Het belangrijkste argument tegen de volledige privatisering van nutsbedrijven (water, riolering, gaswinning) is dat deze industrieën ‘natuurlijke monopolies’ zijn. Dit omdat ze zulke hoge vastgestelde kosten hebben dat het inefficiënt zou zijn als er meer dan één producent in een bepaald gebied zou zijn. En als er één ondernemer actief zou zijn, is de gedachte dat die als monopolist zijn klanten zou uitpersen.

Hierdoor is het idee ontstaan dat de overheid nutsvoorzieningen via allerlei wegen moet ‘beschermen’.  Onder het motto van ‘het algemene belang’.  Waardoor nu de overheid en een handjevol multinationals de klanten uitpersen. Want ‘de mensen moeten op kwaliteit en continuïteit kunnen vertrouwen’.  De enige constante in overheidsdiensten is dat ze altijd stijgen in prijs en dalen in kwaliteit maar dit terzijde.

De hoge investeringskosten kunnen het aantal gegadigden beperken maar met een winstmotief in een vrije markt die mogelijkheden biedt, houdt dit geen investeerder tegen. Daarnaast staan markten niet stil; technologische innovaties kunnen uitbreiding in de concurrentie mogelijk maken. Denk maar aan Ping en WhatsApp ten opzichte van vast bellen en sms diensten.

Een andere misvatting is het begrijpen van de essentie van concurrentie. Zelfs als er maar één producent van bepaalde goederen in een stad is, kan deze producent zijn wil niet opleggen aan zijn klanten. Er kan immers snel een ander of een alternatief op de markt komen. Of volgens econoom Thomas J. DiLorenzo:

‘Als concurrentie gezien wordt als een dynamisch proces van ondernemersschap, dan is het feit dat een enkele producent op een gegeven moment de laagste kosten heeft, van weinig belang. De continue  concurrentiestrijd maakt een monopolie in een vrije markt onmogelijk.’

De regels veranderen echter zodra de overheid hindernissen opwerpt, subsidies verstrekt of op een andere manier de concurrentie onderdrukt. Als aanvulling op de ontelbare overheidsregeltjes – voor het algemeen belang – zijn er vele bedrijven die via lobbyen de macht van de overheid gebruiken om zichzelf te verzekeren van een stevige marktpositie en de concurrentie buiten de deur te houden.  Deze bedrijven kunnen daadwerkelijk de consumenten uitbuiten met hulp van de staat.

Door het hanteren van subsidies ontstaat misallocatie van hulpbronnen en verspilling van belastinggeld. Dat geldt voor iedere industrie en dus ook voor openbare voorzieningen. De markt moet volledig gedereguleerd worden zodat vrije concurrentie en innovatie kunnen bloeien. Ook moeten de eigendomsrechten strikter en belangrijker worden. Dit om diegenen die nadeel ondervinden van een industrie zo snel en volledig mogelijk te vergoeden en zodoende een verbeteringsstimulans te vormen.

De vrije markt zorgt altijd voor de meest economische en efficiënte oplossing.  Kennis is verdeeld over de hele samenleving dus is het logisch gesproken onmogelijk om dit op te slaan bij een centrale planning die dan ‘de juiste beslissingen’ kan nemen.

In een volledig vrije markt is er ook geen verschil tussen het sociale en milieuperspectief versus het zakelijke doel. Iemand die actief is in een vrije markt harmoniseert de behoefte van een ander met die van zichzelf. Dat is de essentie van handel – dat we vrijwillig goederen en diensten uitwisselen met iedereen en daardoor ons leven beter maken.   De sociale en milieuproblemen die ontstaan, zijn in principe het resultaat van overheden die eigendomsrechten niet respecteren. Door bijvoorbeeld vervuiling toe te staan of de onteigening van iemand zijn rechtmatige eigendom in de vorm van grond of onroerend goed.

Voor het algemeen belang is het vele malen beter dat alle goederen en diensten aan de vrije markt worden overgelaten. Het enige ‘slechte’ monopolie is die door de staat gemaakt of onderhouden.

 

32 REACTIES

  1. @Igor [293700]:

    “Waarom ik dat soort dingen geen leuk vooruitzicht vindt lijkt mij vrij logisch, kan beter vragen waarom je dat soort “vrijheid” wel zou willen?”

    Omdat ik me afvraag of het wel klopt. Mensen accepteren alleen afval (en in dit geval riooltroep) op hun terrein als anderen daarvoor betalen. Dus blijft er een prikkel om rioolwater te zuiveren. Ik zie eigenlijk het probleem niet zo…

    Dan je eerdere punt over buitenlandse overheden die Nederlandse wijken opkopen. Daar heb je inderdaad een punt. Je zou het kunnen voorkomen bij de opstart van een libertarische samenleving. De Nederlandse staat kan straten (met waterleidingen, kabels etc.) verkopen aan serviceproviders of vve’s met als voorwaarde, dat die het niet door mogen verkopen aan buitenlandse staten. Kopers moeten dus de contractuele verplichting aangaan, dat ze het niet doorverkopen aan andere staten. Zo kan het in particuliere handen blijven.

    Het probleem is natuurlijk wel, dat dit een goed werkend juridisch systeem vergt. Hier heb ik bij het anarchokapitalisme nog wel eens mijn twijfels over….

    Een andere oplossing zou natuurlijk zijn om gewoon een minimale minarchistische staat te accepteren, die voorkomt dat buitenlandse staten hier de macht krijgen.

    Igor [32] reageerde op deze reactie.

Comments are closed.