De weg van wijheid naar vrijheid is enkele decennia geleden geschreven door Henry Sturman. Het is nog steeds actueel. Vandaar deze herpublicatie. Vandaag het zeventiende artikel, over werkloosheid. Een wat langer artikel.

Werkloosheid is typisch een schijnprobleem, waarmee de overheid erin slaagt om macht naar zich toe te trekken. Het feit dat velen werkloos zijn is een prachtige legitimatie voor de staat, want die is dan natuurlijk nodig om werkloosheids-uitkeringen te verstrekken en werkgelegenheidsprogramma’s op te zetten.

Werkloosheid ontstaat niet op de vrije markt. Alleen een gewelddadige organisatie als de staat heeft de macht om op grote schaal werkloosheid te veroorzaken.

We moeten eerst een onderscheid maken tussen vrijwillige werkloosheid en onvrijwillige werkloosheid. Veel werkloosheid kan je zien als vrijwillige werkloosheid. Vrijwillige werkloosheid betekent dat iemand die geen betaalde baan heeft wel een betaalde baan kan krijgen als hij dat wil. Veel werklozen zeggen dat ze geen baan kunnen vinden. Maar ze bedoelen in feite dat ze niet een baan kunnen vinden die precies is wat ze willen tegen een salaris die ze hoog genoeg vinden.

Als iemand werkelijk bereid is het vieste werk te doen, tegen weinig geld, dan kan hij meestal zelfs in de huidige zwaar gereguleerde maatschappij wel een baan vinden. Maar het punt is gewoon dat het aannemen van een baan vaak niet in het voordeel van een werkloze is, omdat de overheid mensen beloont voor het feit dat ze niet werken en met zware belastingen straft als ze dat wel doen.

Als ik een werkloosheidsuitkering had zou ik waarschijnlijk ook niet een saaie full-time baan aannemen voor een klein beetje meer netto inkomen. Maar vrijwillige werkloosheid kan je moeilijk als een probleem zien, het toont alleen maar aan dat mensen doen wat voordelig voor hun is.

Het probleem dat over blijft is dus onvrijwillige werkloosheid. En dat kan alleen maar ontstaan in situaties waarin het iemand verboden wordt om te werken. De overheid veroorzaakt inderdaad een tekort aan banen ten opzichte van werkzoekenden voor bepaalde types werk. Zij doet dit door mensen te verbieden om beneden het minimumloon te werken. Hierdoor zijn de loonkosten kunstmatig hoog, zodat er minder van die banen beschikbaar zijn.

Het instellen van het loon boven het marktevenwicht leidt altijd tot werkloosheid. De bedrijven berekenen de extra loonkosten gewoon door aan de consument, waardoor er minder vraag naar het betreffende product is, zodat er minder productie nodig is en er dus minder arbeiders nodig zijn. Het kunstmatig verhogen van het loon van de ene groep arbeiders wordt altijd betaald door weer een andere groep arbeiders. Die arbeiders verliezen namelijk aan koopkracht door de duurdere producten. En als er werkloosheid is wordt er in totaal gewoon minder geproduceerd, waardoor de totale welvaart lager is.

Misschien is het wel waar dat het netto loon voor velen laag is zonder een wettelijk minimum loon, maar de oplossing is dan niet om een minimum loon in te stellen, maar gewoon om de belasting voor deze groep te verlagen en op die manier het netto loon te verhogen.

Als de overheid de totale belastingontvangsten hetzelfde wil houden is het beter dat ze eventueel meer belasting heft van beter betaalden om de belasting voor de laagstbetaalden te kunnen verminderen, dan dat ze een minimum loon instelt. Het verlies aan koopkracht van de beter betaalden is namelijk minder als ze deze belastingverhoging moeten betalen dan als er een minimum loon wordt ingesteld. Via de verhoogde belasting betalen de beter betaalden namelijk alleen maar voor een netto loonsverhoging van de laagstbetaalden. Maar via een ingesteld minimum loon betalen de beter betaalden niet alleen via hogere kosten van producten voor een hoger netto loon voor de laagstbetaalden, maar moeten op de lange duur ook nog extra belasting gaan betalen voor de werkloosheidsuitkeringen van de werklozen die er door de maatregel extra bijkomen.

De theorie van Marx zegt dat werkgevers een zodanig loon uitbetalen dat de arbeiders net in leven blijven. Maar dat is niet het geval. De meeste salarissen in Nederland zijn ver boven het wettelijke minimum. Daar blijkt al uit dat het niet eens nodig kán zijn dat de overheid een wettelijk minimum stelt. Een arbeider kan uit zich zelf al weigeren om voor een laag loon voor een bedrijf te gaan werken, daar heeft hij de overheid niet voor nodig.

In een vrije markt concurreren werkgevers met elkaar om arbeiders. De werknemers gaan werken bij dat bedrijf dat het beste loon en de beste arbeidsomstandigheden aanbiedt. Een bedrijf dat weinig biedt kan helemaal geen werknemers krijgen. Op de markt nadert het loon de waarde aan extra productie die de werknemer levert. Als er namelijk in een bepaalde bedrijfstak erg veel winst te maken valt, omdat de lonen laag zijn, dan gaan veel bedrijven daar gebruik van maken en breiden hun productie uit om meer winst te maken. Maar dan zijn er ook meer arbeiders nodig.

Op het moment dat de arbeiders schaars raken moeten de bedrijven wel hogere lonen aanbieden. Maar wat betekent werken eigenlijk ? Het betekent dat je bezig bent een bepaald doel te bereiken. Als ik een baan aanneem dan ben ik bezig doelen te realiseren. Als ik een gesprek met iemand begin, ben ik ook bezig met het bereiken van een bepaald doel, bijvoorbeeld het doel om een kennis te worden van die persoon. Het voeren van het gesprek kan dus als werken beschouwd worden. Toch verstaat men meestal meer specifiek onder werken het produceren van een product dat men kan verkopen voor geld.

Werken duidt dan op de activiteit produceren. En onvrijwillige werkloosheid betekent in dit verband dat er iets is dat mij ervan weerhoudt om zelfstandig of samen met anderen bezig te zijn met de activiteit produceren. En wat is het dat mij daarvan weerhoudt? Wat is het eigenlijke probleem?

Dat is de overheid. De onvrijwillig werkloze kan niet werken omdat de overheid hem het verbiedt om te werken, door middel van dreiging met boete. Om te produceren heb je namelijk vaak een speciale vergunning of diploma of privilege nodig van een ambtenaar. Je mag helemaal niet zomaar een winkel beginnen of jezelf als timmerman aanbieden of een bedrijf openen of op straat dingen verkopen. Meestal is dat om anderen te beschermen tegen concurrentie (zodat zij niet genoodzaakt zijn efficient in de behoeftes van klanten te voorzien en relatief hoge prijzen kunnen rekenen). En als je al zou mogen werken dan wordt je misschien verplicht zoveel formulieren in te vullen en administratie te doen dat het niet meer de moeite waard is.

Werken is een soort van menselijke activiteit en het werkloosheidsprobleem betekent dat sommige mensen zich niet bezig houden met die activiteit. Zo zou ik ook allerlei mensen kunnen verbieden te lopen of ze ervoor straffen en mensen belonen voor het feit dat ze stil staan, vervolgens zou het me opvallen dat veel mensen stilstaan en zou ik kunnen beweren dat er een ernstig lopeloosheidsprobleem is. Er is dan te weinig loop. (Vergelijk: er is te weing werk – denk hier over na) (Naar een verhaal van drs. Rob van Glabbeek.)

Ondanks het feit dat de overheid werkloosheid in stand houdt, verzinnen ze allerlei programma’s om banen te creeren. Het zit meestal zo in elkaar dat het geld kost om banen te scheppen. Dat is nogal stom, omdat de activiteit werken iets op behoort te leveren, namelijk producten, in plaats van dat het wat zou moeten kosten. Het heeft helemaal geen zin dat de overheid buiten de markt om banen schept. Het gaat er alleen maar om dat mensen de mogelijkheid hebben om te werken, dat ze vrij zijn van de beperkingen die de overheid met haar 10.000 geboden oplegt.