veiligheid der zuidelijke provincien schutblad

Een van de triomfen van de Nederlandse politiek, is de neutraliteit in de eerste wereldoorlog. Waar andere naties een generatie offerden op de slagvelden, wist ons land die fout te vermijden. Alhoewel de Nederlandse neutraliteit in de eerste wereldoorlog werd gerespecteerd, was dat in de tweede wereldoorlog niet het geval. In de jaren dertig zijn besluiten genomen waardoor Nederland haar zelfstandigheid op militair vlak heeft verspeeld. Sindsdien zijn we een radartje in de NAVO. 

Waarom respecteerden de Duitsers in 1914 wel onze neutraliteit? Ik heb een analyse uit 1934 gescand en deel deze met u. Zie scans en OCR tekst onderaan dit artikel. In het kort komt het erop neer dat Duitsland in 1914 de prijs van het binnenvallen van Nederland te hoog vond.

Het Schlieffenplan

De Duitsers besloten in de aanloop naar de eerste wereldoorlog dat als er een oorlog moest komen, deze in de vorm van een soort van blitzkrieg moest plaats vinden. Om een twee fronten oorlog te voorkomen moest Frankrijk veroverd worden voor het Russische leger gemobiliseerd was. De uitdaging was Frankrijk binnen de 6 weken die de Russen voor mobilisatie nodig hadden te verslaan. Om dan het leger op de trein richting het oostfront te sturen. Als dit lukte won Duitsland, mislukte het dan konden ze maar beter vredesbesprekingen beginnen.

Snelheid was essentieel in het Schlieffenplan. De snelste weg naar Frankrijk was om de Franse en Belgische versterkingen heen te trekken. Via Nederland. Via Roermond. De afweging was ofwel honderdduizenden manschappen via Aken en de Ardennen naar Noord Frankrijk te sturen. Een logistieke nachtmerrie in een lastig te veroveren terrein. Dit was een optie die veel tijd in beslag zou nemen. Tijd die er niet was. Het aanlokkelijke alternatief was via een veel breder front, en betere spoorverbindingen, op te rukken. Via onze zuidelijke provinciën. Limburg en Noord Brabant zouden het scharnierpunt worden in een Europese oorlog.

In 1914 werd echter besloten om de Nederlandse neutraliteit niet te schenden. Ik haal de bron uit 1934 aan:

Het oorspronkelijke Duitsche operatieplan van vóór den wereld-oorlog, ontworpen door den chef van den Generalen Staf Von Schlieffen, was gebaseerd op de gedachte, dat de rechtervleugel van het Duitsche leger den opmarsch had te doen over Roermond. Nadat echter Von Schlieffen door Von Moltke was opgevolgd, kwam kentering in de opvattingen van de Duitsche legerleiding. De geleidelijke verbetering der Nederlandsche weermacht liet niet na invloed uit te oefenen op de meeningen van den Duitschen Generalen Staf. Het voor Duitschland aan een overschrijding der Nederlandsche grenzen verbonden gevaar werd steeds ernstiger onder de oogen gezien, en als zóó bedenkelijk beschouwde men dit tenslotte, dat de opmarsch Von Schlieffen „Over Roermond” werd vervangen door een opmarsch-Von Moltke bezuiden onze Limburgsche Zuidgrens. De beweegredenen, die Von Moltke tot het eerbiedigen van de Nederlandsche neutraliteit hebben gebracht, liggen in zijn eigen woorden, dat „de veldtocht in het Westen moest mislukken, indien wij Holland niet ontzien hadden”.

In zijn „Erinne-rungen, Briefe, Dokumente- heeft Helmuth Von Moltke rondborstig toegegeven, dat een doortocht over Nederland aanvankelijk op het program stond. Dit plan echter liet men varen, omdat de Duitsche legerleiding, absoluut overtuigd van den Nederlandschen verdedigingswil, en, in aanmerking genomen de toenmalige Nederlandsche militaire machtsmiddelen, de daaraan verbonden risico’s niet wilde loopen.

De Nederlandse strijdkrachten waren natuurlijk niet opgewassen tegen de Duitse, maar de prijs was gewoon te hoog. Belgie, Frankrijk, het Engelse expeditieleger in 6 weken verslaan, en dan ook nog eens Nederland, om zich daarna op Rusland te richten, was teveel van het goede. In ieder geval in 1914. Men besloot tot een omtrekkende beweging om Limburg, in plaats van een opmars door Limburg.

Kort samengevat, kwam deze „Manoeuvre om Limburg” de Duitsche legerleiding hierop te staan, eerstens, dat ten koste van aanzienlijk tijdverlies een leger van 200.000 man met zijn geheelen legertros door de nauwe stadsengte van Aken letterlijk moest worden geperst; tweedens, dat, om deze „sehr schwieriges Manöver (het woord is van Von Kuhl, chef van den staf van het eerste Duitsche leger) uit te voeren het aantal der door Von Schlieffen gedachte Noordervieugel-legerkorpsen van 16 tot 12 moest worden ingekrompen; derdens, dat deze manoeuvre zulke inspanningen van de betrokken troepen had gevorderd, dat, juist in de dagen der derde week van Augustus, toen het meer dan ooit op snelheid aankwam, noodwendig rust moest worden gegeven aan de korpsen, die de manoeuvre om Limburg hadden uitgevoerd.

Op deze manier kan je zelfs stellen dat de Duitsers kostbare tijd moesten verspillen door om Limburg heen te trekken. Tijd die ze eigenlijk niet hadden. Tijd die later met honderdduizenden doden werd bekocht doordat de oorlog veel langer duurde.

Had Nederland de eerste wereld oorlog met twee jaar kunnen bekorten?

Als er twee honden vechten om een been gaat de derde ermee heen. De auteur van het pamfletje stelt zelfs:

Dit was in het begin van den oorlog. Toen de oorlog twee jaren had geduurd, was de invloed van het Nederlandsche leger zelfs zóó groot, dat het in den herfst van 1916 aan Duitschland den doodsteek had kunnen toebrengen. (Vgl. de Krijgsherinneringen van Ludendorff).

De stelling van deze auteur lijkt dus deze: Terwijl de slag om Verdun alles van de Duitse en Franse legers vergden, zou Nederland een dolkstoot kunnen uitvoeren en de Duitsers op de knieën dwingen. Dit leek me een hoogst speculatieve uitlating. Tot ik dit in de memoires zelf had opgezocht. De memoires van Ludendorff spreken duidelijke taal. De Duitsers zagen af van onbeperkte onderzeeboot oorlog omdat ze het risico van een Nederlandse vergelding te groot achten. Hier een scan van de Engelse vertaling van zijn memoires:

ludendorf engels

Hier het origineel:

ludendorff duits

 

conclusie

De invloed van Nederland op de eerste wereld oorlog is dus groter dan onze geschiedenis boekjes ons leren. Een onafhankelijke defensie politiek bleek mogelijk. De jaren dertig zijn een kantelpunt in de Nederlandse en Europese geschiedenis. Na het verspelen van de militaire autonomie volgt meestal uiteindelijk economische en financiële onderworpenheid. Dit is een boodschap die men niet graag hoort. Vandaar is het zo interessant dat Nederland in de strijd der titanen, de eerste wereldoorlog, neutraal kon blijven. En vind ik de documenten uit dat tijdperk zo interessant. En deel ik deze graag met u. Zodat u zelf ook uw conclusies kunt trekken.

Het vallen van het ijzeren gordijn had Nederland als kantelmoment kunnen aangrijpen om wederom enige militaire zelfstandigheid te herwinnen. Nederland had daaraan gekoppeld monetaire en economische vrijheden kunnen proberen te herwinnen. Nederland had het militaire apparaat niet moeten ombouwen om voorop te lopen bij humanitaire missies. Nederland had zich niet verder hoeven te onderwerpen aan Brussel.

De geschiedenis toont aan dat we die kans konden pakken. De fout van de jaren dertig kon de afgelopen decennia deels worden recht gezet. Maar die geschiedenis wordt niet onderwezen. De grootse triomf der Nederlandse diplomatie, een neutraal land handhaven terwijl de wereld om ons heen in brand stond tijdens WO1, wordt genegeerd. Waardoor men zich onvoldoende bewust is van de klassiek liberale en minarchistische beleidsalternatieven die er, ook nu nog, wel degelijk zijn.

veiligheid der zuidelijke provincien schutblad

Hieronder de OCR tekst en scans van 8 pagina’s van “onze weermacht en de veiligheid der zuidelijke provinciën”.

veiligheid der zuidelijke provincien 1

„TUSSCHEN ‘s-HERTOGENBOSCH EN ROERMOND”.
Bij de behandeling der Defensiebegrooting voor 1934 in de Tweede Kamer heeft de heer Duymaer van Twist een figuur geïntroduceerd, die de eigenschap bezit om duidelijk tot de massa te spreken. Deze anti-revolutionaire afgevaardigde stelde den Minister van Defensie de vraag, wat zal geschieden, indien een vijandelijk leger „tusschen ‘s-Hertogenbosch en Roermond” ons land binnen-dringt.

 

De vraag werd, conform de vroeger in den Senaat afgelegde verklaringen, door Minister Deckers beantwoord met de mede-deeling, dat troepen, die onze grenzen tegen onzen wil overschrijden, het Nederlandsche leger op hun weg zullen vinden. Dit antwoord onderstreepte opnieuw ten aanhoore van buiten-en binnenland ons vaste voornemen om de op de Nederlandsche historische zelfstandigheidspolitiek gebaseerde neutraliteit tegenover iedereen met kracht te zullen verdedigen. Voorzoover dit slechts eene bevestiging bracht van wat uit ministerieelen mond reeds het jaar tevoren was vernomen, opende de vraag van den heer Duymaer van Twist geen nieuwe gezichtspunten, doch zij had de verdienste op suggestieve wijze aan Nederland voor te houden, welke gevaren onze Zuidelijke provinciën bij een eventueel West-Europeesch conflict bedreigen.

 

Immers, de opmarsch van een vijandelijk leger „tusschen ‘s-Hertogenbosch en Roermond” beteekent, 1 e., dat oorlogsgeweld minstens over een deel van Limburg en geheel Oostelijk Noord-Brabant zou losbreken, en 2e., dat de Zuid-Oostelijk van dit opmarsch-, respectievelijk vechtgebied, gelegen landsdeelen, dat is practisch geheel Limburg, van overig Nederland zouden zijn afgesneden.

 

De opmarsch „tusschen ‘s-Hertogenbosch en Roermond” doet denken aan dien „over Roermond”, welke vóór 1914 de gedachten bezighield, en die destijds Kapitein Baron Van Voorst tot Voorst aanleiding gaf tot het schrijven zijner bekende en voortreffelijke brochure.

 

Het oorspronkelijke Duitsche operatieplan van vóór den wereld-oorlog, ontworpen door den chef van den Generalen Staf Von Schlieffen, was gebaseerd op de gedachte, dat de rechtervleugel van het Duitsche leger den opmarsch had te doen over Roermond. Nadat echter Von Schlieffen door Von Moltke was opgevolgd, kwam kentering in de opvattingen van de Duitsche legerleiding. De geleidelijke verbetering der Nederlandsche weermacht liet niet na invloed uit te oefenen op de meeningen van den Duitschen Generalen Staf. Het voor Duitschland aan een overschrijding der Nederlandsche grenzen verbonden gevaar werd steeds ernstiger onder de oogen gezien, en als zóó bedenkelijk beschouwde men dit tenslotte, dat de opmarsch Von Schlieffen „Over Roermond” werd vervangen door een opmarsch-Von Moltke bezuiden onze Limburgsche Zuidgrens. De beweegredenen, die Von Moltke tot het eerbiedigen van de Nederlandsche neutraliteit hebben gebracht, liggen in zijn eigen woorden, dat „de veldtocht in het Westen moest mislukken, indien wij Holland niet ontzien hadden”.

 

Ook van andere zijde heeft men aan de groote beteekenis der 1914-sche Nederlandsche weermacht recht doen wedervaren. Zoo schrijft in zijn nummer van Mei 1920 het „Bulletin beige des sciences militaires” (wij vertalen): „Indien (in 1914, Schr.) Duitschland zich in staat achtte de Fransch-Belgische krijgsmachten aan te vallen en te verslaan ; indien het bovendien zich krachtig genoeg gevoelde het Engelsche expeditiekorps, zoo dit eventueel zou tusschenbeide komen, te vernietigen ; het oordeelde de som zijner beschikbare krachten niet van dien aard om daarenboven nog het Nederlandsche leger aan te vallen”.

 

Het is thans ruim twintig jaren geleden sinds tengevolge van de leger-reorganisatie-Colijn het aantal regimenten infanterie in de Nederlandsche weermacht werd verdubbeld. Nadat 1 April 1913 de oprichting der nieuwe regimenten had plaats gehad, reikte op 17 November van dat jaar Hare Majesteit Koningin Wilhelmina de nieuwe regimentsvaandels uit met eene toespraak, die de eervolle wijze herdacht, waarop de Nederlandsche krijgsmacht, het laatst in de jaren 1831-1832, den roem der wapenen had hoog gehouden.

 

Na twintig jaren mag het thans nuttig worden geacht deze belangrijke gebeurtenis in de herinnering terug te roepen, want de omstandigheden van 1913 komen in veel met die van 1934 overeen.

veiligheid der zuidelijke provincien 2

Evenals in 1913 wordt ook thans de internationale toestand zorgelijk geacht en velen zijn van gevoelen, dat de hedendaagsche Europeesche spanning weinig onderdoet voor die, welke gedurende de laatste jaren vóór den wereldoorlog heerschte.

 

Typeerend voor den toestand vóór 1914 is het volgende: De aangelegenheid der bewapeningsbespreking, op 23 Augustus 1898 door den Czaar aller Russen, Nicolaas II, aanhangig gemaakt, was negen jaren later, 18 Augustus 1907, uitgemergeld en afgetobt, op de Haagsche Vredesconferentie ten grave gedaald. De groote pacifist dier dagen, William Stead, schreef bij die gelegenheid in de „Courrier de la Conférence de la Paix”: „Hier ligt begraven de kwestie der bewapeningsbeperking” ,,Requiescat in bello- , dat zij ruste in oorlog. Stead had goed zien. . . . Nog geen zeven jaren later bulderden de kanonnen van den wereldbrand. Gelukkig voor Nederland werden door het in 1908 aan het bewind gekomen kabinet-Heemskerk de bestaande gevaren duidelijk onderkend. Met alle zorg legde de regeering zich toe op intense behartiging der weermachtsbelangen. Colijn, als Minister van Oorlog, schiep een operatie-orgaan van zulk een gehalte en zulk een bewegingsvlotheid, dat bij ’t uitbreken van den oorlog in 1914 binnen zeer korten tijd een goed bewapend veldleger op zijn plaats stond, n.l. op 3 Augustus 3 uur namiddag. Dank zij dit belangrijke feit, kon de Nederlandsche regeering onder Cort van der Linden 3 Augustus 1914 kracht bijzetten aan hare verklaring, „dat men gereed en besloten was om de onzijdigheid en, moest het zijn, het volksbestaan te handhaven met al de krachten”. „Ons voegend naar Gods wil-, aldus de regeerings-verklaring dier dier bewogen dagen, „wachten wij vastberaden en koelbloedig af, wat de toekomst brengen zal”.

 

Die toekomst heeft gebracht, zooals wij hiervoren reeds aan de hand eener uitspraak van Von Moltke constateerden, dat werd afgezien van den „Opmarsch over Roermond’ . In zijn „Erinne-rungen, Briefe, Dokumente- heeft Helmuth Von Moltke rondborstig toegegeven, dat een doortocht over Nederland aanvankelijk op het program stond. Dit plan echter liet men varen, omdat de Duitsche legerleiding, absoluut overtuigd van den Nederlandschen verdedigingswil, en, in aanmerking genomen de toenmalige Nederlandsche militaire machtsmiddelen, de daaraan verbonden risico’s niet wilde loopen. Al stond men in Duitsche militaire kringen dan ook op het standpunt, dat voor den doortocht naar het Westen zooveel mogelijk ruimte moest worden gemaakt, dit „Es wurde raum ge-schaffen- (vgl. Von Kuhl „Der grosse Generalstab in Vorberei-
tung und Durchfiihrung des Weltkrieges”) werd in het voordeel van Nederland gewijzigd.

 

Het Nederlandsche leger kon. dank zij de tijdige maatregelen der vóóroorlogsche regeering, gedurende vier jaren het geweer bij den voet houden. De oorlog ging ons vaderland voorbij.

 

In het aangezicht van den hedendaagschen toestand, die, waarschijnlijk niet minder dan toen Stead zijn sarcastisch „Requies-cat in bello- schreef, de kiemen van internationale verwikkelingen bevat, moeten deze vragen van belang worden geacht:

 

Zal Nederland, indien de oorlogsvlam opnieuw zou oplaaien, ook dán, evenals in 1914, kunnen zeggen alles te hebben gedaan, wat mogelijk was om zijn grenzen ongeschonden te houden ? Zal het een weermacht in het veld kunnen brengen van zóódanigen preventieven invloed, dat ook dan niet, noch van Oost, noch van Zuid, ten onzen nadeele „ruimte- wordt gemaakt ? Zullen wij wéér het geweer bij den voet kunnen houden ? Zullen wij den opmarsch „tusschen ‘s-Hertogenbosch en Roermond- kunnen voor-komen, zooals die „over Roermond” prijsgegeven werd ?

 

Het zijn deze vragen, die mogen worden voorgelegd aan al-len in Nederland, die verantwoordelijkheid te dragen hebben.

 

Sinds vele jaren is het in ons land zóó geweest, dat elke bezuiniging op de militaire uitgaven met een warm applaus werd begroet. Het geleek een stemming van „après nous le déluge”. Blind voor de gevaren, die de op een Verdrag van Versailles op-gebouwde na-oorlogsche situatie noodwendig in haren schoot moest verbergen, doof voor de waarschuwingen van bevoegde militaire kringen, van sommige leden der Volksvertegenwoordiging en van een deel der pers, bedreef men politiek als een Jan zonder zorg.

 

Hier ging men van den kant van politieke instanties, van welke men beter verwachten mocht, tot het volk met fanfares, hoe hoog reeds het bedrag was, waarmee de toch reeds binnen beperkte afmetingen gehouden defensiebegrooting steeds weer op-nieuw werd naar beneden gedrukt, elders werden zware extra credieten gevoteerd voor militaire uitgaven.

 

Wij willen hiermede niet zeggen, dat iedere bezuiniging op defensie uit den booze zou zijn. Zoolang geldelijke besparing kan worden verkregen, zonder dat zulks de weermacht benadeelt, b.v. door opruiming van wat verouderd is of van overbodigen bureaucratischen rompslomp, is deze uit den aard der zaak toe te juichen. Hier zien wij zelfs mogelijkheden, die bezuiniging en verbetering tevens brengen. Elke gedachte echter aan het jarenlang, niet buiten

veiligheid der zuidelijke provincien 3

invloed der roode zweep, toegepaste afknabbelsysteem ; ieder streven om, ’n en déplaise wat er om ons heen gebeurt, steeds maar met minder genoegen te nemen, dienen thans meer dan ooit uit-drukkelijk te worden ter zijde gesteld, en te worden vervangen door een andere mentaliteit, deze namelijk, die, wars van streelerij van een deel van het kiezerskorps, enkel en alleen is gericht op de belangen van het Vaderland en op de veiligheid der Zuidelijke randprovinciën.

 

Evenals in de jaren vóór 1914 zal Nederland goed doen zich ernstig te beraden op het vraagstuk zijner nationale defensie. Onze Zuidgrenzen leunen aan tegen den Noord-Oostelijken hoeksteen van een vestingstelsel, dat als een waarschuwend gedrocht van beton en staal uit de ingewanden van West-Europa is opgerezen ; in ons gebied vinden drie voorname Europeesche rivieren hunne uitmonding; onze landsdeelen liggen in het brandpunt van allerlei mogelijke verwikkelingen; Nederland zal in diepen ernst thans den wachter hebben af te vragen, wat er van den nacht is, en zal, eer dan te luisteren naar de stem van onverantwoordelijke of hun verantwoordelijkheid niet beseffende bezuinigingsprofeten, goed doen zich te spiegelen aan het voorbeeld van 1913. Het zal goed doen zich te herinneren, dat de regimentsvaandels, die 17 November 1913 door Hare Majesteit de Koningin werden uitgereikt, zijn te be-schouwen als de symbolen van een beleid, dat 3 Augustus 1914 zijn rechtvaardiging en zijn bekroning vond in de fiere regeerings-verklaring, welke dien dag bij monde van den Voorzitter van den Nederlandschen Ministerraad werd uitgesproken.

 

RONDOM LIMBURG IN 1914
Ter beoordeeling van den beslissenden invloed, die van het bezit eener goed toegeruste weermacht kan uitgaan, is het nuttig en leerzaam stil te staan bij de spannende gebeurtenissen, die zich in de eerste oorlogsweken rondom Limburg hebben afgespeeld.

 

Hierboven is reeds mededegedeeld, dat de Duitsche Generale Staf van zijn oorspronkelijk operatieplan ten gunste van de Nederlandsche onzijdigheid had afgezien. Wij zagen ook, dat de waardevermeerdering van het Nederlandsch defensieapparaat bij deze frontverandering van de Duitsche legerleiding een beteekenisvolle rol heeft vervuld. Wij behandelden echter nog niet de vraag, wat Duitschland bereid was aan handicaps te aanvaarden, liever dan op zijn rechtervleugel een actief Nederlandsch veldleger tegenover zich te vinden.

 

Toch ligt juist hier des Pudels Kern. Want, nietwaar, de gevechts- en operatiewaarde, welke Duitschland aan de Nederlandsche weermacht toekende, is, zeker tot aanzienlijke hoogte, af te wegen naar de offers, die Duitschland zich, strategisch gesproken, wilde getroosten om Nederland niet te zien overgaan naar de rijen van Duitschland’s vijanden.

 

Welnu, die offers waren buitenmate groot. Wij zullen ons, in het betrekkelijk beknopt betoog van dit geschrift, tot een bondig résumé van de algemeene militaire situatie dier dagen bepalen.

 

Duitschland, dat ten aanval trok (waarmede natuurlijk niet is gezegd, dat op dit land de schuld van den oorlog zou rusten), had deze krijgskundige opgave : Snel en krachtig eerst den vijand in het Westen neerslaan, en, nadat dit zou geschied zijn, zich op Rusland werpen. Men weet, de befaamde Russische „wals- kon met het oog op de geweldige uitgestrektheden in het rijk des Czaren, niet zeer spoedig in werkelijk afdoende beweging komen. Er was derhalve kans deze „wals- vóór te zijn, indien spoedig met den vijand in het Westen kon worden afgerekend. In het Westen was dus tijd bijna alles.

Het oorspronkelijke plan-Von Schlieffen, dat den rechter-vleugel van het Duitsche leger „over Roermond” en Brussel naar

veiligheid der zuidelijke provincien 4

Frankrijk wilde dirigeeren, was geheel op deze snelheidsgedachte gegrond. Inderdaad waren de strategische voordeelen, hieraan verbonden, zeer aanzienlijk. Er stonden echter nadeelen tegenover. „Over Roermond’ bracht voor Duitschland onvoorwaardelijk mede, dat een belangrijke troepenmacht, die anders naar het Zuid-Westen en het Westen kon worden geschoven, naar het Noord-Westen tegen het goed-geoutilleerde Nederlandsche veld leger moest worden ingezet. Parallel hiermede had dan Duitschland op zijn Noorderflank, in plaats van de gewapende Nederlandsche neutraliteit, den gewapenden Nederlandschen tegenstand.

 

Dit laatste beoordeeld naar de paraatheid der Nederlandsche troepen, hunne geoefendheid, hunne uitrusting en hunne encadreering, heeft Duitschland een te groot risico toegeschenen, en het heeft, om Nederland als neutralen staat op zijn Noorderflank te behouden, van twee kwaden (strategische kwaden) het minst kwade kiezend, in de eerste weken van Augustus 1914 uitgevoerd de bekende „Manoeuvre om Limburg-. (Wie hiervan meer wil weten, raadplege de uitvoerige uiteenzettingen in de destijds ver-schenen uitstekend gedocumenteerde verhandeling van Kapitein Ronduit).

 

Kort samengevat, kwam deze „Manoeuvre om Limburg” de Duitsche legerleiding hierop te staan, eerstens, dat ten koste van aanzienlijk tijdverlies een leger van 200.000 man met zijn geheelen legertros door de nauwe stadsengte van Aken letterlijk moest worden geperst; tweedens, dat, om deze „sehr schwieriges Manöver (het woord is van Von Kuhl, chef van den staf van het eerste Duitsche leger) uit te voeren het aantal der door Von Schlieffen gedachte Noordervieugel-legerkorpsen van 16 tot 12 moest worden ingekrompen; derdens, dat deze manoeuvre zulke inspanningen van de betrokken troepen had gevorderd, dat, juist in de dagen der derde week van Augustus, toen het meer dan ooit op snelheid aankwam, noodwendig rust moest worden gegeven aan de korpsen, die de manoeuvre om Limburg hadden uitgevoerd.

 

We zullen nu niet nagaan, in hoeverre de manoeuvre om Limburg, met de daaraan verbonden vertraging in den opmarsch, van invloed is geweest op de uiterst belangrijke krijgsbedrijven op het Westelijk front in Augustus en September 1914. Het doet hier ook weinig terzake. Voor ons betoog en voor onze argumenteering behoeven we slechts het feit, dat de zeer beduidende vertraging van den Duitschen opmarsch op den uitersten Noordelijken vleugel, ondanks de groote daarmede gepaard gaande strategische bezwaren, der Duitsche legerleiding meer verkieslijk voorkwam dan de interventie, ten nadeele van Duitschland, van de Nederlandsche weermacht. Von Moltke schreef dan ook, dat een vijandelijk Nederland zulk een sterke macht aan den Noordervleugel zou onttrekken, dat deze vleugel daardoor de noodige kracht voor zijn taak zou verliezen.

 

Er blijkt één ding vooral uit de Duitsche houding in 1914 ten opzichte van de Nederlandsche militaire middelen. Dit : Dat terwijl toch snelheid en nog eens snelheid in het Westen het groote Leitmotiv was en moest zijn om zich met kans op succes na eenige weken op Rusland te kunnen werpen, texh, om Neder-land’s neutraliteit te ontzien, de strategisch hoogst bezwaarlijke en hoogst moeilijke en voor de troepen zeer vermoeiende „Manoeuvre om Limburg- voor lief werd genomen.

 

Dit was in het begin van den oorlog. Toen de oorlog twee jaren had geduurd, was de invloed van het Nederlandsche leger zelfs zóó groot, dat het in den herfst van 1916 aan Duitschland den doodsteek had kunnen toebrengen. (Vgl. de Krijgsherinneringen van Ludendorff).

 

In het verleden ligt het heden Wars van alle onrust-aankweeking en het verwekken van onnoodige beroering, moet toch, bij de aanwezigheid der internationale tegenstellingen, worden geconstateerd, dat in het Westen de strategische positie van het tegen de zee aanleunende Nederland altijd voor Mie partijen een zeer belangrijke zal zijn. Maar een belangrijke positie oefent uiteraard bekoringen uit op eiken belligerent. Nederland moet, evenals in 1914-1918, ook in de toekomst zijn belangrijke positie zèlf in de hand houden. Dit eischt het belang van land en volk, dit eischt meer in het bijzonder de veiligheid der Zuidelijke pro-vinciën. Een sterk Nederlandsch leger wordt gevraagd door de omstandigheden en door de bewapeningen elders, hoezeer men op zich zelf de ontwikkeling der internationale situatie ook betreuren moge.

einde OCR tekst

NB: u kunt dit boek “Onze weermacht en de veiligheid der zuidelijke Provincien” proberen aan te schaffen via bijvoorbeeld boekwinkeltjes.nl, daar is 1 exemplaar voor minder dan 10 euro te koop.

3 REACTIES

  1. Rijk geworden van de oorlog. “Nederlandse kaas aan beide zijden van de strijdende partijen.”

    Holland was in 1914 geenszins een klein Europees land. Overzeese bezittingen in Oost-Indië (Indonesië) en West-Indië (Antillen eilanden van het archipel en Suriname), overschrijden meer dan 60 keer de grootte van het vaderland. In de koloniën leefden 38 miljoen mensen, terwijl de bevolking van Nederland nauwelijks 6 miljoen was.
    En de economische ontwikkeling van Nederland was toen een van de toonaangevende landen. In 1914 de 5e plaats in de wereld op het gebied van de buitenlandse handel.

    Vanaf de achttiende eeuw heeft Nederland de alliantie met Engeland gesteund, want zonder steun van deze wereldmacht konden wij onze grote maritieme handel en de kolonies niet behouden. Maar tegen het einde van de negentiende eeuw was een groot deel van de Nederlandse industrie nauw verbonden met de snel ontwikkelende economie van Duitsland, en veel politici zijn begonnen zich te richten op het Tweede Rijk.
    Dus vanaf 1905, de Nederlandse minister-president Abraham Kuiper, een fanatieke calvinist, probeerde Holland te verbinden met de “Triple Alliance”, het militair-politieke blok van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.

    De Nederlandse debatten, tot 1914, gingen over de geopolitieke oriëntatie van het land; Engeland of Duitsland.
    De bedrijven en bankiers van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kozen om het “conflict” als waarnemer te volgen, dus Holland werd officieel neutraal.

    Volgens het beroemde Schlieffenplan – project van de Duitse Generale Staf voor een “bliksem oorlog” – moest het Duitse leger voor de aanval op Frankrijk de wegen van Limburg en België volgen. Toen 4 verschillende squadrons van de Duitse cavalerie het dorp Vals bereikte, stuurde Groot-Brittannië, Frankrijk en België onmiddellijk een nota van protest naar Amsterdam waarin stond dat de regels van neutraliteit betekend dat alle soldaten van de strijdende partijen die zich bevinden in Nederland, onmiddellijk worden “ontwapend en geïnterneerd”.
    De Nederlandse regering verklaarde dat zij het incident zouden onderzoeken.

    Op 20 augustus 1914 nam het Britse parlement een wet aan die hen het recht gaf om alle schepen van de neutrale landen vast te houden in het geval van verdenking voor levering van goederen aan Duitsland. Dit was een directe schending van de toenmalige internationale wetten. Maar de Britten negeerden de voormalige verdragen.

    Engeland vreesde dat de Nederlanders de koopvaardijvloot zou gebruiken voor de levering van voedsel en strategische grondstoffen aan Duitsland. Tientallen schepen die onder de Nederlandse vlag voeren werden aangehouden en verankerd in de havens van het Britse Rijk.

    Het “smokkelen” van de overzeese goederen en grondstoffen naar Duitsland werd niet gestopt door Nederland. De levering van vlees en kaas steeg 5 keer in vergelijking met de vooroorlogse periode.
    Desondanks hebben Duitse onderzeeërs ‘per ongeluk (?)’ 6 Nederlandse schepen laten zinken.
    Ook verloor Nederland, door mijnen en torpedo’s van de strijdende partijen, 88 schepen, dus 10% van de koopvaardijvloot.

    Onder druk van de Britten en de Fransen werd de Nederlandse koloniale handel aangepakt en de prijs van rubber, suiker en thee daalden onder de kostprijs. In 1915 werd de import van goederen uit Nederland, die zouden kunnen worden doorverkocht aan Duitsland, verboden. Zo begon het voedselprobleem. kaarten werden ingevoerd voor brood, suiker, cacao, koffie en andere goederen.

    Toen de Verenigde Staten zich aansloot bij de Fransen en de Britten, besloten ze om Nederland volledig uit te sluiten van de export van olie, kolen, graan, ijzer en een aantal andere producten. En in oktober 1917 sloot de Amerikaanse regering de handel voor de Nederlandse steenkoolvoorraden en meer dan 90 Nederlandse schepen werden vastgehouden in de Verenigde Staten tot het einde van de oorlog. Ook in de Britse havens werden 45 Nederlandse schepen tot het einde van de oorlog vastgehouden. Daarom daalde deze omzet met 90%.
    In 1918, toen de producten ernstig werden gerantsoeneerd in Nederland, ontstond er een golf van onrust in de steden (aardappel rellen). Hongerige menigte bestormden winkels, magazijnen en binnenvaartschepen.

    Ondanks het verlies van de koopvaardijschepen, gaf het “smokkelen” van handel aan beide zijden van het front een enorme winst aan de ondernemingen en banken. De goudreserves groeide 4,5 keer. De centrale bank van Nederland had meer dan 400 ton van het edelmetaal.
    Winsten en voordelen van de “neutraliteit” gaf Nederland de kans om niet alleen een revolutionaire omwenteling te voorkomen, maar ook om sociale hervormingen door te voeren. In 1920 werd de 8-urige werkdag ingevoerd, en de pensioengerechtigde leeftijd werd 65 jaar.

  2. De daadwerkelijke reden van W.O.I was tweeledig

    1: Het losweken van Palestina van de Britten. De befaamde Balfourt declaratie, voor het stichten van een toekomstige staat Israël.

    Benjamin Freedman heeft hierover een lezing gegeven. Hij was er zelf bij en deed later een boekje open over de familie Rothschild.

    2: Het omverwerpen van de Romanovs en het stichten van een communistisch Rusland. In 1820 hadden de Romanovs op de conventie van Wenen voorkomen dat er een “Nieuwe Wereldorde” in het leven werd geroepen door de Rothschild bankiers. De Rothschilds zwoeren een Talmoedische eerwraak (die tot het einde der tijden aanhoudt) en waren succesvol met de 3e coupe van Lenin (Die volledig werd gesteund door de Rothschilds) – De (joodse) communisten hebben meer dan 60 miljoen orthodox Christenen op de meest onvoorstelbare manieren afgeslacht.

    De daadwerkelijke geschiedenis is totaal anders dan dat in onze geschiedenisboekjes staat. Follow the money. Lees de protocollen van de wijzen van Zion. Er wordt gezegd dat het hier om een vervalsing gaat, maar wat er in staat komt wel griezelig dicht bij de gebeurtenissen van de afgelopen eeuw…
    Dit zijn de speerpunten…

    – De vernietiging van de Katholieke kerk en het Christendom,
    – Promoten van atheïsme,
    – Riskeren van klasse oorlogen / werknemer tegen management,
    – Het omverwerpen van tsaristisch Rusland,
    – Het corrumperen van de moraal van mensen,
    – Het promoten van nutteloze “moderne kunst” en vieze literatuur,
    – Het gebruik van antisemitisme om “mindere joden” samenhangend te houden,
    – Manipulatie van vrouwen met ideeën van “bevrijding” (ofwel feminisme),
    – Creëren van economische depressies en inflaties,
    – Creëren van “gecontroleerde oppositie” voor henzelf,
    – Staatsschuld gebruiken als wapen om landen te onderwerpen,
    – Ondermijnen en controleren van alle bestaande regeringen,
    – Installeren van verdorven politici die kunnen worden gechanteerd,
    – Manipulatie van studenten met vals idealisme,
    – Vermoorden van wereldleiders,
    – Verspreiden van dodelijke ziekten,
    – Gebruiken van machtsevenwicht (balance of power) politiek om landen te controleren,
    – Promoten van sport en spelletjes om mensen af te leiden,
    – Beginnen van een wereldoorlog waaraan de V.S. deel zal nemen,
    – Opzetten van een wereld regering na een economische crash,

    Voor degenen die dit interesseert, kan Hier een electronisch exemplaar worden gedownload.

    Hier de volledige geschiedenis van de afgelopen 300 jaar samengevat

Comments are closed.