De Amsterdamse Jetje Goudeket, dochter van een diamantslijper, reisde in 1917 tegen de wil van haar ouders naar Amerika en zag kans, daar een beroemd filmster te worden.
Zij werkte enige jaren voor Cecil B. DeMille, maar was godsgruwelijk lastig op de set en werd ontslagen.
Zij won echter een proces tegen DeMille, omdat deze niet kon aantonen dat zij hem op kosten gejaagd had en ontving een flinke schadevergoeding. Dit proces leidde tot aanzienlijke verbeteringen in de contractvoorwaarden voor medewerkers in Hollywood.
“DIVA”, Jetje’s ongelofelijke biografie, is geschreven door Erik Brouwer.
Wie meer over Jetje wil weten, kan ik aanraden dit boek te lezen en de film DIVA te aanschouwen:
WWW.DIVAJETTAGOUDAL.NL
Toegangscode: 943415
Hugo van Reijen
Biografieën over ondernemende mensen zijn meestal interessant om te lezen. Net als interviews. Ik ga de link bestuderen.
Dat brengt mij een populair Vrijspreker thema:
Waarom is er nog steeds geen biografie over een beroemde ambtenaar geschreven?
Omdat de schrijver ook in slaap viel.
Dit klinkt mooi. Niet om te azijnpissen, maar ik mis hier een all-in-one communicatie-strategie. Film is één ingrediënt. Boek ook. Maar er zijn meer ingrediënten. Als je als kok aan wilt sturen op hoge voedingswaarde en variatie, dan bedenk je geen éénzijdig dieet. Of dubbel denken, zoals de ene dag gehaktdag en de andere dag spaghetti. Of zo.
Om dit te illustreren pak ik even ‘het boek’ erbij. Dat is traditioneel zoiets als een ‘pil uit de hemel’ van een goedgekeurde auteur. Zo’n auteur wil zich ontlasten door wat uitwerpselen op te schrijven. Goed bedoeld natuurlijk.
Die traditie kan doorbroken worden. Daarom heb ik een project in gedachten dat van een boek een heus community project maakt. Een innovatieve impuls. Tuurlijk, er is een aftrap nodig, een soort lancering. Maar daarna kan ieder zich ontlasten door een kruimeltje of brokje uitwerpselen toe te voegen aan dat project. Je zult het maar kwijt zijn. Om ervoor te zorgen dat dat geen open riool wordt met allerlei onsmakelijke chemie, moet er ook een schoonmaakeprocedure gecreëerd worden. Aan de entree poort. Ook dat is een trucje wat ieder zelf kan leren, waardoor het woord censuur-commissie een Old School bijsmaak zal krijgen.
Zo kan dit ook op andere fronten, bij andere ingrediënten van een all-in-one communicatie strategie. Het is maar net waar de focus gelegd wordt. Op schadevergoedingen en contracten, of op…? En dan op een geestvernauwende manier of op een geestverruimende manier? Of misschien wel op een geestvullende manier? Of op een onreine-geest-verdrijvende manier? Daar kan van alles bij gedacht worden, alleen ligt dat meestal wel buiten een hedendaags voorstellingsvermogen.
Stel je een creatieveling voor die met een storyboard een idee probeert te presenteren. Zelfs via die methode kan de uiteindelijke uitkomst nogal een verrassing blijken te zijn. Gewoon, omdat degenen die zo’n presentatie verorberen zichzelf bepaalde verschijnselen en gevolgen daarvan niet voor kunnen stellen. Bij een transitie naar een andere manier van denken kan zoiets een een totale verrassing worden. Maar misschien is dat verrassingseffect ook wel precies wat ervoor nodig is…
Om dat laatste ietwat te illustreren, op een controleerbare manier: Stel jezelf voor als een gitaar. Met 6 snaren. De vraag is dan of je bespeeld wordt, of jezelf bespeelt. Een beetje gitarist heeft het een en ander geleerd over de string theory. Zes elementen om te bespelen, maar… hoe raak je die snaren? Hoe produceer je een groovy sound met een herkenbare groove? Welke stijl is daar qua techniek voor nodig? Dat kan allerlei kanten op gaan:
In heavy metal stijl worden bijvoorbeeld power chords gebruikt en daarbij niet alle snaren geraakt. Met een plastic plectrum en ‘voldoende’ electrische distortion (zo’n kastje met voetpedaal).
Bij de Flamenco stijl gaan vingers op een rijtje langs alle snaren en wordt er geen electrische distortion ingezet, hoewel de nagels en vingers een bepaalde akoestische distortion produceren.
En zo verder. Waarmee gezegd is dat je bestaande stijlen kunt oppikken en opschonen, of zelf een andere stijl kunt produceren. Een strategische keuze zeg maar. Voorwaarde bij het laatste lijkt me dat het totale ‘klankbeeld’ zoiets wordt als een all-in-one communicatie-strategie.
Wellicht ten overvloede, en koren op de molen van libertariërs, wil ik nog opmerken dat er allerlei manieren zijn om iemand verslaafd te maken aan een bestuurlijk systeem dat door anderen is opgetuigd. Maar zou het nu niet een staaltje goddelijke komedie zijn om het liefst ieder totaal verslaafd te maken aan zelf-bestuur? ?
Het spreekt voor zich dat je dan niet je eigen glazen moet gaan ingooien door in je eigen voet te schieten door levens van anderen te gaan verzieken… ik bedoel… die verslaving aan zelf-bestuur moet natuurlijk wel zo lang mogelijk in stand gehouden worden hé?
Comments are closed.