De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het twaalfde artikel, over inkomensnivellering. Wederom een lang artikel.

We zagen hiervoor al dat de werking van de overheid wat betreft het leveren van goederen en diensten en het uitdelen van subsidies inherent inefficiënt is. Omdat de bevrediging van behoeftes niet meer wordt bepaald door hoe iemand vrijwillig ervoor kiest om zijn middelen optimaal te besteden, maar door dwangmatige besteding (via verplichte belasting), worden productie en welvaart noodzakerlijkerwijs lager.

Het slaat nergens op om te proberen overheidsuitgaven efficiënter te maken, omdat dwang op zichzelf inefficiënt is. Het onoplosbare probleem van de overheid is de fatale splitsing tussen consumptie en betaling voor een goed. Alleen streven naar minder besteding via de overheid, dus belasting verlaging, heeft zin.

We hebben gezien dat het veel beter zou zijn als de overheid belastinggeld van het ene individu direct aan het andere individu zou uitbetalen, onafhankelijk van wat die met het geld wil doen. Maar ook deze gedwongen inkomensnivellering is anti-libertarisch.

Toch is het wel nuttig om het systeem te bekijken waarin gedwongen inkomensherverdeling bestaat van de rijken naar de armen. Het moet trouwens opgemerkt worden dat het huidige systeem in Nederland vaak juist andersom werkt. Veel inkomens herverdeling gaat van de armen naar de rijken. Relatief arme hardwerkende mensen moeten ook veel belasting betalen. En veel belastinggeld wordt besteed aan dingen waar juist veel rijke mensen gebruik van maken, zoals wegen, onderwijs, politiebescherming, theater, musea en subsidie aan grote bedrijven die zijn weg vindt naar de salarissen van de directeuren.

Door allerlei haken en ogen die aan gedwongen inkomensnivellering zitten is het niet zeker of er inkomensnivellering mogelijk is die de armen werkelijk rijker maakt. Wie betaalt bijvoorbeeld de belasting? Betaalt iedereen eigenlijk wel wat het lijkt dat hij betaalt? Als een rijke bijvoorbeeld belasting moet betalen, om de inkomensnivellering te bewerkstelligen, dan staat het niet vast dat die rijke werkelijk effectief die belasting betaalt. De markt kan ook zodanig werken dat het loon van de belastingbetaler omhoog gaat, zodat die belasting gedeeltelijk wordt afgewenteld op de consument. Een relatief arme krijgt dan wel via de staat een extra uitkering boven op z’n normale loon. Maar het geld dat hij al had verliest bovendien aan koopkracht.

Er zijn nog meer praktische argumenten tegen gedwongen inkomensoverheveling. Het valt bijvoorbeeld moeilijk te controleren hoeveel iemand verdient. Veel mensen (en vooral de rijken die men zou willen belasten) slagen er daarom in om belasting te ontduiken.

Inkomensoverheveling door middel van dwang leidt tot het verspillen van middelen. Om de benodigde belasting te heffen moeten immers vele belastinginspecteurs in dienst worden genomen om te bepalen hoeveel iedereen moet betalen, te controleren of iedereen betaalt en het geld te innen. Bovendien moet de hele inkomensnivellering geadministreerd worden door een staatsbureaucratie.

Ook heeft men gewelddadige middelen van goede kwaliteit nodig. We praten immers niet over vrijwillige contributie, dat zou juist prima zijn. De essentie van belasting is dat het verplicht is. Als iemand dus niet betaalt dan moeten er vormen van geweld bij te pas komen. Als er nooit geweld bij belasting inning zou worden gebruikt, dan zou bijna iedereen gewoon de belasting weigeren. De belasting die dan toch binnen zou komen zou geen belasting zijn, maar gewoon vrijwillige bijdrage. In de praktijk werkt het zo dat als je belasting consequent weigert te betalen, er uiteindelijk mensen je huis binnen dringen om je spullen in beslag te nemen, of je wordt in de gevangenis gestopt.

Voor dit systeem is een goede structuur van politie- en legeronderdelen nodig. De gewelddadige middelen van de staat moeten van zodanige omvang zijn, dat een groep belastingontduikers zich er met hun eigen gewelddadige middelen niet tegen kunnen verzetten.

Hier blijkt al uit dat zoiets als de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij) een contradictie is. Het woord socialistisch klinkt mooi, maar betekent alleen maar flink hoge belastingen. Maar tegen hoge belasting zal eerder weerstand zijn dan tegen lage. Om die hoge belastingen te innen zijn dus veel gewelddadige middelen nodig, die men ook bereid moet zijn om te gebruiken. Maar het Pacifisme verzet zich zelfs tegen geweld om je te verdedigen (in tegenstelling tot het libertarisme), dus laat staan dat je het zou mogen initieren!

We zien hier dus mee dat het niet eens mogelijk is dat er alleen maar directe gedwongen inkomensoverheveling is. Een deel van het geinde belastinggeld moet ook besteed worden aan het in stand houden van geweldadige middelen en bureacratie om die belasting te heffen en verdelen.

Nog een argument wat het nut van gedwongen inkomensnivellering twijfelachtig maakt is het belang van investeringen om de economie te doen groeien. Als de rijken belasting moeten betalen, dan houden ze ook minder geld over om te sparen. Als er minder gespaard wordt, dan is er minder geld beschikbaar voor bedrijven om te investeren in nieuwe productie methodes en uitbreidingen. De economische groei wordt dus vertraagd.

Je kan daar tegen inbrengen dat economische groei niet belangrijk is, maar toch is dat nu juist waar het om gaat. Het hele idee van gedwongen inkomensnivellering is dat de armen dan meer kunnen kopen. Economische groei betekent meer producten. Als er meer producten worden verkocht, terwijl de salarissen gelijk blijven en er dus even veel te besteden is, dan moet dus de prijs per product zijn gedaald, anders had niet alles verkocht kunnen worden. Dat betekent dus verhoogde koopkracht voor iedereen, ook voor de armen.

Je kan ook het model hanteren, dat de prijzen gelijk blijven, maar dat de lonen stijgen. Dat komt natuurlijk ook uit op verhoogde koopkracht. In de praktijk is het zo dat in een moderne staat, waarin de overheid continue geld schept, economische groei zich uit in hogere lonen, terwijl zonder een geld scheppend beleid economische groei zich uit in lagere prijzen.

De gedachte van gedwongen inkomensnivellering is trouwens dat de totale productie niet achteruit gaat. Maar dat is ook nogal onzeker. Als mensen beboet worden door middel van belasting voor de “misdaad” dat ze dingen produceren waar hun medemens wat aan kan hebben, dan zullen ze minder motivatie hebben om te werken en zullen dan minder produceren. Minder productie betekent minder koopkracht per persoon, dus ook voor de armen.

De benodigde belasting voor inkomensnivellering brengt ook signalen in de markt die kunstmatig de hoeveelheid opleiding die mensen gaan volgen verlaagt. Meer opleiding betekent in het algemeen immers meer salaris en dus meer inkomensbelasting. Een individu zal dus iets minder snel geneigd zijn om veel opleiding te volgen (als hij het voor de opleiding benodigde geld leent, zal hij later minder goed in staat zijn om de lening terug te betalen, omdat hij dan ook nog belasting moet betalen). En bedrijven zullen ook minder vraag hebben naar hoog opgeleide mensen, omdat de salarissen van deze mensen kunstmatig hoger zijn (als compensatie voor inkomensbelasting).

Het valt dus te verwachten dat de productie en dus koopkracht lager uitvallen omdat het opleidingsniveau (en dus ook de gemiddelde productie per persoon) kunstmatig laag is. (Overheidssubsidie voor opleidingen is natuurlijk ook niet goed, omdat dat tot overconsumptie van opleidingen en minder welvaart leidt. Het is gemakkelijk om te vergeten dat elke subsidie of staatsdienst belastingen betekent.)

De gedwongen belasting gaat ook efficientie tegen doordat de hoeveelheid ruil die plaats vindt beperkt wordt. Als ik toevallig beter kan schilderen dan auto’s repareren, dan zou ik bijvoorbeeld wat geld kunnen gaan verdienen met schilderen en vervolgens met dat verdiende geld de reparatie van mijn auto betalen bij de garage.

Maar door de belasting die ik moet betalen over mijn verdiensten en de BTW enz. die in de autoreparatie kosten zit, moet ik relatief ontzettend veel schilderwerk doen om die ene reparatie te betalen. Als bijvoorbeeld de marktwaarde van een uur schilderwerk gelijk is aan die van een uur autoreparatiewerk en het belastingpercentage is 80%, dan moet ik 5 uur schilderen om 1 uur autoreparatie te kunnen betalen.

Het is daarom heel goed mogelijk dat ondanks het feit dat het normaal gezien veel efficiënter is dat ik schilderwerk doe in plaats van mijn auto zelf te repareren, de belasting ervoor zorgt dat het voordeliger is dat ik zelf mijn auto repareer.

Op deze manier bevordert belasting dus inefficiëntie, waardoor de welvaart van iedereen lager uitvalt.