LONGREAD ALERT. Het klassieke argument voor vrije immigratie gaat als volgt. Onder gelijkblijvende overige omstandigheden, investeren ondernemingen in gebieden met lage lonen en verhuizen arbeiders richting gebieden met hoge lonen, hierdoor is er een neiging dat de loonvoet (voor dezelfde soort arbeid) overal ter wereld gelijk wordt als wel een neiging tot optimale allocatie van kapitaal.

De instroom van immigranten in een gebied met hoge lonen zal de nominale loonvoet verlagen. Als het bevolkingsaantal lager is dan het optimum (het bevolkingsaantal van de Verenigde Staten in zijn geheel is duidelijk beneden het optimum), zal dit echter niet leiden tot een verlaging van de reële loonvoet. Integendeel de productie zal toenemen en de reële lonen zullen stijgen.

Beperking van immigratie zal de inwoners van een land als consument meer schade berokkenen dan de winst die het zal opleveren als producent. Bovendien zal er een zekere kapitaal vlucht ontstaan van geld dat anders in het land was besteed, leidend tot een minder optimale allocatie van kapitaal, hetgeen de wereld levensstandaard schade berokkent.

Daarbij komt dat de traditionele vakbonden, en tegenwoordig ook de milieudeskundigen, tegenstander zijn van vrije immigratie, en dit zou op het eerste gezicht als een ander argument voor een beleid van vrije immigratie moeten tellen.

Zoals gezegd is het argument voor vrije immigratie onweerlegbaar en correct. Proberen dit te weerleggen is hopeloos. Net zo hopeloos als het weerspreken dat vrije handel tot een hogere welvaart leidt. Ook is het dom om de immigratie aan te vallen met het argument dat met de opkomst van de verzorgingsstaat de huidige immigranten het vooral om de sociale voorzieningen te doen is. Dat zij, zelfs terwijl de VS het optimale aantal inwoneraantal nog niet bereikt heeft, de welvaart eerder doen afnemen dan toenemen.

Dit is natuurlijk een argument tegen de verzorgingsstaat en niet tegen immigratie. Vanzelfsprekend moet de verzorgingsstaat met wortel en tak worden uitgeroeid. Maar de problemen van immigratie en van de verzorgingsstaat zijn analytisch verschillend en dienen ook zodanig behandeld te worden.

Het argument zoals hierboven verwoord heeft twee aan elkaar gerelateerde tekortkomingen die de eenduidige pro immigratie conclusie weerleggen. Of indien al geldig, alleen toepasbaar op een situatie zoals die ooit eens in het verleden der menselijke geschiedenis heeft bestaan. De eerste tekortkoming wordt slechts summier behandeld. Libertariërs die zich in de Oostenrijkse school hebben verdiept weten dat ‘rijkdom’ een subjectief begrip is. Materiële rijkdom is niet het enige wat telt. Zelfs als de reële inkomens stijgen ten gevolge van immigratie dan nog hoeft immigratie niet ‘goed’ te zijn. Er zullen mensen zijn die een lagere levensstandaard bij een lagere bevolkingsdichtheid prefereren, boven een hogere levensstandaard en een hogere bevolkingsdichtheid.

Wij zullen in dit artikel de tweede tekortkoming behandelen. In de analyse wordt de vraag wie het gebied, waarheen de mensen immigreren, beheert of in eigendom heeft buiten beschouwing gelaten. Om het argument geldig te laten zijn wordt, zij het impliciet, aangenomen dat het gebied onbewoond is. Deze vooronderstelling is natuurlijk niet langer houdbaar. Het probleem van de immigratie krijgt een geheel nieuwe betekenis en eist dat we er opnieuw serieus over nadenken.

Ter illustratie, laten we uitgaan van een anarcho-kapitalistische samenleving. Hoewel ik er van overtuigd ben dat dit de enige juiste sociale orde is, wil ik hier niet uitleggen waarom. Ik zal het idee van een dergelijke samenleving gebruiken om de fundamentele gedachtefout van de voorstanders van vrije immigratie bloot te leggen.

Al het land is in privé bezit. Inclusief alle wegen, havens, straten, luchthavens, rivieren, etc. met sommige stukken land kan de eigenaar alles doen wat hij belieft, zolang hij aan eigendommen van anderen geen fysieke schade berokkent. Het eigendom is onbeperkt. Van andere stukken land kan het eigendom in meer of mindere mate beperkt zijn. Zo als nu het geval is bij sommige woonprojecten, kan de eigenaar contractuele beperkingen zijn opgelegd met betrekking tot zijn eigendom. De beperkingen kunnen gaan over of er winkels gevestigd mogen worden, de hoogte van de gebouwen, het wel of niet verkopen of verhuren aan Joden, Duitsers, Katholieken, Haïtianen, families met of zonder kinderen, en rokers, bijvoorbeeld.

In dit geval bestaat er duidelijk geen vrijheid van immigratie. Er bestaat een vrijheid voor de onafhankelijke grondeigenaren, om wel of niet mensen toe laten in overeenstemming met hun beperkte of onbeperkte eigendomsrechten. Toegang tot sommige gebieden zal makkelijk zijn tot andere gebieden bijna onmogelijk. In een anarcho-kapitalistische samenleving zou er duidelijk geen vrijheid van reizen bestaan. Er zal precies zoveel immigratie en niet-immigratie, integratie en segregatie, discriminatie en geen discriminatie, zijn, gebaseerd op geloof, taal, cultuur, ras, of op welke andere grond dan ook, als de individuele eigenaren of verenigingen van eigenaren zouden beslissen.

Niets van dit alles, zelfs niet in het geval van de zwaarste afzondering, betekent een afwijzing van vrijhandel en de acceptatie van protectionisme. Het feit dat men niet in de buurt van Negers of Turken wil wonen, of op andere wijze persoonlijke contacten met hen wil onderhouden, betekent nog niet dat men geen handel met hen wenst te drijven. Integendeel, juist de volstrekte vrijwilligheid van de menselijke betrekkingen, van integratie en segregatie, maakt vreedzame betrekkingen – handel – tussen groepen mensen die sterk verschillen in geloof, cultuur, etniciteit, of ras, mogelijk.

In een anarcho-kapitalistische samenleving is er geen overheid, en daarmee geen duidelijk onderscheiding tussen inwoners en buitenlanders. Dit onderscheid wordt pas gemaakt met de instelling van een overheid, een instantie met een monopolie op agressie (belastingheffing). Het gebied waarover de overheid belasting kan heffen wordt ‘binnenland’, en het gebied waarover betreffende overheid geen belasting kan heffen wordt ‘buitenland’. Staatsgrenzen (en paspoorten), tegenover privé eigendom (en eigendomsrechten), zijn een ‘onnatuurlijke’ (gedwongen) instelling. Het bestaan van staatsgrenzen (en de overheid) zijn op twee manieren een inbreuk op de natuurlijke neiging van mensen om relaties met anderen aan te gaan. Ten eerste zijn de inwoners niet in staat de overheid (belastingdienst) van hun eigendom te weren, maar zij zijn onderworpen aan wat je zou kunnen noemen een gedwongen immigratie van overheidsdienaren. Ten tweede, om overheidsdienaren in staat te kunnen stellen om privé eigendom te schenden, dienen de wegen in overheidsbezit te komen. Bestaande wegen worden genationaliseerd. Er worden nieuwe wegen aangelegd, bekostigd uit de belastingopbrengsten, om makkelijker bij al het privé eigendom te komen en de belastinginning te vereenvoudigen. De overproductie van wegen vergemakkelijkt niet alleen de regionale handel – verlaging van de transactiekosten – zoals economen ons willen doen geloven, maar betekent een gedwongen integratie van het binnenland.

Met het bestaan van landsgrenzen en overheden, krijgt immigratie een geheel nieuwe betekenis. Immigratie betekent nu de immigratie van buitenlanders over de staatsgrenzen, en de beslissing om een immigrant toe te laten ligt nu niet meer bij de privé-eigenaren of verenigingen van eigenaren maar bij de overheid die optreedt als de hoogste baas van alle inwoners en uiteindelijke eigenaar van alle eigendommen. Wanneer nu de overheid een persoon uitsluit, ook als er maar één inwoner is die die persoon op zijn eigendom wil toelaten, is het resultaat gedwongen uitsluiting (een fenomeen dat niet bestaat onder anarcho-kapitalisme). Verder als de overheid ook maar één persoon wil toelaten die geen enkele inwoner op zijn gebied wil hebben, hebben we te maken met gedwongen integratie (bestaat ook niet onder anarcho-kapitalisme).

Laten we een paar ‘realistische’ empirische vooronderstellingen toevoegen. Laten we aannemen dat de overheid een privé-persoon is. Hij heeft het hele land in zijn bezit. Over een deel van het land heeft hij onbeperkte rechten over andere delen zijn zijn rechten contractueel beperkt (als verpachter of verhuurder van onroerend goed aan de huurder-inwoners). Hij kan zijn eigendom verkopen en nalaten aan zijn kinderen, en hij kan de totale waarde van zijn eigendom (zijn land) berekenen.

De traditionele monarchie – en de koning – is het historische voorbeeld dat deze wijze van bestuur het dichtst benaderd. Welk beleid zou een koning met betrekking tot immigratie en emigratie hoogstwaarschijnlijk voeren? Omdat hij in het bezit is van de totale kapitaalwaarde van zijn land, zal hij, uitgaande van zijn eigenbelang, waarschijnlijk dat migratiebeleid voeren dat de waarde van zijn land verhoogt. Hij zal waarschijnlijk dat beleid nalaten dat de waarde van zijn koninkrijk vermindert. Wat betreft emigratie, zal de koning willen voorkomen dat zijn productieve onderdanen het land verlaten, en in het bijzonder zijn beste en meest productieve onderdanen. Zo gold van 1782 tot 1824 in Engeland een wet die de emigratie van geschoolde arbeiders verbood. Aan de andere kant zal hij van zijn niet-productieve en destructieve onderdanen afwillen. De verwijdering van deze elementen (criminelen, zwervers, bedelaars, zigeuners) zal de waarde van zijn koninkrijk doen toenemen. Om deze reden stuurde Engeland tienduizenden criminelen naar Noord-Amerika en Australië.

Wat betreft immigratie zal de koning zowel de massa als minder productieve personen buiten willen houden. Als deze laatsten al worden toegelaten, dan is het slechts tijdelijk als seizoensarbeiders, zonder burgerrechten (Duitsland liet na 1880 grote hoeveelheden Polen toe als seizoensarbeiders) en zonder de mogelijkheid om onroerend goed te verwerven. Permanente immigratie staat de koning slechts toe aan mensen met boven gemiddelde of superieure capaciteiten. Dit vermeerdert de kapitaalwaarde van het koninkrijk. Bijvoorbeeld, toen in 1685 het Edict van Nantes werd herroepen werden tienduizenden Hugenoten tot Pruisen toegelaten. Peter de Grootte, Frederick de Grootte en Maria Theresa bevorderden sterk de immigratie van Duitsers naar Pruisen, Rusland, en de oostelijke provincies van Oostenrijk-Hongarije. Hoewel het migratiebeleid van de Koning niet alle gevallen van gedwongen integratie of gedwongen uitsluiting zal kunnen vermijden, komt een dergelijk beleid toch het dichtst in de buurt bij wat privé-eigenaren zouden doen, wanneer zij zouden kunnen beslissen wie toe te laten en wie niet. De Koning zou uiterst selectief te werk gaan en erg bezorgd zijn over de waarde van zijn menselijk kapitaal.

Tot zo ver het geval dat de overheid in privé bezit is. Het migratiebeleid wordt totaal anders wanneer de overheid in publieke handen is. De heerser is niet langer meer in het bezit van het land, maar mag er slechts tijdelijk gebruik van maken. Hij kan het niet verkopen of nalaten aan zijn kinderen. Hij is meer een tijdelijke conciërge, wel de zorg niet het eigendom. Iedereen kan in principe heerser van het land worden.

De democratieën, zoals die na de eerste Wereldoorlog zijn ontstaan zijn een voorbeeld van een overheid in publieke handen. Opnieuw uitgaande van het eigenbelang (maximalisering van monetair en psychisch inkomen: geld en macht), neigen democratische heersers het huidige inkomen te maximaliseren, hetgeen zij privé kunnen genieten, en gaan zij voorbij aan de kapitaalwaarde waar zij niet privé van kunnen genieten. In overeenstemming met het gelijkheidsideaal van de democratie (one man one vote) is ook het migratiebeleid niet-discriminatoir en gebaseerd op gelijkheid.

Wat betreft de emigratie, maakt het de democratische heerser weinig uit of de mensen die het land wensen te verlaten productief of niet-productief zijn, zwervers of genieën. Ieder van hen heeft toch maar één gelijke stem. Het is zelfs goed mogelijk dat de democratische heerser zich meer zorgen maakt over het verlies van een zwerver dan over het verlies van een genie. Het verlies van de laatste vermindert duidelijk de kapitaalwaarde van het land, terwijl het verlies van de eerste de kapitaalwaarde waarschijnlijk verhoogt. Maar zoals we gezien hebben, de democratische heerser is niet zo geïnteresseerd in de kapitaalwaarde. Op de korte termijn is de zwerver die zijn stem uitbrengt voor meer gelijkheidsmaatregelen, de heerser meer waard dan het genie, het slachtoffer van het gelijkheidsideaal, en een mogelijke tegenstemmer. Om dezelfde reden, zullen democratische overheden, anders dan een koning, weinig ondernemen om die mensen te verbannen, die de samenleving tot last zijn (menselijk afval dat de waarde van individuele eigendommen vermindert). Deze negatieve externe effecten – parasieten, junks en criminelen – zijn de meest betrouwbare stemmers.

Wat betreft het immigratie en emigratie beleid, zijn de prikkels – beloning en straf – op een gelijke wijze verstoord, en de resultaten zijn pervers. Voor een democratische overheid maak het weinig uit of genieën of uitvreters, beschaafde of onbeschaafde, productieve of onproductieve personen, wensen te immigreren. Ook maakt het weinig uit of de immigranten zich tijdelijk (voor seizoenswerk) of permanent vestigen. Er is zelfs een lichte voorkeur voor uitvreters en parasieten waar te nemen, omdat die ‘sociale problemen’ veroorzaken en iedere democratische overheid floreert op het bestaan van sociale problemen. Een vruchtbare kruisbestuiving ontstaat: in ruil voor stemmen lanceert de overheid sociale projecten voor de ‘kansarmen’. Het resultaat van dit immigratiebeleid, waarbij op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de kwaliteiten van de immigranten, is gedwongen integratie. Grote hoeveelheden inferieure immigranten worden de locale bevolking opgedwongen. Als de mensen zelf had kunnen beslissen, zouden ze een strenge selectie (discriminatie = onderscheid maken) hebben gemaakt, wie als buurman te accepteren en wie niet. Het beste voorbeeld van de werking van de democratie, zijn de immigratiewetten die in 1965 in de VS zijn aangenomen. Alle tot dan toe bestaande kwaliteitseisen en expliciete voorkeur vóór Europeanen werden vervangen door een politiek van niet-disciminatie(multi-cultureel).

Hoewel zelden opgemerkt, is het immigratiebeleid van een democratie het spiegelbeeld van het beleid dat gevoerd wordt ten aanzien van interne bevolkingsgroepen: ten aanzien van de mate van integratie en afzondering, van het aangaan of juist niet aangaan van persoonlijke verbintenissen, van fysieke afstand of nabijheid. Net als de koning zal, zal een democratische overheid geneigd zijn teveel van het ‘publieke goed’ wegen te produceren. Voor de democratische overheid, anders dan de koning, is het niet genoeg, dat iedereen bij elkaar op bezoek kan komen via overheidswegen en straten. Meer hechtend aan zijn huidige inkomen en status dan aan de kapitaalwaarde van het land, zal de democratische heerser verder willen gaan. Door het aannemen van antidiscriminatiewetten – het is verboden te discrimineren tegen Joden, Negers, homosexuelen, etc. – zal de overheid willen afdwingen dat een ieder toegang heeft tot de eigendommen van ieder ander. Het is dus nauwelijks verrassend dat in dezelfde tijd dat de nieuwe migratiewetten werden aangenomen, die een gedwongen internationale integratie tot doel hadden, de antidiscriminatiewetten (verbod op discriminatie op grond van ras, geslacht, geloof, etc.) werden aangenomen, die een gedwongen nationale integratie tot doel hadden.

De huidige situatie in de VS en West-Europa heeft niets te maken met ‘vrije immigratie’. Het is niets anders dan gedwongen integratie, en gedwongen integratie is de logische uitkomst van het democratische one man one vote systeem. Om van gedwongen integratie af te komen dient de democratisering te worden teruggedraaid en uiteindelijk te worden afgeschaft. In het bijzonder dient de bevoegdheid om mensen toe te laten of te weigeren uit de handen van de centrale overheid te worden genomen en te worden teruggegeven aan de provincies, steden, dorpen en de wijken. Uiteindelijk dient de bevoegdheid te belanden in handen van privé-eigenaren en hun verenigingen.

Om dit te bereiken is een proces van decentralisatie en afscheiding (beide ondemocratisch en tegen het meerderheidsprincipe) nodig. Dit betekent dat de vrijheid van vereniging zoals dat voorspruit uit het idee van privé-eigendom weer in ere wordt hersteld. Veel van de sociale conflicten die het gevolg zijn van gedwongen integratie zouden worden vermeden, wanneer steden en dorpen deden wat tot een eeuw geleden heel gewoon was in Europa en de VS: bij de ingang wordt een bord gehangen met daarop de eisen waaraan bezoekers van de stad moeten voldoen (geen werklozen, zwervers, junks, en ook geen Joden, Nazi’s, Amerikanen, etc.). Iedereen die deze regels overschrijdt wordt met een schop onder de kont de stad weer uitgezet. Het probleem van naturalisatie kan het best op de Zwitserse manier worden opgelost. In Zwitserland beslissen plaatselijke volksvertegenwoordigingen omtrent de aanvraag tot Zwitsers burgerschap. De centrale overheid staat hier buiten.

Waar kunnen we op hopen en waar kunnen we reclame voor maken als het meest juiste immigratie beleid, zolang de democratische centrale staat bestaat en zich het recht toemeet, om te bepalen wie het land kan binnenkomen en wie niet, en daarmee voor alle steden en dorpen en wijken in een geografisch gebied min of meer het immigratiebeleid bepaalt? Het beste waar we op kunnen hopen, hoewel dit tegen de natuur van de democratie is, is dat de leiders van het land bij hun beslissingen de lange termijn in de gaten houden en het land zouden behandelen als hun persoonlijk eigendom. Migratie beslissingen worden dan beslissingen als: “Wie laat ik toe op mijn land?” of zelfs “Wie laat ik toe in mijn huis?” Dit betekent een beleid van strikte discriminatie, discriminatie ten aanzien van beroepsvaardigheden, karakter en gelijkwaardige cultuur.

Het betekent ook een strikte scheiding tussen ‘burgers’ (genaturaliseerde immigranten) en mensen met een verblijfsvergunning. De laatsten worden volledig van de sociale voorzieningen uitgesloten. Het betekent dat een burger persoonlijk garant dient te staan zowel voor mensen met verblijfsstatus als voor genaturaliseerde vreemdelingen. Hij dient de schade aan eigendommen veroorzaakt door de immigrant te vergoeden. De immigrant dient ook een arbeidscontract te hebben; en hij dient zeker als hij genaturaliseerd is niet alleen de taal vloeiend te spreken, maar in het algemeen bovengemiddelde intellectuele capaciteiten te hebben en een karakter dat voldoet aan onze normen en waarden. Dit betekent natuurlijk dat vooral Europeanen zouden kunnen immigreren.

Vertaling van “On free immigration and forced integration” door Hans-Hermann Hoppe. De afbeeldingen zijn geen onderdeel van de oorspronkelijke versie.

Artikel eerder verschenen op meervrijheid

21 REACTIES

  1. Het is vrij simpel. Er zijn maar 2 opties: of je kiest voor open grenzen en vrije immigratie, of je kiest voor de verzorgingsstaat en een strikt toelatingsbeleid.

    Deze 2 opties sluiten elkaar uit. Een verzorgingsstaat met open grenzen en vrije immigratie is ten dode opgeschreven.

    • Het artikel beschrijft een meer principiële, libertarische argumentatie tegen vrije immigratie en geforceerde integratie. Je zou er goed aan doen het een tweede keer te lezen. Ditmaal met meer aandacht. Dat wil niet zeggen dat je ongelijk hebt. Een verzorgingsstaat met open grenzen en vrije immigratie is ten dode opgeschreven. Dat is naar alle waarschijnlijkheid dan ook precies de reden waarom dit het vigerende beleid is in vrijwel alle westerse landen.

      • Uiteraard. De keuze is tussen een vrije markt economie met een rechtsorde die privaat eigendom respecteert en een staatsgeleide economie met een door de overheid gereguleerde immigratie. De vrije markt economie reguleert automatisch de immigratie. Immers, alleen mensen die voor hun plekje in dit land betalen, kunnen hier dan verblijven.

        Dat betekent tevens, dat er nooit een woningtekort kan zijn. Vrije prijsvorming zorgt immers voor een exacte afstemming van vraag en aanbod.

        Bij de door de overheid gereguleerde economie zijn er, net als in de voormalige SU, voortdurend tekorten en overschotten, en afnemende kwaliteit, terwijl de kosten de pan uit rijzen en allerlei bobo’s zich er onterecht aan verrijken (zie ons socialistische zorgsysteem met door de NZA opgelegde prijzen of het staatsonderwijs, en de zelfbewoningsplannen om huizenbezitters te dwingen hun woning tot ver onder de marktwaarde te verkopen).

      • Overigens zal niet iedereen die nu in NL woont hier bij een vrije markt kunnen blijven wonen, aangezien de huidige prijzen kunstmatig laag worden gehouden (de eigenaren dragen deze schade). Maar ook niet iedereen kan het zich veroorloven in Zwitserland, Monaco of Manhattan te wonen. Elders in de wereld zijn er echter volop meer betaalbare woonplekken (meestal zonder verzorgingsstaat, dat dan weer wel).

      • Nee, je snapt het nog steeds niet. Ook als het economisch voordelig is zijn er talloze argumenten om tegen vrije immigratie te zijn.

        ik quote: “Libertariërs die zich in de Oostenrijkse school hebben verdiept weten dat ‘rijkdom’ een subjectief begrip is. Materiële rijkdom is niet het enige wat telt. Zelfs als de reële inkomens stijgen ten gevolge van immigratie dan nog hoeft immigratie niet ‘goed’ te zijn. Er zullen mensen zijn die een lagere levensstandaard bij een lagere bevolkingsdichtheid prefereren, boven een hogere levensstandaard en een hogere bevolkingsdichtheid.”

      • Ja, in een vrije markt bepaalt de eigenaar of hij op een aanbod ingaat of niet. Je hoeft niemand een baan te geven of een huis te verhuren wiens gezicht je niet aanstaat. Er zijn zat gated communities met een strikte ballotage. Maar in veruit de meeste gevallen zal de markt zich naar de gunstigste deal richten.

    • Ben ik met Peter eens

      Libertariers, als ze consistent zijn, zijn per definitie voor immigratie.

      Ik als consument, arbeider, of ondernemer, bepaal waar ik mij wil vestigen en waar ik financiële en/of sociale contracten aanga. De staat maakt dit onmogelijk, door te bepalen dat ik ergens zogenaamd niet mag zijn.

      Geen man, geen vrouw, geen mens is illegaal !

      (linkse anarchisten hebben hier gewoon gelijk in) (ja, soms hebben ze weleens gelijk)

      • “Libertariers, als ze consistent zijn, zijn per definitie voor immigratie.
        Ik als consument, arbeider, of ondernemer, bepaal waar ik mij wil vestigen”

        Jij hebt er weer eens niets van begrepen en je dringt jezelf op als een venerische ziekte. De eigenaars bepalen wie zich ergens mag vestigen of niet. Als jij een huis met grond koopt mag jij bepalen wie daar mag komen wonen en wie niet. Het is niet zo dat diep-christelijke FvD’ers je huis of grond kunnen binnendringen en zichzelf op jouw eigendom uitnodigen. Dat is de libertarische positie, zoals hierboven omschreven door Hoppe. Alleen, dat wil jij niet omdat je eigenlijk een gehersenspoelde sociaaldemocraat bent die dat nog niet zo goed begrepen heeft en de consequenties van zijn eigen onzin niet begrijpt, zoals ik hierboven heb uitgelegd. Als jij unilateraal bepaalt waar jij wonen wilt, ongeacht wat de bestaande bewoners daarvan vinden, dan kunnen ook anderen unilateraal bepalen waar zij willen wonen. Bij voorbeeld op jouw plekje. Hoeveel Afrikanen kun je kwijt op je vloer?

      • Wat is een venerische ziekte ? hahaha

        En waarom die agressie weer? Waarom heb je altijd een soort woedeaanvallen ? Zit je weer briesend vanachter je toetsenbordje. Mijn posts werken als een rode lap op een stier, blijkbaar. Jij krijgt een acute mental breakdown, als je een reactie leest van iemand die andere denkbeelden heeft dan jij. Treurig.

        Roderick T Long pleit voor zowel privaat als publiekelijk property. Long is een libertarier, schrijft vanuit libertarische theorie

        Er zijn dingen die van jou en mij zijn en er zijn dingen die van iedereen zijn. Denk aan iets als ‘de lucht’. Dat is van iedereen. Ik kan moeilijk zeggen : jij ademt mijn lucht in, betalen !

        Je noemt me sociaal democraat? hahaha. Vriend, ik stem sowieso niet meer, hoe kan ik dan een sociaal democraat zijn.

        Democratie op de werkvloer keur ik trouwens niet af. Althans, als het vrijwillig tot stand komt, vind ik het een goede basis voor de toekomst. Ik hoop dat dat mag, van meneer Hoppe. Meneer Hoppe, de stoffige conservatief, die lekker terug naar de jaren 50 moet gaan.

      • Ben je al een beetje uitgeraasd? Wil je een glaasje water?

        Als we het over private property hebben, dan mogen vanuit libertarisch oogpunt, alle lieden die voor refugees zijn, een refugee uitnodigen in hun huis. Of ze zamelen geld in, om property te kopen, waarop de refugees kunnen leven.

        Iets dat in theorie allemaal kan. Al de pro refugee activisten, hebben allemaal huizen. In elk van die huizen kan een refugee wonen. Als ze echt solidair zijn, hebben ze wel een kamertje over, voor deze lieden.

        Ook kunnen politieke partijen property kopen. De SP, GL, Bij1, de PVDA, D66, zouden geld bij elkaar kunnen sparen en daarvan opvang kunnen faciliteren voor de refugees.

        Refugees vluchten meestal voor vormen van verregaande staatsterreur. Het is dus passend om als anarchist en/of libertarier solidair te zijn met deze lieden. Maar het hoeft niet. Want niets moet.

      • “Er zijn dingen die van jou en mij zijn en er zijn dingen die van iedereen zijn. Denk aan iets als ‘de lucht’. Dat is van iedereen. Ik kan moeilijk zeggen : jij ademt mijn lucht in, betalen !”

        Ook dat is fout. Eigendom is het product van schaarste. Lucht is niet schaars, ten minste op het land en als je niet erg hoog in de bergen bent. Daarom is lucht geen economisch goed en zijn er geen eigendomsrechten nodig. Onder water en hoog in de Himalaya is zuurstof wel schaars en heb je beademingsapparaten nodig waarvoor je zult moeten betalen. Dan is lucht (zuurstof) plotseling een economisch goed geworden en dan kunnen er eigendomsmisdrijven plaatsvinden als jij zonder toestemming de lucht van een ander gebruikt of beschadigt.

        Grond is vanzelfsprekend schaars en daarom een economisch goed. Omdat het een economisch goed is zijn er eigenaren. Het vrijemarktanarchistische perspectief is dat deze eigenaren bepalen wie er wel en niet wordt toegelaten, niet de immigrant. Maar het is juist dat er bleeding heart libertarians zijn als Roderick Long, dat zijn een soort D66’ers, die een geheel eigen draai hieraan geven. Ook zijn er geolibertariers die menen dat grond geen eigendom kan zijn. Ik wens hen veel succes met hun fantasietjes.

      • Ja, ja ja

        Ik geloof dat heren als Long ook zeggen dat alleen de staat, schaarste maakt als het op grond aangaat. De staat faciliteert dan absentee land ownership. Ik geloof dat Carson en Chartier dit ook suggereren.

        Je hebt twaalf hectare land, maar mama staat moet het voor je beschermen.

        Ik denk niet dat grond schaars hoeft te zijn. Ik denk dat goede grond schaars is. Kut grond is er in overvloed. Ik bedoel, minder goede grond. Grond gelegen bij een haven, of een drukke verkeersader, of grond die heel vruchtbaar is etc. Daar zal om gevochten worden, of mee gehandeld worden.

        Het vrijemarktanarchistische perspectief is dat deze eigenaren bepalen wie er wel en niet wordt toegelaten, niet de immigrant

        Ja, maar in het vrije markt perspectief, zou dan dus bijvoorbeeld een progressieve gemeente, laten we zeggen, de gemeente Amsterdam kunnen besluiten om de refugees toe te laten.

        Of bijvoorbeeld een rijke ondernemer, die aan liefdadigheid doet, kan dan de refugees te hulp schieten.

        En zoals ik net zeg. Alle linkse partijen en groepen, zouden geld bij elkaar kunnen sparen. Ga maar na, wat zouden D66, SP,PVDA, FNV, Bij1 en de links christelijke organisaties wel niet bij elkaar kunnen zamelen?

        Uiteindelijk ben je als refugee altijd onderhevig aan machten buiten jou. Staten, bezitters, gunnen je een plekje, of niet. En toch gaan ze die strijd aan. Ze kunnen niet anders.

        Het vrijemarktanarchistische perspectief is dat deze eigenaren bepalen wie er wel en niet wordt toegelaten, niet de immigrant

        Ik kan pas zorgen dat mensen mijn grond niet opkomen, als ik die grond op een of andere manier weet te bewaken. Dat is gewoon hoe het werkt. Als het in jouw macht ligt, is het van jou.

        Ik zelf heb niet echt moeite met migranten. Een migrant zou in mijn huis mogen wonen, mits hij/zij dingen voor mij doet, als prijs voor kost en inwoning. Bijvoorbeeld, een beetje schoon maken, of koken etc. Ik hoop dat dit mag, van meneer Hoppe. Ik hoop niet dat hij nu een woedeaanval krijgt, of de politie gaat bellen.

        Als laatste. Je suggereert dat Long een soort D66 aanhanger is. Onzin natuurlijk, hij is vele malen radicaler dan dat, even los van of je het met hem eens of oneens bent. Het is nogal ongenuanceerd om iemand waar jij het niet mee eens bent meteen ‘een D66er’ te noemen.

        Een bleeding heart libertarian, is nog steeds een libertarian. Of je hart nou bleed of niet, dat doet er niet zo toe.

        Ik ben zelf meer een frozen heart libertarian

      • In een vrijemarktanarchistische situatie is er geen progressieve gemeente Amsterdam. Evenmin zijn er linkse politieke partijen want er is geen politiek. Desalniettemin is het mogelijk dat rijke mensen grond hebben en daar vrije immigratie toestaan of zelfs aanmoedigen. Dat kan. Hoppe beschrijft die mogelijkheid ook. De consequenties zijn verder voor hun rekening.

      • Youp

        het zou wel zo kunnen zijn dat je dan gemeentes hebt, waar mensen progressiever zijn. In die speculatieve vrije markt anarcho wereld.

        Ik denk dat Amsterdam dan niet haar linksheid zou verliezen en Urk niet haar conservatisme.

        Men zamelt dan inderdaad geen geld in via partijen. maar dit zou wel kunnen via allerlei organisaties, NGO’s, federaties, belangengroepen, vakbonden, religieuze groepen etc, etc, etc.

  2. En ook hier geld weer het subtiele, schone ‘might makes right’ argument….

    Als ik naar Italie wil (stel dat) dan ga ik naar Italië. Ook als dit ‘niet mag’, van ‘een ambtenaar’, of een nationalistische politicus, die denkt dat ‘de natie’ heilig is, omdat hij dat op school geleerd had.

    Als ik XTC wil gebruiken, koop ik XTC. Ook als dit niet mag van ‘Wopke Hoekstra’, of een andere sukkel.

      • Het is gewoon vrij simpel

        Als het land waar ik woon een ‘dienstplicht’ instelt, of een verplichte vaccinatie, dan verlaat ik dit land en ga ik ergens anders heen. Los van of dat ‘mag’, of ‘niet mag’…

        Los van of nationalisten dan gaan huilen, of niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in