In het kader van een boek dat ik aan het schrijven ben over het Barlaeusgymnasium heb ik getracht na te gaan, welke alumni een benoeming tot hoogleraar ten deel gevallen is.

Ik heb er tot nu toe 23 gevonden( jaar eindexamen achter de naam vermeld):

Hans van den Bergh,1951, Cultuurwetenschappen, Open Universiteit Heerlen

S.G. ( Monne) van den Bergh, 1949,Veterinaire Biologie, De Uithof, Utrecht, 1968-1993

Wilhelmina Bladergroen, plm. 1926, Opvoedkunde van het afwijkende kind, Groningen

Charles A.B.Boucher, plm. 1977, Viroloog, Erasmus MC, Rotterdam

Piet Borst, 1952, Klinische Biologie en Moleculaire Biologie Universiteit van Amsterdam

Els Eilers, 1950, (later Els Borst-Eilers), Medische Ethiek Utrecht, 1992-1994

Karel van Dam, 1957, Biochemie, Universiteit van Amsterdam

Simon Dik, 1958, Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam

Daan Frenkel, 1966, Macromoleculaire Simulaties Universiteit van Amsterdam en Computationele Fysische Chemie Universiteit van Utrecht

Anton Gerard van Hamel,1904, Oud Germaans en Keltisch, Universiteit van Utrecht 1923

Coen Hemker, Universiteit van Amsterdam,Biochemie, Universiteit Maastricht

Piet Hemker, 1961, Numerieke Wiskunde, Universiteit van Amsterdam

Kees Hoede, 1980, Universiteit ( voorheen Technische Hogeschool )Twente), gevolgd door een benoeming tot hoogleraar in de Discrete Wiskunde, in het bijzonder de Grafentheorie.

Witte Hoogendijk, 1980, Psychiatrie, Erasmus MC, Rotterdam

Johan Houwink ten Cate, Straf- en procesrecht

Habo Jongsma, 1958, Celfysiologie UvA 1989, Medische Fysiologie/Sportgeneeskunde Utrecht 1993

Loek Kater, 1958, Klinische Immunologie in Utrecht

Wim Klooster,1954, Nederlandse taalkunde, Universiteit van Amsterdam

Reinbert de Leeuw, 1957, werd in 2004 benoemd tot hoogleraar aan de

Universiteit van Leiden met als leeropdracht “uitvoerende en scheppende kunsten van de 19de, 20ste en 21ste eeuw.

Fred Opperdoes, 1964, biochemie Vrije Universiteit Brussel

Chris van Paassen, plm. 1935, zoon van Rector C.R. van Paassen, Sociale Geografie, Universiteit van Amsterdam,

Erik Pool, 1958, Romeins recht, Brussel

Theo Witvliet, 1958, Geschiedenis van het Christendom, Universiteit van Amsterdam

De lijst is vere van volledig. Informatie over andere benoemingen is van harte welkom.

Toen ik deze namen legde naast de rapportcijfers waarover ik beschik, bleek dat

doubleren, reeksen onvoldoenden en herhaalde taken en herexamens op het gymnasium geenszins een belemmering vormen voor het hoogleraarschap.

Van de bovengenoemde personen zeilden Els Eilers, Hans van den Bergh, Frits Bolkestein, Piet Borst en enkele anderen het gymnasium door in zes jaar, maar een aantal anderen had er zeven jaar voor nodig en /of sleepte zich door het gymnasium heen met veel onvoldoenden, taken en herexamens.

Klaarblijkelijk is de correlatie tussen een hoog IQ en een aanstelling als hoogleraar niet zeer hoog. Ik kan dit feit bevestigen op grond van mijn eigen ervaringen tijdens mijn studie economie, waar naast enkele zeer goede hoogleraren enkele professoren aanwezig waren, die overduidelijk meer in hun eigen naam en faam geïnteresseerd waren dan in de kwaliteit van hun onderwijs.

Een en ander leidt tot een aantal maatschappelijke inefficiënties, die bijzonder veel geld kosten.

Over het Nederlandse onderwijs in het algemeen zij opgemerkt, dat sprake is van een enorme erosie, gepaard gaande met naam- en titelinflatie van de onderwijsinstellingen en hun personeel, welke nog niet in het laatste stadium is beland. Helaas: nivelleren is alleen mogelijk naar beneden.

Hugo van Reijen

6 REACTIES

  1. Hugo, als je op het gym zit, ben je zo’n 12-18 jaar jong. Natuurlijk heb je de bollebozen die door zo’n opleiding heen zeilen, andere jongens en meisjes hebben rond die leeftijd veel last van hormoontjes die door hun lijfjes gieren en derhalve het slipje van de andere (of zelfde) sekse interessanter vinden dan een lesje Grieks.

    De correlatie tussen een hoog IQ en de mediane duur van een opleiding zou ik niet zo hard durven stellen als jij. Wellicht ontberen de “zeilers” juist sociale vermogens en wordt hun wellicht sociopathische ratio nu ten onrechte bejubeld.

    • “Wellicht ontberen de “zeilers” juist sociale vermogens en wordt hun wellicht sociopathische ratio nu ten onrechte bejubeld.”

      Ik woon niet alleen liever in een huis doch ook in een samenleving waar de ontwerpers vooral techisch vaardig waren eerder dan “sociaal vermogend”. Zwaartekracht en materiaalsterkte trekken zich nl. niets aan van de ideologie van de architect. En een sociaal voelend econoom of jurist die in de regering uit empathie met onproductieven besluit de productieven te bestelen en alzo middels een waterhoofd aan sociale regelingen op termijn de hele economie onderuit te halen waardoor iedereen arm is, daar heb ik ook niets aan.

      Een begrip als EQ is slechts door linksmensen in het leven geroepen om mensen met een abominabel IQ ook een goed gevoel te geven en om hun rivalen met hoog IQ te kunnen bekritiseren.
      Maar het is niet met waanideeen dat je natuurwetten (incl. die in de economie) met een pennetrek buiten werking stelt.
      Verzin maar lekker nieuwe begrippen een maatstaven, daarmee zet je noch de zwaartekracht buiten werking noch de instorting van pakweg een fiat geldstelsel.

  2. Overigens is de relatie hoog iq en succesvol de studie doorlopen al een prestatie an sich, aangezien school zich concentreert op reproduceren en niet op probleemoplossend vermogen of leren.
    Een van de voornaamste redenen dat hoogbegaafden vaak afzakken naar lagere schoolniveau’s of zelfs geen studie afronden.
    Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/02/14/de-uitstroom-van-het-centrum-voor-creatief-leren-ccl-met-vallen-en-opstaan.-een-retrospectief-verkennend-onderzoek
    Maar ook op ihbv.nl is veel info te vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in