De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het elfde artikel, over Subsidies, staatsdiensten en welvaart. Wederom een erg lang artikel.

Een systeem van subsidie en staatsdiensten verlaagt de welvaart in een samenleving, om tenminste twee redenen.

Ten eerste: alleen als iedereen vrij is om te beslissen wat hij wil consumeren, is het gegarandeerd dat iedereen zijn uitgaven zo vaststelt dat hij optimaal geniet en dus optimale welvaart voor het geld heeft. Als de overheid het consumptiepatroon d.m.v. subsidies kunstmatig heeft veranderd dan is de concurrenten) maakt het winst en als het relatief inefficiënt produceert (ten opzichte van zijn concurrenten) maakt het verlies.

Dit hele systeem werkt niet meer als de overheid een instelling gaat subsidiëren of verzorgen. Met een flink gesubsidieerde instelling valt helemaal niet te concurreren door een bedrijf dat alleen bijdragen ontvangt door verkoop van goederen of diensten.

Subsidie is dus valse concurrentie. Een gesubsidieerde instelling heeft vaak helemaal geen concurrenten en wordt dus niet uit de markt geprijsd als het minder efficiënt produceert dan noodzakelijk zou zijn in een vrije markt. En de instelling heeft ook vaak geen winst/verlies systeem. De instelling kan ook niet failliet gaan, maar krijgt gewoon een budget van de overheid waar ze blind mee werkt zonder gecontroleerd te worden door een marktmechanisme.

Het punt is dus het volgende: in een vrije markt heeft elk bedrijf een maatstaf voor efficiëntie en een gesubsidieerde of overheidsinstelling heeft geen maatstaf voor efficiëntie. Een gesubsidieerde instelling moet volkomen blind opereren en kan ook helemaal niet weten hoe efficiënt ze werkt. Mensen komen vaak met het tegenargument dat een particulier bedrijf op de vrije markt ook vaak heel inefficiënt is.

Maar dat argument duidt alleen maar op onbegrip. Je kan ook niet zeggen dat een bedrijf in een vrije markt volgens één of andere absolute maatstaf efficiënt werkt. Er zullen vast vele bedrijven in relatief vrije markten zijn die alles ontzettend stom regelen en die hun middelen verspillen en waarbij de werknemers continu alles fout doen. Misschien werken alle particuliere bedrijven altijd wel op die manier.

Maar dat is helemaal niet relevant. Het gaat er alleen maar om dat een bedrijf in een vrije markt een maatstaf voor efficiëntie heeft, terwijl een door de overheid gecontroleerde instelling dit niet heeft. Het is daarom alleen maar zo dat een bedrijf in de vrije markt efficiënter zal werken dan buiten de markt, niet noodzakelijkerwijs absoluut gezien efficiënt.

Een bedrijf in de vrije markt moet trouwens zelf maar weten hoe efficiënt ze werkt. Dat is hun eigen zaak. Zolang ze hun inkomsten verkrijgen door vrijwillige betaling van consumenten voor hun producten, zijn ze alleen maar een voordeel voor die mensen en handelen ze niet ten koste van andermans middelen.

De staat die een dienst financiert met geld dat ze door middel van gedwongen belastingbetaling heeft verkregen, handelt wel ten koste van andermans middelen. De mensen van wie het geld afkomstig is hadden misschien veel liever met hun geld producten en diensten bij een ander bedrijf gekocht. Doordat ze door de belasting armer zijn geworden hebben ze niet meer geld genoeg om te kopen bij het bedrijf dat normaal hun voorkeur zou hebben. Omdat een sterk gesubsidieerde instelling uiteindelijk “goedkoper” levert zullen de mensen toch weer daar kopen ook al is dat globaal gezien misschien een nadeliger koop.

Een gesubsidieerde instelling kan niet weten welke behoefte haar consumenten hebben. Ze kan alleen een wilde gok doen van wat voor product de gemiddelde consument het liefste zou willen hebben. Alleen een bedrijf dat werkt in een vrije markt heeft een maatstaf voor of zij op een bevredigende wijze in de behoeftes van consumenten voorziet, namelijk de hoeveelheid gemaakte winst. Een bedrijf dat namelijk een product variant levert waar veel behoefte aan is, zal het meeste verkopen en dus de meeste winst maken. Bedrijven die veel winst maken zijn er goed in geslaagd in de behoeftes van anderen te voorzien.

Subsidie werkt zodanig, dat het inefficiëntie beloont en efficiëntie tegengaat. Als de overheid bijvoorbeeld in een bepaalde markt een bepaald noodlijdend bedrijf gaat subsidiëren, omdat zij bang is dat die failliet gaat, dan houdt zij alleen maar een bedrijf in stand dat toch al niet op efficiente wijze voorzag in de behoeftes van consumenten. Dat is immers de enige reden dat zij dreigde failliet te gaan.

Stel dat als de overheid niet ingrijpt, één of ander bedrijf X failliet gaat. Het geld dat mensen vroeger uitgaven bij bedrijf X, moeten ze nu ergens anders uitgeven. Dat geld geven ze dus uit bij alle overgebleven bedrijven in de samenleving. De overgebleven efficiënte bedrijven breiden dus hun productie uit, omdat ze meer verkopen.

Hier blijkt al uit dat het verhaal dat het failliet gaan van een bedrijf de werkgelegenheid doet afnemen, een fabeltje is. Als je het op één tijdstip bekijkt klopt het wel dat er opeens een aantal banen minder zijn. Maar over een iets langere tijd vermindert het aantal banen niet. De bedrijven die hun productie uitbreiden hebben immers weer extra mensen nodig. Er treedt dus alleen continu een verschuiving op in de werkgelegenheidsstructuur.

Op een vrije markt worden arbeiders als het ware weggetrokken van plaatsen waar niet op een efficiënte wijze in de behoeftes van mensen wordt voorzien en aangetrokken naar plaatsen waar dat wel gebeurt. Doordat inefficiënte bedrijven failliet gaan, krijgen efficiënte bedrijven de ruimte om wel voort te bestaan.

Wat gebeurt er als de overheid echter ingrijpt en via belasting en subsidie burgers dwingt om een bedrijf X geld te geven, dat zijn bestaan niet meer kan financieren door middel van vrijwillige aankopen van klanten? Dan werkt het proces waarbij efficiënte bedrijven de ruimte krijgen door het failliet gaan van inefficiënte niet meer. Het is zelfs mogelijk dat juist efficiënte bedrijven failliet gaan, doordat de gesubsidieerde bedrijven beter in staat zijn hun prijzen laag te houden. In dat geval kan een concurrerend niet-gesubsidieerd bedrijf ofwel niet meer verkopen door de relatief hogere prijs van zijn product, of het moet ook zijn prijs laag houden en gaat dan failliet omdat het dan verlies gaat maken.

Dit maakt ondernemen een riskante bezigheid. In een vrije markt kan je je bedrijf altijd wel in leven houden als je maar goed bent en bereid hard genoeg te werken zodat je voldoende kwaliteit aan je klanten levert. Maar door de bemoeizuchtige overheid is dat niet genoeg. Je moet er altijd voor vrezen dat je failliet zult gaan alleen maar omdat je niet op kunt tegen de valse concurrentie die ontstaat als anderen erin slagen speciale privileges van de overheid te verkrijgen.

Van al het geld dat de overheid aan belasting ontvangt is het maar een deel dat op één of andere manier terugkomt bij mensen die buiten het bureaucratische apparaat leven. Een groot deel van het geld blijft kleven aan de politici en overheidsbureaucraten die er natuurlijk voor zorgen dat ze een goed salaris hebben.

De meesten van hen doen echter geen productief werk. Ze houden zich alleen bezig met het verzinnen van regels en het beslissen aan welke speciale belangen ze al de belastingbuit zullen uitgeven. Vele bureaucraten zijn juist anti-producenten. Ze gaan productie tegen door ondernemers allerlei regels op te leggen en op te zadelen met in te vullen formulieren. (De ondernemers geven deze extra kosten gewoon weer via de prijs van hun producten door aan de consumenten, die daardoor armer worden. De regulering maakt het moeilijk om een nieuw bedrijfje te beginnen.)

Het werk van een overheidsbureaucraat kan er ook uit bestaan dat hij zich bezig houdt met het verbieden aan mensen om producten en diensten voor andere mensen te gaan verzorgen (bijvoorbeeld om bestaande instellingen te beschermen tegen concurrentie).

7 REACTIES

  1. Los van hoe budget voor subsidie verkregen wordt:
    Er is een situatie waarin subsidie nuttig kan zijn… voor baanbrekend wetenschappelijk onderzoek. Daar profiteert iedereen van.
    Wel behoedzaam, want als er daadwerkelijk wetenschap wordt bedreven (experimenteren, observeren, documenteren) dan mogen uitkomsten niet door de geldschieter worden beïnvloedt (weglaten of juist aanvullen van bevindingen, specifieke inkleuring van gegevens). En natuurlijk moeten de uitkomsten voor een ieder beschikbaar en inzichtelijk zijn.

    Misschien zijn er nog andere voorbeelden.

    Henk [5] reageerde op deze reactie.

  2. @Piet [2]: Dat roept de vraag op wat de betekenis van het woord subsidie eigenlijk is. Als ik kijk naar de ethymologie van het woord, dan is de tegenwoordige betekenis zoiets als ‘steun’ of ‘assistentie’ wat vrijwilligheid impliceert. Er is een oudere betekenis (subsidie van een regering aan de Kroon) die niet per sé op vrijwilligheid berust.

    Het lijkt me dat hedendaagse steun of assistentie toch wat anders is dan afgedwongen sponsoring. Het heeft in ieder geval een heel andere smaak, de eerste zoet (hemels), de laatste zuur of bitter (hels).

  3. Overigens is er ook iets aan de hand met staatsdiensten. Overheidsdienaren roepen altijd ‘dienstbaar voor de burger’ te zijn. Vandaar dat er overheidsdiensten zijn. Dat roept de vraag of er wel gesproken kan worden van diensten en dienstbaarheid.

    Een voorbeeld dat ik eens voorbij zag komen is: Stel er verschijnt iemand voor je deur die geld eist op straffe van geweld. Hij vertelt niet wat hij voor dat geld gaat doen (gewoon, diensten). Het is niet duidelijk hoe zijn kostprijscalculatie in elkaar zit en of je wel op zijn diensten zit te wachten.
    Hoewel deze mafia-praktijk inderdaad in een dienst resulteert, kan er niet gesproken worden van dienstbaarheid.

    De kneep zit ‘m in het verschil tussen leiders en baasjes:

    a) Een goede leider dient wanneer en waar dat gewenst is. En heeft er geen problemen mee om soms de alfa (eerste) te zijn waarbij hij voor anderen zorgt, soms de omega (laatste) te zijn waarbij anderen voor hem zorgen. Met een goede leider is iedereen uiteindelijk blij.

    b) Een baasje verkracht dit concept. Hij dringt zichzelf en zijn zorg aan anderen op, ook al willen zij zijn zorg niet – of in ieder geval niet op die manier. Daarna eist hij dat anderen als tegenprestatie voor hem zorgen. Dit wringt aan alle kanten en maakt niemand blij.

  4. @Nico [1]: Waarom profiteert iedereen van baanbrekend onderzoek? Dat is een nogal vaag begrip. Als het baanbrekende onderzoek X betreft en iemand heeft geen belang bij X dan profiteert hij of zij daar dus niet van. Jij kunt niet voor anderen bepalen waar zij van profiteren, omdat dat een waardeoordeel betreft. En dat is altijd subjectief. Daarnaast dient men ook de opportunity costs mee te nemen. Als Piet gedwongen wordt om subsidie te betalen voor X kan hij dat geld immers niet meer zelf uitgeven aan andere zaken die hij wellicht belangrijker vindt.

    Nico [6] reageerde op deze reactie.

  5. @Henk [5]: Stel er is 50 jaar wetenschappelijk onderzoek voor nodig om uit te vogelen hoe kernfusie (schone energie, geen kernafval) voor een ieder toegankelijk en bruikbaar gemaakt kan worden. Misschien maak je het niet mee dat dit gerealiseerd wordt, maar het is het belang van de mensheid als geheel dat die resultaten er komen. Een mens zou dergelijk onderzoek dus uit vrije wil moeten willen sponsoren aka subsidiëren. Of subsidie afgedwongen moet worden is discutabel.

    Hetzelfde geldt voor wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld de werking van menselijke hersenen of ogen. De mens weet niet hoe hij zelf in elkaar steekt. Maar het om medische redenen is het handig om te weten hoe degeneratieve processen gekeerd kunnen worden.

    De morele vraag bij bepaalde projecten die subsidie behoeven komt erop neer of dwang geoorloofd is om een gesteld hoger doel te bereiken. Met dergelijke vragen worstelt de mensheid reeds eeuwen.

    Henk [7] reageerde op deze reactie.

  6. @Nico [6]: Als Piet geen belang hecht aan deze zaken is het dus niet in het belang van de mensheid in het geheel. Piet maakt immers ook deel uit van de mensheid. Voor hem is het wellicht niet handig om te weten hoe de hersenen werken. Of hij vindt het minder belangrijk dan andere zaken waar hij liever zijn geld aan uitgeeft. Waaruit blijkt dan logisch dat hij toch behoort mee te betalen?

    Dwang is nooit geoorloofd om een of ander hoger doel te bereiken. Het doel heiligt immers niet de middelen. Dwang om iets te subsidiëren is een inbreuk in het fysieke domein van iemand en dus onrechtmatig.

    Door mensen vrijwillig te laten bepalen waar men het eigen geld aan uitgeeft, zie je vanzelf wat “de mensheid” als geheel belangrijk vindt en wat niet. Via subsidie zie je wat de overheden (een uiterst klein deel van die mensheid) belangrijk vinden. Bovendien smijten overheden veel makkelijker geld over de balk. Het is immers hun eigen geld niet en dus zal men minder geneigd zijn te letten op de juiste prijs/kwaliteitsverhouding. Wanneer mensen hun eigen geld uitgeven zullen zij scherp letten op de juiste prijs/kwaliteitsverhouding.

    Zie http://www.meervrijheid.nl/?pagina=110

    Het staat eenieder natuurlijk vrij om mensen te vragen te doneren.

Comments are closed.