Portrait_of_a_hunter_holding_a_dead_jackrabbit_by_the_ears_and_tail,_ca.1900_(CHS-5552)“Belastingdienst pakt schijnzelfstandige aan”, zo luidt de kop boven een artikel in de Volkskrant van 9 april. In het artikel wordt de opbrengst alvast berekend. Maar over de opportunity cost lees je niets.

De plannen zijn eerder al eens besproken op deze website (zie hier). Nu is het dus zover. De Belastingdienst kondigt aan dat zzp’ers in zorg en onderwijs met ingang van dit jaar geen belastingvoordelen meer krijgen, omdat ze feitelijk een verkapt dienstverband hebben. Ook de ict-sector, de transportsector en bouw staan strengere controles te wachten.

De ratio van de aanpak is duidelijk: door ondernemersfaciliteiten te claimen genieten de zzp’ers een fiscaal voordeel ten opzichte van mensen die hetzelfde werk in loondienst verrichten. Dat voordeel lijkt mooier dan het is, want ook dat heb ik mijn vorige artikel over zzp’ers al uiteengezet. Het beroep op het principe “gelijke monniken, gelijke kappen” gaat daarom mank als het om zzp’ers versus werknemers gaat.

Belangrijker zijn de economische consequenties van deze maatregel. Door flexibele arbeid minder flexibel te maken – en daarmee ook weer duurder – is het de vraag of de zzp-“banen” een-op-een in dienstverbanden worden omgezet als de zzp-bestrijding slaagt. En als het al lukt, dan waarschijnlijk alleen tegen hogere kosten. En dat in een tijd dat er in de zorgsector mensen uit moeten, niet omdat er geen vraag is, maar omdat er niet genoeg geld is.

De staatskas krijgt dus weer eens voorrang op de economie. De prijs wordt betaald in de vorm van minder, maar wel duurdere banen, minder zorg en nog meer druk op het budget. Ergens moet de overdruk eruit natuurlijk. Dat zal dan wel weer gebeuren in de vorm van hogere lasten, pardon, ik bedoel natuurlijk hogere eigen bijdragen, of minder verstrekkingen (lees: u mag het zelf betalen).

De rekensom die het artikel in de Volkskrant vermeldt dat de Belastingdienst verwacht circa 800 miljoen euro meer belasting te ontvangen als gevolg van het niet langer als zelfstandige erkennen van circa 90.000 zzp’ers. Dat is een kleine 9.000 euro per ex-zzp’er. Als je nagaat dat de belastingwaarde van de zelfstandigenaftrek circa 3.000 euro waard is tegen een tarief van 42%, dan moet het uit de MKB-winstaftrek van 14% komen. Dan praat je toch over een winst van 40- à 45.000 euro. Ict-ers zitten daar waarschijnlijk boven, maar of dat voor de andere beroepen ook geldt? Ik weet het niet.

Het verhaal doet je denken aan de accijnsverhogingen die dit jaar zijn ingegaan. Die hebben geld gekost. Aan de staatskas én aan de private sector wel te verstaan, althans in Nederland. Maar de club die er nu zit in Den Haag leert niets.

We weten nu al wat de boodschap met Prinsjesdag 2014 zal zijn: soberheid, soberheid en nog eens soberheid. Dan komen we uit de problemen. Samen, mét elkaar. Echt waar.

Alleen mensen die zich nooit iets afvragen geloven het verhaal nog.

Paul Verhaegh

11 REACTIES

  1. Inderdaad, de analogie met de accijnzen dringt zich op. Ik ken vele ondernemers die het nooit in hoofd zullen halen om iemand in vaste dienst te nemen. Sommige door schade en schande wijs geworden toen ze iemand die de boel verziekte wilden ontslaan en de Staat de kant van degene die zijn afspraken niet nakomt koos.

    Derhalve zal deze maatregel tot nog meer werkloosheid en bijbehorende uitkeringen leiden, minder inkomsten uit winstbelasting omdat bedrijven mogelijke extra bedrijvigheid zullen laten liggen uit vrees voor de ‘ bescherming’ van de Staat voor werknemers. Per saldo dus minder buit voor de roverheid en hogere uitgaven aan uitkeringen, dan moeten elders de belastingen weer omhoog (want minder uitgeven dan kan niet) met hetzelfde gevolg etc.

  2. Maar schijnzelfstandigheid is toch een serieus probleem. Je kunt toch moeilijk volhouden, dat een PGB’er, die in één gezin komt, of een bouwvakker, die voor één aannemer werkt, een eigen bedrijf heeft. Een eigen bedrijf doet bijvoorbeeld aan eigen werving en heeft meer opdrachtgevers en is gelijkwaardige contractpartner. Ik kijk wel eens op http://www.freelance.nl; daar wordt zelfs regelmatig opgeroepen te ‘solliciteren’ en een CV te zenden. Als ik mijn loodgieter laat komen dan zal die naar zijn voorhoofd wijzen, wanneer ik hem zijn CV vraag.
    Over de hoogte van de werkgeverslasten kun je discussiëren, maar de oplossing lijkt me rechtstreeks aanpakken van die lasten en niet met het toelaten van schijnconstructies deze omzeilen.

    Hub Jongen [3] reageerde op deze reactie.

  3. Ik heb plek voor een account manager. Maar denk alsjeblieft niet dat ik een “baan” voor je heb zoals dat door de Staat wordt opgedrongen. Ik ben bereid een goed inkomen te betalen dat gerelateerd is aan je prestaties (lees orders). En niet gerelateerd aan de tijd dat je een stoel zit te verwarmen, al dan niet in je auto. De Staat denkt nog met de grondslag van socialisme uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Daarin is onze generatie opgegroeid en we denken dus met z’n allen dat er geen andere mogelijkheden zijn.

    Kijk voor de grap ook eens op UWV en zie eens hoeveel goed opgeleide mensen er in de bakken zitten. Waarom worden die niet aangenomen? Inderdaad dankzij de volkomen doorgeslagen regelgeving met betrekking tot arbeid.
    SAMENWERKING. Dat is het toverwoord voor de nieuwe arbeidsverhoudingen. Is het goed? Is het slecht? Geen idee, maar de kans dat ik iemand bij mij op loonlijst zet is ongeveer 0%.

    Wees lief voor uw dierbaren

    Jhonny Nijhoff [7] reageerde op deze reactie.

  4. Laat die “ZZP-bestrijdingsdienst” dan maar snel beginnen met het aanpakken van “zelfstandigen” (al dan niet met een BV) die alleen, of hoofdzakelijk, de overheid als klant hebben. Daar zijn er vele van, die veel geld kosten en met geen mogelijkheid ‘ondernemer’ zijn te noemen.

    Maar om een of andere reden heb ik het gevoeld dat deze niet de primaire doelgroep zullen zijn. En is zelfs een goede kans dat bovengenoemd beleid afkomstig is van zo’n ‘ondernemer’.

  5. @Pendragon [5]:

    Nog steeds neemt in onze samenleving arbeid een overheersende positie in, nog steeds geldt het haast als een goddelijke roeping. God mag dan ondertussen dood zijn, het met de goddelijke roeping samenhangend arbeidsethos is nog springlevend. En daarom zullen we werken, werken en nog meer werken ondanks pogingen om dit telkenmale, eeuw na eeuw ter discussie te stellen. Een korte terugblik op deze eeuw aan de hand van een pamflet “Werken is misdaad”.

    door Bert van Wakeren

    Het zijn de jaren die achteraf wel eens betiteld zijn als ‘de vrolijke jaren na 20’. De Eerste Wereldoorlog is al weer haast lang geleden. De revolutie in Rusland in volle gang en het vrouwenkiesrecht in Nederland onlangs ingevoerd. Voor de middenlagen van de bevolking heeft het leven een prettige wending genomen. Er is volop bedrijvigheid en vertier op het Rembrandtplein in Amsterdam, de Coolsingel in Rotterdam en rond de Passage in Den Haag. Het zijn de jaren van de variété, de bloei van de operette en dancings komen in trek. De oorspronkelijk bestaande woningnood is bijna opgelost en een werkweek van achtenveertig uur met een vrije zaterdagmiddag is ingevoerd. Het waren ook de jaren van een sterke industrialisatie van Nederland. De bouw, de handel, het transport, de agrarische export en de aanzwellende nijverheid waren tekenen van hoogconjunctuur. En om de inkomens aan te passen aan de sterk stijgende prijzen zijn er vrij veel loonstakingen. Langzaam maar zeker echter komt er een recessie, die later het begin zou blijken te zijn van een diepe depressie. De grauwe jaren dertig met zijn werkverschaffing. Het is ook in die jaren, om precieser te zijn 1924, dat Herman Schuurman een pamflet getiteld Werken is misdaad schrijft. Werken is volgens Herman de grootste belediging en vernedering die de mensheid zichzelf heeft aangedaan. ‘Het werken is de grote verdoemenis. Het werken maakt geestloos en zielloos; je moet kruipen en knoeien, verraden, bedriegen en vervalsen…werken is levensvijandig, werken is levensvernietigend.’ Daarom moet volgens Herman iedere kapitalistische onderneming gesaboteerd worden. En grondstoffen, machines en producten onbruikbaar gemaakt. Omdat àls er niet gewerkt wordt aan de ondergang van het kapitalisme, er meegewerkt wordt aan de ondergang van de mensheid. Met klare taal beëindigde hij zijn pamflet: ‘Wij willen niet door het kapitalisme ten onder gaan, daarom moet het kapitalisme door ons ten onder gaan. Wij willen als vrije mensen scheppen, niet als slaven werken; daarom zullen wij het systeem van de slavernij vernietigen. Het kapitalisme bestaat door het werken van de werkers, daarom willen wij geen werkers zijn en zullen wij het werken saboteren.’
    De Amsterdammer Schuurman was lid van het Vrije Jeugd Verbond (VJV), een groep die zich met name richtte tegen kapitalisme en militarisme. Met grote regelmaat riepen ze op tot gewelddadig verzet en sabotage.
    ‘Wij zullen,’ schreven ze in de Moker, ‘alles vergruizelen, de staat en de fabrieken, heel de organisatie van de maatschappij die is ingesteld op misdaad en karakterloosheid.’ Toch viel het pamflet niet alleen maar in goede aarde, ook niet binnen de anarchistische beweging. Zo was volgens de toen 25 en nu 100 jarige anarcho-syndicalist Arthur Lehning de propagandaleus ‘werken is misdaad’ in strijd met de zelforganisatie en zelfbevrijding van de arbeidersklasse. Zo schreef hij: ‘Als wij het kapitalisme niet slechts willen bestrijden, maar ook overwinnen, dan is het ook vanzelfsprekend dat de arbeiders de eigenschappen die hiervoor nodig zijn, zich niet kunnen verschaffen door zich buiten het bedrijf te stellen.’ Meer nog: ‘Een propaganda om ook onder het kapitalisme goed en verantwoordelijk te werken, kan slechts de morele gezindheid, zonder welke een socialistische maatschappij niet denkbaar is, bevorderen.’ Lehning was dan ook geen voorstander van het anarchisme van de daad, zoals bijvoorbeeld Schuurman en Anton Contandse, die ooit Nederland in die periode omschreef als ‘het duffe landje der Droogstoppels’.
    De Moker-groep wordt wel als één van de merkwaardigste zelfstandige arbeidersjeugdbewegingen gezien die ons land gekend heeft. Bloeiend van 1924 tot 1928 met 500 aanhangers, was het een beweging die overal van zich deed spreken door propagandistische vondsten en extreme opvattingen. De ‘werken is misdaad’ theorie was trouwens geen nieuwe theorie. De gedachte gaat terug op het sinds 1916 door een Nederlandse vertaling bekende boekje van Paul Lafargue Het recht op luiheid. Toch is er van een praktische doorvoering van de gepredikte sabotage niet echt sprake. Wel waren er sommigen die zich aan geregeld werk ontrokken, en dus op een andere manier in hun onderhoud moesten voorzien. Zoals uit eten gaan, het ‘neem en eet’ op kosten van de welgestelden en de Bijenkorf. Het idee van Proudhon dat eigendom diefstal is diende als theoretische rechtvaardiging voor deze ontvreemdingspraktijken. Met name Piet Kooyman liet van zich horen met leuzen als: ‘Bestorm de magazijnen en neemt wat gij nodig hebt.’ En in een ander manifest:’Neemt, neemt en bevredigt uw normale behoeften.’ Opruiïng! De bestraffing was zwaar: zes maanden zonder voorarrest, tien maanden in totaal. Ondertussen verdiende Schuurman zelf wat centen via de uitgave van zijn Werken is misdaad-brochure. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Weer anderen begonnen te parasiteren op vrienden en kameraden; sociale uitkeringen waren er nog nauwelijks. Al met al natuurlijk voldoende stof voor konflikten en ruzies. Die met enige regelmaat onder andere in Appelscha werden uitgevochten.
    Gaandeweg wordt ook het radicale verzet meer en meer verdrongen en onschadelijk gemaakt door vakbonden en sociaal democraten die de loonarbeid onder zo gunstig mogelijke voorwaarden wilden organiseren. Let wel: binnen de grenzen die het kapitaal stelt. De loonarbeid op zich, als principe van de kapitalistische productiewijze, wordt niet meer echt ter discussie gesteld.

    Collaboratie
    Pas in de jaren zestig is er weer sprake van verzet. Wederom in een soort van breukvlak tussen hoog en laagconjunctuur. Na de Crisisjaren, de massamoorden en de enorme materiele vernietigingen valt er weer veel op te bouwen. En gewerkt werd er. De bomen leken tot in de hemel te groeien en iedereen moest op z’n minst een auto en televisie. De koopkracht verdubbelde. Betere sociale en medische voorzieningen. Vakantie, afleiding en ontspanning voor de massa. Gouden bergen worden beloofd. Om die te kunnen bereiken willen mensen meer geld. Stakingen zijn het gevolg en de geleide loonpolitiek wordt los gelaten. Tegen die steeds verder oprukkende consumptiemaatschappij komt verzet en Provo ontstaat, mede gevoed door de actieve Ban-de-Bom beweging. ‘Provo voelt zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo beschouwt het anarchisme als inspiratiebron voor verzet. Provo wil het anarchisme vernieuwen en het onder de jeugd brengen.’ Dit schrijft onder andere Roel van Duyn in een stencil dat de verschijning van Provo aankondigde. En Van Duyn schrijft meer, veel meer. In het zeer lezenswaardige boek Het witte gevaar, een handboek voor provoos, staat hij in het hoofdstuk Het pre-provo anarchisme uitvoerig stil bij de Moker beweging. Het ‘werken is misdaad’ van de Moker-jongeren is voor Van Duyn het ‘werken is kollaboratie’ van de provoos. Naast de overeenkomsten als het afwijzen van werken in deze kapitalistische maatschappij, het beschouwen van jongeren als een zelfstandige politieke kracht, hun kritiek op de bestaande anarchistische beweging en de opruiing die bij de Provo’s verpakt is in Provocaties is er volgens Van Duyn één groot verschil. En dat zijn de Witte Plannen van de Provo’s. Het Witte Fietsenplan, om op z’n minst het centrum van Amsterdam voor alle motorverkeer af te sluiten; het Witte Kinderplan voor meer crèches en tegen het gezinsdenken en het Witte Schoorstenenplan om de luchtverontreiniging tegen te gaan. Allerlei plannen bedoeld als verbetering (en als provocatie) van de bestaande maatschappij. Van Duyn: ‘Die zouden de Moker-jongens onverdragelijk en onprincipieel reformisme gevonden hebben. Reformisties zijn de Witte Plannen ook inderdaad, maar toch zijn zij het die Provo tot een levenskrachtiger beweging maken, want juist op een gebrek aan direkte resultaten is de beweging der jongere anarchisten verlopen. Er werd te veel gepraat en getheoretiseerd, te weinig bereikt.’ De Provo’s geloven ook niet meer dat de revolutie van de arbeiders zal komen. Proletariaat en burgerij waren tot één grote grijze massa samengesmolten: het klootjesvolk. ‘Hoe iemand in die apathische, afhankelijke, geestloze troep kakkerlakken, torren en lieveheersbeestjes enig vertrouwen kan stellen is onbegrijpelijk.’ Om de vastgeroestheid en de zelfgenoegzaamheid van de verveelde consument te doorbreken vestigden ze hun hoop op het ‘provotariaat’ en de intelligensia. In juni 1966 doet Provo mee met de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen met als leus “Stem provo, kèjje lachen”. Ze behalen een zetel en als beweging heffen ze zich op in mei ’67. Na twee jaar actievoeren was de geest enigzins uitgeput. Provo was ook meer een ideeënbom dan een vaste structuur. Bij de volgende raadsverkiezingen wordt Provo omgedoopt tot Kabouterpartij en behalen een zetel of vier.

    Herdrukken
    De economie bleef ondertussen groeien. De zogenaamde oliecrisis, die niet meer was dan de strijd om de macht over olie, gooide echter roet in het eten. Dit werd nog versterkt doordat de Verenigde Staten de kosten van de Vietnam-oorlog niet meer konden dekken met normale middelen. Men begon geld te drukken, dat hen anders zou hebben ontbroken. Het systeem stokt, leidt tot haperingen in de produktie, de koopkracht neemt af. Langzaam maar zeker gaan we weer op weg naar massawerkloosheid.
    Aan het begin van deze periode verschijnt in herdruk het boek Recht op Luiheid, ditmaal met een voorwoord van Anton Constandse. Volgens Constandse was het boek nog steeds actueel tenslotte ‘moge men de huidige welstand van West Europa fundamenteel verschillend vinden van de ellende der arbeiders in de vorige eeuw, dan bedenke men dat al in Zuid Europa die andere wereld begint die zich uitstrekt over Afrika en Azië, de wereld van de armoe, de ziekte, de werkloosheid en analfabetisme, waarvan Lafargue zo veelvuldig getuigt. En daartegenover de dolle weelde, de overconsumptie, het jagen op markten en grondstoffen.’
    Onderwijl publiceert de Vrije Socialist in 1978 integraal Schuurmans pamflet. ‘Libertair ingestelde geesten geloven niet zo hard aan de idylle dat de mens zichzelf vormt en hervindt in het arbeidsproces. Kunnen geestdodende werkomstandigheden, autoritaire arbeidsverhoudingen en de klote producten, die ze vaak opleveren bevrijdend werken?’, schreef een redactielid als begeleidende tekst. Een paar jaar later stipt Ewald Vanvugt in Brief aan een nieuwe werkloze de tekst aan, om aan te tonen ‘dat de opvatting van arbeid als zin van het leven misschien niet eens de halve waarheid, maar juist een vuile leugen is.’ Volgens Ewald is het eerder zo dat wie bevrijd is van de arbeid, bevrijd is van een fundamentele greep op zijn leven. Zowel Constandse als Vanvugt werken ondertussen mee aan de heruitgave van De vrijwillige slavernij van Etienne de la Boétie. Dit boek, oorspronkelijk uit 1553 en voor het eerst in 1933 in het nederlands verschenen, bevat de opvatting dat onderdrukking slechts mogelijk is door de gehoorzaamheid van de onderdrukten zélf. Een gedachte die je bij anarchisten vaker hoorde, net zoals de opvatting dat elke regeringsvorm per definitie onderdrukking met zich meebrengt. ‘Weest besloten niet te dienen en ge zijt vrij!’, schreef Etienne.
    In het toen nog anarcho-socialisties tijdschrift De As wordt in een themanummer over arbeidsethos Werken is misdaad door Jaap van der Laan aangehaald. Voor hem is de tekst een uiting van een strijd tegen de gedwongen arbeid, tegen de vervreemding van de arbeid. Een strijd minstens zo oud als het kapitalisme. Maar er is een maar. ‘Aan de konflikten rond Werken is misdaad is te zien dat het niet eenvoudig is het individuele niet werken zodanig door te voeren dat het maatschappelijk effecten heeft. En ook al lijkt de individuele werkweigering logisch, dan nog blijft het de vraag hoe je daarmee de algehele bevrijding van de loonarbeid kunt bereiken.’ En daar gaat het juist om volgens Jaap. En om het scheppen van een ‘zelfbeheer-maatschappij’. Voor hem is daarom de ‘eigen werk’ beweging belangrijk omdat ‘daarin de praktijk van een op andere wijze samenwerken en produceren kan worden uitgetest. Arbeid in de zin van gezamenlijk scheppen van levensbehoeften is uiteindelijk een noodzakelijke voorwaarde om een zelfbeheermaatschappij te kunnen laten bestaan.’

    En deze ‘eigen werk’ beweging leeft als nooit te voren mee op de golven van de kraakbeweging en acties voor het milieu, Amelisweerd; het feminisme, het leven in eigen hand; van het moet en kan anders en deze rechtsorde is de onze niet! Groepen als Bond Werkschuw Tuig, Bond tegen het arbeidsethos en Basta proberen ideeën achter Werken is misdaad op activistische wijze in de praktijk te brengen. Mensen uit Nijmegen, Sittard en andere steden, verenigd in de ‘werkgroep betaalstaken’ van het Landelijk Beraad Uitkeringsgerechtigden, geven een dikke brochure uit, Betaalstaken, verzetsmiddel van baanlozen en andere minima.
    En Arthur Lehning? Die schrijft op 85 jarige leeftijd in de Gids:’In het huidige tijdsgewricht zou een traktaat over opstand niet zozeer over het recht van opstand maar veeleer over de plicht tot opstand moeten handelen.’

    Drukdrukdruk
    In de aansluitende periode van laagconjunctuur vind er weer een kapitalistische sanering plaats. Faillissementen, sterfhuisconstructies, nieuwe fusies en drastische loonsverlagingen. En onderwijl wordt er door de vakbonden en sociaal democraten wederom geraaskalt over werk, werk en nog veel meer werk. Al dan niet verpakt in werkverschaffingsmaatregelen. Jàren achtereen. De ‘eigen werk’ beweging wordt vakkundig de nek omgedraaid. En als dat alles niet meer nodig is, een hoogconjunctuur heb je ook zo te pakken, kunnen wij onszelf wel commercieel bezighouden, moeten we dat zelfs. De verzorging van kinderen, van zieke familieleden, van het huis zelf? Het commerciële circuit in, alles een betaalde baan. Op die manier wordt een onuitputtelijke ruimte voor nieuwe werkgelegenheid geschapen. De totale economisering van het private en dagelijkse leven.
    Wie ondertussen de dreigingen aan het eind van deze eeuw, op de drempel van een nieuw millenium, inventariseert, kan een lange lijst onder ogen krijgen: gat in de ozonlaag en broeikaseffect, mogelijke bevolkingsexplosies, radioactief afval, water, bodem en luchtverontreiniging, wapenhandel en oorlogen met al dan niet dreiging van inzet van atoomwapens, kernreactorlekken, waterschaarste en stijging van de waterspiegel, voedseltekorten, kappen tropisch regenwoud, voedsel en genetische manipulatie, ongelukken met chemiesche fabrieken. Met gemak kan een ieder deze lijst nog heel wat uitbreiden. En wat schreef Herman Schuurman ook alweer? Werken is levensvernietigend?
    Ondertussen slaat de elite zich op de borst omdat ze wel 100 uur in de week werken, drukdrukdruk. Verbruiken we in het westen, als een vijfde van de wereldbevolking 80% van de grondstoffen. Bezitten de 240 rijkste mensen evenveel als 30% van de arme kant van de wereld. En wat gebeurt er meer? Meer wegen, meer autoos, grotere huizen, meer spullen en tegelijkertijd lopen enorm veel mensen bij het Riagg, treinen vol valium elke dag weer. En uit onderzoek van het FNV blijkt dat zeker 10% van de werkenden zich bedreigt voelt op het werk, dat 30% er eigenlijk totaal genoeg van heeft en dat steeds meer mensen arbeidsongeschikt gemaakt worden. Ondertussen roepen politieke partijen in koor: er moet langer gewerkt worden, door iedereen.
    Alleen waaraan? De ondergang van de mensheid? Of het kapitalisme?

    Blijkbaar moet de samenleving eerst tegen een maatschappelijk hartinfarct oplopen voordat we ‘nee!’ kunnen zeggen. Het nee als begin van een opstand. Van het is genoeg. En misschien komen we dan via al die individuele opstanden erachter dat ook de opstand van anderen noodzakelijk en gerechtvaardigd is. En dat het samen, met elkaar soms ook helemaal geen kwaad kan. Integendeel zelfs.
    Of hebben we met ons allen teveel profijt van de situatie van elkaar nodeloos bezighouden met het verplaatsen van papier, het kontroleren daarvan en de handel in lucht? Om maar wat te noemen.
    En dan wordt plots, op de valreep van deze eeuw Werken is misdaad opnieuw uitgegeven. Waarom hebben jullie dit pamflet weer uitgegeven, vraag ik aan Sandra van uitgeverij De Dolle Hond.
    ‘Ik was altijd erg geïntrigeerd door een citaat uit de Moker dat door Anton Constandse was opgenomen in zijn boek over de Alarmisten:” Het moet als een mokerslag klinken in de oren der burgers dat wij, wij jongeren, het langer verdommen om ons achter het vieze, gore gedoe van de ouderen uit de beweging te scharen. Een ieder moet weten dat wij zijn gezagloze, goddeloze, haveloze en ’t liefst werkloze proleten in deze samenleving, en dat wij van hun religieuze, ethische gedoe ook geen liefhebbers zijn.” Toen bij verschillende mensen het idee ontstond om tijdens de Pinksterlanddagen in Appelscha een blaadje te gaan maken, schoot me dit citaat weer te binnen en begon ik wat uit te zoeken over die Moker-jongeren. Bij Ger Harmsen las ik de titel van het pamflet van Schuurman en in het IISG vond ik een exemplaar. Dat was snel gekopieerd en opnieuw uitgegeven.’
    Wat is nog de waarde van zulke teksten, vraag ik.
    ‘Waarschijnlijk worden teksten als die van Schuurman tegenwoordig nog maar nauwelijks begrepen, maar dat dient ons slechts aan te zetten om ons nog duidelijker te articuleren. Het is een beroerde tijd, waarin de sociale assertiviteit tot een nulpunt lijkt te zijn gedaald en het consumentisme hoogtij viert. Wij voelen ons onveilig op straat, daarom moet de overheid dat oplossen door meer politie met meer bevoegdheden! De individuele oplossing is ook zeer algemeen: hoewel de woningnoodcijfers in Amsterdam even groot zijn als aan het begin van de jaren tachtig, kiest men er liever voor om naar een kraakwachtenburo te gaan of bij de ouders te blijven wonen dan om gezamenlijk voor woonruimte te knokken zoals dat destijds gebeurde. Voor de rest is iedereen bezig met werk,
    werk,werk en rijden ze allemaal rond in die rare blikken dozen; en praten ze over niets door die mobiele telefoons. De waarde van teksten als Werken is misdaad is in deze paarse Kokhalstijd zeer groot! Als konsekwent anti-kapitalist ben je gedwongen om anti-economiese alternatieven te zoeken, dat wil zeggen aktiviteiten die het kapitalisme schade berokkenen. Niet werken is zo’n ‘aktiviteit’.’

    Zouden we ons weer bevinden op een breukvlak tussen hoog- en laagconjunctuur? In eerdere periodes ging die vergezeld met het uitgeven van Werken is misdaad, Recht op luiheid en De vrijwillige slavernij. En ook nu wordt er weer geprobeerd ze aan de vergetelheid te ontrekken. Voorbodes van scheuren in het poldermodel, van een economische crisis in aantocht? Of gewoon toeval?
    En wat zou Arthur Lehning er trouwens nú van denken? Tijd voor een opstand?
    Hoe dan ook, het is tijd voor een opstand!

    Werken is misdaad en Recht op luiheid zijn uitgeven door uitgeverij De Dolle Hond, Postbus 16578 1001 RB Amsterdam.
    De vrijwillige Slavernij is onlangs weer uitgegeven door uitgeverij IRIS, Postbus 9471 1006 AL Amsterdam.
    Brief aan een nieuwe werkloze zal in het voorjaar in een geactualiseerde versie onder de titel Brief aan een overspannen werknemer verschijnen bij Baalprodukties, Postbus 780 6130 AT Sittard.
    Over het recht van opstand van Arthur Lehning verscheen onlangs weer in Buiten de Orde (nr2/99), uitgave van de Vrije Bond, Postbus 1338 3500 BH Utrecht

    Pendragon [8] reageerde op deze reactie.
    Paul [9] reageerde op deze reactie.
    Richard [10] reageerde op deze reactie.
    Twan [10] reageerde op deze reactie.

  6. @Jhonny Nijhoff [7]: Interessant stuk om te lezen, hoewel ik niet meega in het anti-kapitalisme. Het idee dat werken een plicht is, is inderdaad onzin. Dat is geen kwestie van een recht op luiheid, maar een kwestie van werken nodig hebben of zonder kunnen: wie het zich kan permitteren niet of minder te werken moet dat gewoon doen. Een en ander natuurlijk wel in combinatie van andermans rechten, waaronder het recht van eigendom. Binnen een kapitalistische context dus.

  7. @Jhonny Nijhoff [7]: Werken is geen misdaad. Met werken worden immers geen rechten (zelfbeschikkingsrecht en eigendomsrecht) geschonden. Werken is ook geen (rechts) plicht. Het is hooguit een noodzakelijk kwaad. Een mens moet immers arbeid verrichten om te overleven. Dat is een natuurlijk gegeven. Eten , drinken, kleding en een dak boven je hoofd komen immers niet uit de lucht vallen. We leven niet in een paradijs van overvloed. Om deze zaken te realiseren moet er hoe dan ook werk verzet worden. Dat betekent dat je zelfvoorzienend moet zijn, voor iemand moet werken om geld te verdienen of zelf een onderneming begint en mensen op basis van vrijwillige overeenkomsten in dienst neemt.

    Uiteraard heb je het recht om lui te zijn. Echter dienen de consequenties van die keuze dan volledig voor jou te zijn: als niemand je vrijwillig helpt zul je sterven. Je hebt niet het recht een ander voor je karretje te spannen en hem of haar te verplichten je te ondersteunen om zo te kunnen overleven.

  8. @Jhonny Nijhoff [6]: Ik ben bang dat het niet-verplicht-werken-ideaal in onze huidige maatschappij moeilijk in te passen valt, al is het alleen al vanwege het feit dat bij niet werken (maar wel consumeren) iemand anders zal moeten bijpassen in de vorm van belasting betalen..
    Wellicht de hele boel omgooien, zoals Jaqcue Fresco voorstelt in z’n VenusProject: http://nl.thevenusproject.com/

Comments are closed.