Een papieren dollar (of euri) heeft op zich de waarde van een bedrukt stukje papier. Echter de “waarde”  van deze papiertjes is dat ze algemeen (en door de overheid) erkend worden als ruilmiddel voor dingen  die echt waarde voor iemand betekenen. Voedsel, kleding, wonen, etc.****
dollar_devaluation

.
Die ruilwaarde van de papiertjes is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid papiertjes die de overheid met Centrale Banken in circulatie brengt.
Ze doen dit door nieuwe papiertjes te drukken, of door cijfers te typen in hun computer.

Hoe slecht dat beleid is, wordt duidelijk aangetoond door bijgaande grafiek die de ruilwaarde aangeeft van een dollar sinds de oprichtingen de FED, de Federal Reserve Bank.
In vergelijking met de ruilwaarde van een 1930-dollar is de huidige dollar nog maar $ 0,05 waard.

Hetzelfde geldt voor de euro, en andere papieren ruilmiddelen.
Daarbij speelt ook nog de onderlinge strijd van de ruilwaarden tussen die verschillende valuta’s. Een strijd die zich vooral afspeelt buiten directe invloed en bewustzijn van de meeste burgers.
Die beseffen niet wat er gebeurt en geritseld wordt. Maar zij zijn er wel de dupe van.

20 REACTIES

  1. Verreweg de grootste hoeveelheid ruilmiddel die in omloop wordt gebracht komt tot ons in de vorm van krediet uitgeleend door de commerciele banken. De verhouding geld:krediet is ongeveer 1:8 (niemand weet dit exact). Het onderscheid is van belang omdat krediet uit het niets wordt gecreerd en ook weer in het niets zal verdwijnen. Vandaar dat het ploffen van de kredietbubbel of schuldenberg, in ieder geval in eerste instantie, deflatoir zal zijn. Dat is eigenlijk wat we nu al meemaken. Ondanks de facto negatieve rente, ondanks (een tijdje geleden) massieve kwantitatieve verruiming, is er nauwelijks sprake van inflatie.

    Dus het vergroten van de totale hoeveelheid ruilmiddel in omloop valt momenteel eigenlijk wel mee. Het is eerder het bestrijden van deflatie met als gevolg een herhaling van de stagflatie uit de jaren 70 toen het keynesiaanse draaiboek eveneens is uitgevoerd en de experimenten naar verwachting enkel hebben geleid tot hogere overheidsschulden. Het voornaamste verschil lijkt te zijn dat de bijbehorende inflatie in de jaren 70 wel plaatsvond maar nu veel minder.

    Overigens is waarde allereerst een subjectief begrip. Zo mochten we massaal overstappen naar goud, zilver en cryptomunten, dan zal de waarde van fiat geld naar nul gaan ongeacht de hoeveelheid die ervan in omloop is. Een mens mag hopen.

    Hub Jongen [3] reageerde op deze reactie.
    Plato [5] reageerde op deze reactie.

  2. @Keinstein [2]:
    “. . . De verhouding geld:krediet is ongeveer 1:8 (niemand weet dit exact)”
    Moeilijk om precies te begrijpen wat er precies bedoeld wordt.
    In een artikel over The War On Cash las ik dat de verhouding in de EU-banken tussen “assets” en “Uitgeleend geld” = 1:27
    Dus 27 x meer geld uitgeleend dan hun hele bezit!!
    Is dat wel kredietwaardig?

    Keinstein [4] reageerde op deze reactie.

  3. @Hub Jongen [3]: Ik weet niet of die cijfers juist zijn. Er circuleren nogal wat aantallen die over het algemeen wijd uiteen lopen. Ik baseer de 1:8 verhouding op een fractioneel reserve ratio van zo’n 10%; wat waarschijnlijk te conservatief gerekend is. Misschien maakt het ook niet meer zoveel uit hoe diep het bancaire schip onder water staat, het is moeilijk te zien hoe dit akkefietje to een happy end kan komen.

  4. @Keinstein [2]: Krediet wordt door banken niet uit het niets gecreëerd. Dat lijkt misschien zo, maar tegenover al het uitgeleende geld zal de bank naast zijn eigen vermogen geld van derden moeten aantrekken. Verder zal de bank je geen krediet geven op je blauwe ogen. Ze willen een flinke dekking hebben. En dit systeem hoeft helemaal niet verkeerd af te lopen. Anders zit het bij centrale banken die wel geld kunnen creëren. Jammer dat de normale banken steeds alle schuld krijgen en dat daarmee het systeem niet zou kloppen. Als bijv. de DSB failliet gaat hoeft dat helemaal nog geen ramp te zijn. Ook een klant van een leverancier gaat wel eens over de kop.

    Keinstein [6] reageerde op deze reactie.
    Vilseledd [8] reageerde op deze reactie.

  5. @Plato [5]: Mevrouw A plaatst 100€ op fractioneel reserve bank B waarna meneer C een lening van 90€ komt afsluiten bij dezelfde bank. De bank houdt 10% reserve aan van de rekening van mevrouw A en leent meneer B 90€ van de rekening van mevrouw A. de crux is dat op de rekening van mevrouw A 100€ blijft staan. De hoeveelheid ruilmiddel is na de lening toegenomen van 100€ naar 190€ en bestaat uit 100€ geld en 90€ krediet. De 90€ krediet is uit het niets geschapen.

    Mogelijk is er een onderpand voor de lening van 90€, maar dat onderpand bestond ook al voor de lening. Na de lening is er meer ruilmiddel voor dezelfde hoeveelheid goederen => de lening is inflatoir. Stel je vervolgens voor: het cumulatieve effect van vele duizenden leningen vlot achter elkaar en je ziet de kredietbubbel opgeblazen worden voor je ogen. Die kredietbubbel of schuldenberg moet op enig moment barsten waarna het proces omkeert. Bedrijven gaan failliet, leningen worden niet meer terugbetaald, banken staan op omvallen, de bubbel loopt leeg; kortom, een crash. De crash is het genezingsproces van de monetaire aberratie die door fractionel reserve bankieren in het leven geroepen is.

    Nu geloof ik graag dat het systeem met een reserve ratio van 50% of meer een stuk stabieler is, maar waarom zou je dat willen? Wat valt er mee te winnen? Bovendien, als ik mij niet vergis, in de 19e eeuw hadden we dat en de geschiedenis leert dat dergelijke entiteiten, net als een kleine klassiek liberale staat – omdat ze de premisse van permanent goed bestuur veronderstellen – geen lang leven beschoren is.

    Plato [7] reageerde op deze reactie.

  6. @Keinstein [6]: Nee je zit fout. De bank kan dit alleen doen als mevrouw A haar 100 euro op de bank laat staan. Zodra zij de 100 euro opneemt heeft de bank een probleem en moet het krediet van mijnheer C intrekken. De hoeveelheid ruilmiddel is helemaal niet toegenomen. Wel de omvang van de schulden, maar dat speelt helemaal geen rol bij inflatie. Bij het inlossen van de schulden staat de teller weer op nul. Het zou volgens jou ook betekenen dat als ik als bedrijf mijn klanten krediet geef, de geldhoeveelheid toeneemt en dat dat inflatie veroorzaakt. No way.

    Keinstein [9] reageerde op deze reactie.

  7. @Plato [7]: Inderdaad, als mevrouw A haar 100€ wil opnemen kan dat niet want het is er niet meer. U beschrijft, in de boven geschetste vereenvoudigde situatie, een bankrun.

    De vraag doet zich vervolgens voor: van wie is die 100€ nu? Is die van mevrouw A, voor het gedeelte van 90€ van meneer C of misschien van de bank? Het antwoord daarop is dat het geld van de bank is. Zodra u een bedag op een fractioneel reserve bank plaatst verleent u een lening aan de bank. De bank belooft plechtig dat zij dit zal terugbetalen, maar mocht zij in gebreke blijven dan heeft u pech gehad. Mevrouw A kan dus haar 100€ niet opnemen.

    Daarom heet het ook fractioneel reserve bankieren; de bank hoeft slechts een fractie van de beheerde gelden in reserve te houden. Daarom gaat ook de vergelijking niet op met een reguliere lening. Wanneer ik als niet-bank 90€ uitleen van mijn 100€, dan heb ik na afloop nog 10€ en de totale hoeveelheid ruilmiddel in omloop is nog altijd 10 + 90 = 100€.

    Overigens zijn schuld en krediet twee verschillende kanten van dezelfde medaille en hebben dientengevolge altijd met elkaar te maken. In het voorbeeld verleent de bank 90€ krediet aan meneer C en heeft meneer C een schuld van 90€ bij de bank. De bank heeft weer een schuld van 100€ bij mevrouw A die de bank voor 100€ krediet verleend heeft.

    Probeert u het eens te begrijpen.

    Plato [10] reageerde op deze reactie.

  8. @Keinstein [9]: U hoeft me helemaal niet uit te leggen hoe fractioneel bankieren werkt. Dat weet ik maar al te goed. Ik beschrijf helemaal geen bankrun. Ik beschrijf alleen maar dat een bank om geld te kunnen uitlenen geld moet aantrekken. Als dat aantrekken niet voldoende lukt omdat er geld opgenomen wordt door de inleggers, zal de bank zijn leningen moeten beperken om voldoende dekking te houden. Wat mankeert er nou aan deze redenering. Dat schuld en krediet min of meer het zelfde zijn is ook duidelijk, maar daar gaat de discussie helemaal niet over. Het gaat er om of banken geld uit het niets kunnen creëren. En dat ontken ik. En mijn voorbeeld van leveren op krediet is alleen maar een bewijs dat krediet en ruilmiddel verschillende zaken zijn. Het systeem van fractioneel bankieren is al heel oud en leidt niet per definitie tot inflatie. Ook toen er nog een goudstandaard was, was er sprake van fractioneel bankieren en dat leidde zeker niet tot inflatie.

    Keinstein [11] reageerde op deze reactie.

  9. @Plato [10]: Een bankrun is precies wat u beschrijft. Als alle rekeninghouders hun uitstaande tegoeden opnemen (dwz hun rekening sluiten) is de bank failliet. Dat heet een bankrun en dat is wat u stelt in comment 7: als mevrouw A haar 100€ opneemt heeft de bank een probleem.

    Het feit dat banken de hoeveelheid leningen moeten aanpassen aan de reserveratio is duidelijk. Dat is weinig anders dan het managen van de eerder beschreven, gammele constructie. Niemand spreekt dan ook van onbeperkt uitlenen.

    Krediet en ruilmiddel zijn verschillende zaken zegt u vervolgens. Alsof krediet geen ruilmiddel is. Alsof je met een afgesloten krediet geen aankopen of investeringen kunt doen. Dat is nu juist de reden dat mensen een krediet afsluiten. Als ze er niks mee kunnen kopen, is er geen noodzaak voor; dus vanzelfsprekend is krediet een ruilmiddel.

    En jazeker, ook ten teinde van de goudstandaard was er inflatie tgv fractioneel reserve bankieren. Veel minder, dat wel, maar dat kwam door de hogere reserve ratio waardoor de hoeveelheid kredietcreatie minder destructief was.

    Het is allemaal echt niet nieuw wat ik zeg. Als u mij niet geloen wilt verwijs ik graag naar de volgende artikelen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fractional-reserve_banking en https://en.wikipedia.org/wiki/Money_multiplier

    Plato [12] reageerde op deze reactie.

  10. @Keinstein [11]: Er is pas sprake van een bankrun als de mensen massaal hun geld gaan opnemen. Het doet er trouwens voor de discussie helemaal niet toe. Nogmaals: de essentie van de discussie of er geld gecreëerd wordt. Als ik een krediet krijg van 1000 euro en ik leen dat op mijn beurt weer uit en die leent het ook weer uit, dan is er nog steeds maar voor 1000 euro koopkracht alhoewel het totale krediet 3000 euro is. Als u dit verschil niet wil accepteren, wens ik u verder veel sterkte.

    Keinstein [13] reageerde op deze reactie.

  11. @Plato [12]: Inderdaad, u heeft helemaal gelijk. als u 1000€ uitleent vindt er geen kredietcreatie plaats. Maar u bent dan ook geen fractioneel reserve bank. Daarin zit het verschil. Er is geen probleem met uitlenen an sich, er is een probleem met het uitlenen van geld binnen fractioneel reserve bankieren. Zie hiervoor het oorspronkelijke voorbeeld.

    Als u een fractioneel reserve bank bent met slechts 1 klant die een deposito geplaatst heeft, of zoals u het zegt: van wie geld is aangetrokken, dan zal er een bankrun plaatsvinden als die ene klant, in dit geval mevrouw A, haar geld opneemt.

    Plato [14] reageerde op deze reactie.

  12. @Keinstein [13]: Wat is nou helemaal het verschil als ik mijn geld aan iemand uitleen en dat die het weer doorleent, met een bank. Die persoon speelt dan toch gewoon voor bank. Normaal gesproken worden er afspraken gemaakt over de tijdsduur van het krediet. Zo hoort een bank lang geld aan te trekken voor leningen met een langere looptijd. Dat dit soms niet gelijk loopt, doet niets af aan het principe. Dat banken de boel soms besodemieteren staat hier los van. Natuurlijk zijn er slechte mensen, die op je geld uit zijn. Maar dat kan net zo goed gebeuren als je het fractioneel bankieren afschaft. Over het creëren van geld blijf je overigens stil. Daar ging het toch om. Als je stelling is dat banken failliet kunnen gaan, ja dan heb je gelijk. Maar je hebt natuurlijk ook een eigen verantwoordelijkheid waar je je geld heen brengt. Daar zijn klanten van een bank veel te laks in. Overigens zijn consumenten in veel zaken ongeïnteresseerd, terwijl ze alle macht hebben.

    Keinstein [15] reageerde op deze reactie.

  13. @Plato [14]: Misschien is het duidelijker als we teruggaan in de tijd toen goud nog geld was en dat banken een tegoedbon uitschreven voor de hoeveelheid goud die op een bank geplaatst werd. Die tegoedbon is later als geld gaan functioneren omdat je hem altijd weer bij een bank kon inwisselen voor de hoeveelheid goud die op de tegoedbon stond. Zolang tegenover elke gram goud evenzovele tegoedbonnen circuleren is er niks aan de hand en spreken we van 100% reserve bankieren.

    Echter, bankiers hebben al snel geconstateerd dat klanten nooit al hun goud kwamen ophalen en experimenteerden met extra tegoedbonnen uitschrijven op geplaatste gouddeposito’s als mensen voor een lening langs kwamen. Dan zijn er plotseling meer tegoedbonnen in omloop dan er goud als dekking in de kluis ligt. Omdat er rente betaald moet worden over een lening is het voor een bank profitabel om zoveel mogelijk gelden uit te lenen (vooropgesteld dat je verwacht dat de leningen afgelost worden).

    Dus als Plato 1kg goud heeft en direct 900 gram aan Aristoteles uitleent blijft de totale hoeveelheid goud in omloop 1kg. Als daarentegen Plato zijn 1kg goud op een fractioneel reserve bank plaatst, krijgt hij daarvoor tegoedbonnen ter waarde van 1kg goud. Als Aristoteles vervolgens 900gr goud komt lenen, dan schrijft de bankier (bij een 10% fractionele reserve) voor 900gr goud aan tegoedbonnen uit voor Aristoteles met de 1kg goud van Plato als onderpand. Echter daarvoor zijn al tegoedbonnen uitgeschreven zodat de totale hoeveelheid goud nog steeds 1kg is maar de claim op goud gestegen is naar 1,9kg. Omdat de tegoedbonnen als geld circuleren is de hoeveelheid ruilmiddel toegenomen van 1kg goud naar 1.9kg goud waarvan 900gr uit het niets is geschapen.

    Tegenwoordig gebruiken we geen goud meer maar euro’s en wordt er in het geval van een lening door de bank simpelweg 900 euro in de rekening van de lener getikt. Desalniettemin denkt de depositohouder nog steeds over 1000€ te beschikken en de lener over 900€ terwijl er slechts 1000€ aanwezig is. Zie ook het originele voorbeeld.

    Plato [16] reageerde op deze reactie.

  14. @Keinstein [15]: Je probeert me steeds weer uit te leggen wat fractioneel bankieren inhoudt. Maar dat snap ik maar al te goed. Als iedereen zich aan zijn afspraken houdt is er helemaal niks aan de hand. Iedereen die geld geleend heeft, moet dit ook weer terug betalen. Aangezien het hier om een hoeveelheid goud per lening gaat, kan het systeem nooit inflatoir werken. De fout die je maakt is te denken dat als er meer tegoedbonnen zijn de waarde van elke tegoedbon navenant is afgenomen. Dat is niet het geval. Elke tegoedbon staat nog steeds voor de zelfde hoeveelheid goud. Uiteindelijk moet bij inlossing van de lening die hoeveelheid goud opgehoest worden. Daarom blijft de waarde van de tegoedbon oevereind. En prijzen zullen daarom niet stijgen. Wel loopt de bank het risico van het niet teruggeven van het geleende goud, maar dat is een ander verhaal. Als iedereen het geleende goud terugbrengt is de situatie weer als bij aanvang. En ook bij afwezigheid van goud, blijft dit systeem het zelfde. Daarom komen we nu ook in een deflatoire situatie terecht. Men is bezig zijn schulden af te lossen. De grote ellende zit bij te veel leningen die niet afgelost kunnen worden. Daar is veel te lichtvaardig mee omgegaan door de banken. Ik denk dat je daar te veel op gefocust bent. Met het systeem an sich is niets mis, als de buffers maar groot genoeg zijn.

    Keinstein [17] reageerde op deze reactie.

  15. @Plato [16]: ” De fout die je maakt is te denken dat als er meer tegoedbonnen zijn de waarde van elke tegoedbon navenant is afgenomen.”

    Dat lijkt me geen fout maar een correcte uitspraak. Als er meer eenheden ruilmiddel in omloop zijn, die eenzelfde hoeveelheid goederen prijzen, dan zal de waarde van het ruilmiddel dalen – of in economische termen uitgedrukt: als het aanbod stijgt bij gelijkblijvende vraag zal de prijs dalen. Dat is dus de prijs van het goud via de tegoedbonnen. M.a.w. inflatie.

    U geeft zelf toe dat er deflatie plaatsvindt bij het aflossen van een lening met de uitspraak: “Daarom komen we nu ook in een deflatoire situatie terecht. Men is bezig zijn schulden af te lossen.” U erkent hier dat het aflossen van een lening deflatoir is. ik ben het er volledig mee eens. Echter, vreemd genoeg, bestrijdt u dat het aangaan/afsluiten van een lening inflatoir is. Terwijl dat toch echt het tegenovergestelde is van het aflossen van een lening. Dus het afsluiten van een lening vermeerdert de hoeveelheid ruilmiddel in omloop wat inflatoire consequenties heeft en het aflossen van een lening vermindert de hoeveelheid ruilmiddel in omloop wat deflatoire consequenties heeft.

    Maar ik meen inmiddels te begrijpen wat u bedoelt. Uw punt is dat de hoeveelheid aangegane leningen en afgeloste leningen elkaar in evenwicht houden waardoor de inflatoire en deflatoire effecten elkaar in evenwicht houden. Is dat juist?

    Plato [18] reageerde op deze reactie.

  16. @Keinstein [17]: De tegoedbon heeft een waarde van een bepaalde hoeveelheid goud. Dat zal ook op de tegoedbon staan. Dus iedereen die een tegoedbon geleend heeft, weet wat die terug moet geven om zijn schuld af te lossen: namelijk die bepaalde hoeveelheid goud. Of die hoeveelheid goud er nu is of niet doet er niet toe. Desnoods gaat ie het delven. Maar voor iedereen is de afspraak duidelijk. Daarom heeft het geen inflatoir effect. Je zal een bepaalde hoeveelheid werk moeten verrichten om aan dat goud te komen (c.q. andere tegoedbon). De ruilvoet staat vast en blijft vast. Een heel ander verhaal is natuurlijk de overheid die tegoedbonnen gaat drukken en absoluut niet van plan is zijn schuld in te lossen. Ja, dat heeft een inflatoir effect. En dat gebeurt in werkelijkheid ook. Als dan de eerlijke mensen hun schulden gaan aflossen heeft dat een tegengesteld effect en kan zelfs deflatie geven. Dus deflatie ontstaat alleen als er eerst inflatie is. Nogmaals: in het verleden toen de overheid nog klein was en er een goudstandaard was, zijn de prijzen min of meer constant gebleven. En let op: er was in die tijd wel degelijk sprake van fractioneel bankieren. De ellende zit bij de centrale banken, die een loopje kunnen nemen met afspraken. Het goud zorgde er in het verleden voor dat de zaak begrensd werd. Na de afschaffing viel de rem weg en ging het goed los. Als ze dat niet hadden gedaan, waren er heel wat landen op de fles gegaan.

    Keinstein [19] reageerde op deze reactie.

Comments are closed.