Kleinere staten zijn over het algemeen te verkiezen boven grote staten als het om vrijheid gaat. Om die reden zou afsplitsing binnen staten een positieve ontwikkeling kunnen zijn. Maar als de voorvechters voor onafhankelijkheid enthousiaste socialisten zijn dan loopt die vrijheid in bijvoorbeeld Catalonië en Schotland nog harder achteruit.

De ineenstorting van het communistische model bracht Oost Duitsland terug bij West Duitsland. Daarmee is de – relatieve – vrijheid van Oost Duitsers flink vooruit gegaan. Ook een mogelijke samenvoeging van Noord en Zuid Korea waarbij het laatste land de dominante factor is, zal voor veel vrijheidslievende Noord Koreanen gunstig uitpakken.

Het is dus maar net hoe het staat met het vrijheidsgevoel van de – nieuwe – heersers. Een kleinere staat is geen garantie dat het ook vrijer is in dat land. Het erodiseren van de macht en afsplitsing tot aan het individu is de ideale situatie. Dat gaat echter nooit vanuit de huidige situatie gebeuren maar zal via een splitsingsproces verlopen. Tegelijkertijd streven de zittende heersers naar verdere concentratie van de macht, zoals bijvoorbeeld de EU.

Enerzijds is secessie een wapen in de strijd tegen machtsconcentratie, zoals Brexit. Anderzijds brengt het bewustwording met zich mee (‘de EU is in feite overbodig’). Een kleinere overheid die – noodgedwongen – dichter bij de mensen staat, is makkelijker verantwoordelijk te houden. Neem IJsland waar o.a. de banken niet ‘gered’ zijn met belastinggeld. Ook heeft een kleinere staat meer (belasting-)concurrentie van buurlanden en is het lastiger voor multinationals en grote bedrijven om een oligopolie / monopolie / kartelpositie te verwerven via omkoping van de overheid.

Decentralisatie van macht is over het algemeen positief voor de vrijheid, burgerrechten en economie. En in theorie kunnen inwoners die niet blij zijn met de afsplitsing van een gebied zelf gaan ijveren voor een afsplitsing binnen die afsplitsing. Op die manier komt stapje voor stapje de macht van het individu dichterbij.

 

11 REACTIES

  1. Veel of weinig landen?

    Een aantal punten ten aanzien van politieke (de)centralisering is in dit artikel gescoord. Een belangrijk punt mis ik nog. Dat is het punt van de concurrentie. Als er meer onafhankelijke landen zijn in soortgelijke situaties kunnen burgers van die landen beter vergelijken met andere landen hoe hun eigen regering het doet, bijvoorbeeld economisch of op het gebied van individuele vrijheden. Dat alleen al heeft een gunstige uitwerking op de invloed van de burger op zijn politieke bestuur.

    De opmerking over Catalonië begrijp ik niet zo. Hier sluipt bij de auteur toch weer politieke betutteling binnen. De afscheiding hier zou ongunstig zijn want dan komt er een regime dat niet zijn voorkeur heeft. Maar daar moet het nu juist niet meer over gaan. Het gaat om de keuze van de Catalanen. Bovendien is de mensheid gebaat bij een reeks van verschillende politieke systemen. Dan kun je zien wat loopt en wat niet loopt.

    Zijn er dan helemaal geen zaken die je centraal, globaal zou moeten regelen? Twee zaken vallen mij nu in. Het is voordelig voor iedereen om bepaalde technische uitvoeringen te standaardiseren, bijvoorbeeld de compatibiliteit van wereldwijd veel gebruikte apparaten. Iets anders is een ernstige militaire dreiging op globaal niveau van een bestuurlijk volledig gederailleerd land. Voor de veiligheid van de mensheid moet dan door de rest ervan wel ingegrepen kunnen worden. Maar alleen om de dreiging weg te halen.

    Seneca [4] reageerde op deze reactie.

  2. We hadden als de Denen onze valuta moeten behouden, we worden gewoon geplunderd?

  3. In Liechtenstein is het al mogelijk dat gemeenten zich middels secessie afsplisten. Het mooie is dat elke gemeente dat volledig zelfstandig -dus zonder inmenging van de rest van het land- via een referendum kan beslissen. Prins Hans-Adam (sterk geinspireerd door het werk van libertariër Hans-Hermann Hoppe) heeft zelfs getracht voldoende steun van de bevolking te krijgen dat elk individu zich mag afsplisten, maar daar kreeg hij niet voldoende handtekeningen voor.

    Ook is het daar toegestaan te concurreren met de overheid door diensten aan te bieden die vooralsnog alleen door de overheid worden aangeboden. Dat zorgt voor een zeer kleine overheid die meer in dienst staat van de mensen.

    Er vloeit overigens geen cent belasting richting de koninklijke familie. De monarchie bedruipt zichzelf volledig middels private investeringen.

    Zo kan het dus ook.

    https://jacobitemag.com/2017/08/04/why-liechtenstein-works-self-determination-and-market-governance/

  4. @anp rebel [1]: Het is niet altijd zo dat een afsplitsing tot meer vrijheid leidt. Neem Oost Duitsland en Noord Korea maar als voorbeeld van kleinere landen met aanzienlijk minder vrijheid. Dat het daar niet over moet gaan is prachtig maar als inwoners van zo’n land zit je wel met de gebakken peren.

    anp rebel [6] reageerde op deze reactie.

  5. Mede door ( artikel 120 van de Grondwet) ontbreken van het Grondwettelijk Hof is het subsidiariteitsbeginsel een dode letter.
    Het subsidiariteitsbeginsel impliceert dat de overheid slechts optreedt indien en voor zover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door gemeenten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de overheid kunnen worden verwezenlijkt.
    Het proportionaliteitsbeginsel schrijft voor dat het optreden van de grondwey niet verder gaat dan nodig is om de doelstellingen van de Grondwet te verwezenlijken.

  6. @Seneca [4]:

    Hartelijk dank voor je reactie.

    Ik bedoel te zeggen dat jouw argument in de discussie over (de) centralisering van landen, veel kleine of weinig grote, eigenlijk niet thuishoort. Natuurlijk zullen er kleine landen zijn, afsplitsingen, waarvoor menigeen zal zeggen dat de burger daarna minder vrijheden kent dan in het voormalige grote land. Bijna niemand zal dat bestrijden. Ik ook niet. Maar de discussie die jij aansnijdt in je artikel gaat over wat wenselijk is in het algemeen: veel kleine of weinig grote landen. Je zou wel een punt hebben als je zou beweren dat afsplitsingen altijd of meestal leiden tot landen met minder vrijheden en daarom een negatief punt vormen van afscheidingen. Maar dat zeg je niet als je met een enkel voorbeeld komt.

    Wat dan over blijft is jouw punt toch op een geforceerde maar positieve manier relevant voor de discussie opvatten. Dat heb ik geprobeerd te doen. Het punt dan interpreteren als het standpunt innemen van ‘afsplitsingen mogen tenzij’. En dan wordt het naar mijn idee politieke betutteling. Daar heb ik de volgende bezwaren tegen:

    1. Bij de afsplitsing kun je moeilijk of niet zeggen wat het gaat worden;
    2. Regimes wisselen, ook van kleine landen; misschien pakt het op een gegeven moment wat eerst goedgekeurd was door jou verkeerd uit en omgekeerd;
    3. Een balans opstellen van individuele vrijheden is geen simpele rekensom; individuele belangen en ervaringen en persoonlijke politieke standpunten spelen een belangrijke rol bij de beoordelaar.
    4. Welke legitimiteit brengt de beoordelaar mee om zijn standpunt toch de doorslag te laten geven als de bevolking zelf daarover zijn mening te kennen heeft gegeven?

  7. Wat versta je onder vrijheid? Zolang dat niet duidelijk is, is er geen meetlat waaraan je verandering kunt afmeten. Alhoewel ik niet over een meetlat beschik, zie ik geen enkele relatie tussen afsplitsing en vrijheid. Ik zie niet in waarom afsplitsing vrijheid zou bevorderen of vernietigen. Wat is het punt dat de schrijver wil maken?

    Seneca [8] reageerde op deze reactie.

  8. @Seneca [8]: Dat neem ik ook aan. Maar of dat iets bewijst, is de vraag. Bovendien houd je nog steeds de vraag wat te verstaan onder vrijheid. Ik ben vaak in de DDR geweest. Zo onvrij vonden de inwoners het niet. En veel bewoners hadden heimwee naar de goede oud DDR na de samenvoeging met West Duitsland. Men had baanzekerheid. De tucht van de markt ontbrak. Er was meer tijd voor elkaar. Ik ben in de goede oude tijd zelfs ooit nog gevraagd daar marketing te komen onderwijzen.

    AnCap [10] reageerde op deze reactie.

  9. @Bertuz [9]: Vrijheid’, ‘vriendschap’ en ‘vrede’ zijn verwante woorden, zoals ook de begrippen die ze voorstellen zeer nauw verwant zijn. De gemeenschappelijke voorouder van de woorden ‘vrij’, ‘vriend’, ‘vrede’ is de Indogermaanse wortel ‘prijo’, die men ook terugvindt in het Oudindische ‘priya’ dat “lief, dierbaar” betekent – vgl. liefhebben of vrijen. Vrijheid, in deze zin van vriendschap en vrede, verwijst naar een relatie onder gelijken, meer bepaald naar relaties op basis van vrijwilligheid en wederzijdse toestemming; naar een spontane, niet vooraf geregelde, niet van bovenaf opgelegde ordening – naar een samenleving van mensen die, alhoewel ze met mekaar samenwerken en mekaar bijstaan, mekaar toch niet als wandelende schuldbekentenissen, en zichzelf niet als lopende schuldvorderingen beschouwen. Van vrienden “eist” men niets: men respecteert hun eigenheid en aanvaardt dat ze hun eigen leven leiden met aandacht voor hun eigen prioriteiten.

    Frank van Dun, Het Fundamenteel Rechtsbeginsel.

    Nico [11] reageerde op deze reactie.

  10. @AnCap [10]: Dank voor dit citaat. Mooi staaltje rechtsfilosofie.

    Zonder dwingende verticale verhoudingen kan iedereen een ‘goeie peer’ zijn die, om het maar zo uit te drukken, individueel de gouden appeltjes van Freya produceert. Een ‘goeie peer’ produceert goud- of zilverkleurig licht, afhankelijk van behoeften in de omgeving.

    De twistappel en de gouden rijksappel zijn zo bezien traditionele methodes om jezelf onsterfelijk belachelijk te maken.

Comments are closed.