De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het tweeentwintigste artikel, over sociale zorg. Een erg lang artikel deze keer.
Het libertarisme gaat uit van de basisgedachte dat niemand mag beschikken over de middelen van een niet-agressief persoon als dit persoon daar bezwaar tegen heeft. Daaruit volgt dat elk individu zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen welzijn. Als je je welzijn immers onvoldoende Vindt, dan heb je niet zomaar het recht om je welzijn te vergroten met de middelen van een ander.
Dit zou weleens tot de onaangename gedachte kunnen leiden dat mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen in een libertarische maatschappij van de honger zullen omkomen. Wanneer je je voorstelt hoe het voelt om honger te hebben, en bovendien niet de mogelijkheid te hebben om op korte en lange termijn aan voedsel te komen, dan bekruipt je misschien een gevoel van onbehagen. Voor libertariers die het onprettig vinden als anderen in een positie geraken waarin zij zichzelf ook niet graag zouden bevinden, is er dus een probleem: “Hoe kan men in een libertarische samenleving zorgen voor een sociaal opvangnet?”.
Om op deze vraag een antwoord te geven kan het interessant zijn om eerst te bekijken hoe het huidige sociale systeem werkt. In het huidige systeem wordt niet alleen geprobeerd de allerarmsten een bepaald minimum inkomen te verschaffen, maar tevens wordt geprobeerd alle inkomens gelijker te maken. Dit noemt men wel een welvaartsstaat. De mensen met minder capaciteiten tot productieprestatie verdienen minder dan de mensen met meer capaciteiten. De taak van de welvaartsstaat is dan ervoor te zorgen dan de mensen met minder capaciteiten naast hun eigen inkomsten ook kunnen mee profiteren van de opbrengsten van de mensen met meer capaciteiten. De mensen met meer capaciteiten werken dan voor een deel ten bate van profiterende anderen.
Aangezien de meeste mensen niet dermate filantropisch zijn dat ze graag werken opdat anderen daarvan kunnen profiteren, zoeken de meeste mensen met meer capaciteiten allerlei manieren om onder deze situatie uit te komen: zwart werken, geld op de Zwitserse bank zetten, emigreren, met vervroegd pensioen gaan, beneden hun niveau werken, niet de moeite nemen om adequate kennis te vergaren tot productie, subsidies aanvragen om zo wat terug te krijgen van het betaalde geld, handig gebruik maken van staatsdiensten en belastingvoordeeltjes, enzovoorts.
Allen proberen te zorgen dat ze eerder bij de profiteurs horen dan bij de filantropen….en terecht! Ieder mens leeft immers in de eerste plaats voor zijn of haar eigen geluk. Door deze reacties is de uitkomst van aan Robin Hood geinspireerde overheidssystemen dat deze hele herverdelingspoging op niets uit loopt (zie o.a. “betalen is voor de dommen” van Flip de Kam). Alleen het verzorgen van een minimum inkomen blijkt wel te werken (behalve voor zwervers e.d., maar het is de vraag of het wel mogelijk of wenselijk is om hun een uitkering in de maag te splitsen).
Het heffen van belastingen om daarmee een minimum uitkering aan de armen uit te keren is echter in strijd met het libertarisme. Het is dus interessant om te bekijken of er ook vrijwillige mogelijkheden zijn om dergelijke uitkeringen te financieren. Een van de belangrijkste instrumenten voor vrijwillige uitkeringsmogelijkheden is particuliere verzekering.
Een ‘all-risk’-verzekering voor een auto werkt bijvoorbeeld alleen maar doordat de meeste mensen niet tegen bomen rijden. Daardoor kan de schade van de mensen die dat toch doen worden gefinancierd uit de premies die alle verzekerden samen betalen. Zo kan ook werkloosheidsverzekering bestaan, doordat de meeste mensen niet werkloos zullen zijn (op een vrije markt bestaat overigens alleen frictiewerkloosheid, d.w.z. tijdelijke werkloosheid).
Ook pensioenverzekering, ziektekostenverzekering en invaliditeitsverzekering behoren tot de mogelijkheden. Zulke uitkeringen moeten dan natuurlijk niet zo hoog zijn dat iedereen er van gaat profiteren. Dit kan ook afgeremd worden met no-claim-kortingen. Op deze wijze is het ook mogelijk dat ouders hun kinderen voor de conceptie verzekeren tegen inkomensloosheid voor het geval dat ze te grote lichamelijke of psychische afwijkingen zullen krijgen om te werken.
Maar met verzekeringen redt niet iedereen het. Sommige werkenden zullen op korte termijn meer geld willen hebben, zich daarom niet verzekeren en het risico lopen inkomensloos te worden. Uiteraard kunnen de vakbonden voorlichting geven met betrekking tot de risico’s, maar de meeste mensen zijn nu eenmaal toch wel eens irrationeel. Ook zullen sommige ouders hun kinderen niet verzekeren tegen inkomensloosheid, en bovendien zullen er mensen zijn die wel kunnen werken, maar niet de geestelijke vermogens hebben om zich te verzekeren tegen armoede.
Een tweede instrument voor vrijwillige uitkeringsmogelijkheden is liefdadigheid. Zo waren er in de loop van de negentiende eeuw bijvoorbeeld particuliere fondsen en vakbondsfondsen die voor uitkeringen zorgden, en nog eerder waren de kerken op dit terrein actief.
Pas later werd deze sociale zorg genationaliseerd. Deze liefdadigheid is gebaseerd op een marktvraag naar hulp aan de zwakkeren: veel mensen hebben er geld voor over dat anderen niet hoeven te creperen van de honger, of te bevriezen wegens gebrek aan behuizing.
Deze marktvraag uit zich momenteel in de populariteit van het systeem van de welvaartsstaat. Bijna iedereen is voor de overheid, juist WEGENS de financiele bescherming van de zwakkeren. Alleen een publieke behoefte aan zwakkerenhulp kan dit verklaren.
Een mogelijke reden waarom liefdadigheid echter niet goed zou werken is het profiteursgedrag. Profiteursgedrag houdt in dat als er een bepaald goed is waarvan iedereen kan mee profiteren (een collectief goed), mensen daar toch niet aan meebetalen omdat ze rekenen op de bijdragen van anderen.
Als er bijvoorbeeld een gebied is waar een dijk het water tegen houdt, en het onderhoud van de dijk wordt gebaseerd op vrijwilligheid, dan kan elke bewoner er voor kiezen om wel te profiteren maar niet mee te betalen. Als iedereen er zo over denkt dan zal de dijk op een dag doorslaan wegens gebrek aan onderhoud. Zijn er echter genoeg individuen die dit willen voorkomen en daarom betalen, dan kunnen die individuen op zich toch weer profiteursgedrag gaan vertonen. En dat terwijl in feite alle mensen die profiteren er een bepaalde hoeveelheid geld voor over zouden hebben om van de dijk te kunnen profiteren.
Ook voor een uitkeringsstelsel dat is gebaseerd op vrijwilligheid kan dit probleem zich voordoen. Men kan er geld voor over hebben dat anderen niet hoeven te creperen van de honger, maar rekenen op de bijdragen van anderen en zelf niet mee betalen. Een methode om dit probleem op te vangen is het vergroten van de individuele invloed.
Men kan een libertarische samenleving opsplitsen in kleine gedeelten, bijvoorbeeld twee stadswijken. Deze delen moeten dan zo worden bepaald dat de verschillen in inkomensgemiddelde tussen de verschillende delen het kleinste zijn. Vervolgens richt men een organisatie op die alle inwoners van zo’n gedeelte maandelijks een acceptgirokaart stuurt waarmee ze een bepaald vast bedrag (of meer) kunnen betalen, bijvoorbeeld tien gulden. Met dit geld stelt men dan een uitkering beschikbaar voor mensen binnen dit gedeelte, voor wie het mentaal of fysiek onmogelijk is om te werken, en die ook niet de mogelijk hadden of niet de mentale capaciteit hadden om zich te verzekeren tegen armoede.
Tevens kan men met dit geld in zo’n gedeelte een mentaal ziekenhuis en een slaapplaats voor zwervers betalen. Men kan dan het aantal mensen bepalen die zonder meer betalen. Door middel van marktonderzoek kan men ook het aantal mensen schatten dat profiteursgedrag vertoont (mensen die op zich wel zouden willen meebetalen, maar liever profiteren van de situatie en rekenen op de bijdragen van anderen.
Het percentage trouwe betalers en het percentage profiteurs samen is dan het betaalpotentieel. Vervolgens is het mogelijk om een betalersnorm op te stellen die bijvoorbeeld 5% onder dit potentieel zit. Als het aantal betalers dan onder die norm zakt, dan stuurt men alle bewoners een brief waarin staat dat als de norm volgende maand weer niet bereikt wordt, de uitkeringen tijdelijk worden stop gezet.
Aangezien de mensen die profiteursgedrag vertonen dan ineens weten dat ze door dit systeem niet meer zomaar op de bijdragen van anderen kunnen rekenen en bovendien erg veel invloed op de armoede kunnen hebben, en tevens op armoede bij hun in de buurt, zal de motivatie om te betalen dan veel groter zijn.
Als zelfs dit systeem niet werkt, dan is het ook nog mogelijk dat de betalers alle profiteurs economisch boycotten. Dit is mogelijk door alle mensen die willen betalen een contract te laten tekenen met de volgende voorwaarden:
1. Als de betalersnorm bereikt wordt worden alle niet-betalers economisch geboycot door de betalers. Deze boycot houdt in dat de betalers zich contractueel verplichten geen arbeids- of koop-of verkooptransacties meer te onderhouden of aan te gaan met niet-betalers.
2. Zolang deze grootte niet wordt bereikt gaat de boycot niet door.
3. Zolang als deze grootte niet wordt bereikt worden de armen niet door deze organisatie geholpen; als de bewuste grootte wel wordt bereikt worden ze wel geholpen.
Als het aantal potentiele betalers in de meerderheid is, dan heeft het voor hen geen nadeel dit contract te tekenen. Zolang de norm niet wordt bereikt hoeven ze niet te betalen, en hebben ze geen verplichtingen. Ze kunnen er echter wel voordeel aan hebben, want als de norm wel bereikt wordt worden de armen geholpen. Het nadeel dat ze dan niet-betalers moeten boycotten weegt dan niet zo zwaar, want als de norm wel wordt bereikt wordt het voor de overgebleven minderheid van niet-betalers economisch aantrekkelijker om toch te betalen, dan om geboycot te worden.
Aangezien een dergelijke tactiek alleen gebruikt zal worden in noodsituaties (want normaal zal de eerste methode afdoende zijn) kan aan de potentiele betalers worden uitgelegd dat zo’n boycot-methode de enige is om in hun behoefte om armoede te voorkomen te voorzien.
Als er dus een marktbehoefte is aan armenhulp, die een economische factor dekt die voldoende groot is voor een succesvolle boycot (bijvoorbeeld de meerderheid van de bevolking van een stadsdeel), dan is dit de uiterste mogelijkheid om deze behoefte te vervullen. Omdat er wel zeker een marktbehoefte aan armenhulp bestaat, en omdat er genoeg mogelijkheden zijn om deze marktbehoefte om te zetten in een sociaal vangnet, hoeft een libertarische samenleving zich niet te kenmerken door structurele armoede.
Het is dan natuurlijk wel van belang dat de verschillende ideeen voor een libertarisch sociaal vangnet verspreid worden, en worden toegepast. Als deze ideeen worden verspreidt, dan zullen zelfs de sterke voorstanders van een welvaartsstaat wellicht te overtuigen zijn van het libertarisme, en maakt de libertarische beweging een kans om onder de aandacht te komen van een groter publiek.




















Sociale verzekeringen/autoverzekeringen en koppelverzekeringen ex:huren (brand & WA) worden afgedwongen d.m.v. repressie.
Contractueel wordt conform de voorwaarden (die elk jaar éénzijdig veranderen) een beroep gedaan door de contractanten.
Overigens is de premie op mijn Roll’s géén 10% Nw zoals bij u!
Henry Sturman had zijn hele filosofie in een zin kunnen samenvatten, had hem een hoop moeite bespaart, maar ja we willen natuurlijk status en als intellect worden bestempeld want als we alles in 1 zin zouden kunnen samenvatten is ook zo saai… toch? (Dit geldt ook voor mezelf). Deze zin is in de wil-vorm geplaatst omdat we via onze wil dit universum kunnen programmeren.
Die ene zin is:
“ik WIL dat deze wereld op alle gebieden geheel organisch weer in balans komt en blijft”
Mavado [3] reageerde op deze reactie.
@Limon & Nada [2]:
Bla Bla Bla….
Wat ben je toch vreselijk interessant, limonade, not.
Comments are closed.