De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het veertiende artikel, over slachtofferloze misdrijven. Een korter artikel.
Libertariërs beschouwen alleen het plegen van agressie als een misdrijf (het initiëren van geweld, dwang of fraude). Alle andere handelingen die de overheid verbiedt zijn libertarisch gezien slachtofferloze misdrijven.
Iemand is alleen het slachtoffer van een misdrijf als iemand anders directe agressie tegen hem gepleegd heeft. Het ruilen van een pak melk met een ander voor geld om 12 uur ’s nachts is een voorbeeld van een slachtofferloos misdrijf (winkelsluitingswet). Het argument dat bijvoorbeeld voor de winkelsluitingswet gebruikt wordt is dat er toch een slachtoffer is, namelijk de winkelier die tot 18 uur open is en een klant verliest, omdat het de klant toegestaan wordt om bij een ander te kopen die wel om 12 uur ’s nachts open is.
Maar dat argument mag je helemaal niet gebruiken, omdat het argument niet consequent toepasbaar is. Zo zou je elke menselijke handeling die indirect een ander nadelig beinvloedt moeten verbieden. Dan zou je het Lee Towers moeten verbieden om platen te verkopen, omdat dat ertoe leidt dat andere artiesten minder verkopen. En je zou het de knappe jongen Klaas moeten verbieden om op een feest Annet te versieren, zodat andere jongens ook de kans krijgen.
Zoiets als de winkelsluitingswet leidt ertoe, dat zowel de klant die om twaalf uur ’s nachts wil kopen als de winkelier die om 12 uur ’s nachts wil verkopen de dupe zijn, terwijl de persoon die een dienst aanbiedt waar geen behoefte aan is bevoordeeld wordt.
In de samenleving zie je dat vele groepen steeds speciale bescherming of privileges van de overheid proberen te verkrijgen, ten koste van anderen. Maar dit soort denken is korte termijn denken. Er zijn zoveel speciale wetten en regels, dat iedereen uiteindelijk de dupe is van de privileges van anderen en er niet meer op een efficiente manier in ieders behoeftes wordt voorzien.
Het resultaat is dat iedereen slechter af is, ook de mensen die denken dat ze profiteren van hun speciale overheids privilege. In een vrije markt kan iemand rijkdom vergaren, alleen door anderen te helpen. Bij elk product dat hij een ander levert heeft die ander immers voordeel. In een onvrije markt kunnen mensen ook rijk worden zonder anderen te helpen, namelijk door middel van speciale overheidsprivileges, etc.
Het is een mythe dat vrije concurrentie ten koste gaat van de mensen met mindere capaciteiten. Iemands eigen productiecapaciteit vermindert niet doordat een ander meer productiecapaciteit heeft. De mensen met weinig capaciteiten kunnen alleen maar beter af zijn als er ook mensen aanwezig zijn met meer capaciteiten, door met die anderen te ruilen of met ze samen te werken.
Economische regulering gaat economische efficiëntie tegen en verlaagt dus de welvaart van iedereen. De enige norm voor misdaad die consequent toepasbaar is, is de norm dat het plegen van agressie een misdaad is.
Het verbieden van activiteiten die niet onder die categorie vallen is dan op zichzelf een misdaad. Het dreigen met boetes of gevangenisstraf als een ander zich niet aan jouw willekeurige regels houdt, is immers het plegen van agressie. Het verbieden van gokken door de overheid, omdat dit slecht voor de mensen zou zijn, is belachelijk. De overheid heeft immers zelf officiële staatscasino’s opgericht. Het verbod op gokken op andere locaties dient er alleen maar voor om de staatscasino’s te beschermen tegen concurrentie, zodat de overheid inkomsten verkrijgt.
Als de overheid aan mensen het consumeren van bepaalde etenswaren, zoals drugs of bedorven vlees verbiedt, claimt de overheid dat ze er op toe moet zien dat iedereen gezond eet en leeft. Dan zou ze net zo goed verplicht kunnen stellen dat iedereen iedere dag vitamine C pillen slikt, of verbieden dat je meer dan een bepaald maximum aan vet eet elke dag. Ik zou ook een ander kunnen opleggen dat hij niet aan wild-water kanovaren mag doen, omdat dat riskant is en dus ongezond voor hem.
Wat drugs betreft: hoe meer de politie de handelaren in drugs lastig valt, hoe hoger de marktprijs komt te liggen. Het op deze manier verbieden van mensen om drugs te consumeren, leidt ertoe dat ze moeten stelen (waar anderen dan weer last van hebben) of zichzelf prostitueren om aan het benodigde geld te komen. Als het consumeren van drugs dus ongezond is, dan maakt het overheidsbeleid het leven als een drugsverslaafde dus alleen maar nog ongezonder dan het al is (ook omdat er in de zwarte markt weinig controle mogelijk is door consumentenorganisaties over de kwaliteit van het product).
Het moet natuurlijk niet worden toegestaan om onder valse voorwendselen drugs te verkopen. En ook voor kinderen moeten speciale regels gelden. Je mag niet een kind dat nog niet zo verstandig is manipuleren om drugs te kopen. Maar dat zal juist in een vrije markt minder snel voorkomen, omdat er dan met de drugs geen extreme winst te maken valt. Er zijn immers ook geen mensen die zich bezig houden met het manipuleren van kinderen om zout te kopen?




















“Dan zou je het Lee Towers moeten verbieden om platen te verkopen, omdat dat ertoe leidt dat andere artiesten minder verkopen.”
Wat een vergelijk. De winkelsluitingswet zorgt voor een gelijk speelveld, zodat een door een echtpaar gerunde kruidenierswinkel het niet aflegt tegen grote spelers. Als Lee Towers elke dag 10 minuten zendtijd (zoals die voor de politieke partijen) zou krijgen en andere artiesten niet, dan zou het kloppen.
“Het is een mythe dat vrije concurrentie ten koste gaat van de mensen met mindere capaciteiten.”
Het is in het verleden gebeurd en gebeurt nog steeds, juist in landen en in sectoren, waar die bescherming er niet (meer) is. Uitbuiting ligt altijd op de loer, waar er gebrek aan regelgeving en handhaving is. Vrije concurrentie leidde in Amerika tot ongewenste monopolies en juist in het land, dat het vrije ondernemerschap propageert, kent men de strengste anti-trustwetgeving.
“De enige norm voor misdaad die consequent toepasbaar is, is de norm dat het plegen van agressie een misdaad is.”
Het begrip ‘misdrijf’ hoort thuis in het strafrecht en houdt een moreel oordeel in. Het overtreden van de winkelsluitingswet is geen misdrijf, maar wel een onrechtmatige daad. Om dit te handhaven zijn er boetes. De winkelsluitingswet is een vorm van regulering om chaos te voorkomen.
“De overheid heeft immers zelf officiële staatscasino’s opgericht.”
Dat is inderdaad zeer verwerpelijk. Ze kijken zelfs toe, hoe veel te jonge jochies achteloos honderden euro’s verspelen, terwijl je je toch zou moeten afvragen, hoe eraan gekomen is. En mocht men dit nodig achten om gokverslaving binnen de perken te houden, dan a.u.b. niet casino’s als paleizen inrichten, maar als lelijke utiliteitsbouw met TL-verlichting. Op pakjes sigaretten mag je immers ook niet meer een avontuurlijk leven suggereren.
“Maar dat zal juist in een vrije markt minder snel voorkomen, omdat er dan met de drugs geen extreme winst te maken valt.”
Wat betreft autorijden werkt dit wel. Vindt de overheid tegenwoordig, dat je al met 17 mag rijden, bij een autoverhuurbedrijf krijg je onder de 21 geen auto mee. Maar het verbod op drugs vloeit voort uit de Opiumoorlogen; daarvoor probeerden de Britten de kwaliteit van de Chinese bevolking aan te tasten door ze massaal aan de drugs te helpen. Drugs zijn derhalve niet zozeer een individuele-gezondheidskwestie maar veeleer een volksgezondheidskwestie.
Comments are closed.