Balans 2020: Het is tijd om de balans voor het rampjaar 2020 op te maken. De sterftecijfers voor het gehele jaar, in definitieve of voorlopige status, zijn al enige tijd bekend en worden nu door diverse instanties geëvalueerd.

Er is veel discussie mogelijk over hoeveel mensen er overlijden mèt of dóór COVID. Die discussie is moeilijk te beslechten. Daarom is het een beter idee om naar het totaal aantal overledenen te kijken en dat te beoordelen in verhouding tot ‘het verwachte aantal’ overledenen (de zogenaamde ‘oversterfte’).

Nou zit er wel een angeltje in die ‘verwachtingen’. Want wat zijn je verwachtingen en hoe bepaal je die? Dat kan op verschillende manieren, zoals we zullen zien.

 

De sterftecijfers

Er zijn in 2020 onmiskenbaar méér mensen overleden dan in voorgaande jaren. In totaal stierven er in Nederland 168.566 mensen tegen 151.885 in 2019, een toename met bijna 11%. Dat percentage ligt in lijn met de toename tussen deze twee jaren die in andere Westerse landen wordt geconstateerd.

Het Nederlandse CBS was er vroeg bij. Het jaaroverzicht 2020 dat eind vorig jaar verscheen, wees er op dat in de eerste 51 weken van 2020 162 duizend inwoners van Nederland overleden, 13 duizend meer dan werd verwacht. Sinds de Tweede Wereldoorlog is een dergelijke stijging niet meer waargenomen, aldus het CBS. De parallel met de wereldoorlog is natuurlijk treffend; we voeren immers een ‘oorlog tegen het virus’. De verwachte sterfte is gebaseerd op eerdere jaren en demografische ontwikkelingen.

Klopt de spectaculaire stijging die CBS constateert? Ja, natuurlijk. Maar de Nederlandse bevolking groeit; alleen het vergelijken van absolute aantallen levert dan weinig inzicht op. In het navolgende bereken ik met cijfers van het CBS en Eurostat steeds relatieve aantallen (aantal overledenen per 100.000 inwoners).

Ook dan valt op dat de totale sterfte (voor de gehele bevolking) per 100.000 inwoners historisch hoog is. In geen jaar sinds 1995 was dit aantal zo hoog als in 2020.

bron: CBS

Verder is duidelijk dat de relatieve sterfte na een daling in de eerste jaren van het nieuwe millennium vanaf ongeveer 2011 toeneemt, dat die toename vanaf 2014 versnelt en in 2019 weer een duidelijke dip te zien gaf.

Het is ook bekend dat COVID verschillende leeftijdsgroepen heel anders treft. Daarom kijken we ook naar de aantallen overledenen per leeftijdsklasse. Dan wordt duidelijk dat het record voor relatieve sterfte minder lang stand houdt als we kijken naar relatieve sterfte voor de verschillende leeftijdsgroepen.

Voor de groep tot 65 jaar is de relatieve sterfte voor het jaar 2020 ongeveer gelijk aan die in 2018. Dat was overigens ook een relatief zwaar griepjaar.

Voor de leeftijdsgroep van 65 – 80 jaar ligt het cijfer van de relatieve sterfte voor 2020 net onder dat voor het jaar 2012. En voor de groep 80+ moeten we terug gaan tot het jaar 2006 om een nèt iets hoger cijfer aan te treffen (om de zeer uiteenlopende getallen vergelijkbaar te maken zijn in de onderstaande grafiek afwijkingen van de gemiddelden overledenen per 1.000 ingezetenen opgenomen. De boodschap blijft dezelfde).

Dat verschil tussen de historisch hoge totale sterfte en de historisch niet zo opmerkelijke aantallen voor de verschillende leeftijdsgroepen is natuurlijk alleen maar mogelijk doordat de Nederlandse bevolking snel aan het verouderen is. De babyboom generatie trekt door de bevolkingsstatistieken. Er gaan meer mensen dood, simpelweg omdat er meer mensen oud zijn. Een artikel op de site van Ongehoord Nederland van medio maart komt tot dezelfde conclusie.

De invloed van leeftijd

Er is een manier om voor dit effect te corrigeren en de invloed ervan te laten zien. Dat heet ‘age-adjustment’. Het is een techniek die in de demografie en vooral in medische bevolkingsstatistieken vaak wordt gebruikt. Het komt er op neer dat de bevolkingsopbouw van een te analyseren jaar wordt vertaald naar de leeftijdsopbouw van een standaardjaar om zo meerdere jaren te kunnen vergelijken. Nu kunnen er verschillende standaardjaren worden gebruikt. Een standaard voor het jaar 2000 wordt nog vaak gebruikt in de VS voor demografische statistieken. Een andere mogelijkheid is 2005 omdat toen de vergrijzing van Nederland duidelijker zichtbaar begon te worden. In 2010 tenslotte versnelde het tempo van de vergrijzing.

Als we de leeftijdsopbouw voor de reeks jaren vanaf 2005 ‘vertalen’ naar standaardjaar 2000 dan is de totale (relatieve) sterfte (voor de gehele bevolking) voor 2020 niet meer zó opmerkelijk. Die is vrijwel gelijk aan de totale (relatieve) sterfte voor het jaar 2012 en ligt duidelijk onder die van 2010. Hetzelfde geldt als we 2005 als standaardjaar nemen. Bij 2010 als standaardjaar ligt het relatieve sterftecijfer voor 2020 net onder dat van 2010. De rangorde van de mortaliteit van verschillende leeftijdsgroepen verandert door de correctie van leeftijdsopbouw (uiteraard) niet.

Bron: CBS (leeftijdsklassen 0-65jr, 65-80jr, 80+)

Nu ga ik niet beweren dat er in het jaar 2020 in Nederland geen belangrijke oversterfte was. Maar ik weet wel dat ik mij niets herinner van een bijzondere paniek over de sterfte van wie dan ook in de jaren 2012 of 2010 waarin de voor leeftijd gecorrigeerde sterfte vergelijkbaar was.

Het zou ook zo maar kunnen zijn dat we de komende jaren meer opvallend hoge sterftecijfers gaan zien, niet als gevolg van pandemieën of epidemieën, maar gewoon alleen al door een groeiend aandeel van kwetsbare ouderen in de samenleving.

Internationaal

Voor een aantal landen in de EU die in verband met COVID veel besproken zijn, zijn vergelijkbare conclusies te trekken. De cijfers zijn afkomstig van Eurostat en ze kunnen worden vergeleken met de door de WHO ontwikkelde ‘Scandinavian’ of ook wel ‘European’ standaard leeftijdsopbouw (age-standard). Deze standaard bevat meer ouderen dan andere internationale standaarden en komt meer overeen met de bevolkingsopbouw van Europese landen.[1] Door de correctie zijn verschillende landen en jaren beter vergelijkbaar. De gecorrigeerde cijfers vallen aanzienlijk lager uit dan de ongecorrigeerde cijfers zoals bijvoorbeeld de boven gepresenteerde voor Nederland. Dat komt doordat de oudere leeftijdsgroepen minder zwaar en de jongere zwaarder meewegen in de berekening.

Bron: Eurostat

Er is veel discussie over de Belgische COVID-cijfers, met name over de vraag of België mogelijk als enige in de wereld de ‘ware aantallen’ dodelijke slachtoffers van COVID rapporteert. Die vraag kunnen we hier niet beantwoorden. Het valt wel op dat België een totale sterfte heeft die duidelijk hoger ligt dan ooit eerder in de gerapporteerde periode (sinds 2012). De stijging ten opzichte van het jaar dat tweede staat in de rangorde van het aantal overledenen (2012), is ruim 1,5% (579 t.o.v. 570). Ook Italië geeft met het jaar 2020 een record voor de gerapporteerde periode te zien, maar hier is de afstand tot de tweede plaats in de rangorde, 492 overledenen per 100.000 inwoners in 2012, beperkter: een verschil van bijna 0,8%. Voor Nederland is het voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfer voor 2020 nagenoeg gelijk aan dat van 2015 (527, een verschil van 0,2%) en opnieuw zien we dat het lager ligt dan het cijfer voor 2012.

Het beeld van Zweden springt er gunstig uit. Ook hier is een duidelijke stijging ten opzichte van 2019 en enkele voorgaande jaren te zien, maar het voor leeftijd gecorrigeerde aantal overledenen blijft duidelijk onder de cijfers voor de jaren 2013 – 2015. Het cijfer voor 2020 (481) ligt minder dan 1% (0,8%) hoger dan het naast hoogste cijfer, zijnde 477 overledenen per 100.000 inwoners voor het jaar 2016. Het Zweedse sterftecijfer voor 2020 is in vergelijking met de andere landen laag en lijkt voor een belangrijker deel te wijten aan veroudering van de bevolking. Dit resultaat is natuurlijk opmerkelijk en moeilijk te rijmen met de bewering dat sterfte ten gevolge van Covid beperkt wordt door lockdowns.

In de laatste grafiek valt opnieuw op dat het jaar 2020 er uit springt mede omdat het jaar 2019 in elk van  de gerapporteerde reeksen juist het laagste punt is. Des te opmerkelijker dat juist dàt jaar regelmatig wordt uitgekozen om de vergelijking met het rampjaar 2020 te maken. Zoals we zagen deed CBS dat in haar jaarrapportage 2020 door de parallel met de oorlogsjaren te trekken. Ook de Amerikaanse CDC vergelijkt in een recent rapport 2020 alleen met 2019 en constateert een opvallende toename van de voor leeftijd gecorrigeerde sterfte aan Covid met ruim 15%. De CDC maakte het rapport op basis van voorlopige cijfers om tijdig relevante informatie te leveren voor maatregelen om aantallen doden ten gevolge van COVID te beperken. Het rapport wil daartoe ‘mogelijke verschuivingen in mortaliteitstrends’ signaleren. Maar in het hele rapport over deze trends worden slechts 2 jaren besproken: 2020 en 2019.[1]

Tot slot

Iedereen die het nieuws volgt kent wel meerdere puntige zegswijzen om de bedrieglijkheid van statistieken te karakteriseren. Maar hier wordt vooral duidelijk dat dezelfde ware cijfers op zeer verschillende manieren gepresenteerd kunnen worden met nogal verschillende conclusies.

Instanties als het CBS en CDC hebben in het afgelopen jaar hun beste beentje voorgezet om de nieuwsgierige of bezorgde burger te informeren en de overheid van relevante cijfers te voorzien. Die instanties willen ook opgemerkt en gehoord worden. Ze presenteren de opmerkelijke sterftecijfers voor het jaar 2020 in een zeer beperkte context en met een opmerkelijk kort geheugen. De inderdaad hoge sterftecijfers voor het jaar 2020 worden vaak alleen in absolute aantallen vergeleken met het historisch lage sterftecijfer voor het voorgaande jaar, 2019. Als we dezelfde cijfers in een bredere en meerjarige context plaatsen, blijkt de toename van de sterfte minder spectaculair en voor een niet onbelangrijk deel toe te schrijven aan de versnelde veroudering van de bevolking.

Ingezonden door G

NOTEN:

[1] Age Standardization Of Rates: A New Who Standard, Omar B. Ahmad, Cynthia Boschi-Pinto, Alan D. Lopez, Christopher JL Murray, Rafael Lozano, Mie Inoue, GPE Discussion Paper Series: No.31, EIP/GPE/EBD, World Health Organization 2001

[2] Farida B. Ahmad, MPH; Jodi A. Cisewski, MPH; Arialdi Miniño, MPH; Robert N. Anderson, PhD, , Provisional Mortality Data United States, 2020, Morbidity and Mortality Weekly Report (MMWR) / April 9, 2021 / Vol. 70 / No. 14 519 -522, US Department of Health and Human Services/Centers for Disease Control and Prevention

7 REACTIES

  1. Het Zweedse sterftecijfer voor 2020 is in vergelijking met de andere landen laag en lijkt voor een belangrijker deel te wijten aan veroudering van de bevolking. Dit resultaat is natuurlijk opmerkelijk en moeilijk te rijmen met de bewering dat sterfte ten gevolge van Covid beperkt wordt door lockdowns.

    Dus het tegenargument dat de sterfte, zonder lockdown maatregelen, hoger zou zijn geweest, is hiermee ook minder sterk.

  2. Totaal irrelevant al dat statistische geneuzel en het neemt de aandacht weg van de foutieve aanname als zou er een pathogeen virus zijn. Dat is namelijk de crux.

    Zolang men dat niet wenst te erkennen, blijft men rookgordijnen zoals in dit artikel maken waardoor de verwarring, en dus de opties om angst en onrust te zaaien, alleen maar toenemen.

  3. Zo dat waren de cijfertjes.
    Nu de behandelmethodes nog op een rijtje zetten, daar gaat het tenslotte om.
    Voor zetje; De Roemeense longarts Flavia Groşa
    Ik snap het nu wordt het pas moeilijk, idd kinderspel bij dat van de cijfertjes waar 1 + 1 2=
    Ook dit wordt afgedaan met cijfertjes in de vorm van een hoge boete.
    Hoor en wederhoor daar gaat het om.
    Nogmaals lees; De Roemeense longarts Flavia Groşa.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in