zaterdag, 31 augustus 2019
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Open brief aan Paul Blokhuis

Hai Paul, Hoe is’t? Ik liep je laatst tegen het virtuele lijf op Twitter en kwam er zodoende achter dat je iets met politiek doet. Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is het toch? (longread alert)

Kort geleden heb ik me maar weer eens aangemeld op voornoemd platform, omdat het voor mij na lang verstoppertje spelen tijd wordt om naar buiten te treden met mijn verhaal. Dat zal ik binnenkort zéér uitgebreid doen met een boek waarvan menig mens met gevoel na lezing even zal moeten bijkomen. Het is namelijk geen leuk boek Paul, maar dat maakt het niet van minder belang. Juist niet.

Vergeef me dat ik je tot voor kort niet kende. Ik had het de laatste jaren namelijk veel te druk met andere dingen en daardoor is het mij compleet ontgaan dat je bestaat. Het is dus niets persoonlijks. Je lijkt me verder een prima kerel. Dat geldt echter ook voor mij. Ik ben ook een prima kerel, maar ik had helaas wat pech onderweg.

Vlak na mijn geboorte raakte ik ondervoed en belandde in het ziekenhuis. Het duurde een week of zes. Een baby heeft echter de zorg van mama en papa nodig, maar in de tijd dat dit plaatsvond mochten ouders hun baby alleen tijdens bezoekuur komen verzorgen. Je zou dus kunnen zeggen dat ik zes weken in m’n uppie heb liggen janken van verdriet en daardoor werd de ziekenhuisopname een traumatische ervaring die leidde tot ernstige hechtingsproblematiek en een angststoornis.

Toen ik zes was, ging ik spelen bij mijn oudere neef, maar die verstond onder spelen iets anders dan een kind van zes. Hij wilde namelijk nadoen wat er op foto’s in ‘seksboekjes’ te zien was. Het bleek de opmaat van een periode van ruim 25 jaar seksueel misbruik. 25 jaar Paul. 25 jaar… Bijna niemand snapt dat zoiets kan. Veel mensen begrijpen niet dat ik nooit aangifte deed of dat ik hem niet op z’n minst eens een flinke beuk voor z’n harses verkocht heb. Maar zo werk dat niet Paul, want als je ermee opgroeit, zoals ik, wordt seks met je neef ‘gewoon’. Ik wist niet beter. Het was voor mij nét zo normaal als douchen. Ik had geen referentiekader opgebouwd waartegen ik dit kon afzetten. Ik wist niet beter. Bovendien werd mij als zesjarige verteld dat ik zou worden afgemaakt als ik het zou doorvertellen. Tja Paul… Met een angststoornis op zak hou je dan gewoon braaf je mond dicht en al helemaal als je geen goede hechting hebt opgebouwd met je ouders. Je zou het een ongelukkige samenloop van omstandigheden kunnen noemen.

Maar goed. Voor mij was seks met m’n neef normaal, dus leidde ik een voor mij doodgewoon leven. Ik wist wél dat sprake was van incest, maar als kind, als jong slachtoffer van dit soort smerige zaken, ga je proberen het voor jezelf kloppend te maken, zodat je het volledige effect ervan enigszins afwendt. Het is een overlevingsmechanisme. Het bleef voor mij niet bij incestueuze vunzigheid, want terwijl dit alles gebeurde, werd mijn vader ongeneeslijk ziek. Hij zou enkele jaren later overlijden.

Je hoeft vast geen Einstein van achteren te heten om te beseffen dat dit pakket van ‘gedoe’ z’n weerslag heeft op je levensloop en dus tal van zaken beïnvloed. Het liep dan ook allemaal niet zo lekker, maar na jaren blowen en niks doen, wist ik het warempel tot journalist te schoppen en leek mijn leven de goede kant op te gaan. Het misbruik vond echter nog steeds plaats. Sterker nog: ik besefte geeneens dat ik misbruikt werd. Dat besef kwam pas later.

Een sprongetje in de tijd: eind 2009 stortte ik tijdens een vakantie in Spanje in. Letterlijk. Ik dacht dat ik ‘deaudt’ ging. Mijn toenmalige vriendin moest me aan het handje terug naar het hotel begeleiden, want ik durfde niet eens meer te lopen. Na de vakantie, ecg’s en bloedonderzoek was de conclusie duidelijk: ik was fysiek gezien ongekend gezond, maar had een burn-out. Ik meldde me (uiteraard) ziek, maar mijn werkgever verzuimde mijn ziekmelding door te geven aan het UWV. Toen ik even later – terwijl ik een burn-out had – werd weggefuseerd, ging ik dus gezond uit dienst en móest ik solliciteren. Natúúrlijk zou ik daar als ‘gezond’ mens werk van hebben gemaakt door het aan te vechten, maar als lamgeslagen hoopje ellende kwam dat niet in me op.

Goed, ik was dus arbeidstechnisch knock-out. Vervolgens liep m’n relatie spaak en kwam ik in het leegstaande huis van mijn moeder terecht. Weer even later stond ik op het punt zelfmoord te plegen (ik besefte overigens nog steeds niet dat ik was misbruikt), omdat het écht heel slecht met me ging. Daar kwam uiteindelijk bij dat mijn ww-uitkering afliep en ik geen recht op bijstand bleek te hebben, omdat mijn moeder nog ingeschreven stond op mijn adres (i.v.m. hypotheekrenteaftrek). Bovendien had ik nog een inschrijving bij de KvK (als freelance journalist). Tja… En toen Paul?

Nou… Toen kon ik de rekeningen niet meer betalen en kreeg ik in eerste instantie de zorgverzekering en belastingdienst op m’n dak. Want ja, de zorgverzekering is verplicht, dus ook als je 0 euro verdient, moet je die betalen. Uiteindelijk werd het overgenomen door het CJB en stonden geregeld deurwaarders op de stoep. Ik zag het leven echter niet meer zitten en doorleefde mijn bestaan somber, zwartgallig. Het voelde zó uitzichtloos dat er niet méér bij kon. Daarom maakte ik de deur niet meer open en bleef mijn post eveneens ongeopend. Ik was dus thuis, maar iedereen die contact probeerde te krijgen, kreeg nul op het rekest.

Deurwaarders gingen verhaal halen bij de gemeente: “Woont die meneer daar eigenlijk wel?!” “Nou, ja hoor”, zeg ik, want toen de gemeente dat onderzocht heb ik contact met de ambtenaar opgenomen om te laten weten dat ik er inderdaad woonde. Bovendien meldde ik dat mijn relatie net voorbij was, dat ik in een zware burn-out zat, maar probeerde mijn leven weer op te bouwen. Meer persoonlijke details verzweeg ik, maar mag het? Joost mag weten waarom, maar de ambtenaar bleef voornemens mij uit te schrijven uit de gemeentelijke basisadministratie en liet weten dat ik nog maar even de tijd had me ergens anders in te schrijven. Uhm. Wat? Wablief? Pardon?

Ik woonde in het huis van mijn moeder. Het huis waar ik vroeger ook al woonde. In dat huis stonden mijn meubels, mijn bed, mijn kast met daarin mijn kleren. Ik keek daar naar mijn tv en luisterde naar mijn radio. Het was mijn thuis. Nú zou ik zoiets niet meer laten gebeuren, maar ja beste Paul. Ik was een getraumatiseerd, suïcidaal en ongekend depressief man.

Ik wist echter meteen nieuw onderdak te vinden en besloot daarom maar te verkassen teneinde elders in het land een poging te wagen mijn leven op de rit te krijgen. Met wat hulp welteverstaan. Toen ik me wilde inschrijven in die betreffende gemeente bleek dat ik iets heel belangrijks over het hoofd had gezien, namelijk dat mijn id-kaart nét was verlopen. Zonder die kaart kon ik me nergens inschrijven, maar aangezien ik nergens meer stond ingeschreven, kon ik ook geen nieuwe id-kaart aanvragen (n.b. ik weet dat er altijd wegen zijn, maar op dat moment wilde ik eigenlijk het liefst van de aardbodem verdwijnen).

Zó eindigde ik dus als iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats. Zó gaat dat. Ik werd bij wijze van spreken mijn eigen thuis uitgezet, omdat een ambtenaar niets anders kon bedenken dan droog handhaven. De ironie ook, want niet zo lang daarvoor zat ik beroepshalve wekelijks met politici en bestuurders aan tafel en werd ik door de PvdA benaderd om plaats te hebben in een denktank. En dan vraag ik: mag een mens nog mens zijn? Mag een mens nog eens een poos zwak zijn en dan hulp krijgen in plaats van dat de lat onverminderd hoog blijft liggen? Kunnen ambtenaren alsjeblieft ook eens rekening houden met hun medemens en kappen met kapot sanctioneren? Wat maakt dat hij het recht had mij deze trap na te geven? Zijn functieomschrijving? Ik dacht het niet!

Mijn leven was een puinhoop. Herstel: mijn leven is nog steeds een puinhoop, beste Paul. Echter, in de jaren dat jij staatssecretaris was, schreef ik een boek en werkte ik aan mijn herstel. Dát is de reden dat ik je niet ken, omdat ik ‘even’ iets anders aan mijn hoofd had.

Het feit dat ik me nu tot jou richt, mag je zien als een teken dat het goed met me gaat. Mijn verleden zal ongetwijfeld áltijd een rol blijven spelen in het vervolg van mijn leven, maar dat leven zal ik me nooit meer door iemand laten ontnemen. Het overwinnen van mijn angsten en trauma’s was een ware hel, maar dat was mijn leven sowieso al. Ik durfde namelijk niets meer. Niets… Het enige punt is nu dat ik weliswaar weer sterk ben, maar dankzij de ambtenaar die mij uitschreef, besta ik niet meer en moet ik nu weer tal van procedures doorlopen om mijn identiteit terug te krijgen. En weet je wat Paul? Daar heb ik nou even helemaal geen zin in. Ik vind namelijk dat het aan de gemeente is om dit recht te zetten. Niet aan mij.

Zodra mijn boek te koop is, ben ik bereid om mijn verhaal verder toe te lichten, om in gesprek te gaan met jou of andere beleidsmakers, om mee te denken, om te bekijken hoe in het vervolg voorkomen kan worden dat mensen zoals ik afglijden en tussen wal en schip belanden. Dat gewone mensen, met prachtige talenten en innemende persoonlijkheden zó aan hun lot worden overgelaten. Voor veel mensen is mijn verhaal extreem, maar ik weet dat het nog veel gekker en erger kan. Een verschil is echter dat ik weet hoe ik mijn pen moet gebruiken. Vandaar ook deze open brief. Het enkel zorgen voor meer woonruimte is in ieder geval niet de ultieme oplossing, want díe ligt verstopt in de wijze waarop de overheid met mensen omgaat.

Ik ben een goede kerel, Paul, en wil ook graag zo behandeld worden. Ik wil terug de wereld in, mijn bijdrage leveren en er zijn voor mijn medemens en daarmee dus ook voor mijn land. Daarom reik ik je de hand. Wat doe jij?

Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats

P.S. Ik zoek nog een uitgever die het aandurft mijn boek uit te geven. Ik ben bereikbaar via Twitter: @hetlichtvanmaan. En het spreekt voor zich: volgers welkom!

bron

Aan de auteur: je mailadres werkte niet, kon je niet voor publicatie bereiken, maar ik neem aan dat je akkoord bent (ik weiger te twitteren en te FB-en). Wellicht kan een lezer de auteur twitteren dat zijn verhaal op vrijspreker staat?

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. jhon schreef op : 1

    Beschaving lees je af aan de manier waarop een samenleving met zijn zwaksten omgaat ! ergo ?

  2. pcrs schreef op : 2
    pcrs

    En nog steeds gevangen in het Stockholm syndroom, hopend om om de tafel te mogen zitten met machtige beleidsmakers

  3. Nico schreef op : 3

    Triest verhaal. Een logisch gevolg van een sociaal model dat draait om door anderen gebruikt worden en/of anderen gebruiken. Daar komt allerlei misbruik en mishandeling uit voort, omdat het sociaal model daartoe uitnodigt.

    Het bovenstaande verhaal doet denken aan militairen die door handelaren etc. worden ingezet om hun oorlogen uit te vechten. Daar zijn een aantal partijen bij betrokken:
    – Handelaren, die verder gaan dan quitte willen spelen. Quitte duidt op de uitkomst van een rusttoestand in alle betrokkenen. Handelaren willen kennelijk meer, wat vroeger te zien was aan herenhuizen, tegenwoordig aan penisverlengingen bekend als ‘dikke auto’.
    – Leveranciers die uitgeknepen kunnen worden, een druk die doorgespeeld wordt aan werknemers en daarbij horende kinderen.
    – Klanten die uitgemolken kunnen worden, een druk die doorgespeeld wordt aan werknemers en daarbij horende kinderen.
    – Militairen die gebruikt worden om marktaandeel te veroveren en handhaven, een druk die thuis doorgespeeld wordt als er thuis überhaupt een ‘achterban’ is.

    Kortom, de staat naait ieder. Liefst wordt ieder geldgeil, machtsgeil gemaakt wat een roes veroorzaakt. Werk verdringt leven en liefde. Het is logisch dat om leven en liefde te faciliteren activiteit nodig is, maar je kan het ook te gek maken. Huidige sociale modellen zijn weinig meer dan georganiseerde geestesziekte die bij ieder geïnjecteerd moet worden om opbrengsten te kunnen zuigen.

    Het bovenstaande verhaal eindigt met iemand die, helemaal ‘zoals het hoort’, als een reactieproduct toch graag een boek wil schrijven, een bijdrage wil leveren. Dom, want een sociaal model waarin allerlei misbruik en mishandeling doodnormaal is, om van reacties te kunnen profiteren, is dat niet waard. Eerst moet aan voorwaarden voldaan zijn. Je kunt niet voor de bühne roepen “nooit meer” terwijl er eigenlijk “telkens weer” bedoeld wordt. Vanwege geprovoceerde reacties waar allerlei geile figuren van willen profiteren.

    Al met al… eerst nadenken. Denkbeelden en redeneringen schoon vegen. Als iemand voorkeur heeft voor bepaalde activiteiten is dat tot daar aan toe. Maar de cyclus van mishandelden die mishandelaars worden mag best wel doorbroken worden. Sterker, dat is nodig. En veel mishandelaars of mishandelden zijn zich er helaas nog niet eens van bewust dat ze ‘dat’ zijn, zoals ook uit het bovenstaande artikel blijkt. Terwijl diegenen best wel anders kunnen, behalve dan degenen die inmiddels reddeloos verloren zijn, want ongeneeslijk geestesziek geworden.

    Om nog maar eens iets te herhalen wat ik al eerder schreef: We hebben er totaal geen behoefte aan om met allerlei gladjakkers te praten, hoewel dat soms een grappige manier is om de tijd te doden. Want ze glibberen en glijden zo leuk 😀 In eerste aanleg lijkt het me zinvoller om met anderen te praten waar pit in zit. Militairen misschien? Ik kan me goed voorstellen dat militairen het zat zijn om gebruikt te worden om oeverloze ellende in stand te houden, omdat anderen ‘op stand’ willen leven, verwend en al op te grote voet.

Reageer ook, maar check eerst de huisregels

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Reacties met meer dan vijf links worden gemodereerd voor ze worden weergegeven om SPAM tegen te gaan. Je kunt <a> <b> <i> tags gebruiken in je commentaar.
Ga naar Gravatar om je Avatar aan te passen.