De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het eerste deel, een inleiding tot het libertarisme. Het is een tamelijk lang stuk en gebruikt soms intussen achterhaalde voorbeelden, de kern ervan staat echter nog steeds. 

Het libertarisme is een politieke stroming, een rechtsfilosofie, een economische theorie en een psychologische theorie. Het beschrijft een manier waarop alle individuen van een samenleving met elkaar om kunnen gaan, maar ook een manier waarop een individu met haar/zijn omgeving om kan gaan. De theorie kan zelfs als organisatiekundige theorie worden beschouwd, maar in hoofdzaak gaat het om het ethische principe. Dit principe is het libertarische beginpunt:

NIEMAND HEEFT HET RECHT OM TE BESCHIKKEN OVER ANDERMANS LEVEN. Dit principe toont rechtstreeks aan wat er fout is aan slavernij, onderdrukking, moord, etc. Dit libertarische uitgangspunt kan ook worden geformuleerd als: Elk individu heeft het recht op zelfbeschikking. Derhalve heeft niemand het recht te beschikken over andermans leven, want dat zou een aantasting zijn van het recht op zelfbeschikking van deze ander (zodat het in strijd zou zijn met het zelfbeschikkingsrecht van iedereen.

Vanuit dit principe ga ik verder (Op de filosofie achter dit principe kom ik later terug). Als niemand mag beschikken over het leven van een bepaalde persoon, dan mag deze persoon doen en laten wat zij/hij wil, totdat dat een beschikking over andermans leven inhoudt. Iedereen is dus vrij te doen en te laten wat zij/hij wil totdat zij/hij andermans vrijheid (mogelijkheid tot zelfbeschikking) aantast.

Alle huidige politieke beslissingen komen er op neer dat een of meer personen beschikt/beschikken over het leven van een ander. De winkelsluitingswet is hier een uitstekend voorbeeld van. De politici bepalen hierbij op welke tijden de mensen producten mogen verhandelen. Hieruit volgt dat het huidige systeem niet klopt met het libertarische beginpunt. Uit het libertarische beginpunt vloeit o.a. voort dat geen meerderheid mag beschikken over de levens van een minderheid. Uit het beginpunt kan ook een tweede stelling worden afgeleid: NIEMAND HEEFT HET RECHT TE BESCHIKKEN OVER ANDERMANS EIGENDOM, CREATIES, GEDACHTEN, ETC.

Het is m.a.w. misdadig te stelen, te frauderen, andermans eigendommen te vernietigen, het milieu te vervuilen, etc. De afleiding van deze stelling uit de eerste stelling is de volgende. Iemand stak een deel van zijn levenstijd en energie in het creeren van producten, diensten, enz. De producten enz. kunnen worden geruild tegen andere producten enz. zodat een deel van iemands leven wordt geruild (bij kopen en verkopen) tegen een deel van iemand anders leven (in de vorm van producten enz.). Geld kan hierbij als ruilmiddel dienen.

Bij een eerlijke ruil hebben beide partijen altijd voordeel. Als ik een brood koop bij de bakker dan vind ik het brood kennelijk meer waard dan de prijs in geld. Ik ga dus vooruit op de ruil. De bakker vindt de prijs in geld kennelijk meer waard dan het brood. Beiden hebben dus voordeel aan de ruil. Het komt er dus op neer dat als het fout is over andermans leven te beschikken, het ook fout is om over andermans eigendommen, diensten, creaties, enz. te beschikken.

Daardoor zou je namelijk beschikken over andermans leven op een indirecte manier. Doordat je bij diefstal bijvoorbeeld beschikt over andermans arbeid, maakt elke dief zich noodzakelijkerwijs schuldig aan slavernij: het beschikken van de een over de arbeid van een ander, zonder dat die ander daarvoor heeft gekozen. Belastingheffing is een van de meest gelegaliseerde vormen van het beschikken van de een, over de eigendommen (en de arbeid) van een ander, zonder diens toestemming.

De filosofie achter het libertarische uitgangspunt is gebaseerd op het leven van mensen. Het verlangt een principe dat het menselijk leven mogelijk maakt. Mensen blijven in leven dankzij productie (het verkrijgen van producten d.m.v. arbeid); als niemand werkt gaat iedereen dood. Zelfs vruchten plukken is een vorm van productie. Individuen produceren. Een individu verricht handelingen, produceert, werkt samen met anderen om geluk en plezier te genereren of om ongeluk en onplezier te voorkomen.

Als je wordt gedwongen voor een ander te produceren leidt dat voor jouw niet tot het genereren van geluk en plezier; de motivatie tot productie is dan gebaseerd op het voorkomen van ongeluk en onplezier (veroorzaakt door het dwangmiddel van die ander, bijvoorbeeld een pistool).

Als iedereen die produceert wordt gedwongen voor een ander te produceren, dan heeft niemand een reden om te leren produceren, of om kennis in productie om te zetten (behalve de kennis over hoe je onder dwang uit kunt komen). Volledige dwang zou de ondergang van onze beschaving betekenen.

Daar tegenover staat het principe van het zelfbeschikkingsrecht. Dit principe is gebaseerd op individuele verantwoordelijkheid. leder individu heeft een vrije wil; d.w.z. de faciliteit om zelfstandig keuzes te maken. leder individu kan met deze vrije wil zijn of haar eigen leven naar smaak inrichten. Het concept van dwang is dan gebaseerd op de misvatting dat een bepaalde persoon het leven van een ander beter (leidend tot meer geluksgevoelens) kan inrichten dan die persoon zelf. Daar niemand echter voor een ander kan uitmaken hoe deze persoon het beste zijn of haar leven kan inrichten, heeft elk individu de verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen welzijn. Het zelfbeschikkingsrecht is de juridische bevestiging van deze verantwoordelijkheid.

Er zijn drie manieren van denken (naar Conrad Swart):

1. Je kunt iets aannemen zonder rede. Het is dan duidelijk dat je van alles kunt aannemen. Je kan bijvoorbeeld alles geloven wat je buurman zegt. Dit is een instabiele manier van denken, want alle aannames van deze strekking zijn gelijkwaardig en kunnen door elkaar worden vervangen.
2. Je kunt helemaal niets aannemen omdat je zegt dat niets bewijsbaar is. Dan zal je zeker in het nirwana komen, maar geen geluk of plezier kunnen genereren bij gebrek aan kennis daartoe.
3. Je kunt die aannames doen die je kunnen helpen bij het genereren van geluk of plezier, of bij het voorkomen van ongeluk en onplezier.

Deze aannames hebben uiteraard betrekking op de realiteit. Als ik bijvoorbeeld aanneem dat ik doodval als ik uit het bovenste raam van een torenflat stap, kan deze aanname mij helpen onplezier te voorkomen. Je noemt natuurlijk die dingen aan die je ervaringen het beste verklaren (bijvoorbeeld de gravitatie).

Het aannemen van uitzonderingen op modellen dient ook een rationele grond te hebben (daar waar geen zwaartekracht heerst val ik niet). Iemand die willekeurige uitzonderingen accepteert zit weer in categorie 1 (bijvoorbeeld iemand die aanneemt dat je in geen enkele stad uit de bovenste verdieping van een torenflat kunt stappen zonder dood te gaan, maar dat New York hier een uitzondering op vormt).

De derde manier van denken dient de mens volgens mij het beste. Aannames uit deze categorie noemt men wel principes. Zo kan men principieel aannemen dat elk individu ongehinderd mag genieten van het plezier en geluk dat voortkomt uit zijn of haar eigen productie.

Dit principe kan onze beschaving beschermen tegen de ondergang. Dit principe maakt zelfbeschikking mogelijk. Ongegronde uitzonderingen op dit principe kunnen leiden tot honger in Ethiopie, een noodlottige atoomoorlog, of tot roofmoord.

Dit principe kun je omschrijven als: IEDER INDIVIDU HEEFT HET RECHT OP ZIJN OF HAAR EIGEN LEVEN, EIGEN LICHAAM, EN EIGEN MIDDELEN. Het libertarisme streeft naar een toename van economische en burgerlijke vrijheid in de huidige politiek.

Onder burgerlijke vrijheid wordt verstaan: De mate waarin het beschikken over andermans doen en laten moreel ofwel rechtsprakelijk wordt veroordeeld.

Onder economische vrijheid wordt verstaan: De mate waarin het beschikken over andermans eigendommen, etc. moreel ofwel rechtsprakelijk wordt veroordeeld. I.p.v. politiek geweld streven libertariers naar een toestand waarin samenwerking tot stand komt op basis van vrijwilligheid.

5 REACTIES

  1. @Harrie van Vaore Theu [1]:

    Ook in een vrije markt zal je keuze grotendeels bepaalt worden door de meerderheid.

    Als een film wilt maken en verkopen, dan doe je dat in een systeem die de meerderheid heeft gekozen ook al is er een ander systeem die veel beter is. Dit doe je, omdat je domweg anders niets zou verkopen. Bijna alle handel is gebaseerd ook de keuze van de meerderheid.

    Als je zelf een film wilt zien, dan is er alleen keuze in het systeem die de meerderheid heeft gekozen.

    Ook op veel andere gebieden kan het voorkomen, dat de meerderheid niet altijd de beste heeft gekozen.

    Het voordeel van de markt t.o.v de overheid is, dat het zichzelf uiteindelijk wel zal corrigeren of dat het in ieder geval sneller zal gaan.

    Een fabrikant moet dan wel een zeer overtreffend product brengen om de meerderheid van gedachte te laten veranderen.

    Ook is de keuze van de meerderheid meestal goedkoper door massaproductie en hiermee is voor vele de keus bepaald.

    Het is dus een illusie dat je leven dan niet geheel wordt bepaald door de meerderheid.

    De meerderheid zal altijd een groot invloed hebben op je leven, tenzij je als kluizenaar wilt leven.

    De markt is altijd nog een democratie zonder tussenkomst van de overheid die alles manipuleert en hiermee overschotten en tekorten kweekt.

    Wanneer de markt een democratie is, is er een meerderheid en een minderheid.

    Beschikken over iemand anders zijn gedachten lijkt me nu ook al moeilijk. Wat versta je trouwens onder creaties?

  2. beste Harrie van Vaore Theu [1]: en @Easymoney [2]: Ik heb het boekje eerst gescand en daarna door de OCR gehaald. De “g” was niet helder in het document en ook niet op de scan. Gevolg. deze is door de OCR software genegeerd. Met deze verwarring als resultaat! Ik heb de tekst nu verbeterd.

    Ik had de tekst al snel gescand op fouten maar zag hier overheen……..

Comments are closed.