de flora
Amsterdam en biodiversiteit. Natuur en stad lijken prima samen te gaan. Zo stelt plantendeskundige Ton Denters: “Om leuke planten te zien ging ik altijd naar het rivierengebied, de Waddeneilanden of Zuid-Limburg. Maar in Amsterdam werd me al gauw duidelijk dat ik voor bijzondere planten helemaal de stad niet uit hoefde. Ik verbaasde me over wat ik er allemaal tegenkwam.”…… “Het stedelijke gebied Amsterdam herbergt ongeveer 900 van de 1400 in Nederland voorkomende wilde planten. De soortenrijkdom is in Amsterdam heel erg hoog en er komen in de stad ook veel bijzondere soorten voor.
de fauna
Niet alleen de planten, maar ook de dieren voelen zich verrassend goed thuis in een stedelijke omgeving. Elk jaar worden tientallen nieuwe diersoorten waargenomen die er nooit eerder waren geweest of lang waren weggeweest (bron). Niet alleen in het Amsterdamse bos maar ook elders op plekken waar je het minder snel zou verwachten:
In 2003 broedde er voor het eerst een slechtvalk in Amsterdam, op de schoorsteen van de Nuon Hemwegcentrale. Dit was het eerste broedpaar in heel Noord-Holland. Vanaf 2003 heeft hetzelfde vrouwtje bijna elk jaar in de nestkast twee tot vier eieren uitgebroed. Ook de nestkast van ABN Amro op de Zuidas is succesvol in gebruik: vorig jaar vlogen daar vier jongen uit, dit jaar drie.
Ook een gebied als Shiphol heeft zo zijn natuurwaardes. Het valt onder het biotooptype “ruig groen“. Nu moet je niet alles geloven wat ecologen beweren, maar ik wil u de volgende uitspraak van ecoloog Martin Melchers niet onthouden (bron):
Schiphol is een topnatuurgebied, zeker sinds de vijfde baan er ligt. Er zit een populatie kleine marterachtigen, de toename van kerkuilen is spectaculair, er zitten veel velduilen en het is er een bolwerk van leeuweriken. Terwijl die allemaal toch een groot deel van de dag kerosine inademen
de stadsecoloog spreekt
Deze soortenrijkdom wordt de afgelopen jaren bestudeerd door diverse zogenaamde stadsecologen. Deze ecologen zien dagelijks dat natuur en ontwikkeling samen kunnen gaan. Het aanpassingsvermogen van dieren en planten moeten we niet onderschatten.
Stadsecoloog Remco Daalder: ‘Groen of steen, dat maakt ze niks uit. Als er maar ruimte is voor nesten, genoeg eten en weinig roofvijanden.‘
Dit is een heel ander geluid dan de meeste ecologen laten horen. Maar al te vaak komen er bezwaren als het gaat om de aanleg van nieuwe infrastructuur of nieuwe woonwijken.
Vanuit biodiversiteit bezien is een stad wellicht interessanter dan veel stukken platteland. Waar stadsbewoners de stad al dan niet in een bakfiets in het weekend ontvluchten, en al fietsend door de weilanden mijmeren over de natuur, laten ze eigenlijk juist het meest interessante ecologische gebied achter zich.
Door decennia lang stedelijke ontwikkeling als gevaar voor de natuur en de biodiversiteit te zien, zijn veel foute beslissingen genomen. En dat gaat door tot op de dag van vandaag. Het lijkt erop dat juist de combinatie van bebouwing en open ruimte interessant is voor dieren. De eerder aangehaalde Melchers:
“Je moet groene lobben – scheggen zeggen wij – hebben die de stad in lopen. Kenmerk van natuur in Amsterdam en andere steden is een gradiënt: in het centrum is de soortenrijkdom laag, maar neemt, naarmate je richting de randen van de stad gaat, steeds meer toe. Aan de stadsrand zie je de meeste planten en beesten. Daarna neemt het weer af: het buitengebied – de landbouw – is te beschouwen als bedrijfsterrein.” De stad is dus voor de ecoloog interessanter dan de overbemeste en intensief bewerkte akkers en weiden van het platteland
de fout van stedelijke verdichting
De stedelijke verdichting die de laatste decennia zo populair is, om het buitengebied te sparen, zou dus vanuit ecologisch perspectief wel eens slecht kunnen uitpakken. Het lijkt vanuit de biodiversiteit bezien wenselijk om niet tot verdichtingsbouw over te gaan. En nieuwe wijken op landbouwgebied te bouwen, in plaats van de stad steeds verder dicht te bouwen. Deze mede vanuit ecologische motieven beoogde strategie (we moeten niet ons hele land vol bouwen) gaat waarschijnlijk ten koste van de biodiversiteit.
een leugen ontmaskerd
De Amsterdamse casus leert ons dat biodiversiteit en ontwikkeling prima samen kunnen gaan. Wellicht dat toekomstige generaties ecologen in gaan zien dat CO2 de basis is voor het plantenleven. Dat de flora en fauna zich prima aan kunnen passen aan klimaatsveranderingen (voor zover die de laatste jaren al hebben optreden). Dat de voorspelling uit de jaren 80 dat de Scandinavische bossen door onze uitstoot onherstelbaar zouden zijn beschadigd niet is uitgekomen. Dat de rigoreuze beperkingen aan het fosfaat gehalte in de Rijn gezorgd heeft voor een enorme teruggang van leven in de kustzee. Dat het afsluiten van de Zeeuwse zeearmen niet tot poelen des doods heeft geleid, eerder integendeel. Dat ontpolderen niet nodig is. Dat de Waddenzee niet zo heilig hoeft te zijn, het is een baggerbende die minder dan twee duizend jaar bestaat. Dat onze nationale parken vol staan met niet inheemse sparren en dennen en het dus de vraag is wat er hier beschermd wordt. Dat heide een cultuurlandschap is. En zo nog wat open deuren die tot de heilige huisjes der ecologen behoren.

Eten voor de bloemetjes en plantjes !
http://media3.picsearch.com/is?M4iA-RowCdqo5OoyVr79TDzOsejZrIRa9nmPQap0Jlk&height=228
Biodiversiteit is er in Amsterdam inderdaad veel. Los van plant- en diersoorten ook verschillende etnische afkomsten, onderontwikkeld tot zeer ontwikkeld, etc.
Hoewel sommige delen van Amsterdam ruim(telijk) lijken, is er m.i. toch teveel stedelijke verdichting. Het gaat allemaal maar net.
Dieren worden zenuwachtig van mensen (vechten zijn ze afgeleerd, dus is het altijd vluchten).
Mensen worden zenuwachtig van elkaar. Dat het maar net gaat is waarschijnlijk een mentaliteitskwestie. Elkaar in de weg lopen of opjagen (denk aan de claxon voor iemand die naar de smaak van een ander te rustig rijdt) of juist afremmen is voor niemand prettig. Mens en dier hebben ademruimte en de juiste ‘input’ nodig. Planten zijn daar wat makkelijker in.
Wat hebben mensen en planten die niet meer doen dan vegeteren het toch makkelijk! Als ze begoten worden gaat het goed en bloeien ze op tot het tijd wordt om te verwelken, anders verdorren ze.
Voor dieren en mensen is het leven een stuk aangenamer. Mits ze in lijn met de innerlijke natuur functioneren, in harmonie met natuurwetten, en in een gezonde context functioneren. Een verziekte context veroorzaakt ziekten…
Comments are closed.