De afgelopen eeuwen werd de macht van de overheid steeds sterker. De overheid begon zich met steeds meer zaken te bemoeien en de burger, het individu, heeft over steeds meer dingen steeds minder te zeggen.

Het klimaatbeleid is een uitstekend voorbeeld van deze inmenging. De overheid baseert zich op volkomen onbetrouwbare gegevens en onbewezen hypotheses en denkbeelden en de gevolgen van deze inmenging treffen iedereen. Op dit moment staan overheden wereldwijd op het punt om de goedkope en betrouwbare energiebronnen, die de basis vormen voor onze economische voorspoed, ontoegankelijk te maken. Het resultaat is verstrekkend.

De toekomst van de menselijke ontwikkeling staat op het spel. In hoeverre heeft de overheid het recht om zo’n vergaande invloed uit te oefenen op de samenleving in het algemeen en op het individu in het bijzonder?

Ik wil hier stilstaan bij de concepten democratie en parlementaire democratie. Is het moreel aanvaardbaar dat we ons neer moeten leggen bij de meerderheid, ook als we zéker weten dat die meerderheid het bij het verkeerde eind heeft en onze toekomst in gevaar brengt?

  1. Is parlementaire democratie democratisch?
  2. Is directe democratie gewenst?
  3. Hoe kleiner hoe beter
  4. Een moreel aanvaardbaar alternatief
  5. Conclusie

1. Is parlementaire democratie democratisch?

“De Westerse landen zijn democratisch”. Dat leren we op school. Maar is dit eigenlijk wel waar?

Definitie: Democratie is een bestuursvorm waarin de macht bij het volk ligt.
Volgens de gangbare definities kan dat op twee manieren gebeuren: representatief (parlementair) of direct.
In een parlementaire democratie kan ieder individu voor een bepaalde periode een vertegenwoordiger kiezen die in zijn/haar naam macht zal uitoefenen over de vraagstukken die binnen het systeem aan de orde zijn.

Er zijn een drietal problemen aan te wijzen binnen een parlementair democratisch systeem die tot gevolg kunnen hebben dat een individu over een bepaald vraagstuk niet gehoord wordt of dat zijn/haar macht zelfs tégen hem/haar kan worden gebruikt.

1.- Verkiezingsprogramma
De vertegenwoordiger vertegenwoordigt een grote groep individuen die verschillende meningen kunnen hebben over de vraagstukken die op het moment van de verkiezing aan de orde zijn. Zo is het vrijwel onvermijdelijk dat de vertegenwoordiger over één of meerdere vraagstukken anders denkt dan het individu dat hij/zij vertegenwoordigt en dus tégen de mening van dat individu zal handelen op het moment dat hij/zij macht uitoefent over die vraagstukken.

2.- Coalitievorming
Verder kan het voorkomen dat onze vertegenwoordiger samen moet gaan werken met andere vertegenwoordigers om aan een meerderheid te komen, waardoor de gekozen vertegenwoordiger zijn/haar mening moet aanpassen en dus macht gaat uitoefenen op een manier die indruist tegen de mening die hij/zij verkondigde op het moment dat hij/zij werd gekozen.

3.- Actuele vraagstukken
Een ander probleem zijn de vraagstukken die niet aan de orde waren op het moment van de verkiezing van de vertegenwoordiger. Het individu dat hem/haar verkoos is dan afhankelijk van de mening die zijn/haar vertegenwoordiger op dat moment vormt over dat nieuwe vraagstuk. Deze mening kan indruisen tegen de mening of de belangen van het individu inzake dat vraagstuk.

Ligt de macht bij het volk?
Het is duidelijk dat in een parlementaire democratie een individu niet zeker kan zijn of hij/zij over alle vraagstukken die in een bepaalde periode aan de orde komen macht kan uitoefenen. De macht ligt dus niet bij het volk, maar bij de vertegenwoordigers: de politici. Hierdoor voldoet de parlementaire democratie niet aan de hoofddefinitie van democratie: de macht ligt bij het volk.

Parlementaire (representatieve) democratie voldoet niet aan de definitie van democratie en is dus niet democratisch

2. Is directe democratie gewenst?

Een direct democratisch bestuurssysteem heeft, in zijn ideale vorm, al deze bezwaren niet. Ieder individu kan direct macht uitoefenen over ieder vraagstuk dat aan de orde komt. Er is geen sprake van coalitievorming of regeerperiodes, waardoor er dus ook geen probleem is met tussentijdse actuele vraagstukken.

De overheid bestaat enkel uit uitvoerende ambtenaren die ieder vraagstuk behandelen volgens de wensen van de meerderheid van het volk.
De macht blijft in handen van het volk en dit systeem voldoet dus aan de hoofddefinitie van de democratie.

Maar er kleven twee problemen aan de directe democratie. Op de eerste plaats is het vreselijk langzaam en omslachtig want ieder vraagstuk moet aan het volk worden voorgelegd.
Het tweede probleem is nog veel ernstiger: Directe democratie is oneerlijk. Het feit dat de meerderheid van het volk iets wil betekent nog niet dat die mening ook rechtvaardig is. De macht van de meerderheid kan gebruikt worden om de minderheid onrecht aan te doen. Er wordt vaak gezegd: “Democratie is de dictatuur van de meerderheid”. De volgende metafoor illustreert dat: “Democratie is als twee wolven en een schaap die gaan stemmen over wat er die avond op het menu staat”. Democratie is daarom moreel onaanvaardbaar.

Waar knelt de democratische schoen? Om daar achter te komen moeten we bekijken waar democratie wordt toegepast, de wortel van het probleem.
Democratie is een systeem om een samenleving te organiseren. Een systeem om vorm te geven aan samenwerking tussen individuen. Op het moment dat deze individuen gaan samenwerken, geven ze vrijwillig een gedeelte van hun individuele vrijheid op. Ieder individu moet zich aanpassen zodat de samenwerking zo soepel mogelijk verloopt. Dit is een keuze die gemaakt moet worden.
Maar, wordt deze keuze eigenlijk wel bewust gemaakt?

Samenwerken
Samenwerken is een heel belangrijk onderdeel van de menselijke beschaving. Zonder samenwerking zou heel veel van de menselijke vooruitgang onmogelijk zijn geweest.
Van de andere kant heeft de menselijke samenwerking ook zijn gevaren. Alle oorlogen die er in de geschiedenis gevoerd zijn, zouden zonder samenwerking nooit hebben plaatsgevonden. Samenwerking leidt onherroepelijk tot concentratie van macht bij een kleine groep personen. En juist de machtsconcentraties leiden tot monopolie situaties in het bedrijfsleven en conflicten op internationaal niveau.
Met samenwerking moet dus om uiterst voorzichtig worden omgegaan en mag nooit als iets vanzelfsprekends worden beschouwd. Niemand zou gedwongen mogen worden om met anderen samen te werken zonder daar bewust voor te kiezen. Een democratie is moreel onaanvaardbaar, wanneer ieder individu gedwongen wordt eraan deel te nemen en onherroepelijk aan de uitkomst ervan blootgesteld staat.

Een kind wordt geboren binnen het systeem. Op geen enkel moment kiest een kind ervoor of het al dan niet aan dit systeem deel wil nemen. Er wordt nooit een contract getekend. Het is zelfs de vraag of er juridische gronden zijn om iemand te verplichten belasting te betalen. Er wordt door niemand ooit bewust gekozen om deel uit te maken van een parlementair democratische overheid.

 

In een democratie heeft het volk -en dus het individu- de macht. Dit betekent ook dat ieder individu in staat moet zijn er niet aan deel te nemen en zich aan het systeem te onttrekken!

3. Hoe kleiner hoe beter

De ‘ideale democratie’ zou uit één enkele persoon bestaan. Er zouden nooit meningsverschillen zijn en iedereen zou tevreden zijn met de genomen besluiten.
Maar er is dan geen sprake meer van samenwerking en dus ook niet van democratie, dus dit telt niet mee.

Als we één stapje verder gaan komen we de kleinste échte democratie tegen: het huwelijk. Beide echtgenoten geven vrijwillig een gedeelte van hun vrijheid op om samen verder te gaan. Gaat vaak goed, zeker in het begin, maar soms treden er zelfs op deze kleine schaal meningsverschillen en andere problemen op. Soms zijn die problemen zo ernstig dat de samenwerking moet worden stopgezet.

Op een iets grotere schaal zien we een gezin. Drie, vier of meer personen die samenleven en samenwerken. In dit geval wordt de samenwerking niet door alle individuen vrijwillig aangegaan. Kinderen kunnen immers hun ouders niet kiezen en omgekeerd.
De problemen die uit een gezinssituatie voorkomen kunnen ernstiger zijn dan die die zich in een huwelijk voordoen. Broers kunnen ruzie met elkaar hebben. Ouders kunnen problemen hebben met hun kinderen.

Als we zo doorgaan komen we steeds grotere democratische samenwerkingsvormen tegen: een appartementencomplex, een sportclub, een klein dorp, een stad, een provincie, een land…
Hoe groter het samenwerkingsverband, hoe minder invloed ieder individu kan uitoefenen op de besluitvorming. Hierdoor neemt de kans exponentieel toe dat er beslissingen worden genomen die indruisen tegen de mening of het belang van een individu en neemt dus ook de kans op conflicten toe. Je zou dus kunnen stellen dat een democratie steeds slechter gaat werken naarmate het wordt toegepast op steeds grotere groepen.

En in feite zien we dat in de praktijk ook: Kleinere landen zijn vaak succesvoller dan grote. Andorra is welvarender dan Spanje, Monaco is welvarender dan Frankrijk, Singapore is rijker dan Maleisië. Andere voorbeelden van rijke kleine landen zijn Luxemburg, San Marino, Seychellen, Bahama’s, Liechtenstein, Macau en IJsland.

Toen in het Griekenland van de zesde eeuw voor Christus de democratie voor het eerst werd toegepast, bestond dat gebied uit zo’n 200 stadstaatjes. Ieder van die stadstaatjes had zijn eigen staatsvorm. In het oude Athene waren er slechts 30 duizend stemgerechtigden, die overigens allen op eigen initiatief de vergadering mochten toespreken. Dat is de omvang van een kleine Nederlandse gemeente.

Wat er tegenwoordig met ‘democratie’ wordt aangeduid heeft dus qua vorm én omvang vrijwel niets meer met de oorspronkelijke betekenis van het woord te maken.

 

4. Een moreel aanvaardbaar alternatief

De parlementair democratische modellen die op dit moment in de Westerse wereld gangbaar zijn stammen uit de 19e eeuw. In Nederland bijvoorbeeld legt de Grondwet uit 1848 de basis voor het huidige bestuurlijke stelsel.
Hoe zag de wereld er toen uit? In 1848 was er geen eenvoudig vervoer of communicatie. De verbrandingsmotor stamt uit 1885 en de vroegste vormen van telefonie ontstonden rond 1890. In Nederland heerste een periode van economisch klassiek liberalisme, de overheid bemoeide zich niet of nauwelijks met de economie. Er was sprake van een nachtwakersstaat met minimale belastingheffing. In die periode was Nederland het rijkste land ter wereld, gemeten in inkomen per hoofd van de bevolking. De inkomstenbelasting werd pas in 1914 (tijdelijk!) ingevoerd. Actief kiesrecht voor vrouwen bestaat pas sinds 1922. Vrouwen hebben dus nooit over deze grondwet mogen stemmen. In feite heeft niemand die nu leeft over deze grondwet gestemd.

De Nederlandse grondwet is in het geheel niet democratisch te noemen, want:
* Het beschrijft een parlementair democratisch systeem
* Niemand die nu in leven is heeft over deze grondwet gestemd

We moeten onze grondwet, en het parlementair democratische systeem dat daarin staat beschreven, beschouwen vanuit die optiek. In die tijd was een gebrekkig parlementair democratisch systeem misschien zelfs wel voldoende; er was gewoonweg niet veel om over te beslissen en er waren geen technische middelen beschikbaar om het anders te regelen.

De huidige realiteit is heel anders. De overheid heeft steeds meer bevoegdheden naar zich toegetrokken en bemoeit zich op grote schaal met vraagstukken die het individu ook prima zelf kan regelen, zoals onderwijs en zorg.
De invloed van de burger wordt echter steeds verder ondermijnd door ongrondwettelijke praktijken zoals regeerakkoorden en fractiediscipline. Besluiten worden door de politieke elite genomen in achterkamertjes in plaats van door de volksvertegenwoordigers in het parlement zoals de bedoeling is.
De technologische vooruitgang heeft het mogelijk gemaakt om het volk veel directer bij de besluitvorming te kunnen betrekken.

Een moreel aanvaardbaar systeem zou aan de volgende eisen moeten voldoen:

  • Deelname is vrijwillig. Ieder individu kan zich op ieder moment uit het systeem terugtrekken en niet meer blootstaan aan de beslissingen die genomen worden
  • De bevoegdheid van het systeem is beperkt tot vraagstukken die buiten de individuele verantwoordelijkheden van iedere burger vallen, zoals infrastructuur (het beheer van gemeenschappelijk eigendom) en defensie
  • Het systeem is direct democratisch. Er kan door iedere burger over ieder voorstel gestemd worden
  • Het systeem wordt toegepast op een zo klein mogelijk geografisch gebied

Je zou kunnen denken aan een systeem waarin geen verplichte belasting bestaat en waar het betalen van een vrijwillige bijdrage het recht geeft om, bijvoorbeeld op electronische wijze, aan te geven waar deze bijdrage aan moet worden besteed. Op dat moment zou dan ook kunnen worden gestemd over andere onderwerpen.
Het stemmen wordt dan dus gekoppeld aan het betalen van de bijdrage en de omvang van het overheidsbudget is dan direct afhankelijk van wat de burger er werkelijk voor over heeft. Overheidsschuld is uiteraard uitgesloten.

Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn om een systeem te hebben met meerdere, met elkaar concurrerende, overheden. De ene overheid zou dan bijvoorbeeld meer diensten kunnen bieden dan de andere op gebieden zoals onderwijs, zorg, pensioen die niet tot de basistaken van de overheid behoren. Ieder individu kan dan zelf beslissen met welk democratisch systeem hij/zij wil samenwerken, of hij/zij kan besluiten volledig onafhankelijk te blijven.
Net als in een volmaakt direct democratisch systeem bestaat een overheid dan enkel en alleen uit uitvoerende ambtenaren die de beslissingen van de individuen uitvoeren.

5. Conclusie

Als we werkelijk stilstaan bij onze samenlevingsvorm en de feiten objectief bekijken, lijkt niets zo vanzelfsprekend te zijn als hoe het ons altijd wordt voorgehouden. Heel veel dingen zijn in werkelijkheid geheel anders dan wat ons op school wordt bijgebracht. Daarom is het ook zo gevaarlijk om het onderwijs van onze kinderen als een overheidstaak te beschouwen.
Parlementaire democratie is ondemocratisch, de grondwet is ondemocratisch en directe democratie is immoreel. Niemand heeft er bewust voor gekozen aan een overheid onderworpen te zijn.
Wat het klimaatbeleid betreft is het, nog afgezien van de wetenschappelijke kwestie of er een reden is tot het nemen van maatregelen, moreel gezien onverantwoord dat de overheid in zijn huidige vorm zich het recht toekent het leven van de burgers te ontwrichten.

Tom van Leeuwen, april 2016.

Bezoek ook deze site: holoceneclimate.com

Zelf schrijven voor vrijspreker? Stuur uw artikel in naar info@vrijspreker.nl

13 REACTIES

  1. Dit is een bijzonder belangwekkend onderwerp, ’t is me nu te laat we komen er morgen op terug, dit onderwerp is heel lang het onderwerp van mijn vrouw haar studie geweest, de oude archeologische democratien of wat daar voor door ging, goede nacht !

  2. Dit artikel getuigt van een scherpe blik. Complimenten voor de auteur. En de redactie die dit artikel gekozen heeft om te plaatsen. Met enig genoegen zag ik dat bepaalde risico’s van groepsvorming, via groepsmechanismen, ook benoemd werden. M.b.t. oorlogen, om wat gegroeid is te snoeien en wat gebouwd is te slopen. Dat schijnt ‘goed’ te zijn voor de economie, als in gebroken glas wat werkgelegenheid zou opleveren.

    Ietsjes anders neergezet, om vanuit individueel perspectief te kunnen kijken. Vanuit eigen ervaring, met ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’ als kwaliteitsstempel.
    Stel jezelf een groep voor. Met een kopgroep (bestuurders) en een massa medewerkers – samen ‘insiders’. Logischerwijs kent een gevormde groep ook outsiders, zoals ‘het publiek’. Outsiders zijn van een ander ras zullen we maar zeggen, hoewel bestuurders toch wat meer gelijk zijn dan medewerkers. Stiekempjes.

    Hoe werkt democratie dan? Hebben de bestuurders de medewerkers gekozen en/of andersom? Beslist een bestuur bij meerderheid van stemmen? Of wordt er toegewerkt naar consensus, liefst unaniem? Wat er ook zij, democratische besluitvorming vereist lobby-activiteiten om richting afstemming te gaan. Nadien zullen niet alle bestuurders tevreden zijn met een besluit, wat ook geldt voor medewerkers. Maar, dat hebben ‘we’ zo beslist. Toch?
    Bij autocratie is zo’n verhaal over een genomen besluit minder vaag. Van origine, van nature is een individueel leven (dier of mens) echter geen democratie waar anderen met meerderheid van stemmen besluiten over moeten nemen. Veeleer is zo’n leven in beginsel een autocratie, waarin iemand autocratisch over eigen leven beslist. Tenzij er van buitenaf correctie nodig is. Maar wanneer is die correctie nodig? En hoe zit het met jezelf corrigeren vs. gecorrigeerd worden? Ooit werd daar nog actief over nagedacht, door filosofen. Zoals ik vanmorgen aan Pcrs schreef; deugden-ethiek (jezelf bespelen) en gevolgen-ethiek (pas op met anderen bespelen, kunnen ze dat niet zelf of zo?)

  3. Het is wel grappig om op politici te schelden, maar… niet altijd nodig. Je weet maar nooit of er een ster op het politieke toneel is verschenen. Uit Suriname een ‘undercover’ inzicht, via Starnews:

    Abdoel: Zo nep als die twee biljetten van 500 euro. Over een geldzending. De angel van het verhaal zit hier:

    “Mij rest niets meer dan aan te geven dat zij die geduimd hadden dat het niet of nooit goed komt dezelfde waarde hebben als de twee valse biljetten van 500 euro binnen de geldinzending die ook vrijgegeven zijn.”

    Ja… wat moet je met twee vervalste biljetten, als twee originelen tesamen zowaar € 1.000 zouden ‘zijn’? Een politicus met misschien scherper inzicht dat ‘ie zelf zou toegeven. Tsja… politiek hé? Soms denk je ‘wat een viezerikken’, soms komen ze wat onverwacht uit de hoek. Als je liever origineel ziet dan vals, dan moet je geen valsemunterij dulden.

  4. Jammer mijn vrouw ziet van een commentaar af, vanwege niet de juiste beroepsmatig gevormde toehoorders, beetje verwend binnen haar elitaire groepje, zij wenst wel ieder één fijne feestdagen !

    • Mijn ‘andere helft’ ziet ook vaak van commentaar af, want ‘laat maar kletsen’. Ze kwalificeert (en daarmee kwalificeren we) niet op grond van afkomst, bezit of opleiding, maar ziet liever ‘echte mannen’ en ‘echte vrouwen’. En die groeien, worden niet gemaakt. Als ze denken ‘het gemaakt te hebben’ is het vanaf dan oppassen geblazen. Dan gaan ze vragen ‘wat wil je worden?’ in plaats van ‘wie ben je, ben je hoe je wilt zijn?’

      • Waarom is ze dan nog bij jou Nico? Jij doet niets anders dan reageren op alles wat los en vast zit dus dan ben je volgens je vrouw geen echte man.

      • In een ziek geworden wereld balanceer ik tussen twee werelden. Best lastig hoor, om ondertussen je eigen wereld gezond te houden. Volgens mijn ‘andere helft’ (vrouw) ben ik veel te aardig, dus wees blij dat je Nico ziet schrijven. Aan de andere kant is mijn ‘andere helft’ in staat om mannen het e.e.a. te zeggen zonder dat ze op de kast vliegen, wat ze van Nico niet pikken, de zeikerds. Dus ja… makkelijker willen outsiders van ons het ons kennelijk niet maken, leuker ook al niet. Het lijkt de belastingdienst wel.

      • Willem; om eventuele vooroordelen te ontkrachten: Mijn ‘andere helft’ is heus wel mondig hoor… ook via een toetenbord. Er kabbelt hier een verhaal tussen een man en mijn ‘ander helft’ over wapenbezit dat ongeveer zo gaat:
        M: “Er zijn mannen met wapens om vrouwen en kinderen te beschermen”
        V: “Oh, dus vrouwen moeten zich maar laten verkrachten?”
        M: “Nee, natuurlijk niet. Daar zijn die mannen voor”.
        V: “Nou… mannen zijn tegenwoordig watjes, dus daar heb je niets aan als je over straat loopt” (met het oog op die mannen met wapens).
        “Dan kun je als vrouw toch veel beter jezelf beschermen?”
        “Stel je eens voor dat je vrouw of kind ergens buiten te pakken wordt genomen. Dan zou je wel anders piepen”.

        Helaas zetten mannen via toetsenborden doodleuk hun hakken in het zand. Oog in oog zou dat een heel stuk lastiger zijn. Vooral omdat mijn ‘andere helft’ niet van plan is om zich te laten naaien door de een of andere sukkel.

      • Ja natuurlijk, ik begrijp mijn Ega, inderdaad als je op een bepaalde hoogte gewend ben te denken en confereren, is het vaak voor andere mensen vervelend, en die missen dan ook vaak de aansluiting op het besprokene, en kom je verkeerd over !

  5. Inderdaad een goed en scherp stuk. Dank voor het inzenden. Indien dit je aanspreekt dan beveel ik het boekje “de democratie voorbij” http://dedemocratievoorbij.nl/ van harte aan. Auteurs zijn Frank Karsten en Karel Beckman. Vanaf 5 euro voor een E-book, en 11 euro voor het fysieke boek.

Comments are closed.