Ook kan men recreatie – spellen, sport, reizen, hobby’s, het lezen van boeken over moord mysteries, tv kijken, winkelen, naar het strand gaan, en dergelijke – niet vervangen voor werk. Recreatie impliceert creatie. Vrijetijdsbesteding is een vorm van uitrusten en impliceert dat er iets is waarvan een persoon rust, vrijetijdsbesteding heeft alleen waarde als ontspanning en beloning na het uitvoeren van werkzaamheden. Een leven dat in de eerste plaats gewijd is aan recreatie is een leven met een geest in de wacht, in losgekoppelde flarden volgens de waan van de dag – een spel, een reis, een show, een aankoop – zonder een lange termijn doel en zonder ruimte voor intellectuele activiteiten.
Dit komt neer op het stagnerende, zinloze leven van een playboy. Elke authentieke menselijke behoefte, recreatie inbegrepen, kan dienen als de basis van een legitiem beroep. Ayn Rand heeft dus in principe niets tegen professionele sporters, entertainers, of postzegelhandelaren. Het punt is dat al deze terreinen in aanmerking komen als werk zolang de mens ze ook benadert als werk. Werk bestaat uit continuïteit en een gedisciplineerde vorm van creativiteit.
—-
Bron: Objectivism: The Philosophy of Ayn Rand, hoofdstuk 8: Virtue

Mooi om te lezen in het Nederlands 🙂
Mbt (de houding tov) werk vind ik “the Psychology of Pleasure” ook een aanrader.
(in the Virtue of Selfishness).
Comments are closed.