De helft van ons nationaal inkomen loopt via de overheid, en de andere helft daarvan wordt in hoge mate mede bepaald door wetgeving vanuit de overheid. De macht ligt dus bij de staat. We hebben 225 kamerleden. Verdeeld over de Eerste en de Tweede kamer. Dus de gemiddelde macht per kamerlid is relatief beperkt. We hebben de laatste tijd ongeveer een dozijn ministers, waaronder de minister president. Zou de macht dan liggen bij de ministers?

 

De minister mag samen met de staatssecretaris de politieke macht hebben op een ministerie, terwijl de secretaris generaal de hoogste ambtenaar is. Een minister heeft beschikking over een budget dat in de miljarden loopt.

Hier is echter de eerste beperking aan zijn macht. Bij veel ministeries is het voor nieuw beleid beschikbaar budget slechts een fractie van de totale begroting. Veel ministeries zijn voor een minister minder aantrekkelijk omdat een groot deel van de uitgaven al vast ligt door afspraken uit het verleden. Of door wetgeving.

In het ergste geval is er nauwelijks budget ruimte voor nieuw beleid want een aantal departementen kennen een autonome groei van de uitgaven. Met name bij zorg zal er zelfs bij ongewijzigd beleid sprake zijn van toenemende uitgaven. Een minister staat dan voor de ondankbare taak om de budgettaire onhoudbare situatie die zijn voorgangers hebben geschapen, of die het gevolg is van demografische ontwikkelingen, om te buigen. Hij moet dan impopulaire maatregelen treffen om binnen zijn budget te blijven. Men zegt dan dat hij bezuinigt. Dat klopt niet, hij buigt een autonome groei om, maar geeft maar al te vaak toch meer uit dan zijn voorganger. Dus netto wordt er vaak meer uitgegeven terwijl de pers doet voorkomen alsof er weer een harde bezuinigingsronde is geweest. De minister spreekt deze foute berichtgeving vaak niet tegen

Als er geen geld is voor nieuw beleid kan een minister zich slechts bewijzen door de beslissingsvrijheid van burgers en bedrijven verder aan banden te leggen en zodanig toch nog een verder stempel te drukken op de maatschappij. En op die wijze daadkracht tonen.

Er zijn altijd wel departementen die vanuit de optiek van de minister gezegend zijn met extra geld. Er is ruimte voor nieuw beleid of voor een intensivering van bestaande programma’s. Helaas voor de minister worden de knikkers niet door hem verdeeld. Tijdens de formatie worden de cadeautjes voor de burger verdeeld, en wel zodanig dat iedere coalitie partner successen kan claimen. Dit betekent dat de kaders waarbinnen hij vorm kan geven aan nieuw beleid al zijn uitgezet. Amendementen vanuit de Tweede Kamer gooien dan echter roet in het eten. Hiermee kan ze wetsvoorstellen wijzigen en zodanig de vaak beperkte speelruimte voor de minister nog verder beperken.

Ten slotte is een minister ook nog eens afhankelijk van de ambtenaren op zijn departement. Die weten dat de minister in de meeste gevallen in vier jaar, en vaak ook in een kortere periode, is vertrokken. Dit zorgt voor een zekere mate van stabiliteit. De ministers komen en gaan maar de ambtenaren blijven bestaan.

Voor degenen onder u die een ministerspost ambiëren, bezint eer ge begint!

9 REACTIES

  1. Een minister is, het woord zegt het al, een dienaar.
    Een dienaar van wie?
    Hij zweert trouw aan het staatshoofd en wetgeving, niet aan het volk.

    Meer ministers = meer spreiding van macht.

    Een staatshoofd had het vroeger voor het zeggen. In Nederland is die macht ook gespreid. De koning is soeverein, de regering is verantwoordelijk. Daarmee werd het staatshoofd meer een wegwijzer die de geest waarin geregeerd wordt in de gaten zou moeten houden. Als ik kijk naar het grote verschil tussen de inhoud van de kersttoespraken van de laatste jaren en het functioneren van de regering (= architectuur) van wetgeving, dan lukt het kennelijk niet zo best met wegwijzen. De koning sprak over mensen die als selfies leven en wil kennelijk verbinden, de regering doet haar best om te verdelen.

    Het woord minister betekent dus een dienaar. Laten we eens de bril afzetten waardoor we het politieke toneel bekijken. Want dat ding is toch een lachspiegel. En op het toneel wordt toch maar een klucht opgevoerd.

    Stelling: Ieder mens is van nature geroepen om een minister (dienaar) te zijn. Want wie liefheeft dient en beschermt. Dat is wat anders dan heersen.

  2. Wanneer iemand naar het politieke toneel kijkt, dan kijkt hij naar voorbeelden. Dit geldt ook voor libertariërs. Maar waar kijk je eigenlijk naar?

    Inzake voorbeelden heb ik een prachtig verhaaltje. Niet zelf bedacht, maar ooit verkregen via een Duitser (Wolfgang Simson). Doe er je voordeel mee!

    Er was eens een jongetje die een puzzeldoos van zijn vader kreeg. Hij ging er enthousiast mee aan de slag. Na een tijdje klaagde hij bij zijn vader: “Ik krijg het niet voor elkaar!”. Zijn vader kwam erbij zitten. Wat bleek? De jongen had geprobeerd zijn puzzel te maken aan de hand van een afbeelding die een reclame was voor een andere puzzel. Logisch dat hij die afbeelding niet kon namaken. Hij had het verkeerde voorbeeld gebruikt. Nadat het deksel was omgedraaid had hij de puzzel na een paar uurtjes afgemaakt. Aan de hand van het goede voorbeeld wel te verstaan.

    De moraal van het verhaal: Wil je soeverein worden, dan moet je nogal wat puzzelen. Dan is het wel zo handig als je naar het goede voorbeeld kijkt!

  3. In 1876 had een minister enkele tientallen ambtenaren onder zich. Zijn ministerie was door hem te overzien. Nu, 150 jaar later, zijn het er duizenden. Controle hierover door haar is onmogelijk. De ministeriële verantwoordelijkheid is echter dezelfde gebleven. Een voorbeeld van het bestuurlijk falen van het partijpolitieke stelsel.

  4. @DzVzTkM [4]: Over de kling jagen; een beproefde methode. Maar daarmee is het zaad van een bepaald gedachtegoed nog niet vernietigt. En dus schiet het als onkruid omhoog en begint het circus opnieuw. Revoluties baren volgende tirannie.

    Sir Winston Churchill merkte dat de oorlog tegen Duitsland voorbij was. Hij besloot Dresden, de hoofdstad van nazi-Duitsland, te bombarderen met brandbommen. “To hell with them” moet hij gedacht hebben. Het scheelde een hoop onderzoek en rechtszaken om allerlei gespuis te identificeren. Anderzijds zijn er ook onschuldigen omgekomen. En dat zet kwaad bloed. Wat een zaadje is voor weer de volgende ellende.

    Daarom stel ik een ander laatste middel voor: Een totale boycot van iedereen die het initiatief neemt om een ander de wet wenst voor te schrijven, op te leggen en daarmee zijn zin wil doordrijven. Noem het maar de weg van Ghandi.

    Het is geen gemakkelijke weg, want voor primaire levensbehoeften geldt dat die niet zoals binnen een gezin gedeeld worden, maar dat een behoefte je in de tegenwoordige maatschappij betaald wordt gezet. Je moet en zult eerst de prijs betalen die ervoor staat om je noden en behoeften te bevredigen. Wat de massale waanzin van de hedendaagse maatschappij overduidelijk demonstreert.

    Niet meer meedoen aan een spel dat anderen je dwingend opleggen, en anderen op die manier de boodschap meegeven dat ze echt niet zo interessant en belangrijk zijn als ze misschien denken, kan bijzonder effectief zijn.

    Goedwillende mensen hebben iets goddelijks in zich. Vertaal je dat naar religieuze termen, dan krijg je het volgende:

    “Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

    Dus een weldenkend mens die in zijn denken iets goddelijks heeft zitten, weerstaat de hoogmoedigen die zo arrogant zijn om te denken dat ze hem de wet mogen voorschrijven. Terwijl als je daardoor in de problemen komt, er wellicht nederige medemensen zijn die niet te beroerd (hoogmoed = geestesziekte) zijn om je uit te nodigen voor een hap eten om je honger te stillen.

  5. Sorry voor de taalvouten. De voorgaande reactie schreef ik teveel uit de losse pols. Voor wie het nog niet in de gaten heeft: Vrijspreker gebruik ik soms als kladblaadje om wat met bewoordingen te spelen. Wat niet wegneemt dat er in gekladder elementen zitten die de moeite waard zijn om te overdenken.

  6. Vandaag een goed bericht in het Financieel Dagblad dat erop duidt dat een levensader van de overheidsmachine wat aan het verstoppen is. De belastingdienst kampt volgens het artikel met een exodus. Ongeveer een kwart van de medewerkers wil weg, vooral hoogopgeleiden.

    Volgens een artikel in het NRC meldde de directeur-generaal van de belastingdienst dat de exodus „een groot risico” voor „kritieke bedrijfsprocessen” zou zijn. Kijk… en dat is nu goed nieuws.

    Recent in verscheen in de Groene Amsterdammer ook een artikel waarin beschreven wordt hoe IT-systemen volautomatisch allerlei problemen veroorzaken waardoor de communicatie met de burger aan alle kanten vastloopt.

    Dit soort berichten beschouw ik als goed nieuws. Want een ieder moet krijgen wat hij verdient. Niet meer en niet minder. Wat een mens zaait zal hij oogsten. Zaaien overheidsdienaren allerlei ellende, dan dienen ze volgens natuurwetten ellende te oogsten. Wel jammer dat belastingambtenaren als ratten het zinkende schip verlaten. Da’s niet erg dapper 😀

    Wie zo graag de schepen van anderen wil besturen en er niet voor terugdeinst om die schepen te laten zinken, moet niet zo laf zijn om het zinkende schip dat hij vertegenwoordigt te verlaten.

  7. Vergeet niet dat al zou er een PVV kabinet komen, dat er nog niks word veranderd.
    Die vele, vele ambtenaren op de departementen zijn allen LINKS.
    Wil je Nederland weer gezond van lijf en geest maken: Sloop de LINKSE KERK!
    DOEN!
    Wie heeft het lef?
    We hebben geen leger meer, dus die staatsgreep moet het eigen volk wel doen.
    Maar het eigen volk heeft het te druk met pokéman 😉

Comments are closed.