Zeg nooit, na nu, dat u het “niet heeft geweten!!”

Verhaal 1:

Het was rond 1975 dat ik de dikke boeken las van Aleksandr Solzienitsyn waar verslag wordt gedaan over de Goelag-archipel.

De Goelag-archipel, Kankerpaviljoen en nog een andere, In de vierde cirkel. De boeken gaan over het ontstaan en het wee (het wel was er niet) in de veelal Siberische kampen in de tijd van Stalin, maar ook daarvoor en daarna.

Zoals bekend heerste er in de toenmalige Sovjet-Unie een totalitair regime dat alles controleerde; bij een slechts kleine verdachtmaking belandde iemand in een dergelijk kamp. Het even kijken naar een brug, naar een radiomast, kon al voldoende reden voor het regime zijn om je voor verdenking van spionage jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden op te sluiten.

Vanwaar, waarom deze korte uiteenzetting? Solzienitsyn komt, nadat hij nauwkeurig heeft beschreven hoe het volk en de massa op overheidsbesluiten reageerde en zag dat het volk op steeds meer systematische overheidscontrole en onderdrukking gelaten reageerde, dat een grote meerderheid zich afzijdig houdt, het allemaal maar ondergaat en de ernst van de verslechtering van de situatie niet lijkt te beseffen, tot de prangende uitspraak “..totdat er de geweerkolf je in de rug priemt en een stem achter je zegt: “Lopen jij!” …en dan pas wordt je wakker, maar”, zo vervolgt Solzienitsyn, “maar dan is het te laat!”

Verhaal 2:

Vier keer bezocht ik het Poolse Oswieciem, beter bekend onder de naam Auschwitz. Vier keer heb ik getracht te geloven wat er daar was gebeurd, maar ook ná de vierde keer liet het geloof mij in de steek.  Terwijl ik wéét dat het waar is wat daar tussen 1940 en 1945 heeft plaatsgevonden, laat het geloof mij hier in de steek en houdt ik het voor onmogelijk… Dít kán niet waar zijn!
En toch is het waar.

Begrijp ik al die Joden die plaats namen in de treinwagons? Wellicht, want kon bij al die mensen het geloof aan het allerverschrikkelijkste, aan het absurde van wat hun te wachten stond soms ook geen ingang vinden?

Edoch, het bleek wáár!

Wellicht zou ik voor volslagen gék worden verklaard indien ik in 1941 had durven beweren dat de Duitsers zes miljoen Joden zouden ombrengen.  Wellicht? Ik weet wel zeker, want “men” verklaarde deze “nepnieuwsverspreiders” van weleer voor complotdenkers en in maart 1940 werd Hitler door onze regering nog als bevriend staatshoofd bestempeld.

Tot zover twee schetsen vooraf; we leven in een surrealistische tijd, dat zal een ieder wel onderkennen.

Daarbij laat ik geheel in het midden hoe ernstig de situatie, hoe ernstig en hoe gevaarlijk het virus dat thans rondwaart, is.

De actuele vraag is: rechtvaardigen de genomen én voor iedereen opgelegde maatregelen de situatie én in hoeverre is de overheid gerechtigd betrokken maatregelen te nemen en aan ons op te leggen.

Daarbij, terzijde, nog even dit.  In de tijd van de Sovjet-Unie was er voor de gewone burger ook een nieuwsblad, de Pravda, in het Nederlands De Waarheid, geheten en elke Rus wist dat in dat blad alleen partijpropaganda stond vermeld.  Voor de “echte “ waarheid, wist men, moest je toch echt elders je oor te luister leggen.

De situatie in Nederland (en Europa) is thans niet anders.  De NPO, Nederlandse Propaganda Omroep wordt betaald met belastinggeld en mede daardoor is zij de roeptoeter van de zittende politieke macht geworden. U vraagt en wij draaien.  Er zijn daar sterke staaltje van te geven. Zo plaatsten kort geleden diverse dagbladen een foto vol lijkkisten in, zogenaamd, een kerk in Bergamo van overleden coronadoden.

Echter was dezelfde foto te zien in een Italiaans dagblad uit 2017 waarop lijkkisten stonden met daarin verdronken bootvluchtelingen uit Lampedusa.

Ergo: een wantrouwen jegens de, wat men noemt, mainstream media, is op zijn plaats.

Goed, we gaan verder.

Vanwege een virusdreiging werd met welhaast één enkele vingerknip een aanval gedaan op onze vrijheid.  Met name in Frankrijk en Spanje zijn burgers voor een groot deel van hun vrijheid beroofd, maar ook in Nederland gedraagt de overheid zich steeds meer als een roverheid.

Met de huidige maatregelen is, bijvoorbeeld, ons recht op demonstreren, ons democratische recht om te demonstreren, geheel geroofd.

Daarbij wil ik er op wijzen dat een democratisch gekozen overheid er in de eerste plaats is om onze vrijheid te garanderen en op de tweede plaats is zij er voor om onze veiligheid te waarborgen. De overheid dienstbaar aan de burger.

Echter wat er thans gebeurd is het tegengestelde: plotseling wordt, met de genomen maatregelen, de burger dienstbaar gemaakt aan de overheid.

Er ontstaan kliklijnen, drones houden winkelcentra in de gaten en elders worden mensen als varkens opgehokt en mogen de deur niet uit zonder uitdrukkelijke toestemming.

Ziehier waar we in zijn beland. Ouderen in verzorgingshuizen mogen geen bezoek ontvangen, een veiligheidsmaatregel die de vrijheid aantast.  Een dergelijke maatregel is een fundamentele schending van de rechten van de mens, hoe je het ook wend of keert; de uitwerking hiervan is in principe misdadig.

Het is schokkend dat 75 jaar na de bevrijding van een nare snorremans de overheid zich steeds meer als onze voormalige bezetter gaat gedragen, compleet met verraders en verklikkers terwijl er ook reeds wordt nagedacht over het invoeren van een digitale “ster” die verder gaar dan de voormalige Jodenster om alles en iedereen te contro- en te stigmatiseren.

De vermoorde president Kennedy memoreerde ooit dat je een overheid die zijn burgers om redenen van een veiligheidsrisico zijn vrijheid afneemt tan aller tijden moet wantrouwen.

Een dergelijke overheid zal binnen de kortste keren vervallen in tirannie waarvan thans overal in Europa de contouren waarneembaar worden. Klikken en elkaar verraden is het nieuwe normaal geworden en zal verheven worden tot een nieuw soort moraal.

Reeds zijn camerawagens al de weg op om burgers te controleren.  De toenmalige machthebbers van de DDR en de Sovjet-Unie zouden hun vingers er bij afgelikt hebben.

Daarom kan ik niet anders dan, nú al, de conclusie trekken dat we in een schaduwveeg ogenblik in de vreselijke handen van een totalitair systeem gevallen zijn, een tirannie die de kerken voor het overgrote deel heeft gesloten, waar demonstreren onmogelijk wordt gemaakt en een hysterische angstcultuur is gekweekt waardoor we bijna vrijwillig onze vrijheden te grabbel hebben gegooid.

Het is onze dure plicht om ons hier, net als ooit de Vader des Vaderlands prins Willem van Oranje, te verzetten tegen deze tirannie, de tirannie te verdrijven!

Wie niet ziet wat hier aan de hand is, is ziende blind en horende doof en van meet af aan gingen eeuwenoude woorden door mijn hoofd:

“Wie, ja wie heeft jullie zo betoverd!”

Aldus schreef Willem, 15 april 2020.

 

7 REACTIES

  1. “te verzetten tegen deze tirannie, de tirannie te verdrijven!”

    Dat zou kunnen werken als die tirannie ons opgedrongen werd.
    Ik zie echter veel meer bewijs voor de theorie dat deze ’tirannie’ door ons gewenst wordt.
    Een enkeling uitgezonderd natuurlijk.

  2. Leuk artikel. Ben het er grotendeels mee eens. Enige kleine puntje van kritiek, ik zie het voor mij niet als een plicht om de tirannie te verdrijven. Maar dat moet ieder voor zich bepalen.

Comments are closed.