Uit het archief van Vrijspreker, Hub schreef in 2007 over stemmen en een mogelijke aanpassing aan het politieke stelsel: Onlangs had ik een interessante discussie met twee libertariërs over het conflict dat het libertarisme heeft met wel of niet stemmen. Stemmen wordt in zijn algemeenheid als onlibertarisch gezien, maar in specifieke gevallen, waar gericht invloed kan worden uitgeoefend op (on-)libertarische voorstellen, wordt stemmen een toegestane, zelfs aangemoedigde actie. Wat zijn hiervan de achtergronden, en waar zit de tegenstrijdigheid?
To vote or not to vote… or, none of the above? Volgens de Vrijspreker woordenlijst is het belangrijkste uitgangspunt van libertarisme dat iedere persoon vrij moet zijn om te doen wat hij wil zonder hierbij de gelijke vrijheid van anderen te beperken. Het hieruit volgende argument voor niet-stemmen is dat men door te stemmen probeert zijn wil aan anderen op te leggen, hetgeen onlibertarisch is. Echter, zo geredeneerd is niet-stemmen ook onlibertarisch, omdat men daarmee toelaat de wil van anderen opgelegd te krijgen, hetgeen evenzeer strijdig is met de libertarische principes, en vanuit de libertariër gezien zelfs erger is. Immers, aan een ander een moreel correcte wil opleggen is vele malen meer verkiesbaar dan door een ander een politiek correcte wil opgelegd te krijgen, omdat het laatste onvermijdelijk tot inbreuk op de individuele vrijheid leidt.
Het weerwoord van de libertariër hierop is dat er geen politieke partijen zijn die een (volledig) moreel correct beleid voorstaan, en dat zolang er geen echt libertarische partij deelneemt aan de parlementsverkiezingen het voor een libertariër dus principieel onmogelijk is om te gaan stemmen. Hiermee is ook meteen verklaard waarom stemmen voor een specifieke casus wel wordt aangemoedigd, omdat deze zich beperkt tot één enkel (on-)libertarisch vraagstuk. Het idee bij algemene verkiezingen is, dat uit een stem op welke partij dan ook instemming met het door die partij voorgestane beleid zou blijken. Dit is te kort door de bocht: in mijn optiek is er een groot verschil tussen stemmen op een partij of het volledig met alle standpunten van een partij eens zijn. In het laatste geval wordt men vaak lid van zo’n club. In het eerste geval kan men zich beperken tot een stem voor de minst slechte optie. Door principieel niet te stemmen schaden libertariërs hun zaak in niet te onderschatten mate.
Laat me dit toelichten met het volgende praktijkgeval: De PVV bepleit in haar programma fors lagere belastingen, te bekostigen uit een stevige verkleining van de roverheid, onderwijl duidelijk te kennen gevend niet libertarisch en zelfs niet eens geheel liberaal te (willen) zijn. Van alle partijen in de Tweede Kamer komt de PVV dus duidelijk het dichtst bij het libertarische streven, hoewel nog steeds op grote afstand. Toch zou dit simpele feit de PVV voor een libertariër de meest acceptabele, of zo u wilt minst onacceptabele partij moeten maken. Door desondanks niet op deze patij te stemmen hebben libertariërs de weg vrijgelaten voor het Generaal Pardon, dat het zo u weet met slechts één stem verschil haalde, en dat de toekomst van Nederland voor minimaal de komende decennia, en waarschijnlijk voorgoed, nadelig heeft veranderd. Dat veel van de aan het GP gerelateerde korte-termijn nadelen rechtstreeks terug te voeren zijn op de verzorgingsstaat neemt niet weg dat slechts één zetel extra voor de PVV er tevens één minder voor links was geweest, en de balans naar de andere kant zou hebben doen doorslaan. Hier hadden de niet-stemmende libertariërs dus de allesbeslissende doorslag kunnen geven.
Binnen het huidige politieke systeem is het voor een libertariër domweg niet mogelijk om zich bij verkiezingen principiëel op te stellen. Met stemmen voor moreel correct beleid maakt men inbreuk op de wensen van de collectivisten, met niet-stemmen schaadt men de eigen zaak. Het eerste gaat overigens niet echt tegen de libertarische principes in, omdat het in de basis slechts een verdediging is tegen de uit het collectivisme voortkomende onderwerping door de meerderheid. Blijft over het niet bestaan van een (verkiesbare) libertarische partij. Overigens denk ik dat het een utopie is om te verwachten dat elke libertariër het eens zou kunnen zijn met alle standpunten van een libertarische partij. Kijk alleen maar eens naar de verschillende opvattingen op deze site over de Irak-oorlog en een figuur als Ron Paul. Uiteindelijk is libertarisme een individuele zaak, en is het dus gewoon mogelijk dat ten aanzien van een specifiek onderwerp de meerderheid een andere mening is toegedaan dan de ‘querulant’.
Wat ontbreekt in het Nederlandse kiesrecht is de derde optie: NOTA, none of the above, oftewel: de blanco stem. Tenminste, de blanco stem an sich bestaat wel, maar is net zo zinvol als een ongeldige stem. Hij telt mee voor de opkomst, maar heeft verder net zo weinig waarde als een niet-uitgebrachte stem. De zetelverdeling in de Tweede Kamer geschiedt uitsluitend op basis van de geldig uitgebrachte stemmen, hetgeen de verhouding van de zetelverdeling niet representatief maakt. Een blanco stem zou moeten staan voor de wens om in de TK niet vertegenwoordigd te worden, en derhalve zouden blanco stemmen dus in verhouding met alle andere geldige stemmen mee moeten wegen in de zetelverdeling: het percentage blanco stemmen vertaalt zich in een percentage lege zetels, die uiteraard wel meewegen in de stemverdeling in de TK. Dit spaart tevens op korte termijn salariskosten en op langere termijn een hoop wachtgeld uit.
Bij invoering van het NOTA-systeem ontstaan aldus drie groepen stemmers: de niet-stemmers, de blanco stemmers en de partij stemmers. De niet-stemmers doen nog steeds niet mee; kennelijk interesseert het hen niet genoeg om zich druk te maken over hoe anderen bepalen dat hun leven moet verlopen om de gang naar de stembus te maken. De blanco stemmers zijn de mensen die zich wel druk maken over hun leven, zich niet kunnen vinden in het huidige systeem en zich niet daardoor vertegenwoordigd willen zien. Hier zouden waarschijnlijk veel, zo niet alle libertariërs toe behoren. De partijstemmers tenslotte zijn de collectivisten die belang hebben bij het in stand houden van de socialistische heilstaat, waarbij men graag de eigen verantwoordelijkheid uitbesteedt aan een uitdijende roverheid, en meelift op de inspanningen van hen die het ‘beter hebben’ dan zij.
Het NOTA-systeem is een tweesnijdend zwaard: enerzijds dwingt het politici om meer, en dan echt, naar de kiezer te luisteren, en dus hun rol van regent weer in te ruilen tegen die van volksvertegenwoordiger. Immers, zodra het aantal blanco stemmers de 50% haalt kan er geen enkele nieuwe maatregel meer worden ingevoerd, omdat er geen meerderheid voor invoering behaald kan worden. Ruim voor het bereiken van deze 50% worden de invloeden van de blanco stemmers op het functioneren van de staat al duidelijk merkbaar, afhankelijk van de overige stemverhoudingen. Anderzijds dwingt het de burger beter (kritischer) na te denken over wat er om hem heen gebeurt. Immers, door de veranderende rol van de politiek gaat het voortaan wel degelijk uitmaken hoe en op wie men stemt.
Het grootste risico van het NOTA-systeem is dat het land onbestuurbaar wordt. Immers, zodra 50% van alle uitgebrachte stemmen blanco is kunnen er weliswaar geen nieuwe regels worden ingevoerd, maar ook geen bestaande regels worden afgeschaft. Voor alle wezenlijke besluiten zouden dan referenda moeten worden uitgevaardigd, waar uiteraard ook weer volgens het NOTA-systeem gestemd moet worden. Uiteindelijk zal het voor niemand acceptabel zijn dat de status quo van een gegeven moment de norm blijft, en verwacht mag worden dat partijen hun aandacht gaan verleggen, of dat nieuwe partijen in het letterlijke gat springen om te proberen de ontevredenen aan zich te binden. Als voldoende ontevredenen van libertarische snit zijn mag dan verwacht worden dat (één van) de nieuwe partij(en) zich gaat richten op een libertarische koers, met als ultieme consequentie dat de staat zich gaat richten op het overbodig maken van zichzelf, zoals in het bedrijfsleven duizenden contractors al dagelijks doen. Zo komen we uiteindelijk op afschaffing van de monarchie en stabilisering van de nachtwakerstaat.
Zoals onlangs iemand tegen me zei: “Een drastische verandering kan geleidelijk gaan, maar moet wel verdraaid snel worden uitgevoerd”, daarmee aangevend dat geleidelijkheid de tegenstander teveel gelegenheid geeft zich te hergroeperen. Anderzijds is de collectivisering van onze maatschappij ook vrij geleidelijk gegaan (hoewel Balkie IV ernstig vaart aan het maken is). Momenteel gaan veel proteststemmen naar partijen als de SP, die nu met donderend geraas in elkaar stort. Een NOTA-systeem zou deze proteststemmers een echte optie bieden. Belangrijk is of NOTA inderdaad kans maakt op de gewenste verandering zoals hier uiteengezet en, zo ja, langs welke weg we dit ingevoerd zouden kunnen krijgen.
Wie heeft hier ideeën over?




















“zo geredeneerd is niet-stemmen ook onlibertarisch, omdat men daarmee toelaat de wil van anderen opgelegd te krijgen”
Vandaar dat niet-stemmen ook gepaard moet gaan met het verwerpen van iedere vorm van iedere poging om de betrokkene in het gareel van wetgeving te houden. “Nee” zeggen tegen elk bevel, of het nu op grond van wetgeving is of niet.
De NOTA optie klinkt mooi. Maar als politici zich niet achter de oren krabbelen omdat er geen sprake is van een opkomstpercentage van 100% (een kwart van de kiezers neemt niet de moeite om te stemmen, wat doodleuk genegeerd wordt), waarom zouden deze zelfde politici dan instemmen met een wetsvoorstel om een NOTA optie in te stellen, laat staan met een wetsvoorstel daartoe komen?
Terzijde: Democratie heeft voor velen afgedaan. Kennelijk is er sprake van een nieuwe tendens; autocratisch leiderschap. De opmaat naar een ‘grote leider’ is gaande.
Luister maar eens hoe Hitler op bepaalde (overigens gezonde) normen en waarden wees en dat koppelde aan nationalisme en jodenhaat (de zondebok). Dat is zoiets als gif (nationalisme en het inzetten van zondebokken) mengen met genoeg waarheid om het aantrekkelijk te maken.
https://www.youtube.com/watch?v=AnpTWKKWQ1o
Dit filmpje is een leerzame oefening in het scheiden van bruikbaar en onbruikbaar gedachtengoed.
Een verfrissend en genuanceerd stuk. NOTA is geen optie, maar Geenpeil lijkt een erg aardig alternatief: ook na het uitbrengen van je stem blijf je zeggenschap houden over de acties van de kamerleden. Wellsiwaar ook hier weer met democratische meerderheid, maar je deelt je invloed nu slechts met de andere GP-leden. Mijn libertarisch advies: stem LP, en wordt lid van GP!
Comments are closed.