De coronacrisis van 2020 markeerde een ongeziene triomf van het progressivisme, de officieuze religie van de moderne Westerse, nu bijna mondiale beschaving. Haar theologen begrijpen vooruitgang niet langer als groeien in wijsheid, want dat is het oude, vertrouwde conservatieve vooruitgangsgeloof. Voor hen is vooruitgang de voortschrijdende vermaatschappelijking (socialisering) van mens en wereld, dus almaar effectievere centrale controle en sturing van het doen en laten van almaar meer mensen. Het macro- en micromanagement van menselijk gedrag dat in 2020 op quasi mondiale schaal in enkele weken tijd werd geïnstalleerd, was voor hen een welkomstpakket in het nieuwe Land van Belofte, een voorsmaakje van “het nieuwe normaal”. Daar zijn nationale staten nog slechts delen van een mondiale technocratie, een wereldomvattend machtsapparaat bestuurd door een schimmig quasi neuraal netwerk dat men nu gemeenlijk het mondiale Establishment of de mondiale elite noemt.

Aldus begint “UNDE VENIS, IUDEX, ET QUO VADIS?” van Frank van Dun. Frank van Dun is een libertarische rechtsfilosoof uit Gent. Bekend van onder meer “het fundamenteel rechtsbeginsel”. Met de volgende quotes hoop ik uw aandacht voor hem op te wekken:

Nog slechts weinig Westerlingen zijn geen producten van het televisie tijdperk. De meesten gaan er wellicht nog prat op alleen te geloven wat zij met eigen ogen zien — maar hoeveel daarvan is meer dan wat hun getoond wordt? In Plato’s grot was er geen waarheid of recht, geen wetenschap of wijsheid te vinden. Spijtig voor de hedendaagse Westerling, maar daar verandert de elektrificatie van de grot niets aan.

Men noemt de samenleving een natuurlijke orde, omdat zij, zoals de natuur, geen behoefte heeft aan besturing. Sterker nog: “een bestuurde samenleving” is een contradictio in terminis. 

Voor de twintigste-eeuwse Westerse beschaving ging het niet meer om “de opvoedbaarheid van de mens” maar om zijn “maakbaarheid”, zijn vermaatschappelijking, die van hem een nuttig radertje in een maatschappelijke machine dient te maken. Beschaving had niets meer te doen met de samenleving van mensen, maar alles met hun dienstbaarheid aan sociale ingenieurs, voor wie een maatschappij een technocratie is en moet zijn.

De institutionalisering van die geniale vondst van Hobbes, legitieme macht zonder aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid, heet nu ‘publiek recht’ of ‘staatsrecht’, ofschoon het weinig meer is dan een verslag van “oude misbruiken”. Dat blijft zo, ook wanneer men gelooft de gehele wereld te kunnen samenvatten in een maatschappij waarin “niemand nog iets bezit, enige privacy heeft, en het leven nog nooit zo goed is geweest”. Dat is dan een maatschappij van onmondige kindjes, betutteld en vertroeteld door een schimmig netwerk van niet-aansprakelijke, aan niemand verantwoording verschuldigde stakeholder societies. Het is een maatschappij die er uiteindelijk in geslaagd zal zijn de mens af te schaffen een
maatschappij in de ban van de religie van de macht, waar niemand nog behoefte heeft aan recht of rechters. Sic transit gloria iustitiae. 

Meer lezen? Begin hier.

4 REACTIES

  1. “…waar niemand nog behoefte heeft aan recht of rechters…” Dat zie je nu al. Niet omdat er geen behoefte is aan je recht kunnen halen. Maar omdat rechtbanken overbodige bureaucraten zijn geworden die in de praktijk vooral ‘cheerleaders’ van de machthebbers zijn.

    Laatst moest ik aan het boek “In naam van de vrouw, de homo en de allochtoon” denken. Het is al 30 jaar oud, denk ik, maar meer actueel dan toen. Links is nog lijper en onredelijker. Ik vraag mij wel eens af waar die haat tegen het eigene vandaan komt. Maar misschien is ‘links’ dan ook meer een psychische aandoening dan een politieke filosofie.

Comments are closed.