Wie tegenwoordig een overtreding of misdrijf pleegt, waarbij opbrengst van goederen of geld een rol speelt, pleegt niet een, maar twee delicten: het delict zelf en het witwassen dat ermee verbonden is.
Geruisloos is hierdoor het aantal begane delicten met bijna honderd procent gestegen: een bonanza voor politie, justitie en iedereen die in de juridische branche werkt.
Het extra werk is uiteraard volkomen zinloos en niemand die minder wast dan voorheen.
Het wassen is alleen arbeidsrovender en duurder geworden.
Dat de overheid meent zich hier steeds diepgaander mee meent te moeten bemoeien, is geenszins verbazend. Want hoe dommer iets is, des te populairder is het bij de overheid en haar uitvoerende organen.
Hugo van Reijen




















Het draait om de extractie van inlichtingen of middelen anderszins. Ten koste van anderen, met de smoes dat het ‘goed’ zou zijn voor weer andere partijen. Maar gezond gaat het op die manier, met ‘marktpartijen’ in een soort loopgravenoorlog nooit worden. Ellende die kennelijk ooit is begonnen met de introductie van feodalisme, de eerste sociale breuklijn annex loopgraaf. En dan maar kijken hoe ver die loopgraaf verschoven kan worden… Een mislukt sociaal experiment wat toch telkens weer herhaald wordt.
Dat hoeft niet zo te zijn. En soms nog wel meet dan twee. Wat is het punt?
Bestrijding van witwassen is inmiddels op een punt gekomen dat het bezit van contant geld op zichzelf strafrechtelijke verdenking wekt en daarmee reden tot inbeslagname. Confiscatie van particulier vermogen dus. Als het geen overheid zou zijn, zouden de betrokkenen in de gevangenis eindigen.
Comments are closed.