Leeuwarder Courant 15 oktober 1970: (Van onze weerkundige medewerker) We zullen de komende tientallen jaren vermoedelijk niet kunnen bezuinigen op de brandstoffenrekening. Het wordt voortdurend kouder. De afkoeling, die sinds 1960 op aarde geconstateerd wordt – tussen ’40 en ’60 daalde de gemiddelde temperatuur met 017 gr. C. – vindt nl. verder voortgang. Deskundigen geloven niet, dat de afkoeling zal leiden tot een nieuwe ijstijd. Over enkele decennia krabbelen we dus wel weer uit de put omhoog…..

Uit de waarnemingen valt af te leiden, dat de depressies van 1870 tot 1895 banen op lage breedten volgden en in ons land koude luchtstromingen deden binnenvallen. Denk aan de winter van 1891. (fase I). Van 1895 tot 1940 (fase II) zochten de depressies het hoger op en trad er een opmerkelijke verwarming van de atmosfeer op (ouderen zullen zich misschien nog wel de mooie en warme zomers van de jaren dertig voor de geest kunnen halen). Van 1940 tot 1960 (fase III) leidde blokkering van de depressies tot een aantal strenge winters: die van de jaren veertig, 1954 en 1956, alle met Elfstedentochten, maar ook warme zomers: die van 1947 en 1959.
Begin 1960 is daarna de geblokkeerde periode overgegaan in een fase met depressies op lage breedten, fase I dus weer. Met andere woorden: het klimaat, dat we nu hebben is in bepaalde opzichten hetzelfde als dat waarin onze groot- en overgrootouders hun kinder of tienertijd beleefden: 1870-1895. Het terug zijn in fase I doet verwachten, dat er tot ca. 2000 over het algemeen kouder weer zal voorkomen.

Door het meten van de hoeveelheid zware zuurstof (0-18), die in kleine hoeveelheden naast de normale zuurstof (0-16) in de sneeuw voorkomt, kon men zich een voorstelling vormen van de koudegraad van de atmosfeer in een bepaald tijdvak. Hoe kleiner het percentage zuurstof 18 in de sneeuwvlok, hoe kouder de tijd, waarin de sneeuw ontstond.
De onderzoekers zetten het temperatuurverloop boven Groenland gedurende de afgelopen 100.000 jaar uit in een lijn. Deze vertoonde een grillig uiterlijk. De bekende koudeperioden, zoals die rond 1830, kwamen vlot te voorschijn, evenals de z.g. Kleine ijstijd van 1570-1750.

Bronvermelding: “Geleerden zeggen met stelligheid KLIMAAT WORDT KOUDER”. “Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland”. Leeuwarden, 1970/10/15 00:00:00, p. 15. Geraadpleegd op Delpher op 16-11-2019, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618574:mpeg21:p015

link naar artikel

link naar pagina

Nawoord Ratio: laat je niet gek maken door onheilsprofeten die zich beroepen op de wetenschap.

4 REACTIES

  1. Correlatie is niet hetzelfde als causaliteit. Maar heeft zo lijkt het wel wel bijna die status. En daar gaat het fout. Al zet je er nog zoveel correlatie deskundigen op. Een “false” wordt daarmee geen feit.

  2. Geleerden zouden beter geletterden genoemd kunnen worden want verhalen schrijven zijn ze nog steeds goed in, wat bezielt die lui eigenlijk, een geleerde heeft last van ego drang en is prestatie gericht ook al presteren ze bar weinig op dit gebied. Mooie krantenknipsels ik kijk in de verkeerde kranten van vroeger denk ik.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in