De laatste halve eeuw is de technologische vooruitgang niet meer ten goede gekomen aan onze bevolking. Het is de stelling van de auteur dat een belangrijke oorzaak hiervan is gelegen in de verslechterde werking van ons partijpolitieke stelsel. In het artikel ”Samenleving vanaf zestiger jaren” heeft de auteur maatschappelijke ontwikkelingen aangegeven die ongunstig uitwerkten op het partijpolitieke stelsel. Hieronder wordt toegelicht op welke wijze dit gebeurde.
Van afkomstpartij naar ideologiepartij
In de oude situatie was de politieke partij het platform voor regeringsdeelname van bevolkingsgroepen. Het uitgaven beleid betrof slechts een paar zaken waar iedereen het over eens was zoals aanleg spoornet. Daarnaast nog sommige uitgaven waar slechts een specifieke bevolkingsgroep baat bij had. Dan werden de baten en lasten in onderling overleg redelijk verdeeld. Bij wijze van spreken voor de zuiderlingen werden de grote rivieren bevaarbaar en in bedwang gehouden, de noorderlingen kregen een afsluitdijk.
Als we vanaf de zestiger jaren de ontzuiling zien, de ontkerkelijking, de migratie van jongeren, de verschraling van het traditionele sociale leven, dan verdwijnt door assimilatie het onderscheid in bevolkingsgroepen en daarmee de bestaansreden van politieke partijen. Het ordelijk verloop van kandidaatstelling en verkiezingen kan dan net zo goed door een centrale apolitieke organisatie geregeld worden. Het uitventen van politieke standpunten was altijd al de bedoeling van ons duale politieke stelsel van parlement en regering een individuele aangelegenheid te zijn. De volksvertegenwoordiger zal op eigen kracht en onafhankelijk zijn licht over de regeringsvoorstellen kunnen en moeten laten schijnen.
Daar komt nog het volgende bij. Vanaf de zestiger jaren zien we een explosie van beleidszaken en diensten. Honderden beleidspunten waarover je op tien manieren kan verschillen. Een onderscheid in politieke partijen is daarmee ook ineffectief geworden. Er is meestal nog geen handvol partijen die de baas mag spelen, terwijl de bevolking over heel veel zaken een standpunt heeft. Stemmen op een partij met een willekeurige mix van talloze beleidszaken, globale beleidsvoornemens en weglaten van prioriteiten daarover is zinloos.
Politieke partijen rekken desondanks hun bestaan. Ze presenteren zich voortaan vooral als ideologie partijen in plaats van afkomst partijen. Maar een ideologie partij is geen uitkomst. Als je een stuk IJsselmeer inpoldert, is dat liberaal, christendemocratisch of socialistisch? En als je dat niet doet, red je daar dan juist de groene wereld mee? Links, rechts, onder, boven, progressief, conservatief, groen, blauw of rood, het onderscheid is slechts gemaakt uit nood.
Daarbij is de idee achter het algemeen kiesrecht, legitimatie onderdeel van het partijpolitieke stelsel, ook achterhaald. De marginalisering van kennis van zijn samenleving bij de burger zorgt ervoor dat slechts relatief kleine delen van de bevolking bij een specifieke beleidszaak nog weten waar het over gaat. Echter dit relatief kleine deel per onderwerp is nog steeds wel veel groter dan de actieven in een politieke partij, laat staan de actieven daar die bekend zijn met de materie. Het zich onthouden van stemmen door de burger, omdat ze vindt dat zij te weinig kennis heeft om achter een standpunt te staan is een verstandige reactie, maar wordt tegengewerkt door het partijpolitieke stelsel. Hoge opkomst en ideologiepartij horen bij elkaar. Er is daardoor echter veel ruis in de stem van het volk bij een partij stembus uitslag gekomen.
De werking van de ideologiepartij
Hoe werkt de ideologiepartij? Iedereen kan lid worden en mag meedoen zegt zo’n partij al vreemd. Stel een partij A die als ideologie heeft de aarde te redden. Die zet zich af tegen de andere partijen die de aarde slechts niet willen laten vergaan. De afdeling Ganzedijk van A dient een motie in. De partijtop ontraadt de motie, want ”daarmee wordt de aarde niet gered”. De motie wordt dan door de leden verworpen. Een afwijkende kerel in afdeling Amsterdam had zich laten ontvallen geen moeite te hebben met het voorstel uit de provincie. Zijn collega partijleden informeren de partijtop en voegen toe: ”En laatst was hij ook al voor meer welvaart, terwijl wij toch tegen armoede zijn.” Bedankt voor de tip, zegt het partijbestuur. We dragen hem nergens voor benoeming voor. Tien jaar later is het net andersom. De motie is partij opvatting geworden en de woordkeuze van het oude partijbeleid wordt als motie verworpen. Leden en kiezers zijn moeiteloos met de switch meegegaan. Binnen een ideologiepartij worden noodzakelijkerwijs slechts onzinnige vage discussies gevoerd. Een actief lid heeft zijn eigen motief om er toch aan mee te doen.
Wie worden actief lid van een bestaande ideologiepartij? Mensen zonder idealen. Degenen uitgezonderd die alleen folders op straat uitdelen of tegendemonstranten meppen. De rest bestaat uit twee groepen. Eén die actief is vanwege de gezelligheid van vergaderen en bijeenkomsten, zoals anderen lid zijn van een wandelsportvereniging. En er is de groep leden die gaat voor materieel voordeel. Die willen deel uitmaken van het partij netwerk om prettige vergoedingen, lastig te verkrijgen vergunningen of zelfs aanstellingen binnen te halen. De motivatie voor een bestuurlijke functie is veranderd. De meeste huidige beginnende politici hebben hun vergoeding ook hard nodig. De behoefte om inzichten te delen met anderen is afgenomen. Uitwisseling van feiten, cijfers en argumenten in discussies ebt weg. Daarmee verliest bestuur aantrekkingskracht voor de β-mens; terwijl het bestuurswerk al meer moet concurreren met de in de technische hoek toegenomen interessante banen. De technisch ingenieur zie je er dan ook nauwelijks meer. Ook de zelfstandige mbo’er met kennis van de werkvloer niet. Juist α- en γ-nepacademici worden oververtegenwoordigd. Dat wringt ook nog anders. De complexiteit van de samenleving is vooral technisch. Het politieke partijstelsel mist de aansluiting met de maatschappij.
De nieuwe politici moeten hun politieke mening inleveren bij de partijbazen. Voor wat hoort wat. Het partijkader deelt nu de lakens uit. Regeringsakkoorden met onderlinge afspraken tussen partijbazen over meerjarig stemgedrag waren vroeger ondenkbaar. Wie nu zelf denkt pleegt ”zetelroof”. De meeste discussieerbare uitgaven worden al helemaal niet meer besproken in het parlement. De controlerende functie van de volksvertegenwoordiger is uitgehold. Deel uitmaken van het partij netwerk, voorwaarde voor een gewenste bestuursfunctie, impliceert luisteren en napraten.
Deze ontwikkelingen van het partijpolitieke stelsel kunnen natuurlijk niet op hun beurt weer zonder maatschappelijke gevolgen blijven. In een volgend artikel wordt hier aandacht aan besteed.
Ingezonden door Theo




















De marginalisering van kennis van zijn samenleving bij de burger ?
Paradox ! door de technologische vooruitgang is de toegang tot kennis 10.000 X groter !
John [3] reageerde op deze reactie.
De kop zegt het eigenlijk al; waar het in het huidige stelsel mis ging was het creëren van onnatuurlijke partijen.
Van nature is ieder individueel gezin (‘huis’) een onafhankelijke afkomstpartij die met een ideologie aan de slag gaat; alle individuele, zelf ‘geproduceerde’ kinderen opvoeden tot onafhankelijkheid en zelf-standigheid. Niet met een oorlogszuchtig karakter, hoewel wel degelijk weerbaar.
Met behulp van technologie (vindingen) is dat speelveld, dat mentale landschap, grondig gereorganiseerd. Veel kennis heeft tot veel afhankelijkheid geleid. Wat zouden denkers zonder werkers zijn en andersom?
@jhon [1]:
Natuurlijk, zo ongeveer alle kennis is beschikbaar via internet.
Maar ik ken maar weinig mensen die de kennis of wil bezitten dingen op te zoeken.
Er zijn belangrijker dingen.
Het huwelijk van Harry en dat mens uit Amerika bijvoorbeeld.
Mensen willen niet zien ‘How deep the rabbithole goes’.
Zo ken ik er ook. Willen niet wakker worden uit hun droom.
mario [4] reageerde op deze reactie.
@John [3]: diegene met kennis hebben de morele plicht deze kennis te delen ! immers ala je niet kan delen kan je niet vermenigvuldigen.
Toen de partijleden dachten er macht mee uit te oefenen?
Dat de oude afkomst teniet gaat, betekent nog niet dat afkomst verloren gaat. Er komt een andere voor in de plaats. Ideologieën hebben altijd al bestaan en zullen blijven bestaan. Ideologiepartijen zijn niet per se ontstaan uit de teloorgang van afkomstpartijen zo die al teloor zijn gegaan. Zoals afkomst zal blijven bestaan, zo zullen ideologieën blijven bestaan. De oirzaak en gevolgrelatie is er niet.
TK verkiezingen voor de zestiger jaren
Als het waar is wat Theo beweert dat de politieke partij veranderd is sinds de zestiger jaren van afkomstpartij naar ideologiepartij dan zou dat zichtbaar moeten zijn in het stemgedrag. Bevolkingsgroepen veranderen niet zo snel in grootte over wat verkiezingsjaren, dus de relatieve grootte van de achterban moet vòòr de zestiger jaren ongeveer hetzelfde zijn geweest.
Dat blijkt inderdaad zo te zijn. De verdeling was tamelijk constant en globaal als volgt:
KVP (Katholieken) 33%; ARP (Gereformeerden) 10%; CHU (Hervormden) 8%; PvdA(Socialisten) 30%; VVD(Liberalen) 13%, rest 6%.
Vlak na de oorlog zijn de communisten nog met 10% sterk vertegenwoordigd geweest omdat zij als enige partij enigszins effectief verzet voerden in de oorlog tegen de nazi’s. Maar de Amerikanen moesten daar niets van hebben. Hun rol in de oorlog werd daarom in de media direct wegge’mof’feld en er werd hen een nationale radio- en televisiezuil onthouden. Met hun eigen krant en aanhang sterk regionaal bepaald kregen ook zij een sterk karakter van zij het kleine afkomstpartij. Mensen stemden op den duur op de CPN(communisten) omdat hun vader dat ook altijd gedaan had.
Comments are closed.