dinsdag, 7 juli 2015
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Lokten de Verenigde Staten de aanval op Pearl Harbor uit? (deel 3)

gale boettischerGale Boetticher: In het tweede deel van dit drieluik over het ontstaan van de oorlog tussen Japan en de Verenigde Staten zagen we dat president Roosevelt zich graag in de strijd tegen Hitler wilde mengen. Het Amerikaanse publiek was daar echter sterk tegen. Roosevelt bedacht daarom een list: door Hitler’s bondgenoot Japan te provoceren met de aankondiging van een mogelijk olie-embargo tegen dat land, hoopte hij de VS toch de oorlog in te kunnen slepen. De Japanners gingen daar in eerste instantie verstandig mee om: ze gaven de Amerikaanse regering geen mogelijkheid om een oorlog te laten onstaan. In de zomer van 1941 maakten zij echter een domme fout. In het derde en laatste deel van deze reeks lezen we wat die fout was en hoe Roosevelt daarvan kon profiteren.

Op 22 juni 1941 lanceerde Hitler Operatie Barbarossa en viel de Sovjet-Unie binnen. Door gebruik van de blitzkriegtactiek kon hij in enkele weken een groot deel van het Russische leger vernietigen. Jozef Stalin, de leider van de Sovjet-Unie, had die aanval niet zien aankomen en was er daardoor totaal niet op voorbereid. De Russen verloren in korte tijd een groot deel van hun grondgebied, en dat gaf het Japanse leiderschap een idee: ze wilde de Sovjet-Unie binnenvallen vanuit het oosten. Met een aanval van twee kanten zou de communistische staat zo goed als zeker verloren zijn. De Russen waren al lange tijd vijanden van Japan omdat zij het Chinese verzet tegen de Japanse bezetting steunden met grote hoeveelheden wapens en geld. Operatie Barbarossa gaf de Japanners eindelijk de mogelijkheid om daar voorgoed mee af te rekenen. (1)

President Roosevelt (FDR) reageerde geschokt op de Japanse plannen. Door het in elkaar storten van de Sovjet-Unie zouden de As-mogendheden een gebied controleren dat zich uitstrekte van de Atlantische Oceaan tot aan de Stille Zuidzee. Dat zou hen weer een hoop nieuwe grondstoffen en mankracht opleveren waarmee Nazi-Duitsland vervolgens het Verenigd Koninkrijk zou kunnen binnenvallen; een nachtmerrie voor FDR en zijn vriend Churchill. Volgens een medewerker van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werd de reactie van FDR’s regering op de Japanse plannen door het volgende scenario bepaald: “als Rusland snel en grondig verslagen zou worden, dan zou het Verenigd Koninkrijk, en snel ook de Verenigde Staten, geconfronteerd worden met nog sterkere en zekere opponenten.” (1) Om dit te voorkomen besloten FDR en Churchill over te gaan tot de ultieme maatregel: de daadwerkelijke implementatie van een olie-embargo tegen Japan. Tot nu toe hadden zij er alleen maar mee gedreigd, maar nu werd het embargo ook echt werkelijkheid. Daarnaast beval FDR ook de bevriezing van alle Japanse goederen in de VS, begon hij met het sturen van wapens naar de Filippijnen en besloot hij alle diplomatieke onderhandelingen met Japan af te breken. Toen de Amerikaanse president tot al deze maatregelen overging wist hij dat Japan zo niet de Sovjet-Unie zou kunnen aanvallen: ze zou daarvoor niet de benodigde olie hebben. Hij wist ook dat een gebrek aan olie het voortbestaan van het Japanse Rijk in gevaar zou brengen en daarom tot oorlog met de VS zou leiden. FDR zei in een kabinetsberaad op 18 juli dat “het afsluiten van de olietoevoer in deze tijd de uitbraak van oorlog ten gevolge zou hebben.” (1) Toch was het ‘afsluiten van de olietoevoer’ toen precies wat hij deed. Het Amerikaanse publiek mocht dat echter niet weten, en daarom gaf hij als officiële reden voor het embargo de Japanse bezetting van Indochina. Vanuit Indochina zou Japan namelijk makkelijk Brits Maleisië en Nederlands Indië kunnen aanvallen, aldus de Amerikaanse regering. Dat was echter duidelijk onzin, aangezien FDR al een jaar eerder van de Japanse plannen met Indochina had gehoord en ze toen totaal niet belangrijk had genoemd. Daarnaast zou juist een gebrek aan olie de enige reden voor Japan zijn om de grondstofrijke Britse en Nederlandse koloniën aan te vallen – en daarmee oorlog met de veel sterkere Verenigde Staten te riskeren. Het olie-embargo zou de kans op een Japanse invasie van die gebieden dus juist een stuk groter maken, zoals FDR ook wist. Zonder Amerikaanse olie was dat namelijk de enige manier waarop het Japanse Rijk haar voortbestaan zou kunnen redden. (1)

Historicus George Victor: “het olie-embargo en Roosevelt’s andere maatregelen in juli 1941 maakten van de grootste angsten van de Japanse leiders een nachtmerrie. Fatalistisch begonnen zij met de implementatie van het besluit voor oorlog… [ook al] wisten de meeste Japanse leiders – inclusief die van het leger – dat oorlog met de Verenigde Staten waarschijnlijk zou leiden tot een ramp.” (1) De acties van de Amerikaanse regering waren een grote schok voor de Japanse regering, ook al konden ze niet volledig onverwacht zijn gekomen. Door het olie-embargo zou de economische en militaire situatie van het keizerrijk vanaf dat moment snel verslechteren. Al op 31 juli stuurde de Japanse minister van Buitenlandse Zaken het volgende bericht naar zijn ambassade in Berlijn: “de commerciële en economische relaties tussen Japan en derde landen, geleid door Engeland en de Verenigde Staten, worden geleidelijk aan zo vreselijk gespannen dat wij ze niet veel langer kunnen verdragen.” (3) Omdat oorlog met de Verenigde Staten nu onvermijdelijk leek, begon Japan met de voorbereidingen daarvoor. Zonder olie zou het Japanse Rijk in elkaar storten. Toch probeerde premier Konoe nog een vreedzame uitweg te onderhandelen met de Verenigde Staten. Zelfs nadat de Amerikaanse regering niet op zijn eerste voorstel reageerde, ging hij daarmee door en stuurde een nieuw voorstel in augustus. Daarin vroeg hij om een persoonlijke ontmoeting met FDR om over vrede te onderhandelen. Weer geen reactie. Later die maand stuurde hij nog een voorstel, waarin hij beloofde om Japan’s troepen uit Indochina terug te trekken, vrede te sluiten met China, geen verdere veroveringen te doen en niet de Sovjet-Unie binnen te vallen als de Verenigde Staten in ruil voor dat alles het olie-embargo op zouden heffen en een vreedzame relatie met Japan zouden onderhouden. Japanners zagen hun eigen voorstel als zeer vernederend, maar stuurden hem toch uit pure wanhoop: oorlog met de VS viel niet te winnen. Het maakte echter niet uit, want ook dit voorstel werd door de Verenigde Staten afgewezen. In oktober 1941 was Koneo’s politieke positie door de mislukte voorstellen sterk verzwakt, en daardoor kon hij gedwongen worden om af te treden. (1)

Konoe werd opgevolgd door generaal Tojo. Hoewel de laatstgenoemde als meer militant werd gezien, besloot ook hij door te gaan met het sturen van vredesvoorstellen naar de Verenigde Staten. Echt veel vertrouwen in een goede afloop had Tojo niet, maar hij had ook beloofd aan de Japanse keizer om er alles aan te doen om de kans op oorlog te verkleinen. Daarom stuurde de premier twee nieuwe vredesvoorstellen naar de VS in november 1941. Het eerste, plan A, leek erg veel op het voorstel dat Konoe in augustus naar FDR had gestuurd. De Amerikaanse president reageerde dit keer wel, maar eiste eerst een Japans terugtrekking uit Indochina nog voordat de onderhandelingen uberhaupt zouden kunnen beginnen. Dat accepteerde het Japanse leiderschap niet, zij wilde pas terugtrekken als het olie-embargo zou worden opgeheven. Tojo stuurde daarom een week later een nieuw voorstel aan de VS, plan B, dat neerkwam op de instelling van een modus vivendi tussen de twee landen. In ruil voor de onmiddelijke opheffing van het embargo zouden alle militaire offensieven stopgezet worden, en zou er daarnaast een meer permanente overeenkomst over vrede worden gesloten in de nabije toekomst. Dat dit een serieus voorstel was van Japan en niet slechts uitstel van oorlog, bleek onder andere uit de woorden van Tojo aan een regeringsbeambte: “Ik bid tot de goden dat dat we op de een of andere manier een overeenkomst zullen sluiten met de Verenigde Staten.” (2) FDR wilde echter precies het tegenovergestelde, en dus wees hij ook dit voorstel af. In plaats daarvan kwam hij zelf met een plan waarin hij van Japan eisde dat het van al haar territoriale veroveringen sinds 1931 afstand zou doen. De Amerikaanse president wist dat dit voorstel te radicaal was voor de Japanners om te kunnen accepteren, en de Japanners wezen het dan ook af. Historicus Jonathan Marshall noemde FDR’s voorstel “onnodig, bijna provocatief hard en waarschijnlijk meer bedoeld voor de geschiedenisboekjes dan voor serieuze onderhandelingen.” (2).

Op 27 november 1941 realiseerden de Japanse leiders zich dat dat ook hun laatste poging tot het sluiten van vrede mislukt was. Ze hadden hun interne deadline voor oorlog al meerdere malen verschoven, en konden dat niet nogmaals doen. De Japanse positie verslechterde iedere dag verder, en dus wisten zij dat oorlog nu dichtbij was. Op de eerste dag van december werd het definitieve besluit tot oorlog genomen. Op een keizerlijke conferentie sprak premier Tojo de volgende woorden: “onder deze omstandigheden heeft ons Rijk geen andere mogelijkheid dan het starten van oorlog tegen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland, om zo de huidige crisis op te lossen en ons voortbestaan te verzekeren. We zijn al meer dan vier jaar betrokken bij het China Incident en gaan nu deelnemen aan een grote oorlog.” (1) Op 7 december 1941 werd de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor door het Japanse leger gebombardeerd. Enkele dagen later verklaarden ook de andere As-mogendheden de oorlog aan de Verenigde Staten, en dus was de Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog een feit.

De aanval op Pearl Harbor was echter niet alleen het begin van een nieuwe oorlog, het was ook de succesvolle voltooiïng van FDR’s plan om zich in de strijd tegen Hitler te kunnen mengen. Het Amerikaanse publiek was begin jaren veertig zeer oorlogsmoe, en daardoor was direct de oorlog aan Nazi-Duitsland verklaren geen optie. De president moest een list verzinnen, en die bleek te zijn dat via een olie-embargo een Japanse aanval uitgelokt zou moeten worden. As-mogendheid Japan zag door het embargo haar zorgvuldig opgebouwde Rijk in elkaar storten, en viel daarom de Verenigde Staten aan. De Japanners hadden liever geen oorlog, simpelweg omdat ze wisten dat ze nooit de veel rijkere en machtigere VS konden verslaan, en deden daarom voorafgaand aan de aanval nog diverse voorstellen om de vrede te bewaren. FDR was daar echter niet in geïnteresseerd, want oorlog met Japan was precies wat hij wilde. Op 7 december 1941 kreeg hij zijn zin. Henry Stimson, FDR’s minister van Oorlog, vatte het bovenstaande treffend samen vier jaar na de aanval: “In weerwil van het risico dat samenhing met het door Japan laten vuren van het eerste schot, realiseerden wij ons dat, om de steun van het Amerikaanse publiek te krijgen, dit wel het meest wenselijk was.” De kritiek op FDR’s beleid is terecht.

Gale Boetticher

Bronnen:

The Pearl Harbor Myth (George Victor, 2007)

To Have and Have Not (Jonathan Marshall, 1995)

Pearl Harbor (Percy en Bettina Greaves, 2010)

 

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Ratio schreef op : 1
    Ratio

    Leuke serie. FDR is degene die de Amerikaanse hegemonie heeft weten vorm te geven en tegelijkertijd als bevrijder van de wereld de geschiedenis is ingegaan. Zeer knap dat de grondlegger van dit Amerikaanse imperium zo positief de geschiedenis boekjes is ingegaan. Door de ene agressor te steunen (Stalin) die al bewezen had een grote massa moordenaar te zijn, wist men de wereld te verdelen in twee invloedssferen. Slim geopolitiek spelletje, en daarna Japan tot economische vazal maken omdat Japan na de oorlog geen groot leger mocht hebben en dus wel steun moest zoeken bij de Verenigde Staten.

  2. Albert S. schreef op : 2

    Uitstekende artikelen proficiat. Eindelijk de geschiedenis verteld in haar juiste perspectief en niet de obligate propaganda in onze gehersenspoelde media en de waardeloze geschiedenisboekjes.

  3. appie b. broek schreef op : 3

    Wat hierbij dus niet vermeld wordt is dat er na de oorlog 6 of 7 commissies zijn benoemd om uit te zoeken waarom er niet is gereageerd op waarschuwingen en ‘signalen’ m.b.t. een Japanse aanval. Dat men nooit achter ‘de waarheid’ is gekomen mag achteraf niet ‘verbazingwekkend’ genoemd worden. Dergelijke commissies, zie ook onze eigen zgn. ‘Parlementaire Enguette Commissie’, zijn dan ook niet zozeer ingesteld om de ‘onderste steen’ boven te krijgen, maar veeleer als een balsem voor de gekwetste ziel! De plm.2000 pagina’s van het Srebrenica-rapport bevatten ook niet de ultieme waarheid dat vanwege door Mladic genomen gijzelaars de beloofde luchtsteun voor de in het nauw zittende Dutchbat. niet doorging!

    hadjememaar [5] reageerde op deze reactie.

  4. Frank schreef op : 4

    Interessante materie. Of de VS de aanval hebben uitgelokt vind ik moeilijk te bepalen. Maar belangrijk te bedenken is volgens mij:

    * De overwinnaars schrijven de geschiedenis. Als de Amerikaanse vb
    * Elke staat is van nature expansionistisch, ofwel via diplomatieke dan wel militaire middelen. Net zoals vrijwel elk bedrijf expansionistisch is (maar dan in vreedzame zin)
    * Ook democratische landen maken vaak gebruik van false flag events om oorlogen te starten. De VS zijn daar geen uitzondering op.
    * De gelegenheid maakt de dief, als je sterker bent is het moeilijk om daar geen misbruik van te maken en dan is rechtvaardiging voor agressie snel gevonden.

    hadjememaar [6] reageerde op deze reactie.

  5. hadjememaar schreef op : 5

    @appie b. broek [3]: lees de vele aparte sites over Pearl Harbor:www.globalresearch.ca/articles/WOO203A.html met name de waarschuwing van Conrad Helfrich Vice Admiraal der Koninklijke Nederlandse Marine.
    Ook Westerling heeft in zijn boek Westerling “de EENLING” er een kort relaas aan gewijd beginnend op blz.30