Libertarianism has only a tiny ideology: “THOU SHALT NOT AGRESS” H.J. Jongen sr. MEERDERHEID/MINDERHEID. „’s Werelds kleinste Politieke Kwis” stelt in vraag 5: „Geen meerderheid mag een minderheid haar wil opleggen”.
Met deze vraag hebben nogal wat mensen problemen. Men voelt snel dat hier de „democratie” in het geding is. Men heeft ons immers altijd geleerd dat democratie zo goed is. En dat maakt het moeilijk om het met deze stelling eens te zijn.
Laten we deze kwestie echter eens proberen principieel te bekijken. Stel dat u in een of andere wachtkamer zit en er ko-men twee nieuwe personen binnen. Wat zou u zeggen als die twee bepalen dat zij voor u aan de beurt moeten? Waarschijnlijk zegt, of denkt, u dat dat niet eerlijk is. Die personen kunnen echter zeggen dat dat wel eerlijk is want het is toch democratisch; zij zijn de meerderheid en u als minderheid moet zich daarbij neerleggen. Of dat nu twee of twee miljoen personen zijn, doet aan het principe niets af. Goed en kwaad worden niet door het aantal bepaald.
Natuurlijk kunt u in een vereniging of club waarvan u vrijwillig lid bent, besluiten nemen bij meerderheid van stemmen. U bepaald immers zelf of u van die club lid wilt worden en/of blijven. In de maatschappij is dat fundamenteel anders. U hebt niet gevraagd om in België of in Nederland geboren te worden. U was er op een gegeven ogenblik. En dat feit geeft volgens de libertarische filosofie anderen niet het recht om over u of uw werk te beslissen.
Het argument dat u „weg kunt gaan” is een even oneerlijk argument. Immers waarom zou u weg moeten gaan en niet zij? Het beschikken over u zou misschien libertarisch kunnen als u emigreert naar een andere maatschappij en als daar de machthebbers u laten verklaren dat u zich in de toekomst zult schikken naar de meerderheidsbesluiten. Maar zelfs dan blijft de vraag of dat moreel juist is, want je weet nooit wat de toekomst brengt en wat men je zou kunnen laten doen. Bijvoorbeeld voor die meerderheid in een ver land gaan oorlog voeren! Daarover hebben we het reeds bij vraag 1 gehad. Principieel is het dus te veroordelen als een meerderheid aan een minderheid haar wil (eventueel met dreiging van geweld) oplegt.
klik op afbeelding voor groot





















Op het niveau van een democratische regering kan hier nog een nuancering plaatsvinden, op grond van het opkomstpercentage.
Iemand kan ervoor kiezen geen stem uit te brengen. Daardoor wordt hij niet vertegenwoordigt door een politicus. Stemmen die niet zijn uitgebracht kunnen logischerwijs immers niet verdeeld worden over partijen. Het opkomstpercentage biedt daarmee informatie over draagvlak.
Hierdoor ontstaat de interessante situatie dat een kamermeerderheid niet per se de meerderheid van de kiesgerechtigde bevolking representeert. Met als gevolg dat feitelijk een minderheid over een meerderheid beslist en die minderheid dwingend haar wil oplegt.
Op lager niveau in bijv. een groep van 10 mensen kan het gebeuren dat 4 mensen aangeven wat ze al dan niet willen terwijl de rest besluit de zwijgende meerderheid te zijn, waarna een minderheid aangeeft iets democratisch besloten te hebben en haar wil vervolgens aan een meerderheid oplegt.
Iets dergelijks zie je ook bij bijvoorbeeld buurtoverleg; slechts een klein percentage van de bevolking in een buurt doet eraan mee, maar heeft gevolgen voor de zwijgende meerderheid.
Achter het vroegere IJzeren gordijn waren meerderjarigen overigens wettelijk verplicht een stem uit te brengen op straffe van gevangenisstraf.
Je kunt ook stellen dat wanneer mensen niet het initiatief nemen om hun eigen leven te besturen, liefst in harmonie met anderen, dat per definitie doorlopende, oneindige ellende oplevert.
En andersom, dat wanneer iemand zijn eigen leven wil besturen ondanks het gegeven dat anderen zich dwingend met zijn leven bemoeien teneinde het te besturen, ook dat per definitie doorlopende, misschien eindige ellende oplevert.
Hier de kiesdeler. In 2012 vertegenwoordigden politici 62.8% van de kiesgerechtigde bevolking. Een kamermeerderheid zegt dan niet alles over het democratische gehalte van een besluit.
Pardon, ik haalde even wat door elkaar. In 2012 was er een opkomst van 74.75% minus 0.22% ongeldige stemmen minus 0.18% blanco stemmen. Het draagvlak voor de regering is daarmee 74.35%. Een besluit met krappe kamermeerderheid vertegenwoordigt daarmee niet de meerderheid van de kiesgerechtigde bevolking.
Hub [5] reageerde op deze reactie.
De democratische paradox: wat dient er democratisch gezien te gebeuren indien de meerderheid wil dat de democratie wordt opgeheven?
@Nico [3]:
“. Het draagvlak voor de regering is daarmee 74.35%”
NEE HOOR.Je gaat uit van de 100% kiesgeechtigden. Maaier zijn ook veel (nog) niet kiesgerechtigden. Dat zijn ook mensen.
Nico [6] reageerde op deze reactie.
@Hub [5]: Helemaal waar! Denk aan minderjarigen die de wil van de ‘meerderheid’ door de strot geduwd krijgen (verplichte scholing in plaats van recht op goed onderwijs).
Comments are closed.