GRONDWET_SCHRIJVENIk wil u iets vertellen over een steeds verder krimpende grondwet.

Dat klinkt als het begin van een grap over Barack Obama, die schijnbaar iedere week een nieuw amendement uit de Bill of Rights aan zijn laars lapt, maar in dit geval gaat het om iets anders. In dit geval wil ik het hebben over het feit dat ik steeds meer overtuigd raak van het idee dat we zo min mogelijk wetgeving moeten hebben als maar mogelijk is.

 

Ik zal dat even kort toelichten: ik ben gefascineerd door grondwettelijke documenten, en ik geloof dat wij onszelf in Nederland veel te kort doen met een waardeloos vod van een Grondwet. Halverwege 2011 identificeerde ik mijzelf nog als klassiek-liberaal, met een neiging naar minarchisme, en heb ik getracht een betere Grondwet voor Nederland te schrijven.

Een kleine overheid wilde ik hebben, die de taken politie, justitie en defensie op zich nam, en mogelijk nog wat andere bijkomstigheden, zoals hoofdwegen en dijken. Ik schreef een Grondwet met die denkbeelden in gedachte. Een Grondwet voor een constitutionele republiek — voornamelijk gebaseerd op de idealen waarop ook de Verenigde Staten origineel waren gebouwd.

Ook nu nog geloof ik dat die klassiek-liberale Grondwet een verbetering zou zijn ten opzichte van de huidige situatie, maar sindsdien ben ik echter steeds libertarischer geworden. In de tussenliggende tijd heb ik diverse variant-grondwetten ontworpen, die de overheid steeds verder inperkten en het land steeds verder decentraliseerden. Het einde van die weg zal voor niemand hier een verbazing zijn: de volstrekte absentie van iedere overheid, en decentralisering tot op het individu.

Ik geloof niet langer dat een kleine overheid ooit klein blijft. Dat is in de VS niet gelukt, en hoewel een betere Grondwet (zonder teksten als “necessary and proper” en “general welfare”) de vrijheid waarschijnlijk langer had beschermd, denk ik niet dat het oneindig lang goed was gegaan. Overheden zullen hun macht altijd willen vergroten, ten koste van de vrijheid. Vanaf de zomer van 2012 bepleit ik daarom een samenleving zonder overheid. Ik ben ontwikkeld van klassiek-liberalisme (kleine overheid), via minarchisme (nachtwakersstaat van politie, justitie en defensie), naar autarchisme (géén overheid).

Ja, ik noem het autarchisme, zoals ook Robert LeFevre het noemde. Murray Rothbard noemde het “anarchokapitalisme”, maar ik gebruik die term liever niet, om precies de reden dat LeFevre dat ook niet deed: “anarchie” betekent letterlijk “principeloos”. LeFevre was een vriend van Rothbard, en die laatste erkende “autarchisme” (hetgeen “principe van zelfbeschikking” betekent) als een prima alternatieve term.

Afijn. Ook mensen als Rothbard en LeFevre, grote pleitbezorgers van de overheidsloze samenleving in de moderne tijd, waren van mening dat zo’n samenleving een soort “grondwet” nodig zou hebben. Al is het maar om vast te leggen wat “rechten” en “eigendom” nu eigenlijk betekenen, zodat daar geen verwarring over kan ontstaan.

Dus daar sta ik nu. Mijn eigen klassiek-liberale voorstel voorbijgestreefd, maar nog steeds gericht op het ontwerpen van een grondwettelijk document voor een vrije samenleving. Een “Rothbardian Constitution”, heb ik het wel horen noemen. En ja, wat moet daar nu instaan? Ik ken libertariërs die helemaal niet geloven in een (grond)wet, en mensen dat het non-agressieprincipe (NAP) volstaat als basis van een vrije samenleving.

Een mooi ideaal, maar welke formulering van het NAP dan? “Iedereen heeft de vrijheid te doen en laten wat hij wil, zolang hij geen geweld initieert om iemands persoon of eigendom aan te tasten” is een veelgehoorde.
Prachtig. Elegant. En totaal onbruikbaar.

Wat is namelijk “geweld”? Wat is iemands “persoon”? Wat is iemands “eigendom”? Wat vormt een “aantasting”? Je zal ten minste al deze termen van een definitie moeten voorzien, omdat ze anders op vreselijke wijze misbruikt kunnen en zullen worden. Voorts, hoe verkrijgt men eigendom? Daar zijn in de libertaire leer (gestoeld op Locke, in detail uitgewerkt door Nozick) vier wegen voor (te weten: originaire verkrijging, ruil, schenking en overerving). Die hebben allemaal óók een definitie nodig.

En nog even over rechten: wanneer zijn die geldig? Dat je recht hebt op je “persoon” en je “eigendom” weten we. Waar komen andere rechten vandaan? Hoe ontstaan die? Dat moet eveneens vastgelegd worden, omdat je anders conflicten gaat krijgen over interpretatie van de term “recht”. (“Ik heb recht op jouw geld,” zal de socialist beweren.)

Het lijkt me evident dat een libertarische samenleving wel degelijk een soort grondwet behoeft. Een korte, minimalistische grondwet… maar toch. Hoewel we het geen grondwet hoeven te noemen, natuurlijk: het zal tenslotte de enige wet zijn die er is, en er zal geen overheid zijn om méér wetten te maken. Is het dan nog een grondwet, zo zonder andere wetten? Is het eigenlijk wel een wet, zo zonder staat? Het is eerder een principeverklaring, een document dat de basis legt voor de vrije samenleving.

Zullen we dat document, met een grote dosis ironie, het “maatschappelijk verdrag” noemen?

Ingezonden door Victor van der Sterren

31 REACTIES

Comments are closed.