Bliksem_gaanOnze huidige regeringscoalitie is heel hard bezig om ons land naar de verdommenis te helpen. Vanwege door beide coalitiepartijen sterk bewonderde sociale democratie betekent het, dat er bijna niets bezuinigd wordt en veel geld wordt weggeven aan “zielige” minderheden en ontwikkelingslanden. Dat het verhogen van belastingen (inkomstenbelasting, vermogensbelasting, accijnzen en BTW) het zijn allemaal belastingen, die drukken op de nog weinige productieven in ons land.
Een goed voorbeeld is de verhoging van de accijns op benzine. Pomphouders aan de grens krijgen te maken met grote inkomstenvermindering, zo zelfs, dat zij hun bedrijf moeten sluiten. Waar onze fameuze ‘deskundige’ regeerders niet bij hebben stilgestaan is, dat er een grens is waarbij hogere belastingen minder opbrengen.

Neem diezelfde pomphouders. Niet alleen de omzet in brandstoffen neemt af, maar ook de verkoop van vele andere artikelen, die er te koop zijn. De pompeigenaar kan zijn contract met de brandstofleveranciers niet nakomen. Personeel moet ontslagen worden, hun inkomstenbelasting vermindert daardoor ook en zij zullen inkomen moeten verwerven middels de WW. Dit geldt niet alleen voor het midden, en kleinbedrijf. De grote aluminiumfabriek ALDEL in Delfzijl moest sluiten vanwege te hoge energiekosten (terwijl men daar boven op een grote gasbel woont!). Ook hier dus weer minder belastinginkomsten en grote uitgaven aan het werkloos geworden personeel.

Kort na de Eerste Wereldoorlog deed zich in de Verenigde Staten van Amerika eenzelfde probleem voor.

Rond 1919 en 1920 had de regering miljoenenschulden en te weinig (belasting-) inkomsten om de zaak in orde te krijgen. De toenmalige president trok een gefortuneerd deskundige aan als Minister van Financiën om het probleem op te lossen.
Dit was de toen een van de weinige miljardairs in Amerika: Andrew Mellon.

[Voor wat hierna komt maak zal ik citeren uit het boek: ‘The Myth of the Robber Barons’ van Burton W. Folsom Jr., ISBN 0-9630203-1-5. Voor het gemak voor een goed begrip heb ik de toenmalige dollar gelijk gesteld aan twee-en-een-halve Euro de huidige Euro.]

Mellon overzag de situatie en kwam met een héél belangrijk voorstel: BELASINGVERLAGING!

Hier was ook het begin van de “Roaring Twenties”; de periode dat velen in Amerika over een grote luxe konden beschikken.

In 1929 werd de zesde en laatste belastingverlaging ingevoerd. Het was het hoogtepunt van Mellon’s belastingrevolutie. De (inkomsten) belasting van hen die minder dan10.000 Euro per jaar verdienden waren verlaagd sinds 1921 van 4 tot een half procent, op de inkomsten van hen die  tussen 10.000 en 20.000 verdienden, werden 4 keer minder van 8% naar 2% en de belastingen op topinkomens werden verminderd van 73% naar 23%.

Het resultaat was een verbazingwekkende opbrengst. De persoonlijke inkomstenbelasting opbrengst in 1929   was méér dan $ 1.000.000.000 terwijl deze in 1921 toen slechts $ 719.000.000 opbrengst werd verkregen!

In de latere jaren van de 19e Eeuw begon in Amerika een strijd om de invoering van inkomstenbelasting.

De ‘Progressieven’ (socialisten) waren sterk voor een inkomstenbelasting, omdat dit een goed instrument zou zijn om de inkomsten te verhogen, MAAR OOK om de macht van de federale regering te vergroten.

Uiteindelijk resulteerde het in een deelneming van de Progressieven in de politiek en in 1916 kregen zij het gedaan, dat het Amerikaanse Congres persoonlijke inkomsten mocht belasten. Zij, die minder dan $ 3.000 verdienden en echtparen met minder dan $ 4.000 behoefden geen belasting te betalen. Boven die bedragen werden de tarieven steeds progressiever. Uiteindelijk kwam het er op neer, dat belastingen opliepen van 4% tot 77% op topinkomens, terwijl de vennootschapsbelasting 17% bedroeg. De nationale schuld was opgelopen van anderhalf miljard dollars in 1916 (dat was het jaar dat in Amerika aan de oorlog deel nam) tot 24 miljard dollars in 1919.

Dit lokte de volgende uitlating uit van President Wilson: “Er komt een moment in vredestijd, dat hoge bedragen aan inkomstenbelasting en winstbelasting, energie ontmoedigen en industriële stagnatie veroorzaken met als gevolg daarvan werkloosheid en andere kwaden”.

Mellon constateerde, dat zij, die 73% belasting moesten betalen allerlei wegen zochten om zo’n hoge belasting te betalen. Men richtte belastingvrije stichtingen op of kocht belastingvrije gemeente obligaties.

(Als belastingtarieven op topinkomens hoger werden bleek het aanlokkender te zijn om gemeente obligaties te kopen, die een rendement gaven van 5% tegen de belastbare 11% die investeringen opbrachten.

In 1924 bracht Mellon een stuk uit getiteld: “Belastingen: Een zaak van het Volk”. ( Taxation : The People’s Business) Daarin bracht hij 4 punten naar voren.

1. Verminder de belasting op topinkomens tot 25%. De achterliggende redenering was dat 25% het maximum was dat zij met hoge inkomens bereid waren te betalen, terwijl het voor hen ook weer de moeite waard werd om in het bedrijfsleven te investeren.

2. Verlaag de belastingen op de lage inkomens. Zijn argument was dat belastingen voor zover het mogelijk was, verlaagd moesten worden voor hen met lage inkomens (daarbij inbegrepen amusements-belastingen, waardoor het ook voor de armsten aantrekkelijk was om bioscopen te bezoeken en degelijke wat dan toch weer omzetvergroting betekende en meer inkomsten.

3. Verminder de federale belasting op landgoederen en erfenissen. Zijn argument was, dat landgoederen, aandelen, huizen en dergelijke niet het grootste rendement konden opbrengen als er te hoge belasting op werd geheven.

4. Maak de Ministeries efficiënter. Verlaag hun jaarlijks budget en maak het werk efficiënter.

Verlaagde inkomsten betekende op het Ministerie van Financiën, dat er ook minder personeel nodig was om deze te verwerken.

Mellon wilde de verhoogde inkomsten gebruiken om de nationale schuld te verminderen.

De “Progressieven” waren finaal tegen. Zij wilden deze gelden gebruiken om bijvoorbeeld boeren te helpen om van hun productie overschotten af te komen, om waterkrachtcentrales in de Tennesse Vallei te ontwikkelen. Omdat zij het succes van de maatregelen van Mellon niet konden weerleggen probeerde de “Progressieven” om Mellon zelf aan te vallen (typisch socialistische politieke praktijken) en zijn integriteit aan te vallen. Het mocht ze niet lukken.

Het was uiteindelijk de Federal Reserve Bank (de “FED” – een volstrekte privé bank), die meende de macht over de natie te verliezen, die door het overmatig drukken van papiergeld de aanstoot gaf tot de Grote Depressie van 1929.

Onder het Presidentschap van Herbert Hoover en daarna Franklin D. Roosevelt, dat de belastingen weer werden verhoogd. In 1935 was de hoogste belasting op topinkomens gestegen tot 80%! Prompt zochten deze gefortuneerden naar wegen om hun geld beter tot zijn recht te laten komen en prompt verminderden de investeringen.

Uiteindelijk werd onder de “New Deal” van Roosevelt gegrepen naar accijnsverhogingen, onder ander op bankcheques, bioskoopkaartjes, telefoongesprekken, benzine, (auto) banden, auto’s, elektriciteit, smeerolieën en druivensappen. De New Deal werd bekostigd uit deze inkomsten.

En hiermede zijn we weer terug bij het begin van dit artikel.

Het lijkt er sterk op dat onze regeerders stelselmatig weigeren om van de geschiedenis te leren!

 Ingezonden door  SJHH

5 REACTIES

  1. Geweldig artikel. Het zou elke maandagmorgen in de tweede kamer moeten worden voorgelezen. Uiteindelijk is het herhaald indruppelen van de boodschap de beste manier om de boodschap i de hersenen te laten landen. Marketeers all over the world hebben dat 100 jaar geleden al begrepen. Politici zijn in dat opzicht net gewone mensen. Vertel ze elke dag dat ze belastingen moeten verlagen en heel langzaam maar zeker zal er een consensus ontstaan dat de belastingen omlaag moeten.

    Afgezien daarvan is het keiharde noodzaak om de belastingen te verlagen. Het is in NL niet leuk meer om te werken. Je opbrengst wordt afgepakt en herverdeeld.

    Nou heb ik er geen moeite mee om een ander te helpen. Een zekere mate van altruïsme is ook mij niet vreemd, maar de manier waarop je in dit land in je kont genaaid wordt door de zittende plucheverwarmers is buiten alle proporties.

    Enfin, wees lief voor uw dierbaren en vergeet niet dat er ook nog altijd donkerwit geld is….

  2. “Onze huidige regeringscoalitie is heel hard bezig om ons land naar de verdommenis te helpen”.

    Hier gaat het al verkeerd. Om 2 redenen, beide in één en dezelfde zin:

    1) “Onze” regeringscoalitie is niet van “ons” maar vertegenwoordigt in werkelijkheid de belangen van … vul de puntjes maar in. Het zijn niet de belangen van de bevolking, zoveel is zeker.

    2) “ons land” duidt op een natie genaamd ‘koninkrijk der Nederlanden’. Maar, een natie is niet meer dan een denkbeeldig concept. Het is een verzinsel. In werkelijkheid bestaan er gezinnen, families, stammen en volkeren. Die vestigen zich ergens en besluiten wellicht te verhuizen. Naties met grenzen zijn alleen maar bedacht om mensen te limiteren, er staat een denkbeeldig hek omheen en de ‘schaapherders’ (wolven in schaapskleren) leggen de sheeple hun regels op.

    De informatie die verder in het artikel staat leidt de aandacht van deze simpele werkelijkheid af. Het is niet relevant of de getallen en cijfers correct zijn. Daarentegen is het belangrijker om de magie van kunstmatig gecreëerde situaties te doorbreken en een natuurlijker gedrag te praktiseren.

    Hub [4] reageerde op deze reactie.

  3. Het problem is dat regeerders over het algemeen vinden dat ZIJ het geld beter kunnen uitgeven dan de burgers.

  4. @Hub [4]:
    Ik heb besloten wat meer tijd aan comments te besteden, omdat ik vooruit heb gewerkt v.w.b. te publiceren artikelen. Er is dus even meer tijd beschikbaar voor af en toe een redelijk doordachte comment 😉

Comments are closed.