.000.000 m2 1000 inwoners, grond 1 euro/m2
A gaat wandelen op zijn grond en stoot zijn teen tegen een goudklomp van 1000 euro. Zijn grond is nu verdubbeld in waarde tot 2000 euro. Hij heeft geen arbeid verricht, dus de 1000 euro moet verdeeld worden 1 euro de man. Wat gaat die man doen in de realiteit, uitgaande van hoe mensen in werkelijkheid in elkaar zitten ? Wat gaat de instantie ter herverdeling van natuurlijke hulpbronnen doen in de realiteit, uitgaande van hoe mensen in elkaar zitten ?
Verder is mij nog steeds niet duidelijk hoe bij schaarste aan een stof, in jouw systeem het aanbod omhoog gaat, uitgaande van hoe mensen in de realiteit in elkaar zitten. En wie gaat er naar Saoedie Arabie om het ze te vertellen en ons rechtmatig deel van de grondstoffen op te eisen ? Als jij jezelf opwerpt, zou ik je een hele vent vinden.
Waarom zijn koolmezen nooit op een systeem gekomen om te kijken welke koolmees de beste bessenstruik in zijn territorium heeft om vervolgens een superkoolmees (de uberfuhrer koolmees) aan te wijzen, die dan de meerwaarde van een koolmees met mooie bessenstruik afpakt om dit te herverdelen onder alle koolmezen over de hele wereld met minder mooie bessentruiken in hun territorium.
Dit moedigt koolmezen aan om ergens in de woestijn te gaan zitten en zich te laten voorzien van hun rechtmatig aandeel van anderen. Nauwelijks efficient te noemen vanuit economisch oogpunt.
[202]Pcrs,
Pcrs: "2 stenen zijn ook niet aan elkaar gelijk, toch doet de zwaartekracht hetzelfde truukje op beiden."
De zwaartekracht is geen bijzondere eigenschap van stenen: hij werkt ook op menselijke individuen. De zwaartekracht is niet relevant voor het onderscheid tussen mensen en stenen.
Zo ontgaat mij ook de relevantie van jouw voorbeeld in de kwestie van de individuele (on)gelijkheid van mensen.
Ik heb gesteld, dat geen twee mensen gelijk(waardig) zijn. Anders gezegd: ze zijn intrinsiek verschillend, want elk mens is uniek. Bovendien verschillen hun persoonlijke relaties met hun omgeving.
Kortom, jouw reactie ondersteunt niet jouw door mij betwiste stelling, dat er een universele objectivistische moraal bestaat. En daar ging het toch om ?
[204] Gelijk niet.
Gelijkwaardig wel.
Dat kan je zomaar wensen,
en dat is dan ook wat PCRS doet.
En dan is het oude wijn in nieuwe zakken:
-golden rule
-wat gij niet wilt dat u geschiedt..
-categorisch imperatief van Kant
-UPB
Het kan zomaar je voorkeur zijn.
Keurige voorkeur hoor, basis van het liberalisme.
Ik begrijp al die heisa niet 🙂
[204] De zwaartekracht theorie is een theorie die op alle massas van toepassing is. Als je wilt aangeven waarom een massa daar niet onder valt, moet je aangeven wat er zo bijzonder aan die massa is.
Als je een theorie over moraliteit naar voren brengt, moet die niet verschillende rechten toepassen op dingen die gelijkwaardig zijn. Als je dus zegt dat A mag stelen en B niet mag stelen volgens jouw theorie, dan moet je aangeven waarom A anders is dan B en waarom dat relevant is voor de steel theorie. Anders is het gewoon een persoonlijke voorkeur. Als je een wetenschappelijke theorie naar voren wilt brengen, moet die aan wetenschappelijke eisen voldoen.
Als je gewoon wilt zeggen:ik mag van anderen stelen, maar zij niet van mij, is dat wetenschappelijk niet houdbaar als je mensen als gelijkwaardig ziet. Maar als je denkt dat zwarten mindere mensen zijn dan blanken of ambtenaren anders dan schoenenverkopers, dan mag je daar gerust voor uitkomen.
[203]
Pcrs,
Bij de "eerste claimer" hypothese zal een man die op goud stuit een beslissing moeten nemen: wil hij het (laten) ontginnen of niet? Als hij het niet wil, laat hij het in de grond zitten. Als hij het zelf ontgint, krijgt hij de waarde van zijn arbeid én de waarde van het goud als toevallige gift van de natuur. Als hij het door een bedrijf wil laten doen, moeten die bedrijven (net als in de echte wereld van vandaag) met elkaar concurreren, en zullen een bod op zijn grond doen waarin hun kosten van arbeid, materialen, investering, enzovoorts, is verwerkt. Als hij een monopolie op goud zou hebben kan hij het laten doen voor vrijwel niets. Bovendien heeft hij dan een stimulans om de hoeveelheid goud die hij op de markt brengt zodanig af te stemmen dat hij de maximale prijs krijgt die de maatschappij kan betalen: het punt waar een gram minder of een gram meer hem minder zou opleveren. Maar het punt is: ook bij afwezigheid van een monopolie is hij dus degene die de volledige waarde van het arbeidsloze goud opstrijkt, ook al investeert of doet hij helemaal niets om het te winnen.
In de "alle natuurlijke hulpbronnen zijn eigendom van iedereen" hypothese, heeft hij exact dezelfde keus. Hij kan kiezen om het te laten liggen en geheim te houden, in welk geval de maatschappij net als in het eerste scenario ervan verstoken blijft, of hij kan besluiten het goud te ontginnen. Hij krijgt nog steeds de waarde van zijn arbeid (in de vorm van fysieke arbeid of investering van door hem verdiend geld) vergoed: het opgraven van de goudklomp en het vervoeren naar de markt en het verkopen. Maar de waarde van het goud als zodanig door de natuur gegeven, moet hij (of het bedrijf dat zijn grond koopt) via de grondbelasting delen met iedereen. Hoe moeilijker het is om het goud te ontginnen, dus hoe meer arbeid en investering het vergt om het op te graven, of hoe meer goud hij op de markt brengt, des te meer verdient hij (of het bedrijf). Hoe minder moeite en investering het kost, of hoe minder goud hij levert, des te minder krijgt hij.
Waar jij bang voor lijkt te zijn, is dat de man niet zozeer zijn grond niet wil verkopen of veranderen, maar dat hij te lui of te gierig is om zelf arbeid te verrichten of een investering te doen, en alleen overgehaald kan worden zijn grond te verkopen door een mega-beloning te krijgen voor het feit dat het goud toevallig op zijn grond ligt. Maar als bedrijven als Shell in de echte wereld van nu bereid zijn om genoegen te nemen met een marktconforme beloning van hun investering en arbeid, waarom zou hij dat dan niet willen? En de vondst van goud, of van olie, of de waardeverhoging van grond, is niet echt makkelijk geheim te houden. Bedrijven exploreren constant en doen geologisch onderzoek waardoor ze een vermoeden kunnen hebben waar de mineralen zitten. Zodra zij beginnen te bieden op zijn grond (of grond in de omgeving), gaat de waarde vanzelf omhoog, en wordt het voor hem steeds moeilijker om de belasting te kunnen betalen. Het wordt dan ook steeds aantrekkelijker om gewoon zelf de moeite te doen om het goud te winnen, en daar een marktconforme beloning voor te krijgen, of om geld te investeren in een bedrijf dat het voor hem doet.
Bovendien levert het verkopen van de in waarde gestegen grond hem nog steeds wat op. Als zijn grond stijgt in waarde van 1000 euro naar 2000 euro, kan hij potentiëel 1000 euro winst boeken. De belasting zal immers altijd enigszins achter de feiten aanlopen. Dus als hij op dezelfde dag dat de waarde van zijn grond ineens is verdubbeld, bijvoorbeeld doordat een bedrijf erachter is gekomen dat er goud ligt en 2000 euro biedt voor zijn grond, het voor de helft doorverkoopt aan dat bedrijf, zou hij 1000 euro verdienen, ook door niets te doen. Hij zou dan hoogstens, op een belastingperiode van 1 jaar, 1/365ste over die 1000 euro aan belasting hoeven te betalen.
En wie gaat zich opwerpen om naar Saoedi-Arabië te reizen en daar het "eerste claimer" recht te handhaven? Je kunt recht nu eenmaal alleen invoeren in een gebied waar je met macht de controle over hebt. Dus als we alleen in Nederland de macht zouden krijgen, ongeacht of we nu "eerste claimer" of "natuurlijke hulpbronnen zijn van iedereen" invoeren, is het een vrij irrelevante discussie of we dit systeem kunnen exporteren of niet. En wat die koolmezen doen is simpelweg het natuurlijke "recht" van de sterkste, en heeft met rechtvaardigheid zoals dat door mensen wordt ontdekt of gecreëerd weinig te maken. Wij zijn nu eenmaal rationeler en intelligenter dan koolmezen, dus kunnen over onze behoeftes en claims op meer subtiele wijze onderhandelen. Maar uiteindelijk heb je altijd macht nodig om je "recht" te handhaven.
[207] Je stelt je ideale gestapo systeem voor, afhankelijke van een uitgebreid systeem van belasting en zegt dan dat success er afhankelijk van is dat ‘de belasting immers altijd enigszins achter de feiten aanlopen zal lopen’.
Verder zeg je dat je het alleen kan invoeren waar je de macht en controle hebt. Dan kom je met die willekeurig getrokken grenslijntjes van de huidige natiestaten die allemaal in geweld en verovering geboren zijn.
Dus als ik olie vind onder mijn boerderij en ik noem mijn boerderij een land en in dat land heb ik de macht en roep daar het eerste vinder systeem uit, dan is dat ok ?
Ik denk dat mensen niet veel slimmer zijn dan koolmezen. De afgelopen 100 jaar was het grootste risico vermoord te worden door je eigen overheid en het 1 na grootste risico vermoord te worden door de overheid van de buren. Zoek maar op democide, 200 miljoen mensen zijn door overheden vermoord.
Het voorstel om probleem X op te lossen door een groep mensen een afschuwelijke berg wapens te geven en de rest te ontwapenen is zo absurd, het is niet eens 2+2=5, maar 2+2=groen, geen koolmees zou er op komen en onder koolmezen zijn dit soort slachtingen dan ook uitgebleven.
[207] O:"Je kunt recht nu eenmaal alleen invoeren in een gebied waar je met macht de controle over hebt. Dus als we alleen in Nederland de macht zouden krijgen,"
O:"En wat die koolmezen doen is simpelweg het natuurlijke "recht" van de sterkste, en heeft met rechtvaardigheid zoals dat door mensen wordt ontdekt of gecreëerd weinig te maken."
Het is in de eerste quote onduidelijk wie ‘je’ en ‘we’ zijn. Maar hier zit de logische tegenstrijdigheid ook in: in de 1e quote zeg je dat je systeem alleen werkt voor de sterkste en in je 2e dat het recht van de sterkste fout is. Kortom je eigen systeem is fout volgens je eigen regels.
[207] tot slotte nog dit:je maakt je zorgen dt het bezit van grondstoffen toeval is. Jouw stukje grond heeft olie en daarom heb je een meevaller die niets met je arbeid te maken heeft en die je daarom niet verdient.
Maar waarom zouden anderen de meevaller wel verdienen ? Die hebben er immers ook geen arbeid voor gedaan ?
Behalve natuurlijke hulpbronnen zijn er meer dingen van toeval afhankelijk:of je talent voor muziek hebt of goed in wiskunde bent, of je er goed uitziet, lang of kort bent. Moet een fotomodel dan niet al haar inkomen inleveren, omdat ze toevallig mooi is ? Moet ze niet alleen betaald krijgen voor de arbeid van het opdoen van haar makeup en rondlopen en gaat de opbrengst van haar schoonheid naar de rest van ‘het land’. Ze heeft immers niets voor schoonheid gedaan ? De een heeft olie onder zijn land, de ander schoonheid, het is allemaal niet te wijten aan eigen inzet, dus waarom betalen we niet iedereen voor alleen de arbeid en pakken we dat waar ze toevallig mee geboren zijn af ?
Als je logisch consistent wilt blijven tenminste….
Comments are closed.