Kitchen_debateTaal en communicatie zijn onafscheidelijk, ook al bestaat er zoiets als non-verbale communicatie. Taal is het voertuig van de menselijke geest. De wereld waarin wij leven is gevormd door die spirit. Onze wereld is – afgezien van de ongerepte natuur – immers gemaakt door mensen.

De kwaliteit van de gebruikte taal telt daarbij. Slordigheid met taal – definities, uitdrukkingen, redeneringen – verraadt vaak slordigheid van geest – onheldere begrippen, gebrek aan kennis en redeneerfouten.

In dat kader moet ik altijd denken aan het debat over de arbeidsmarkt. Menige deelnemer aan het publieke debat – of wat daar voor doorgaat in Nederland – komt dan met de tegenstelling ‘hoger opgeleiden’ versus ‘lager opgeleiden’ aanzetten. Dat schijnt namelijk nogal een ‘tweedeling’ te zijn op de arbeidsmarkt.

Maar als je nu eens kijkt naar wat er feitelijk aan de hand is, dan zie je dat ‘hoge’ en ‘lage’ opleiding niet de cruciale factoren zijn. Iedereen kent het voorbeeld van de afgestudeerde academicus/academica die geen passend werk kan vinden, wegens flut- c.q. funstudie versus de geschoolde vakman (‘laag’ opgeleid) die werk heeft dat bij zijn of haar opleiding past. Kortom, de Starbucks barista met een Masters Degree in letteren of communicatie versus de geschoolde arbeider. Die laatste blijkt nog eens beter te verdienen ook.

Overbodig te zeggen dat ‘hoog’ versus ‘laag’ opgeleid niet het issue moet zijn. Het gaat om mensen die een gevraagd beroep hebben geleerd aan de ene kant, en aan de andere kant mensen die een niet gevraagd beroep leerden of ongeschoold zijn. Die laatste groep heeft de slechtste papieren op de arbeidsmarkt, en dat heeft niets met ‘hoog-‘ of ‘laagopgeleid’ te maken. Het is een valse tegenstelling. Wie zich laat vangen door dit begrippenpaar zal de klepel van de klok nooit vinden.

In de Engelstalige landen hanteert men een diverser palet om de beroepenmarkt te beschrijven. Ze kennen daar ‘trades’, dat zijn ambachtslieden zoals loodgieters, timmerlieden e.d. Dan zijn er mensen die in ‘sales’ zitten, dat zijn verkopers. Meestal zijn die in loondienst, want wie zelf een handelsonderneming bezit is een ‘merchant’ (koopman) of gewoon een ‘business owner’. Beroepen waarvoor je hoger onderwijs nodig hebt (‘hoger’ nu zonder aanhalingstekens) heten ‘professions’. Denk aan advocaat, accountant, arts, architect, IT’er etc. Verder zijn er nog mensen die voor de overheid werken, dat zijn ‘public servants’. Bij gekozen of benoemde bestuurders spreekt men van ‘holding public office’. Wie journalist is of voor radio of tv werkt, valt onder ‘the media’. Dan zijn er natuurlijk nog mensen die in het onderwijs werken, die heten ‘teacher’, ‘professor’ of ‘scholar’ (geleerde). ‘Sales’ is het beroep waarvoor je het minste onderwijs nodig hebt. Je leert het meestal on the job. De status van een salesperson is navenant. Car salesman, bijvoorbeeld, is doorgaans geen eretitel in die landen, wil ik maar zeggen. ‘Realtor’ (makelaar, ofwel huizenverkoper) evenmin.

Het mooie van deze meer concrete en diverse classificatie van het beroepenveld is dat het je dwingt om dicht bij de werkelijkheid te blijven. Iedereen weet immers het verschil tussen een trades person en een sales person, zodat iedere uitspraak die je doet controleerbaar is. Dat is anders zodra je gaat communiceren met abstracte termen, zoals het al eerder genoemde begrippenkoppel ‘hoger opgeleid’ versus ‘lager opgeleid’. Het niveau van abstractie nodigt uit tot gezwatel, of faciliteert dat in ieder geval. Gebrek aan helderheid is de prijs die daarvoor wordt betaald.

Dit is maar één voorbeeld van hoe makkelijk het publieke discours de mist in kan gaan door te weinig aandacht voor de gehanteerde begrippen. Misschien heeft het wel te maken met de in Nederland heersende consensuscultuur. De taal wordt dan een middel om verschillen te overbruggen. Het publieke debat verliest dan het debatkarakter en de begrippen moeten er maar aan geloven. Wat je over houdt is een taal die een zoeken, een gevoelen weergeeft. Taal als middel om elkaar te vlooien als het ware. Elkaar vinden lukt op die manier wel, maar helderheid en inzicht zijn het kind van de rekening.

Geef mij maar een echt discours. We hoeven het niet eens te worden, laat staan elkaar te vinden. Inzicht in de werkelijkheid is veel waardevoller. En wat dan als mensen hartgrondig van mening verschillen? Welnu, de wereld is groot genoeg voor iedereen. Niemand hoeft opgescheept te zitten met mensen waarmee hij of zij het fundamenteel oneens bent. Als dat toch gebeurt, komt dat meestal door een overheid die mensen dwingt te verkeren met elkaar c.q. in verbanden die iemand niet wenst. Wat daaraan te doen, dat is het discours van de libertarische beweging.

Paul Verhaegh

5 REACTIES

  1. @Raymond [1]:

    In the age when torture has become “enhanced interrogation techniques”; when the rich are “job creators”; when murdered children are “collateral damage”; it is good to remember these brilliant words from the late, great, George Carlin.

    It is also good to remember that the phrase “Post-Traumatic Stress Disorder” has now been officially changed in American English to “PTSD”, a totally lifeless non-threatening acronym, totally devoid of even pity and with an almost whiny feel to it.

  2. “. . . . En wat dan als mensen hartgrondig van mening verschillen. . . ”
    Soms helpt het om dan een tussenvraag te stellen . Vraag of hij/zij het eens is met de volgende stelling:
    Als er over HETZELFDE punt twee verschillende verklaringen zijn (niet meningen, dat zijn gevoelens) dan kunnen ze niet allebei juist zijn.
    Dan heb ik gelijk, of jij hebt gelijk, of we zijn allebei fout.
    Allebei gelijk kan niet. Iet is zoals het IS !!

  3. “Overbodig te zeggen dat ‘hoog’ versus ‘laag’ opgeleid niet het issue moet zijn.”

    De tegenstelling tussen beroep en baan zal cruciaal zijn voor het komend succes op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen beiden is, dat bij een baan een organisatie de functie-inhoud bepaalt en er naar willekeur dingen in en uit kan halen en dat een beroepsbeoefenaar zelf de eigenaar is van wat zijn vak behelst. Beroepen en banen kunnen zowel een ‘hoog’ als ‘laag’ opleidingsniveau vereisen.

  4. Erger is wanneer in het kader van de democratisering van het onderwijs, het niveau fors onderuitgaat.
    Daardoor koestert eender welke getitelde de illusie dat ie iets weet of erger nog “iemand is” en gedraagt zich er veelal ook naar.
    Als het enige onderscheidend criterium dan leeftijd of aantal dienstjaren is, dan kom je als jong briljant(*) drs te werken onder een baas die dezelfde titel heeft (maar die nooit gehad had als ie 30 jaar eerder geboren ware geweest) en die dan o.b.v. zijn aantal dienstjaren meent dat zelfde titel + meer ervaring = superieur beoordelingsvermogen.
    Als de lat hoger had gelegen hadden heel wat lieden nooit een titel gehaald en waren ze nooit op bepaalde posten terecht gekomen, waardoor ze ook nooit baas waren geworden over mensen die het beter weten doch toevallig later geboren zijn.

    (*) ik bedoel niet dat de jongere per definitie of doorgaans beter is dan de oudere. Sterker nog: juist niet gezien de almaar verdere daling van het onderwijsniveau. Wat ik bedoel is in een concreet geval: een jonge econoom met een IQ van 165 gaat werken in een bedrijf voor een 10 jaar oudere afdelingsmanager die ondanks zijn IQ van amper 110 a 120 ook drs is en verder meent alles beter te weten omdat ie “al veel jaren ervaring heeft”. Maar als een probleem routinematig is, dan had ook een softwarepakket de beslissing kunnen nemen. Toegevoegde waarde van medewerkers zit hem juist in het kunnen inschatten vanb non-standaard problemen door helder te denken en daarin is de dommere nou eenmaal niet in het voordeel. Als een probleem voor beide nieuw is, dan zal juist de slimste waarschijnlijk degene zijn die de zaak goed kan doorgronden en wiens oplossing dan de juiste is. Als de oudste evenwel dezelfde titel heeft (die ie nooit zou gehad hebben als de opleiding veel zwaarder was), dan leeft ie in de illusie dat ie qua opleiding/intelligentie gelijkwaardig is en het nu zijn “ervaring” is die het verschil maakt. Maar als ervaring niet van belang is voor een volstrekt nieuwe problematiek, dan is het intelligentie wat de doorslag geeft en op het eerste zicht is (aan de hand van de titel) niet meteen duidelijk dat de jongste hierop beter scoort.
    Je baas ervan proberen te overtuigen dat je zelf veel en veel slimmer bent, zou uitkomst kunnen bieden in een perfect rationele wereld waar mensen zich niet laten leiden door hun emoties maar in de reele wereld lig je er nogal snel uit als je zo “arrogant bent” om gewoon de waarheid onder ogen te zien en te proberen duidelijk te maken. In onze cultuur mag je wel slim zijn maar mag je niet zo slim zijn dat je door hebt dat jezelf de slimste bent. Je wordt als slimste geacht zo dom te zijn dat je niet in de gaten hebt dat je de slimste bent. Dat is des te belachlijker als je beroepshalve ook anderen moest beoordelen en bv. het management van bedrijven waar je in zou investeren. Dus je wordt dan (fors) betaald om het management van andere bedrijven in te schatten, maar als je met je expertise het waagt een (ongunstige) inschatting te hebben van je eigen baas, o jee, dan weet je ineens niet waar je over praat. Raar dat ze je wel flink betaalden om bij due dilligence onderzoeken in 2 maand te kunnen inschatten wat de kwaliteit van het management van een potentiele partner/dochter waard is maar dat je na een jaar geacht wordt geen goed oordeel over je eigen baas te kunnen vellen.

Comments are closed.