Longread alert, 3000 woorden. Heel veel mensen zien in dat de vrije markt een land welvarender maakt dan een bemoeizuchtige overheid. Toch bestaan er ook twijfels. Waarom heeft, ondanks jarenlange economische groei, een grote groep hardwerkende mensen nog steeds moeite om de eindjes aan elkaar te knopen en wat is hiervoor de juiste oplossing? Is de vrije markt te ver doorgeschoten, of is de markt juist nog niet vrij genoeg?

Rond 1980 maakte Milton Friedman in zijn boek en gelijknamige documentaire Free to Choose duidelijk dat de vrije markt niet alleen gunstig is voor fabrieksdirecteuren. Ook de mensen die in die fabriek het werk doen zijn normaal gesproken niet beter af als de overheid zich bemoeizuchtig gedraagt. Zijn duidelijkste voorbeeld is dat van de mensen die een communistisch land ontvluchten op zoek naar een beter bestaan in een land met een “vrije markt” . Deze mensen stemmen volgens hem met hun voeten. Mensen die in staat zijn om hun eigen afwegingen te maken, kiezen ervoor om het beste uit zichzelf te halen. Daarmee maken ze niet alleen zichzelf rijker, maar ook anderen. Als mensen handel met elkaar drijven op basis van wederzijdse instemming, worden immers beide partijen beter van de deal, anders zouden ze niet instemmen. Een deal verbieden maakt daarom in principe min of meer per definitie we wereld minder welvarend en twee individuen minder gelukkig.

Grofweg deze visie dragen veel liefhebbers van de vrije markt uit. Hoewel er weinig in te brengen valt tegen het uitgangspunt dat instemming goed is en dwang slecht, bestaan er enkele problemen die de huidige vorm van de vrije markt lastig op kan lossen. Dit leidt ertoe dat veel mensen hun geloof in de vrije markt verliezen. Wie al jarenlang hard op zoek is naar een huis om een gezin te stichten, gelooft niet meer in het huidige systeem. Datzelfde geldt voor mensen die al jarenlang hard werken en toch nauwelijks in staat zij om te sparen voor leuke dingen. En voor mensen die eigenlijk wat leuks zouden willen doen met hun leven, maar hun vaste baan niet op durven te geven omdat een leven zonder vast inkomen eng lijkt. Moeten deze mensen strijden tegen de vrije markt, of kunnen ze beter strijden voor een betere vrije markt?

Laten we eens schetsen waaraan veel mensen denken bij het begrip “vrije markt”. Als de markt vrij is, kunnen bedrijven hun gang gaan. De vrije markt wordt dan ook geassocieerd met grote bedrijven die de dienst uitmaken, milieuvervuiling en het recht van de sterkste. Redelijk wat mensen zien in dat er ook voor zzp-ers en kleinere bedrijven kansen bestaan in het geval van een vrije markt. In het gunstigste geval kunnen de gewone mensen hier een klein beetje van profiteren. Een kloof tussen arm en rijk wordt door velen als een onvermijdelijk gevolg van de vrije markt beschouwd. De belangrijkste reden om de vrije markt niet af te schaffen is voor veel mensen het idee dat het alternatief nog slechter is: de vrije markt is kak, maar we willen ook liever niet in Noord-Korea wonen.

Laten we eens in iets meer detail kijken naar de betekenis van een vrije markt, of meer algemeen naar het begrip vrijheid. Vrijheid houdt in dat mensen mogen doen waar ze zin in hebben, zolang ze een ander hiermee niet schaden. Het tegenovergestelde van vrijheid is dwang. Dwang houdt in dat er iets gebeurt waar een van beide partijen het niet mee eens is. In de eerste plaats denken we hierbij mogelijk aan misdaad of huiselijk geweld. De belangrijkste gebruiker van dwang is echter de overheid. Je zou een overheid kunnen zien als een aanbieder van allerlei diensten die soms best wel nuttig zijn. De overheid haalt je vuilnis op en je kunt er aangifte doen als iemand bij je heeft ingebroken. Wat de overheid echter uniek maakt is het feit dat je verplicht bent om deze diensten af te nemen. De overheid dwingt ons om belasting te betalen en ons aan al haar wetten te houden. Dat hoeft niet per definitie immoreel te zijn, maar het is goed als we ons beseffen dat een overheid zonder dwang geen overheid zou zijn maar een gewoon bedrijf. En gewone bedrijven doen zaken op basis van instemming: als het bedrijf of de klant niet instemt, gaat een deal niet door.

Samenwerking maakt ons welvarend. Als ik alleen op aarde was, zou ik in een hut van takken wonen, of misschien was ik al lang dood. Gelukkig bestaan er andere mensen om mee samen te werken. Dankzij technologische vooruitgang kan een voldoende omvangrijke groep van vrije mensen die met elkaar samenwerken een redelijk welvarend bestaan leiden. Samenwerking kan grofweg op drie manieren georganiseerd worden: op basis van vrijwilligheid (geven), op basis van wederzijdse instemming (handel) en op basis van dwang. De eerste twee zijn soms lastig uit elkaar te houden: is er werkelijk sprake van geven als vrienden elkaar helpen, of is het misschien toch een vorm van handel? En hoe zit dat als twee mensen samenwonen zonder een contract? De derde vorm lijkt eenvoudiger te onderscheiden. Als er iemand heel hard “nee” roept, en het gebeurt toch, is er sprake van dwang. Mensen die ervan overtuigd zijn dat een vrije markt niet werkt, bedoelen daarmee per definitie dat ze verlangen naar dwang. Want dat is het enige alternatief. Als het resultaat van samenwerking op basis van vrijwilligheid en/of wederzijdse instemming tegenvalt, is het enige alternatief dwang.

Op dit moment mopperen aardig wat mensen over de vrije markt. De problemen van deze tijd zouden zijn ontstaan doordat er teveel sprake is van een vrije markt. We kunnen ons echter afvragen of er op dit moment wel werkelijk is van samenwerking tussen mensen op basis van vrijwilligheid of wederzijdse instemming. Er bestaan enkele vormen van dwang die door liefhebbers van de vrije markt nog wel eens over het hoofd worden gezien. Voordat ik deze bespreek, zal ik een voorbeeld bespreken: de kledingfabriek in Bangladesh.

Wie een broek wil kopen, kan naar een kledingwinkel gaan. Een broek kost daar rond de €50,-. De winkelketen heeft de broek voor €5,- gekocht in Bangladesh. Mensen die daar werken, verdienen heel weinig en werken onder gevaarlijke omstandigheden. Moeten we het importeren van kleding daarom verbieden, d.w.z. is dwang de juiste oplossing? Mensen die in de fabriek werken zijn normaal gesproken niet in letterlijke zin slaven. Deze baan lijkt hun beste optie om te overleven. De fabriek sluiten betekent dat ze op zoek zullen moeten naar een nog iets minder aantrekkelijk alternatief. Als er een aantrekkelijker alternatief had bestaan, waren ze immers niet in de fabriek gaan werken. Die alternatieven, daar gaat het om als we geloven in een werkelijk vrije markt als de oplossing voor veel problemen. Daarover nadenken levert enkele interessante inzichten op van vrijwillige versus gedwongen samenwerking. Ten eerste kan het leven in een fabriek nog zwaarder zijn dan een leven als kleine boer. Het kan dan ook in het belang zijn van fabriekseigenaren dat mensen niet kunnen beschikken over land. Wie over land kan beschikken, kan kiezen tussen een bestaan als kleine boer of als fabrieksarbeider. Als het werk in de fabriek niet aantrekkelijk genoeg is, zou er een alternatief zijn: boer worden. Ook voor andere alternatieven, zoals voor het zelfstandig kleding produceren is, hoewel in beperktere mate, land nodig. Een werkplaatsje moet ergens staan. De huidige realiteit is dat het voor de meeste mensen erg lastig is om over land te beschikken, en daarmee is dit alternatief nauwelijks beschikbaar. Dit is een eerste vorm van dwang. Mensen kiezen er niet voor om in een fabriek te werken, ze hebben geen alternatief.

Een fabriek kan natuurlijk veel efficiënter zijn dan een werkplaats van een individuele kleermaker. Grondstoffen kunnen efficiënt worden ingekocht, processen kunnen worden gestroomlijnd, enzovoort. Toch zit er wel een erg groot gat tussen de prijs die ik voor mijn broek betaal en het loon van de fabrieksarbeider. Als ik een zelfstandige kleermaker in Bangladesh €10,- zou betalen voor een broek, sprong deze een gat in de lucht. Misschien kost het transport als we het niet zo efficiënt organiseren nog €20,-. Nog steeds een prima deal voor beide partijen. Waarom bestaat dit nog niet? Ook dit heeft met vormen van dwang te maken. Regelgeving om producten veilig te maken is natuurlijk goed bedoeld. Wie op de website van de Kamer van Koophandel kijkt, ziet echter waar dit toe leidt. Om kleding te mogen importeren, moet het aan een waslijst aan eisen voldoen. Grote winkelketens zijn in staat om zich hierin te verdiepen. En misschien vinden ze deze regelgeving zelfs wel prettig, omdat het voorkomt dat er al teveel concurrentie ontstaat. Ook complexe regels kunnen een kleermaker dus in feite dwingen om in een fabriek te werken. Regels kunnen ook door een ander mechanisme gewone mensen benadelen ten opzichte van grote bedrijven: wie groot is wordt sneller serieus genomen door de overheid. Als een groot bedrijf opbelt naar de overheid, leidt dat er misschien toe dat regels worden aangepast. Grote bedrijven kunnen bovendien lobbyisten inhuren. Een individuele kleermaker is daar niet toe in staat. En als hij opbelt naar onze overheid, lukt het hem niet om de wet aan te laten passen.

Maak ik hier bezwaar tegen samenwerking? Samenwerking is toch iets moois? Waarom dan pleiten voor kleermakers die massaal eenmanszaken beginnen? Het gaat om het soms subtiele verschil tussen een situatie waarin partijen werkelijk op basis van instemming met elkaar samenwerken en een waarin mensen in feite gedwongen worden om met een ander samen te werken. Uitbuiting kan met name ontstaan als de werknemer niet de optie heeft om af te zien van samenwerking. Laten we eens uit gaan van een werkelijk vrije markt waarin kleermakers in hun eigen kleine werkplaats broeken maken. Natuurlijk liggen allerlei vormen van samenwerking voor de hand. Samen een Nederlandse webshop opzetten, samen materialen inkopen, samen een werkplaats huren, samen het transport regelen. En misschien liggen ook andere bedrijfsvormen voor de hand. Misschien kan een bedrijf wel efficienter als een ondernemer gewoon een loods, machines en grondstoffen huurt en personeel in dienst neemt. Echter, als er werkelijk sprake is van vrijwillige samenwerking, heeft de werknemer de keuze om wel of niet samen te werken. En dat bevrijdt hem van loonslavernij. Als de arbeidsvoorwaarden niet in orde zijn, kan hij voor zichzelf beginnen, zonder onnodige (juridische) hobbels. In een werkelijk vrije markt hoeven grote bedrijven dan ook zeker niet te verdwijnen. Mensen worden echter niet meer gedwongen om zaken te doen met grote bedrijven.

Deze manier van denken over de vrije markt en dwang is zeker niet nieuw. Benjamin Tucker besprak in 1888 in zijn “State Socialism and Anarchism” al vier vormen van monopolie die ervoor zorgen dat markten vaak niet werkelijk vrij zijn. Charles Johnson is een van de auteurs die hierop voortbouwt.

Ik bespreek hier kort de belangrijkste verdekte vormen van dwang.

  • Land-monopolie. Dat handel in grond moet plaatsvinden op basis van instemming lijkt logisch. Dwang is bijna nooit een goed idee. Toch is vrije handel hier in bepaalde opzichten problematisch. De aarde in haar natuurlijke toestand is niet door mensen gemaakt, maar slechts in bezit genomen. Een eigen stukje grond om te wonen, voedsel te verbouwen of een bedrijfje te vestigen is onmisbaar, en daarom lijkt kritiek op het huidige concept van grondeigendom al snel gevaarlijk. Toch is er een probleem. Als de aarde niet door iemand gemaakt is, bestaat er ook geen goede reden waarom sommige mensen er wel over mogen beschikken en anderen niet. (De overheid heeft dit probleem niet kleiner maar juist groter gemaakt door sommige individuen en bedrijven te helpen om tegen gunstige voorwaarden aan grote hoeveelheden grond te komen.) Als iemand als eerste aanspoelt op een onbewoond eiland, gaan we er op dit moment van uit dat hij het eiland in bezit kan nemen. Een tweede persoon die een week later aanspoelt, heeft pech gehad: hij zal zijn hele leven huur moeten betalen aan de ontdekker van het eiland. We zijn eraan gewend om op deze manier naar grondbezit te kijken. Geo-libertariërs kijken hier anders naar: er bestaat geen geldig argument waarom de tweede persoon minder recht heeft op zijn plek op aarde dan de eerste. Misschien is hij de eerste persoon dank of zelfs geld verschuldigd omdat deze al druk bezig is geweest met het verwijderen van onkruid. Maar het klopt niet dat de eerst-aangespoelde een torenhoge huur kan vragen voor een klein stukje van het eiland. Land-monopolie kan leiden tot een vorm van onderdrukking. Ook John Locke, die beschreef hoe we eigenaar kunnen worden van land door het te bewerken, voelde dit al aankomen en formuleerde de “Lockean Proviso”. Grond in bezit nemen mag enkel als er evenveel even goede grond overblijft voor de anderen. Iets vergelijkbaars geldt voor onze huidige samenleving. Natuurlijk hebben mensen die een huis of grond bezitten ooit hard gewerkt om dit te kunnen betalen. Dat zijn belangen die we zeker niet kunnen negeren. Echter, door vast te houden aan het huidige stelsel kunnen mensen die nog geen grond bezitten worden onderdrukt. Wie niet over zijn plek op aarde kan beschikken, is in feite niet vrij. Een vrij mens zou moeten kunnen beschikken over zijn plek op aarde, zonder daarvoor te betalen. Er bestaan relatief eenvoudige oplossingen die dit mogelijk kunnen maken, zoals de hoofdelijk verdeelde grondwaardebelasting. (Deze is nadrukkelijk niet bedoeld om een overheid te financieren, maar enkel om iedereen in staat te stellen om over zijn plek op aarde te beschikken.) In dit artikel bespreek ik deze niet in meer detail.
  • Intellectueel eigendom. Sommige mensen denken bij intellectueel eigendom aan een hardwerkende uitvinder of kunstenaar die beschermd wordt tegen een boef zijn uitvinding of kunstwerk namaakt en daar rijk van wordt. Natuurlijk bestaan er argumenten voor intellectueel eigendom, maar het is belangrijk om ook de gevaren ervan in te zien. In een wereld vol patenten zijn we minder vrij. Onze video wordt verwijderd van Youtube zodra er ergens op de achtergrond een radio aan staat. We kunnen onze eigen zaden niet meer telen omdat een overheid of bedrijf claimt het alleenrecht te hebben op enkele van de genen. Intellectueel eigendom kan mensen dus onnodig afhankelijk maken.
  • Onderdrukking door regelgeving die enkel gunstig is voor mensen met invloed. Diploma-eisen, vergunningen, op maat gemaakte regelgeving voor bedrijven met een goede band met de overheid. Een bedrijf voor iets inhuren in vaak duur. Dat levert kansen op voor handige mensen. Die kunnen redelijk wat geld verdienen door een klus te doen voor een wat lagere prijs. In een vrije wereld kunnen klanten kiezen tussen een wat duurder gerenomeerd bedrijf of een wat (of veel) goedkopere maar misschien niet altijd betrouwbare zelfstandige. Elke klant kan zijn eigen afweging maken. Zodra de overheid de mensheid wil beschermen tegen prutsers bestaat het gevaar dat het maken van deze afweging niet meer mogelijk is. Voor de klant betekent dit dat er geen mogelijkheden meer zijn om de klus voor een gunstigere prijs uit te laten voeren. Voor de zelfstandige betekent dit dat hij mogelijk een aanzienlijk deel van zijn winst moet besteden aan het behalen van papiertjes. Dat kan een reden zijn om het op te geven en toch maar weer in loondienst te gaan werken. Grote bedrijven vinden dit soort eisen fijn, want ze houden niet van zelfstandigen en kleine bedrijfjes die een klus voor een lagere prijs kunnen klaren.
  • Onderdrukking door regelgeving die complex is en daardoor lastig is voor kleinere bedrijven of individuen. Grote bedrijven hebben een juridische afdeling die wel raad weet met allerlei vraagstukken. En ze kunnen met weinig moeite een paar mensen vrijmaken die allerlei soorten kantoorwerk verrichten dat nodig is om aan de regels te voldoen. Een kleiner bedrijf is daar niet toe in staat.
  • Het geld-monopolie. Sommige bedrijven kunnen beschikken over een vergunning om geld in de omloop te brengen, anderen niet. Mensen worden gedwongen om gebruik te maken van een bepaald ruilmiddel. Dit maakt ze een speelbal van de grillen van (centrale) banken. Wie een normale spaarrekening gebruikt heeft bijvoorbeeld veel last van een overheid die inflatie opwekt. Overstappen naar een ander ruilmiddel en je salaris laten uitbetalen in bitcoins of goud juicht de overheid niet toe.
  • Handelsbelemmeringen. Nog steeds geloven sommige politici in protectionisme. Tsja…

Kunnen we zomaar alle regels opheffen om de markt te bevrijden? Dat is misschien te kort door de bocht. Maar het is enorm belangrijk dat we het onderdrukkende effect van deze vormen van dwang niet onderschatten. Goedbedoelde regels benadelen vaker dan we misschien beseffen kleinere bedrijven ten opzichte van grotere bedrijven. Wie niet over zijn plek op aarde kan beschikken, is in feite een slaaf van de bezitters van de aarde. En wie door ongunstige of complexe regels niet in staat is om als eigen baas te werken, wordt daarmee in feite loonslaaf.

Traditionele liefhebbers van de vrije markt kunnen op verschillende manieren reageren op deze constatering. Ik ga ervan uit dat velen de neiging zullen hebben om “de bevrijde markt” te beschouwen als een raar, heel erg links idee. Die maffe linkse mensen die overal maar vormen van onderdrukking in zien… Dat is echter zeker niet de bedoeling van dit artikel. De vrije markt staat onder druk. Door diverse taaie problemen hebben grote groepen mensen steeds meer kritiek op de vrije markt.  Deze mensen zien een overheid die de regie neemt als oplossing. Ze geloven dus in feite in dwang als oplossing van de problemen van deze tijd. Wij, liefhebbers van de vrije markt, beseffen dat dit tot allerlei problemen gaat leiden. Niet het afschaffen van de vrije markt, maar juist het wegnemen van enkele subtiele barrières waardoor er op dit moment geen sprake is van een werkelijk vrije markt zou ons in staat stellen om de wereldproblemen op te lossen. Dat is een boodschap die we samen uit moeten dragen. Steeds meer regels verzinnen om de markt te temmen gaat de wereld niet mooier maken. Afrekenen met de overgebleven vormen van dwang wel.

ingezonden door Barend

57 REACTIES

  1. Het probleem is niet dat je ongelijk hebt. Integendeel: geen speld tussen te krijgen. Het probleem is dat de meeste mensen na de derde alinea afhaken. Niet persé omdat het artikel te lang is, maar omdat ze (uit intellectuele luiheid?) weigeren stil te staan bij hun concept van “vrije markt”. Toen ik mijn schoonfamilie confronteerde met de opmerking “waar we het over eens zijn is dat belasting wordt geïnd onder dreiging van geweld, toch?” werd er enkel wat meewarig gelachen! Geweld, dat was toch wel wat overdreven. Waar ik dacht een opzet te geven voor een verhelderende uitwisseling van argumenten, bleken zij al afgehaakt.

    Sindsdien probeer ik mensen niet meer te winnen voor de libertarische zaak, maar me enkel te richten op het uitdragen van het goede voorbeeld. Dat heeft er toe geleid dat we nu met een groepje bezig met het oprichten van een lbertarisch dorpje in Nederland, waarin we het NAP zoveel mogelijk willen toepassen. Ieder een eigen kavel en financieel zelfvoorzienend. Vanuit die basis uitruilen van goederen en diensten. Dergelijke wijkjes bestaan al, ik woon er zelf ook. De afgelopen jaren merkte ik echter een duidelijke tweedeling tussen mensen die meehuilden met het overheidsnarratief en zij die vrijheid hoger achtten. Ik denk dat een buurtje met gelijkgestemden een goede remedie is op de financiële en sociale uitdagingen van de komende jaren. Dan kan men met eigen ogen zien waar leven en laten leven toe kan leiden. Wie mee wil doen: de webmaster heeft m’n adres.

    • Hou ons op de hoogte van het oprichting van een libertarisch dorpje in Nederland, als je wilt.
      Ben wel nieuwsgierig hoe dat uitpakt.

    • Interessant, ik spreek je graag een keer! Je kunt mij evt ook wel bereiken via http://www.geoliberty.nl.

      Ben zelf btw ook lui: ik pruts liever aan een oud schip dan dat ik een dik en ingewikkeld boek lees over politieke filosofie…

    • Ik denk dat Barend gelijk heeft, dat als je als individu vrij wilt zijn, je een stukje grond nodig hebt. Een kavel. Vroeg liberalisme ging hier ook vanuit, met haar ‘homestead’ idee. Als je geen eigen grond hebt, zit je gewoon onder de duim, van een landlord. Maar hoe bewerkstelligen we zoiets?

      Homesteaden ‘mag’ namelijk niet meer.

      • Klopt. Komt denk ik omdat het vooral de zeer fanatiekelingen heeft aangetrokken, die vooral lol hadden in juridische processen aanspannen tegen de nog bestaande belastingen. Citaat uit het artikel : ‘Libertariërs lijken veel minder geïnteresseerd in het genieten van hun vrijheden dan in het vechten voor vrijheden die ze nog niet hebben’, zegt Hongoltz-Hetling. ‘Ze hebben liever de vrijheidsstrijd dan de vrijheid zelf.’

        Ik denk dat we veel hiervan kunnen leren. Wij zijn wel wat realistischer in onze ambities. We willen ontdekken hoe het NAP in de praktijk is toe te passen en onze kennis en ervaring delen. Niet anoniem terugtrekken in de wildernis (als dat al mogelijk zou zijn) maar juist korte lijntjes met de buurt om ons heen.

      • Dat het mislukt, geeft niet. Experiment is altijd waardevol. Vallen en opstaan. Een midden vinden, etc.

      • Ja, naja

        Ze hebben het in ieder geval geprobeerd. En dan weten we nu hoe het niet moet.

    • Leuk initiatief. Ik ben ook benieuwd. Hoe ga je bijvoorbeeld een ‘coup’ in de kiem smoren. Niet intern missschien maar wel door het partijkartel. Die zullen een klein dorp of laten fuseren met een ander, of ze benoemen geheel volgens de ‘democratische rechtsstaat’ een burgemeester die niet meer is dan een trekpop van een landelijke partij, of allebei.

      Je hoeft je geheime speelkaarten niet te laten zien hier, maar ik zou er wel op voorbereid zijn. Zeker als een ‘krant’ als het AD daar een staaltje ‘journalistiek’ aan gaat wijden, net zoals ze laatst deden met een lokale partij ergens. Dat is dan een alibi voor meer.

  2. Een goed stukje van Barend

    Wie een broek wil kopen, kan naar een kledingwinkel gaan. Een broek kost daar rond de €50,-. De winkelketen heeft de broek voor €5,- gekocht in Bangladesh. Mensen die daar werken, verdienen heel weinig en werken onder gevaarlijke omstandigheden. Moeten we het importeren van kleding daarom verbieden

    De staat in zo’n land, verbied vaak vakbonden. Als een van de werkers in opstand komt, dan verbied de staat vervolgens alle vakbonden die er zijn en vervolgd zij activisten. Kortom, de staat ondermijnt dan de vrije markt. Want, vakbonden hóren bij een vrije markt! Als ik twintig mensen in dienst neem (stel dat), dan is het natuurlijk logisch dat zij elkaar ondersteunen en hun onderhandelingspositie vergroten. Ik probeer er het beste uit te halen en zij ook. Als ik de werkers slecht behandel, lopen ze weg, of gaan ze staken. Zie dat als: ondernemersrisico. Althans, zo zie ik dat. En als ik dan libertarisch zou zijn, zou ik zélf met de gevolgen moeten dealen. Ik kan dan, als ik consistent wil zijn, niet eventjes bij de staat aankloppen. Want, in theorie ben ik tegen die staat. Een libertarische ondernemer zou zélf met de wildcat strike om moeten gaan. En omdat dit het geval is, zal zij haar werknemers heel, heel goed moeten behandelen.

    Als een staat de vakbonden voor je oprolt, kan je mensen oneindig uitknijpen en dat noemen we dan ‘de vrije markt’. Maar is dat uitknijpen een consequentie van een vrije markt? Ik bedoel, Noord Korea is democratisch. En mensen binnen Bij1 en de woke beweging, zijn zogenaamd voor freedom of speech. Ik ben een koala beertje. Hoe vrij is je markt? Wat bedoelen we, met een ‘vrije markt’ ? Wiens vrije markt? Wiens vrijheid, belichaamd deze ‘vrije markt’?

    Ik doe persoonlijk niet mee, aan de sweatshop/mode ellende. Dat is mijn vrije keuze. Ik koop alleen maar kleding tweedehands.

    In mijn perceptie zijn de werkers in die sweatshop landen namelijk niet écht vrij. En ik ga geen interacties aan, met mensen die niet vrij zijn, die geen keuze hadden. Dat is dan mijn perceptie, van een vrije markt. Interacties die vrijwillig zijn, niet met een pistool op je kop. Dit is dan ‘links’ van Barend en ik, zegt men. Maar wat betekenen die termen ‘links’ en rechts nog? Het feit dat ik kritiek heb op D66 en Bij1, zou mij ‘extreem rechts’ maken. Het feit dat ik überhaupt op deze site schrijf, zou mij ‘extreem rechts’ maken, vind men. Dit ligt aan hoe we de termen links/rechts definiëren. Ook als ik ‘rechts’ was en op FVD zou stemmen (stel dat) dan zou ik nog steeds de modewereld/sweatshop ellende boycotten. Omdat het gewoon tegen mijn gevoel ingaat. Snap je wat ik bedoel?

    Over het libertarische dorpje. Wat mij betreft is dit voor libertariers een meer logische weg. Via het parlementaire ga je het niet redden. Zeker niet in Nederland. Je kan beter je ideeën direct in de praktijk brengen. Directe actie, praxis. Als er een land was, dat geheel libertarisch werkte, zouden de discussies al wat zinvoller worden. We hebben dan iets om naar te verwijzen. Niet een of ander vaag politiek (spooked) concept. Ik ben ook wel benieuwd, naar dat dorpje

    • Al je aannames zijn fout en het gevolg van progressieve anti-kapitalistische hersenspoeling. Mensen staan in de rij om te mogen werken in een zogenaamde sweatshop. Je weet niet eens wat een sweatshop is, of hoe het eruit ziet. Kan iemand hem het filmpje van Johan Norberg linken waarin dit wordt uitgelegd. Ik kan het zo snel niet vinden.

      • Bedankt, maar er is een video van waarin je kunt zien hoe het in zogenaamde ‘sweatshops’ toegaat. Uiterst moderne fabrieken waar voor dat land uitstekend betaald wordt. Artsen en andere academici staan aan de lopende band omdat het een goede job is.

      • Ik heb al kleren. Ik heb geen nieuwe kleren nodig, ook niet als ze heel goedkoop zijn en mooi etc.

        En ik koop niet bij bedrijven, waar ik een slecht gevoel over heb. Ik vertrouw die mode ketens gewoon niet. Er zit een vies luchtje aan. Ik ga niet iets kopen dat ik niet nodig heb, bij een bedrijf dat ik niet vertrouw. Mag dat? Over ‘violate ik nu de NAP’ ?

        En voor de duizendste keer. Dit is geen bevel. Wat jullie doen, moet je zelf weten

    • Hoe definiëren we het woord ‘kapitalisme’ ? Kapitalisme heeft zoveel betekenissen, dat het niet zo’n bruikbaar begrip meer is.

      Dus anti kapitalisme, kan ook heel veel betekenen. In zekere zin kan je libertariers ook ‘anti kapitalist’ noemen.

      Als het alternatief verhongeren is, sta je natuurlijk wel in de rij om te werken in zo’n sweatshop. Als ik jou een pistool op je hoofd zet, geef je ook je portemonnee af, heel enthousiast. Maar was het een vrije keuze? Wat mij betreft niet.

      We moeten het over context hebben, als we het over vrijheid hebben. Vrijheid is de mogelijkheid om NEE te zeggen. Kan je geen NEE meer zeggen, dan ben je niet meer vrij. Dit ben ik met die Boris van game kings eens.

      Nogmaals. Mijn consumentisme betekend: sweatshop arbeid boycotten. Mode industrie boycotten. Ik als consument, maak die keuze. Om het even in libertarische termen te formuleren. Jij gaat er niet over, waar ik wel en niet koop en waarom. Dus je reactie is ook totaal arbitrair. Want, wat kan jou het nou schelen, welke ketens ik wel en niet boycot ? Vrije markt betekend ook : terror bedrijven boycotten.

  3. De vrije markt is niets anders dan mensen die elkaar in vrijheid laten leven. Dat is voor velen blijkbaar een schrikbeeld.
    _____________
    “Underlying most arguments against the free market is a lack of belief in freedom itself.”
    ~ Milton Friedman

    • Probleem is alleen, dat we vrijheid anders definiëren. In jouw perceptie is een sweatshop werker misschien vrij. In mijn perceptie is dat niet het geval. Ik pleit niet alleen voor negatieve vrijheid, ook voor positieve vrijheid.

      Als jij en ik over vrije markten spreken, bedoelen we er iets anders mee. En zo lullen we dus eindeloos langs elkaar heen.

      • Wie ben jij om keuzes voor anderen te maken?
        Wie ben jij om te bepalen of werken in een sweatshop een verstandige keuze is voor die persoon op dit moment?
        Sleep je morele tirannie ergens anders heen!

      • Kameraad…

        Ik maak toch voor niemand een keuze.

        Ik zeg wat MIJN perceptie is, van de situatie.

        Ik vertel mensen niet, dat ze niet in een sweatshop mogen werken. En ik vertel jou ook niet, dat jij niet bij modeketens mag kopen.

        Morele tirannie, slaat nergens op. Als ik zeg: ik boycot zelf de mode-industrie, dan ’tiranniseer’ ik daar toch niemand mee…

        Als een vegan zegt: ik eet geen vlees, dan tiranniseert hij/zij daar toch ook de vleeseters niet mee? Je definitie van het woord ’tirannie’ is een beetje breed

        En waarom reageer je weer als een wesp gestoken? Wat kan jou het nou schelen, waar ik wel en niet winkel en waarom?

      • Het punt is dat jouw onbenul irritant is. Net als de progressieve afwijking om overal een moreel oordeel aan te verbinden.

      • Ik verbind er een moreel oordeel aan. Ik vind het een immorele constructie, dus neem ik er afstand van. Wat jij doet, moet je zelf weten.

      • Mensen hebben alleen negatieve rechten. Je bent gevrijwaard, dat anderen je iets opleggen. Mensen hebben geen positieve rechten. Je kan geen aanspraak maken op iets dat niet van jou is.

      • Voor mij zijn zowel negatieve, als positieve vrijheid relevant, als we over een doorvoelde, zinvolle perceptie van vrijheid spreken. Een vrijheid waar je ook echt iets aan hebt. Niet een vrijheid die slechts op papier bestaat. Een materiële vrijheid, niet slechts een theoretische vrijheid.

        Er zou een soort evenwicht moeten zijn, tussen positieve en negatieve vrijheid.

  4. Barend erkent, dat mensen in vrijheid hun eigendom zouden moeten kunnen uitwisselen. Hij erkent dus het zelfbeschikkingsrecht van het individu. Hij miskent echter wat eigendom feitelijk is, nl de basis voor dit zelfbeschikkingsrecht.

    Een mens kan alleen vrij zijn als hij eigenaar is van het eigen lichaam en van de voortbrengselen van de geestelijke en fysieke arbeid die hij daarmee heeft verricht. Zouden anderen daar zonder zijn toestemming aanspraak op kunnen maken, dan zou de mens niets anders dan een slaaf zijn en dus onvrij.

    Dit impliceert 2 dingen die onjuist in het artikel zijn weergegeven:

    1. De mens is enig eigenaar van de grondstoffen waaruit zijn lichaam bestaat. Als hij dus een stuk wildernis heeft gehomestead en op deze grond voedsel kweekt, moet hij dus ook enig eigenaar van die grond zijn.

    2. De mens is enig eigenaar van de voortbrengselen van zijn lichaam. Dus ook van de voortbrengselen van zijn geest, (ideeën). Een idee tot stand brengen, vergt talent, inspanning en kapitaal. Als anderen dit idee zonder toestemming van de oorspronkelijke eigenaar gebruiken, parasiteren zij op diens (geestelijke) arbeid en geld. Dit is de enige reden, waarom er in een vrije samenleving Intellectual Property rights horen te zijn.
    ___________
    “The right to life is the source of all rights—and the right to property is their only implementation. Without property rights, no other rights are possible.”
    ~ Ayn Rand

    • “The right to life is the source of all rights—and the right to property is their only implementation. Without property rights, no other rights are possible.”
      ~ Ayn Rand

      Ja, dat kan Rand dus zeggen. Maar dat zou betekenen dat heel veel mensen nu niet vrij zijn…En geen rechten hebben.

      Want, in Nederland hebben een paar speculanten al het vastgoed en de rest van de bevolking heeft géén property, omdat deze speculanten het property al hebben

      Als 1 procent, 99 procent van de property heeft, dan is 99 procent zonder property en deze mensen hebben dan een groot probleem. We hebben dan eigenlijk een staat, we noemen het alleen anders. Of de staat nou al de property heeft, of een landlord. Het komt op hetzelfde neer.

      Als property vrijheid is en je wilt dat iedereen vrijheid heeft, dan moet iedereen dus een klein beetje property. Maar hoe dit te bewerkstelligen? Homesteading, zeiden de vroege liberalen. Er valt alleen niets meer te homesteaden. En als ik nu zou homesteaden, zouden jullie mij ‘een kraker’ noemen, waarschijnlijk. Er stond hier in de omgeving een lange tijd een stuk land leeg. De gemeente claimde het en zei dat ze er iets mee gingen doen. Als ik dit stukje land gehomestead zou hebben, zou ik er binnen een halve minuut vanaf geknuppeld worden. Dit stukje heeft dan 20 jaar leeg gestaan en uiteindelijk is het aan een malafide beleggers verkocht.

      Als hij dus een stuk wildernis heeft gehomestead en op deze grond voedsel kweekt, moet hij dus ook enig eigenaar van die grond zijn.

      Je vergeet iets. De mensen die in deze tijd property hebben, hebben die property door overerving verkregen….De zoon van de landlord, die zestien panden erft, heeft niets ‘gehomestead’. Je romantiseert het en trekt het uit zijn verband.

      Geo libertarisme heeft wel degelijk een punt. De vraag is alleen, hoe het uit te voeren? Dat weet ik allemaal niet. Dat moet je aan Barend vragen.

      • Nogmaals, mensen hebben alleen negatieve rechten. Je bent gevrijwaard, dat anderen je iets opleggen. Mensen hebben geen positieve rechten. Je kan geen aanspraak maken op iets dat niet van jou is. Probeer eerst te begrijpen, waarom iets ergens uit volgt, voordat je conclusies trekt.

      • https://www.youtube.com/watch?v=J3g0yhb1V58

        Fred Foldvary over geolibertarisme

        Wel interessant. Ik vind het toch wel een plausibele theorie. Wat minder radicaal dan ancap.

        Ik zie alleen niet in, hoe geolibertarisme puur anarchistisch zou kunnen zijn.

        Foldvary is blijkbaar vorig jaar overleden 🙁

        Rest in peace

      • Maar Peter

        als dus in de wet staat: iedereen is in dit (speculatieve) land vrij

        Maar in dit land bezit 0,01 procent 99,999 procent van het vastgoed. En mensen werken full time, om extreme huren te bekostigen, voor deze 0,01 procent.

        Hoe vrij ben je dan? Als je je totaal niet vrij voelt, ben je dan vrij? Hoe waardevol is dat begrip dan nog? Wat hebben we aan vrijheid, als we ons totaal geknecht voelen? Als we die vrijheid niet zo ervaren ?

        Werk voor dit bedrijf, of ga dood van de honger. Ik vind dat je dan geen nee kan zeggen en als je geen nee kan zeggen, ben je niet vrij.

        Maar goed, we agree to disagree

      • Als jij je huis aanbied en er is maar 1 gegadigde, dan volgt de marktprijs uit wat de huurder/koper nog kan/wil betalen en wat jij nog kan/wil accepteren. Heb je echter 2 gegadigden, dan bieden die tegen elkaar op en ligt de prijs hoger. Biedt echter ook je buurman zijn woning aan, dan zakt de prijs weer, want als een gegadigde er met jou niet uitkomt, gaat hij naar je buurman.

        Ben je de enige aanbieder van een zeer gewild huis, dan zijn er veel gegadigden en kan je dus ook een hoge prijs vragen. Het is je goed recht om te proberen het onderste uit de kan te halen. Maar weinig mensen zullen zo’n hoge prijs kunnen of willen betalen. Die vissen bij jou dan achter het net en zullen op zoek moeten naar iets goedkopers. Daar is niets mis mee. Dat moeten mensen bij tal van producten en diensten. Niet iedereen kan in het rijke Zwitserland of Monaco wonen. En niet iedereen zal in het arme Moldavië willen wonen.

      • Dit artikel gaat over de vrije markt, een concept dat zeer simpel is en dat de basis vormt voor een echt vrije samenleving, maar dat veel mensen blijkbaar toch niet begrijpen.

        In een vrije markt met volop concurrentie kan er geen te hoge prijs, te weinig keuze, slechte kwaliteit, slechte service, slechte productie-omstandigheden, zoals ongezond en gevaarlijk werk, milieuvervuiling, etc ontstaan, simpelweg omdat klanten, toeleveranciers en aandeelhouders dan naar een concurrent gaan met een beter aanbod. Slechte bedrijven houden zo vanzelf op te bestaan. De vrije markt is zelfreinigend.

      • Ja, Peter

        Barend wilt ook een vrije markt, maar daar hoort dan volgens hem bij: het delen van de aarde. Want zodra iemand de aarde claimt, is de markt niet meer vrij, zo denken de geo lieden

        Zo zou je er ook naar kunnen kijken. Het is maar net hoe je vrije markt definieert

        Tot nu toe zijn vrije markten altijd relatief geweest. Altijd bestond de vrije markt, binnen een bepaalde context. Externe instituties hebben de markt altijd ingetoomd, aan banden gelegd, voor hun doeleinden gebruikt etc. Spreken over ‘een geheel vrije markt’ blijft dus speculatief. Deze zelfreinigende markt, is een ideaal, geen realiteit. Niets mis met idealen, maar laten we het wel helder houden.

        Het punt van de geolib mensen is. Homesteaden is belangrijk, vanuit het liberalisme gezien. Maar alles is al gehomestead, in deze tijd. Dus moet liberalisme met een nieuwe strategie komen. Men legt wel de vinger op een zere plek, wat mij betreft.

        Het zou wel interessant zijn, als we geo libertarische gemeenschappen zouden kunnen opstellen. Ik vraag me af hoe dat eruit zou zien en hoe dat dan zou moeten etc

        Men zou een stuk grond moeten kopen en daar dan een systeem invoeren van : ongebreidelde vrije markt, naast een land tax. Op deze manier blijft het geo libertarisme nog een libertarisme, omdat het dan aan niemand wordt opgedrongen.

        Ik denk dat ik liever in zo’n gemeenschap zou leven, dan een standaard ancap gemeenschap

      • Er is maar één definitie van een vrije markt. Die is hier al 100x voorbij gekomen. Als mensen in staat zijn hun eigendom en hun kennis en vaardigheden vrijwillig uit te wisselen, is die markt vrij.

        Het doet er niet toe wie de eigenaar ergens van is. Als iemand iets bezit, dat jij nodig hebt, biedt je die persoon iets aan dat jij bezit en dat hij nodig heeft. Zo worden jullie er allebei beter van. Dat is handel en zo werkt het kapitalisme al eeuwen. Geolibertariers zijn idioten. Je kan net zo goed in een hectare grond handelen als in een pot pindakaas.

      • Geolibertariers zijn libertarische flat-earthers. Die bouwen met de bestaande natuurwetten een parallelle wereld die met de echte wereld niets te maken heeft.

      • Je kan net zo goed in een hectare grond handelen als in een pot pindakaas.

        Maar is het wenselijk?

        Is het wenselijk, dat alles aan de markt overgelaten word? Of willen we ook zoiets hebben als ’the commons’ ?

        Van wie is de oceaan? Van wie is de atmosfeer? Van wie is de maan? Moet alles een prijskaartje hebben? Kan alles een prijskaartje hebben ?

        In principe kan je in alles handelen, maar wíl je in alles handelen, moet je dat wel willen? Is iedere markt hetzelfde? Het kan wel, moet het moet niet.

        Ik denk dat als geolibertarisme geen staatsocialisme wilt zijn, dan moet zij haar project via vrijwilligheid gaan opbouwen. Hoe precies, weet ik niet

      • Ja, natuurlijk is het wenselijk, dat mensen zo vrij mogelijk zijn en zelf kunnen bepalen hoe zij hun leven inrichten. Uit wereldwijd wetenschappelijk onderzoek blijkt al jaren, dat mensen niet gelukkiger worden van méér welvaart (boven een zeker bestaansminimum), maar wel gelukkiger worden van méér vrijheid.

        De ‘commons’ betekent in de praktijk alleen sociale druk. Daar worden mensen juist diep ongelukkig van. Het enige collectivisme dat mensen juist méér vrijheid geeft ipv minder, is de vrije markt.

        ___________
        “The great virtue of a free market system is that it does not care what color people are; it does not care what their religion is; it only cares whether they can produce something you want to buy. It is the most effective system we have discovered to enable people who hate one another to deal with one another and help one another.”
        ~ Milton Friedman

      • Als de vrije markt ergens een prijskaartje aan hangt, is dat juist om een eerlijke verdeling te garanderen. Vrije prijsvorming is essentieel om vraag en aanbod op elkaar te kunnen afstemmen en geen tekorten te laten ontstaan. Het communistische adagium van ‘produceer naar vermogen en neem naar behoefte’ werkt niet en kan ook nooit werken.

        Alle collectivistische dienstverlening lijdt aan onoplosbare wachtlijsten, verstikkende bureaucratie, middelmatige kwaliteit, geringe keuze, gebrekkige service, torenhoge kosten, en hele volksstammen die zich er onrechtmatig aan verrijken.

        Zie de ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie, en de huidige ellende in de zorg, waar ambtenaren van de NZA de prijzen van alle medische verrichtingen aan de sector opleggen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen ipv dit aan de vrije markt over te laten.

        De vrije markt is het enige goede collectivisme dat er bestaat. Alle andere collectivistische ideeën, ook die van geolibertariers, zijn zinloos en immoreel.

      • Ik ben het met Friedman eens, dat een voordeel aan kapitalisme en libertarisme is, dat het niets geeft om je huidskleur, religie, of nationaliteit. Het is in die zin overstijgend. Het overstijgt identiteitspolitiek

        En ook pleit ik niet voor de labour theory of value

        Ik vraag me alleen af. Moet je alles wel als marktproduct willen zien? Zijn er niet dingen, die we voor zichzelf laten.

        Geolibertarisme is eigenlijk een modernisering, van het klassieke liberalisme. Het moderniseert homesteading. Het vertaald homesteading naar deze tijd. Locke zegt, neem, maar hou genoeg over voor andere. Dat kan niet meer

        Dus zegt de geolibertarier. Neem, maar vergoed de mensen dan, die daardoor niet meer kunnen nemen.

        Niet heel raar, als je het vanuit een klassiek liberale bril bekijkt. Het is de Lockean Proviso, maar dan voor deze tijd.

      • Het is niet aan de orde, want geolibertariers maken zich druk om een niet-bestaand probleem. Als alles wat je nodig hebt, je door andere mensen gegeven kan worden resp. te koop is, simpelweg omdat arbeidsdeling efficienter is dan, zelfvoorzienendheid, heb je alle vrijheid die je maar kan wensen.

        Je hebt zelfs de vrijheid om helemaal van niemand afhankelijk te zijn en te kiezen voor volledige zelfvoorzienendheid. Je zal dan moeten leven op een veel lager welvaartsniveau, maar het kan wel.

      • Zo zijn er nog altijd stukjes grond of onbewoonde eilandjes die kunnen worden gehomestead. Dat zullen niet de beste plekken op Aarde zijn, maar dat geldt voor meer zaken die je helemaal zelf moet verzorgen. Als je voor je gezondheid afhankelijk bent van je eigen (kruiden) geneesmiddelen zal dat ook niet de beste medische zorg op Aarde zijn.

        Wil je een hoger welvaartsniveau dan zal je eerst op kapitalistische wijze, via handel dus, rijk moeten worden, voordat je kiest voor volledige onafhankelijkheid van anderen. Moderne systemen die dat mogelijk maken, zoals zonnepanelen en zelfvoorzienende, drijvende oceaansteden, kosten nu eenmaal veel geld. Uiteindelijk bereik je zo de ultime vrijheid.
        ___________
        „I hope nothing. I fear nothing. I am free.“
        ~ Nikos Kazantzakis

      • Ja, ja, ja

        Wat zal ik zeggen, kameraad

        Ik denk dat de basis van geo libertarisme, emotioneel is. Misschien meer emotioneel, dan rationeel

        Als iemand zegt: ik betaal een landlord iedere maand 60 procent van mijn inkomen, dan vind ik dat vrij raar. Ik weet het, ik ben daar een minderheid in.

        Als de geo lib zegt, we moeten op zijn minst een klein stukje van de aarde hebben, dan snap ik dat gevoelsmatig. Waarom moet je een ander betalen, om überhaupt te kunnen leven? Ik snap de verontwaardiging. Het is alsof je iemand geld betaald, om lucht te ademen. En misschien heeft het ook te maken met je karakter, of geo lib je aanspreekt of niet.

        Maar goed, je kan beter met Barend hierover spreken, want hij weet er meer van dan ik

    • De libertarische kritiek op IP is dat ideeën niet schaars zijn en er daarom geen eigendomsrechten op van toepassing kunnen en mogen zijn. Je kunt daar tegen inbrengen dat goede ideeën wel degelijk schaars zijn en daarom onder het eigendomsrecht moeten vallen. Alleen, moet je dan gaan kwantificeren wat een goed idee is. Wat mij een onmogelijke opgave lijkt.

      • Het gaat er niet om of een idee schaars of goed is, of niet. Het gaat er om wie er zijn tijd en geld in heeft gestoken om een bepaald idee tot stand te brengen. IP wijkt in niets af van fysiek eigendom en moet ook als zodanig worden behandeld.

        Dat iets makkelijk en goedkoop te kopiëren is, zonder dat de eigenaar daar last van heeft, doet helemaal niet ter zake. Het eigendomsrecht is fundamenteel voor het begrip vrijheid. Het is een absoluut recht.

      • Toch wel Peter. Eigendomsrechten bestaan als gevolg van en bij de gratie van schaarste. Als er geen schaarste is, zijn eigendomsrechten niet nodig. De lucht die je inademt is niet schaars, derhalve gratis en voor iedereen naar hartelust op te zuigen. De vraag of ideeën schaars zijn is daarom essentieel.

      • Nee, eigendomsrechten zijn in alle situaties noodzakelijk. Je lucht voorbeeld laat dit zien. Als de lucht in je longen niet jouw exclusieve eigendom is, kan een ander die gebruiken en sterf je. Dat is het principe van de thermobarische bom. Die verwijdert de lucht in een bepaald gebied waardoor er mensen sterven.

        Als er een miljoen VW Golf van een bepaald model zijn geproduceerd, kan je die auto niet bepaald schaars noemen. Maar toch zal een individuele eigenaar bezwaar maken als jij zijn auto uitkiest voor een avondje joyriden. Terecht, lijkt mij.

      • Met ideeën is het niet anders. Al hebben een miljoen mensen onafhankelijk van elkaar hetzelfde idee gekregen als jij, dan nog heb jij daar je tijd, vaardigheden en geld ingestoken. Dat simpele feit maakt het jou idee. Dat dient dus met net zoveel respect voor het eigendomsrecht te worden behandeld als de bouwpakket IKEA kast die je in elkaar hebt gezet en die ook in duizenden andere huiskamers te vinden is.

      • Ook het argument, dat het gebruik van een idee door anderen dan de originele bedenker het gebruik van datzelfde idee door de bedenker niet onmogelijk maakt, gaat niet op. Zo werken immers botnets. Die gebruiken je PC zonder dat je daar last van hebt. Toch zijn we die parasiten liever kwijt dan rijk.

  5. De alinea over IP raakt kant noch wal. Zowel technisch als libertarisch gezien.

  6. Geweldig stuk, een van de betere over het nut van de vrije markt en de uitleg over waarom deze nu lang niet zo vrij is als het volk denkt. Complimenten!

  7. Dank voor alle interessante reacties. Leuk dat een enkeling het met me eens is. Gemiddeld komen de reacties ongeveer overeen met wat ik in de laatste alinea voorspelde. (Het zou een aardig experiment zijn om een aangepaste versie van dit artikel op een website voor groenlinks en pvda-mensen te zetten, ook de reacties die daar komen lijken me redelijk goed te voorspellen. Daar zou de nadruk liggen op de onmisbaarheid van de overheid en hoe egoistisch mensen die van vrijheid houden zijn.)

    De discussies over het bezit van de aarde en het bezit van ideeen zijn een detail waar we eventueel nog wel even over door kunnen praten.

    Een ding wil ik echter nog wel benoemen. De vormen van dwang die ik in dit verhaal bespreek, vallen wat mij betreft allemaal onder negatieve vrijheid. Dat moet ik waarschijnlijk even toelichten. Positieve vrijheden keur ik niet per definitie volledig af, maar moeten we zeker als riskant beschouwen. Negatieve vrijheden houden in mijn ogen in dat we met rust gelaten worden om op onze eigen manier iets van ons leven te maken

    Het delen van de aarde klinkt misschien in eerste instantie als positieve vrijheid. Het beeld dat we erbij zouden kunnen hebben: iemand ligt te luieren op de bank en moppert: “ik krijg geen kansen”. Vervolgens dwingt de overheid ons om geld te betalen zodat deze persoon gratis over een tuin kan beschikken om groente te verbouwen en in een hangmat te liggen. We pakken van anderen iets af om iemand een kans te geven. Ik heb echter een ander beeld bij het delen van de aarde.

    Dit is waarom het delen van de aarde thuishoort bij de negatieve vrijheden. Wij zijn hier met z’n allen op aarde beland, zoals een clubje drenkelingen kan aanspoelen op een eiland. Vervolgens claimen allerlei mensen zomaar opeen het recht om anderen geld te eisen voor de plek waar ze hun hutje willen bouwen of aardappels willen telen. Ze zeggen dat ze dit recht hebben dankzij hun voorouders die een belegging hebben gedaan ofzo. Natuurlijk is de aarde een schaars goed. Natuurlijk kunnen mensen door middel van vrije handel meer of minder gebruik maken van de factor plek op aarde en daarvoor betalen of geld krijgen. Maar het startpunt zou moeten zijn: door geboren te worden, heb je net zoveel recht op je plek op aarde als iedereen. En vanuit dat startpunt begint de vrije handel. De persoon die mij dit niet gunt, initieert geweld. Laat me met rust. Laat me bessen plukken in dit bos om te overleven. Laat me het bootje waarop ik woon hier aanleggen.

    En dan nog iets over IP… Stel je een wereld voor met een wat robuuster stelsel van IP. Stel dat we per woord zouden moeten betalen aan de uitvinders van de taal die we spreken? Stel dat we nog steeds geld zouden moeten betalen aan de afstammelingen van de uitvinders van de schep en de stoffer en blik? Mensen kunnen elkaar nadoen. En mensen kunnen iets slims uitvinden en dat proberen geheim te houden. Beiden zijn in mijn ogen niet geweldadig. IP is misschien niet altijd fout, maar wat mij betreft wel tricky.

    • Barend

      Het punt is een beetje. Alles is uiteindelijk een collectieve erfenis. Ik kan fietsen gaan kopen en verkopen. Maar het idee ‘fiets’ is ook iets dat ik niet zelf bedacht heb. Ik claim het gewoon en besluit dat ik het mag verkopen.

      Waarom is het ene een erfenis aan de mensheid en het andere niet? Waarom mag het ene verhandeld worden en het ander niet? En wie trekt die lijn? Er zijn bedrijven die flesjes met water verkopen. Daar kan je ook van zeggen, wat een schande, water is een erfenis aan de mens.

      Wel snap ik dus zeker wel je punt.

      Het geolibertarisme zou delen van links, over kunnen halen naar de libertarische kant. Dit zou ervoor zorgen, dat ze uit de marxistische invloed gehaald worden. Op die manier zou het een middle ground kunnen zijn, tussen socialisme en libertarisme. Jullie je kleine stukje grond, je bestaansminimum, wij onze vrije markt. Het heeft dus strategische waarde. Net zoals anarcho mutualisme dat heeft. Mutuaisme doet hetzelfde. Die middle ground zoeken.

Comments are closed.