Wanneer men zich verdiept in het onafhankelijk worden van de staat/overheid, komt men onherroepelijk in aanraking met het “recht”. Een manier om rechten te onderscheiden is het “positief recht” en daar tegenover het “negatief recht”, maar er zijn meer soorten recht. Iets meer hierover in dit deel van de serie artikelen.

Zonder u te vervelen met een hele geschiedenisverhandeling kan ik kort uiteenzetten, dat tot aan het eind 18e / begin 19e eeuw het natuurrecht van toepassing was. Natuurrecht heeft niets met bloemetjes en beestjes te maken, maar alles met de menselijke natuur, die gekenmerkt wordt door het verstand, ofwel de rede. Na de codificaties (het op schrift stellen van wetten) in deze periode is de natuurwet alleen nog van toepassing op de katholieke theologie en ethiek en buiten de religie op een kleine groep van moderne natuurrechtaanhangers. Een zijsprong met korte uitleg van wat de katholieken hiermee bedoelen: de menselijke rede zou door god geschapen zijn en daardoor van goddelijke oorsprong zijn, dit natuurrecht had voorrang op zowel het gewoonterecht als het positieve recht.

Is dit belangrijk? Ja, ik denk het wel. Het natuurrecht ging namelijk uit van het geheel van principes en regels die universele geldigheid zouden hebben. Een voorbeeld, zoals we op deze en andere sites kunnen lezen is: waarom ben ik een dief, als ik geld van u afdwing om het te geven aan iemand waarvan ik vind dat hij/zij het harder nodig heeft, terwijl ons “sociale contract” er schijnbaar geen problemen mee heeft dat een overheid dit legaal zou kunnen doen? Dat is een voorbeeld van iets dat niet aan universele principes en regels voldoet. Ander voorbeeld: wanneer ik een school uitmoord ben ik een moordenaar, maar in dienst van het leger en in opdracht van de overheid is het opeens legaal. Ook dan worden universele regels en principes niet nagekomen.

Zoals hierboven vermeld, heeft het op schrift stellen door de overheden van het zogenoemde positieve recht het natuurrecht overschreven. Het positieve recht kennen we ook onder de namen “vigerend recht” of “objectief recht”: het recht dat op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip geldt. In Nederland kennen we vandaag de dag het Nederlandse positief recht. Plaats en tijdstip zijn belangrijke factoren, want dit recht is geografisch begrensd (bijvoorbeeld binnen landsgrenzen) en wordt regelmatig gewijzigd, waarmee het tijdstip de tweede belangrijke factor is (na een wetswijziging is opeens een andere wet geldig). Het positief recht wordt door de overheid afgedwongen, in tegenstelling tot het natuurlijk recht, dat het ideale en universele recht is dat in de mens zelf zit.

Het positief recht is het systeem van regels waarmee de mens (de overheid) de samenleving ordent. Het is verdeeld in verschillende rechtstakken, zoals burgerlijk recht, sociaal recht, strafrecht, staatsrecht, enz. Het positief recht beschrijft bijvoorbeeld het recht op onderwijs, recht op werk en recht op vrije meningsuiting.

Is er dan ook negatief recht? Ja, dat is simpel gezegd het recht om met rust gelaten te worden, om te denken en te handelen zonder de dwang van anderen. Vrij te zijn van diefstal, fraude, beperkende wetten en belastingen, eigenschappen die “toevallig” allemaal bij overheden en criminelen passen, om twee beroepsgroepen maar eens ongenuanceerd naast elkaar te zetten.

Is het moreel aanvaardbaar om de universele menselijke principes en regels opzij te laten zetten door de overheid, die nota bene het positief recht uitvindt en beschrijft om met dwang aan de mensheid op te leggen? En daarbij diezelfde mensen het recht ontneemt om gebruik te maken van het negatief recht? Ik weet mijn antwoorden al, maar ben benieuwd naar de uwe.

62 REACTIES

  1. @Boer op Klompen [60]:
    “Wat libertariers dus eigenlijk doen is rechten formuleren op basis van wat zij vinden dat juist is, en vervolgens alles wat daarmee in strijd is als immoreel bestempelen. (waar kennen we dat ook alweer van)”

    Het verschil met niet libertariers is dat die gewoon maar wat rechten formuleren en dan hun buurman een pistool op het hoofd zetten om ze op te dringen.
    Waarom zij dat bij anderen mogen en anderen niet bij hun? Het blijft een in nevelen gehuld raadsel.

  2. @Boer op Klompen [60]: Wat ik nog moet onderzoeken is de geldigheid van de mensenrechten. Onze overheid kan dergelijke verdragen wel ondertekenen, maar wat stellen ze voor als de overheid ons niet als “mensen” ziet, maar als “personen”?

    Dit is zomaar een schot voor de boeg, dus (nog) geen onderbouwd statement van mij, maar er is wel degelijk verschil tussen mensen en personen, welke laatste dus de juridische entiteit is zoals de overheid ons ziet.

    Hier kom ik nog wel eens op terug in een artikeltje.

Comments are closed.