zondag, 22 februari 2015
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Wederom: geef het onderwijs vrijheid!

plaatje_1Wederom is het de SP die met een leuk artikel komt. Enigszins voorspelbaar ageren ze tegen belastingontwijking, ofwel de pogingen van grote bedrijven om hun winsten in eigen zak te houden in plaats van deze aan Vadertje Staat te doneren. Er is één citaat in het artikel waarop ik dieper in wil gaan.

Hun ideologie van de kleine overheid heeft al heel wat kapot gemaakt: chaos bij wat in wezen publieke diensten zijn (zorg, openbaar vervoer, onderwijs, etc.) en afbraak van sociale voorzieningen.

Ik heb de cursivering bij ‘onderwijs’ zelf toegevoegd. Immers, in hoeverre heeft ‘de ideologie van de kleine overheid’ het onderwijs bereikt? Het tegendeel is hier namelijk het geval, de overheid heeft een ijzersterke greep op het onderwijs. Privaat onderwijs is in Nederland een grote zeldzaamheid, ondanks dat ouders van leerlingen op private scholen bijzonder positief zijn over hun scholen.

Ik kan enkele voorbeelden aandragen om dit te illustreren. De overheid vond in de jaren 90 dat leerlingen van basisscholen veel te vroeg geschift werden, het niveau van onderwijs op de middelbare school werd na de basisschool bepaald. Dan zijn leerlingen ca. 11 jaar oud, en te jong om goed over te kunnen oordelen. Voor dit punt van kritiek is begrip op te brengen, zij het dat het lang zo ernstig niet was als het leek. Immers, na de basisschool volgde een brugklas waar al twee verschillende niveaus op konden volgen en veel scholen hadden een verlengde brugperiode, zodat iemand twee niveaus te laag ingeschat moest worden om het juiste niveau niet te bereiken. Zelfs als dat al het geval zou zijn, dan konden opleidingen prima ‘gestapeld’ worden, en een havoleering die op de mavo belandde – het vmbo bestond toen nog niet – kon na de mavo de havo gaan doen en alsnog op zijn niveau uitkomen. Dan is er alleen maar één jaar verloren gegaan terwijl er wel al een mavodiploma in de zak zat. De overheid, bepaald niet klein en machteloos, besloot dat leerlingen na de basisschool hetzelfde programma moesten volgen, zij het dat niveaudifferentiatie mogelijk moest blijven. De basisvorming heeft het onderwijs bepaald geen goed gedaan maar eraan ontsnappen bleek bijkans onmogelijk. Ik ben blij dat ik er zelf niet in heb gezeten, ook al heb ik dan niet op school leren koken. De volgende quote van de wikipedia’ wil ik zeker niet onvermeld laten:

Daarentegen zei minister Van der Hoeven zelf: “Ik wil het woord basisvorming niet meer horen” (NOS Journaal, 13 oktober 2004) en: “We hebben de basisvorming afgeschaft. We zijn heel nuchter: als iets niet werkt, weg ermee” (NRC Handelsblad, 27 mei 2005). Omdat het woord ‘basisvorming’ een te beladen term is, wordt er nu in het onderwijs gesproken over de ‘nieuwe onderbouw’.

Laat ik dan ook maar gelijk Shakespeare quoten: ‘What’s in a name?’

Een tweede probleem dat de overheid trachtte aan te pakken was het lage imago van het lbo en het vbo. Het leek de overheid een uitstekende oplossing om deze onderwijsniveaus samen te voegen met de mavo, zodat iemand niet meer werd gezien als ‘maar’ een lbo’er of ‘maar’ een vbo’er. Jammer genoeg kreeg het vmbo zelf een dusdanig imago dat mavo’ers ook ineens ‘maar’ als vmbo’er werden gezien. Een positief bijkomstig effect was dat leerlingen met een niveau dat tegen havo aan zat extra hard gingen werken om havo te doen om zodoende aan het vmbo te ontkomen. 60% Van de middelbare schoolleerlingen volgt het vmbo. Doordat het vmbo te theoretisch was – het moest immers een positief imago krijgen – valt ca. een kwart van de leerlingen uit. Op het mbo dat volgt op het vmbo is dat eveneens een kwart. Er wordt door brave burgers en ook in het onderwijsveld zelf veel geklaagd dat degelijk praktijkonderwijs op middelbaar niveau niet meer binnen handbereik ligt. Aangezien de leerplichtwet in de praktijk een schoolplicht inhoudt – hoezo kleine overheid? – zijn er nauwelijks alternatieven aanwezig. Het resultaat is helaas dat bijna de helft uitvalt in zijn onderwijscarriere die op het vmbo begon.

Een derde probleem dat onze kleine, zich terugtrekkende overheid trachtte op te lossen was de matige aansluiting tussen de middelbare school en de universiteit. Ik heb deze matige aansluiting aan den lijve ondervonden nadat ik aan de universiteit ging studeren toen ik mijn vwo-diploma binnen had. De overgang is bijzonder groot en gaat vaak samen met zelfstandig wonen en alle uitdagingen en verleidingen waaraan een eerstejaars student bloot staat. De universiteiten beklaagden zich op luide toon bij het Ministerie van Onderwijs, en deze begaafde ambtenaren zegden toe het middelbaar onderwijs aan te passen zodat de aansluiting een stuk beter zou moeten zijn. Welk een verleiding voor ambtenaren en ministers, figuren voor wie geldingsdrang niet vreemd is. Ze zouden dit probleem wel even gaan oplossen! Ouderwets klassikaal onderwijs was niet meer van deze tijd, we hadden het blijkbaar al tientallen jaren verkeerd gedaan! De docent zou meer ‘coach’ worden en leerlingen moesten onder zijn kundige begeleiding kennis leren vergaren, net als op een universiteit. De kinderen – want dat waren de leerlingen feitelijk – werden echter in het diepe gegooid en zagen weinig structuur in hun opleiding. Hoewel er op het onderwijs dat ik heb gevolgd en dat van voor de Tweede Fase was zeker wel één en ander aan te merken was was de Tweede Fase beslist geen oplossing. Ik heb na een jaar zittenblijven de hete adem ervan in m’n nek gevoeld maar haalde gelukkig op tijd mijn eindexamen. De nadruk op daadwerkelijke kennis nam af en universiteiten klaagden naderhand dat het niveau van hun eerstejaars studenten niet meer toereikend was. Er werd zelf openelijk gesproken over toelatingsexamens, hetgeen tot die tijd een vies woord was. Het vwo-diploma zou immers afdoende moeten zijn.

Het is jammer dat universiteiten de hand niet veel meer in eigen boezem staken en zich erg elitair gedroegen. Immers, door tijdens het eerste jaar op de universiteit de vinger stevig aan de studentenpols te houden zouden veel problemen met de aansluiting als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Veel universiteiten doen dit heden ten dage ook steeds meer, op het schoolse af. Voor een groot deel van de studenten zal dit echter een uitkomst zijn tot ze volwassen genoeg zijn om inderdaad zelfstandig te kunnen studeren. Ik heb meer dan genoeg mensen zien uitvallen, één ervan slaagde later cum laude voor de opleiding waarvoor hij in eerste instantie uitviel en zijn promotie is bijna gereed. Een ander promoveert eveneens en ikzelf heb later, na het hbo, alsnog mijn master gehaald.

De overheid dicteert het onderwijs vanaf de het moment dat we onze eerste enigszins coherente zinnen kunnen spreken tot het eind van de middelbare school. Universiteiten en hbo’s hebben zeker nog wel enige vrijheid. Ik ben helaas niet genoeg geïnformeerd over het competentiegericht leren op het mbo, zodat ik daar helaas niet over kan schrijven. Collegegelden liggen vast, evenals schoolgeld. Het CITO maakt de eindexamens die met goed gevolg afgelegd dienen te worden om een diploma te ontvangen, dat weer als toegangsbewijs dient voor een vervolgopleiding. Onderwijs volgen is ook gewoon verplicht en zoals ik al zei, dat houdt in de praktijk geen plicht tot het volgen van onderwijs maar een plicht tot het volgen van onderwijs op een school in. Thuisonderwijs is nauwelijks een toegestaan alternatief en een onderwijsvorm als Iederwijs komt ook maar zeer moeizaam van de grond, hoewel nooit is aangetoond dat leerlingen hier geen goed onderwijs kunnen volgen.

De overheid kiest, zoals altijd, voor een ‘one size fits all’, hoewel er gelukkig wel niveaudifferentiatie is gedurende de gehele onderijscarriere vanaf de basisschool. Iederwijs wordt bijvoorbeeld gezien als de ‘wrong size’, hoewel ervaringen in het buitenland al hebben geleerd dat er zeker een groep leerlingen is die bijzonder goed gedijt in deze op vrijheid gebaseerde onderwijsvorm. Het geldt niet voor iedereen en de overheid is, in zijn obsessievelijke zoektocht naar de ‘juiste’ vorm van onderwijs, daar bepaald niet van gecharmeerd.

Wat het onderwijs nodig heeft is precies datgene waar de SP zich volledig ten onrechte over beklaagt: vrijheid! Verschillende vormen van onderwijs die elk een eigen doelgroep hebben. Alle leerlingen zijn immers verschillend. Er zijn uitgesproken alpha’s die je met wiskunde niet moet lastigvallen maar die je de ruimte moet geven om zich te bekwamen in talen en andere alphavakken. Er zijn uitgesproken bèta’s die je voortdurend moet uitdagen met steeds hogere niveaus van wiskunde en techniek, maar die je niet met Frans of Duits moet lastigvallen. Doe je dat wel, dan zullen ze het grootste deel van hun tijd in die voor hen zinloze vakken moeten steken in plaats van dat ze hun daadwerkelijke talenten ontwikkelen. Ik noem hier nadrukkelijk niet de taal Engels, die zullen ze toch echt nodig hebben. Het systeem voorziet echter niet in extra lessen Engels voor hen, maar opmerkelijk genoeg kunnen ze dat wel op de vrije markt door zwartwerkers die hen bijlessen geven laten doen. Tenminste, zolang de overheid het niet merkt want die jaagt op zwartwerkers.

Er zijn leerlingen die zeer weinig motivatie hebben, voor hen kan zeer strak gestructureerd onderwijs een uitkomst bieden. Er zijn evenzeer bijzonder leergierige leerlingen voor wie dit zeer strak gestructureerde onderwijs een eindeloze bron van frustratie is en waarbij dit onderwijs bovenal een krachtige rem is op hun ontwikkeling. Er zijn handwerkers die aan theoretische vakken geen boodschap hebben en er zijn ‘hoofdwerkers’ die eindeloos op zoek zijn naar intellectuele uitdagingen.

Er zijn leerlingen met problemen als dyslexie, ADHD, het syndroom van Asperger enzovoort.

One size fits all? Het onderwijs is wel het laatste waarop je deze vorm van ‘wishful thinking’ van toepassing kan laten zijn! De overheid kan differentiatie alleen per decreet uitvaardigen, de vrije markt kan ook op niches inspelen en een marktaanbieder zal proberen klanten te lokken door hen iets beters aan te bieden dan ze op dat moment hebben. Differentiatie zal zeker van de grond komen en als u mij niet geloofd, check dan even uw lijst van televisiezenders. Hoeveel daarvan zijn voor de mainsteam en hoeveel daarvan zijn voor de overblijvende niches?

Bedenk ook dat u in een vrijere onderwijsmarkt wat te kiezen hebt, u bent niet meer afhankelijk van wat ‘de anderen’ bepalen. Wilt u invloed door uw eigen keuze, wat u zelf wil en wat u zelf belangrijk vindt? Dan wilt u vrijheid binnen het onderwijs! Wilt u via de stembus invloed uitoefenen en alles gedicteerd krijgen? Zalig zijn de simpelen van geest, u hebt het recht niet meer om ontevreden te zijn.

Ik zal morgen verder gaan met mijn cursus Noors die ik voor €20 per kwartaal online kan volgen, ongeveer het bedrag dat u voor een uur aan bijles van een zwartwerker moet betalen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Onderwijs
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Hub Jongen schreef op : 3
    Hub Jongen

    Goed artikel dat de noodzaak van grotere vrijheid in het onderwijs duidelijk maakt.
    Daarvoor lijkt me goed eens een artikel te schrijven over de verborgen doeleinden van de overheid:
    –kinderen discipline bijbrengen en leren gehoorzamen aan de overheid.
    –Het indoctrineren van staats-ideeën zoals:
    “Democratie is de slechtste vorm van samenleven MAAR ER IS GEEN BETERE.
    –Als de overheid niet zorgt voor xxxxxxxxx dat komt er geen xxxxxxxxx. (vul maar in.)

  2. Paul van Leeuwen (auteur van dit artikel) schreef op : 5
    Paul van Leeuwen

    @Harrie in de Warrie [4]: Thuis achter m’n PC, op www.babbel.com . Ik heb net nog even gechecked en heb me vergist in de prijs, maar dit is nu in het artikel aangepast.

    Kan het aanbevelen! Je kan beter een klein bedrag per jaar betalen voor een goede cursus dan erop staan een gratis cursus te volgen. Leve de markt, take it or leave it 🙂

  3. Easymoney schreef op : 6

    De economie bestaat uit 2 sectoren, de publieke sector en de private sector. Andere sectoren zijn er niet.
    De publieke sector levert publieke diensten die betaald worden door de belastingbetaler en via geldleningen. Dit is het verdienmodel van de publieke sector. Scholing, een publieke dienstverlening is in dit geval de uitgave. Scholing c.q. onderwijs is daarmee onderworpen aan de politieke krachten in de 2e kamer. De ideologie van de politieke partijen bepalen in grote mate de relatie tussen Rijk, scholen, ouders en de kinderen.
    In de private sector is onderwijs niets anders dan de contractuele relatie tussen tussen schoolbedrijven, ouders, kinderen. In dit model is vakkennis bepaald, en niet maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. De ideologie van de politieke partijen zijn onbelangrijk. De overheid zou nog een rol kunnen vervullen, in de vorm van een regie c.q controle functie.
    De scholen worden betaald door het Rijk. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. De school kijkt dus in eerste instantie naar het Rijk. Tenslotte, wie de zak met geld heeft, bepaalt de spelregels. In dit geval het ministerie van Onderwijs. Dit zie je sterk terug in de beleid naar de scholen.
    – meer sporten: doe we zeggen de scholen.
    – meer rekenen: doen we zeggen de scholen.
    – meer maatschappelijke kennis: doen we zeggen de scholen.
    etc, etc, etc,.
    Oh ja, bijna vergeten, scholen zijn primair bedoeld voor het opleiden van vakkundige mensen.
    Als je kijkt naar het gedrag en besluiten van ondernemers, zie je dat zij geen vaste arbeidskrachten meer willen hebben, maar graag zaken willen doen met mensen die weten wat zij doen, oftewel mensen met vakkennis. Bedrijfssectoren die slecht betalen, moet je mijden, en een ander vak leren.

  4. Johnny schreef op : 7

    @Hub Jongen [2]: Omdat je het blijkbaar van een ander krijgt en die neemt het je net zo vrolijk weer af als die er zin in heeft.
    Ontbreken van geweld, dat zou mooi zijn. Ik zou er geen onhaalbare idealen op na houden Hub, geweld hoort bij de mens. Het uitbannen zou onderdrukking betekenen.
    Er is een andere manier, dat is leven vanuit overvloed en vertrouwen. We hebben allemaal dezelfde basisbehoeften (grofweg) en we weten dat we samen meer kunnen dan alleen, sterker: geen mens kan echt onafhankelijk alleen leven en dat doet ook niemand, zelfs de heilige die in een grot woont heeft voedsel en kleding nodig. Misschien lukt het een tijdje, maar niet een heel leven. Daarbij: de mensheid zou uitsterven want er wordt niet voortgeplant.
    We kunnen dus niet zonder elkaar maar beter nog: door samenwerking zijn we tot grote dingen in staat. Helaas worden we opgevoed tot beperkte ikken die in de eerste plaats heel goed voor zichzelf proberen te zorgen, daar is op zich niets mis mee, tot het ten koste gaat van anderen, daar is wel iets mis mee: daar ontstaat spanning en begint de ellende. het is maar 1 voorbeeld van hoe verdeeldheid met de paplepel wordt ingegoten. Verdeeldheid is strijd en dus geweld. onderdrukking en geweld verdwijnt als sneeuw voor de zon als het inzicht opkomt dat het leuker wordt als we samenwerken.