Om de huurder te beschermen moet er regelgeving zijn waarbij de overheid de huurder beschermt tegen uithuiszetting. Iets waar bijna iedereen mee kan leven. Huurbescherming betekent in de praktijk dat een huurcontract voor onbepaalde tijd wordt aangegaan. En als een huurcontract voor bepaalde tijd wordt verlengd ontstaat een contract voor onbepaalde tijd.

Er was een tijdperk voor de huurbescherming van kracht was. Als een huurbaas de huur wou opzeggen ging dat conform de overeengekomen opzegtermijn. Je kon wat meer huur per maand betalen en een langere opzegtermijn afspreken, of een maximale huurverhoging bij een volgend contract. Je mocht er samen uitkomen.

Voor de tweede wereldoorlog was een huis een oudedagvoorziening. De weduwe werd hospita. De iets rijkere familie zorgde voor kapitaalsvorming en bouwde een rijtje huizen of kocht huizen ter belegging. En kon op die manier naar verwachting leven van de huurinkomsten. Geen pensioenfonds, gewoon een paar huizen. Dit gebeurt soms ook nog in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Om het negatief te brengen, je wordt huisjesmelker.

Als je het geld had en het loonde ging je ofwel meer huizen kopen, ofwel je verbeterde de kwaliteit van je pand en rekende meer huur. De huurdersbescherming doorbrak dit patroon. Zeker ook toen na de tweede wereldoorlog een grens werd gesteld aan de huurverhoging en soms ook sprake was van een puntenstelsel.

Aangezien koop geen huur breekt, en de koper van een verhuurd pand, de huurovereenkomst moet respecteren, zijn verhuurde panden steeds minder waard geworden. De huurder betaalde fors minder dan de marktprijs. Een pand kon flink in waarde stijgen als de huurder zijn biezen pakte. Het gevolg van deze bescherming laat zich raden.

1] particulieren gingen niet langer beleggen in woonruimte om van de huurpenningen te leven

2] iedere verhuurde woning waar de huurder vertrok werd vrij van huur tegen de hogere prijs die dat opleverde verkocht, de koper ging dit pand niet langer verhuren maar ging er zelf in wonen

3] de voor de huurders beschikbare hoeveelheid woonruimte nam drastisch af

4] verbeteringen in woonruimte zorgden niet voor een evenredige stijging van huurpenningen, onderhoud werd vanuit financieel oogpunt een sluitpost, verkrotting werd in de hand gewerkt

5] de resterende huisjesmelkers snapten dit principe en pleegden niet alleen het minimale onderhoud, ze hadden ook meer baat bij de grondopbrengst bij verkoop dan bij huurpenningen. En speelde het spelletje waarbij projectontwikkellaars hun graantje mee pikten

6] de huurders werden in de armen van de woningbouw of de banksector gedreven. Ofwel voor een leven waarbij ze een hypotheek moesten geven, ofwel via een lange wachtlijst wachten op beschikbare woonruimte. En moesten intussen niet teveel gaan verdienen. De hypotheekrente aftrek en de NHG garanties maakte de overstap naar een leven afhankelijk van de bank en de huisprijsontwikkeling voor velen bereikbaar. Geholpen door de kunstmatige schaarste van nieuwbouwwoningen ontstond kunstmatige prijsstijging waardoor steeds meer mensen over de streep werden getrokken om toch dat huis te kopen. Velen daarvan zitten thans onder water en mogen vele jaren zwoegen om de bank tevreden te stellen voor de dreiging van een persoonlijk faillissement is afgewend.

7] toen na enkele decennia de concurrentie van de private verhuurders was uitgeschakeld en de concentratie tendens van woningbouwverenigingen onderlinge concurrentie uitsloot stond het de woningbouw vereniging branche vrij om de meest prestigieuze projecten uit te voeren, ver verwijderd van hun oorspronkelijke doelstelling

8] omdat je een dief van je eigen portomonnee bent zit de woningmarkt op slot, zit je een een betaalbaar huurhuis dan blijf je zitten omdat je nooit goedkoper kan wonen

9] de enigen die zich thans nog bekommeren om de onderkant van de markt zijn de overblijvende huisjesmelkers die zoveel mogelijk mensen in een woning moeten proppen om nog geld te verdienen, deze aanbieders verder demoniseren zorgt ervoor dat de onderkant van het aanbod totaal verdwijnt

10] voor zover er ondanks alle bovenstaande belemmeringen toch huurhuizen vrij komen hebben asielzoekers voorrang (sorry voor deze populistische uitspraak, maar het is wel degelijk een beleidskeuze)

Het moge duidelijk zijn dat de huurbescherming niet die verworvenheid is die we denken. De grote profiteurs van dit hele verhaal zijn vooral de banken en de bestuurders van woningbouw verenigingen. Samen met de project ontwikkelaars. Degene die een betaalbare en snel beschikbare huurwoning zoekt heeft gewoon pech. De huurbescherming is een bron van welvaart voor sommige beroepsgroepen, alleen betaalt de huurder vaak de prijs.

8 REACTIES

  1. Helemaal mee eens.. Alleen punt 9 klopt niet helemaal. Als de onderkant ergens door verdwijnt, komt er vanzelf een nieuwe onderkant, die, vanzelfsprekend, ook weer tot verdwijnen gedoemd is. Er zal altijd een onderkant blijven bestaan.

  2. Een stapje terug is een huurwoning het bezit van een ander, een ‘bezeten huis’. Waar je onder voorwaarden gebruik van kunt maken. Zoiets als het ‘Huis van Oranje’ dat toestaat dat ook anderen in haar territorium verblijven.

    Het probleem met een ‘bezeten huis’ is dat het zomaar een spookhuis kan blijken te zijn. De kwaliteit kan te wensen overlaten. Een verhuurder kan zich ontpoppen tot een afperser of duivelse treiteraar. Dit als een Poltergeist op de deur staat te bonken omdat hij je wil verjagen (als je zijn krankzinnige gedrag of huurvoorwaarden niet slikt). Dit geldt niet alleen voor een huurwoning, maar ook voor staatsvormen zoals in het ‘huis van Oranje’.

    “De Vrijspreker streeft naar een maatschappij waarin ieder mens soeverein is: ieder mens heeft het recht zijn leven te leiden zoals hij zelf wil, zolang hij datzelfde recht van ieder ander respecteert.”

    Dit betekent dat in de woning van een ander verblijven geen optie is, omdat soevereiniteit dan niet gerespecteerd zal worden maar eerder geschonden. In de hedendaagse maatschappij is dwang de norm, dus zullen de voorwaarden om in de woning van een ander te verblijven gewoonlijk eenzijdig opgelegd worden.

    Het is beter om een eigen woning te hebben om in te wonen. Vrij van lasten, die een onnodige belasting vormen.

    Het is beter om niet in het territorium van een ander te verblijven en over een eigen territorium te beschikken. Vrij van lasten, die een onnodige belasting vormen.

    Voor libertariërs is er dan een transitie nodig. Om over een eigen woning of territorium te kunnen beschikken moet je over een muur van vijandschap (je moet en zal er de prijs voor betalen). Waarna je het NAP instelt en in je eigen woning of territorium de initiatie van dwang en geweld niet duldt.

    Welbeschouwd is die transitie best krankzinnig. Want zij is het gevolg van het gegeven dat mensen niet, zonder zich te hoeven onderwerpen aan dwingende eisen, een woning kunnen bouwen of een stukje grond kunnen gebruiken voor homesteading. Burgers worden dus doelbewust op achterstand gezet. Door wetgeving. Zodat de toegang tot een waardig en soeverein bestaan bepaald niet drempelvrij is.

    🙁

  3. Een ‘haunted house’ oftewel een ‘bezeten huis’ oftewel een ‘spookhuis’ kan een verblijfplaats zijn voor boze geesten die nog een rekening te vereffenen hebben. Ze werden vermoord.

    In een staat, zoals in het ‘huis van Oranje’, lopen ook mensen met een boze geest rond. Ze hebben nog een rekening te vereffenen. Er werd karaktermoord op hen gepleegd. Of ze zijn ‘gekruisigd voor de zonden van anderen’ en hebben daardoor de ‘burgerlijke dood’ ondergaan.

    Wat moet je in zo’n situatie doen? Soms komt er een exorcist die de boze geesten verdrijft. Zoals een tiranniek regime die dissidenten in ballingschap stuurt. Er zijn ook andere oplossingen. Wordt een moordenaar gepakt en rechtvaardigheid bewerkstelligt, dan kan de boze geest rust vinden en door een tunnel naar het licht gaan. Zoals in een rechtvaardige natie gebeurt door misdadigers op te pakken en de consequenties te laten ondergaan voor hun wandaden.

    Grappig hè, hoe het één een afspiegeling is van het ander. Soms lijkt de maatschappij wel een kermis, met een spookhuis en lachspiegels 😀

  4. In het boekje Vrijheid stelt de auteur overigens dat de koper van een woning in feite een huurder is. De huurpenningen zijn bijv. onroerendgoedbelasting. Betaalt hij dat niet, dan wordt hij zijn woning uitgezet.

    Velen zijn slachtoffer van gelegaliseerde zwendel; fiduciair geld waarmee een hypothecaire lening is afgesloten. Betaalt men zwendelaars niet, dan wordt iemand uit zijn woning gezet en wordt de woning middels executoire verkoop verkocht. Hoewel huurder (via bijv. onroerendgoedbelasting) geniet deze ‘koper’ dus geen huurbescherming. Hij wordt niet beschermd tegen zwendel en kan er zomaar uitgegooid worden als hij de zin van een bank niet doet.

  5. Is het iemand opgevallen dat huurdersbescherming over twee dingen gaat, namelijk geld en macht?

    Geld kan vergeleken worden met een drugsverslaving (inclusief scoren, gerelateerde criminaliteit en afkickverschijnselen zoals chagrijnigheid). Het is geen natuurlijke drug, maar een synthetische drug.

    Een natuurlijke drug zoals cannabis bevat THC. Het is een geestverruimend en ontspannend middel (“peace man!”). Dat is soms behulpzaam om eens vanuit een ander perspectief te kijken. Maar het werkt ook medicinaal goed uit; mensen met spasmen kunnen er baat bij hebben. En je raakt er niet verslaafd aan. Het is een zgn. soft-drug.

    Synthetische drugs is anders koek. Je kunt er “high” van worden of “stoned”. En ze werken verslavend. Zo werkt het ook met geld. Je kunt er “high” van worden en last krijgen van hoogmoed. Je kunt er “stoned” van raken en verstenen.

    Sommigen krijgen, als ze stoned zijn, een zogenaamd praatkick. Ze blijven maar praten en er valt geen speld tussen te krijgen. Dat geldt ook voor versteende mensen zoals bankiers.

    Tsja… ieder zijn meug. Ik gebruik geen drugs. Hoewel ik voor de gezelligheid soms wel een ‘hijs’ van een joint met cannabis neem. Alleen heeft het op mij geen effect, dus echt zin heeft het niet. En last van drugs-gerelateerde verschijnselen? Wie last heeft van de geestesziekte hoogmoed irriteert zich eraan dat ik onvoldoende nederig ben. Maar die wie geestelijk gezond is weet wel beter. En praatkicks? Tsja, ik ben nu eenmaal een gezellige babbelaar. In goed gezelschap tenminste. Want in slecht gezelschap versteen ik en krijgt iemand een blok ijs tegenover zich. Waar met kletsverhalen of immoreel gedrag geen doorkomen aan is ?

  6. “Om het negatief te brengen, je wordt huisjesmelker.”

    En dat willen we toch niet. Huisjesmelkers zijn goede financieel beheerders, al wat slechtere materieel beheerders en allerbelabberdste sociaal beheerders. Verhuren, zeker aan de onderkant, is een vak apart en kun je niet overlaten aan meneer de huisjesmelkert, die van pappie wat huisjes geërfd heeft. Dat heb ik te vaak zien misgaan; jongeren, die onder het mom van ‘studeren’ bij hun ouders weggaan en niet passen bij de rest, die wel een toekomst opbouwt. Drugsverslaafden en -dealers, die zich in die regelluwe huisvesting vestigt. Ik heb en buurt zelfs zien opknappen, toen de kamerbewoners eruit gingen en er Marokkanen voor in de plaats kwamen (die het gekocht hadden en er als gezin in gingen wonen).

    Ook een tegenstander ben ik van beleggers, die sociale woningen opkopen. Het woord ‘beleggers’ zegt precies wat ze doen: financieel beheren. Materieel beheer is alleen repareren en niet renoveren en van sociaal beheer hebben dat soort maatpakken ook totaal geen kaas gegeten; vaak vanwege de geografische afstand is dat al een probleem. In het beste geval besteden ze sociaal beheer uit aan een woningstichting, maar als je dat niet doet als verhuurder, dan krijg je overbewoning, onderverhuur, geen controle op inkomsten (ouders, die de huur betalen voor kinderen).

    Ik ben in dezen dus absoluut geen voorstander van laisserz-faire.

    Terug naar de huurpenningen:

    “particulieren gingen niet langer beleggen in woonruimte om van de huurpenningen te leven”

    Met andere woorden: slapend rijk worden. De wereld gaat al kapot aan de vele andere mogelijkheden slapend rijk te worden.

  7. Overigens is België een voorbeeld, waar men wel een ‘systeem’ heeft van particuliere verhuur en huisjesmelkerij. De sociale woningbouw is er veel minder. Belgische particuliere huurhuizen zijn een toonbeeld van verkrotting, schimmelvorming en achterstallig onderhoud. Een stuk huurbescherming werkt richting het ideaal, dat eenieder zijn eigen plek heeft. De Nederlandse sociale woningbouw maakt, dat het is alsof je in een koophuis woont. Je kunt er niet zomaar uitgegooid worden, de verhuurder kan niet zomaar even de huur verdubbelen (zoals wel bij winkelpanden) en Poltergeistgedrag (bonken op de deur of een zwerver naast je zetten) hoef je niet te verwachten van medewerkers, voor wie het verhuren alleen maar een baan is. Van een huisjesmelkert kun je dat wel verwachten.

  8. Om jullie nog meer schrik aan te jagen: de Blockwart in de DDR, op zijn politieke taken na, vond ik geen slecht idee.

Comments are closed.